(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 34: DE STAND VAN ZAKEN

 

| 28-12-2015 | 14.00 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 34: DE STAND VAN ZAKEN

 

In november 2014 in de 7e aflevering van deze reeks werd er reeds geschreven over de sluipende verzilting van het Volkerak-Zoommeer en de oorzaak.  

In maart 2015 in de 24e aflevering van deze reeks werd verhaald over de antwoorden van de minister op vragen van de VVD-fractie: “Zolang het Volkerak-Zoommeer zoet is zal Rijkswaterstaat de afspraken nakomen die zijn opgenomen in het Waterakkoord Volkerak-Zoommeer (2001) over het chloridegehalte in het meer. Om dit te kunnen doen is groot onderhoud aan het zoet-zout scheidingssysteem in het Krammersluizencomplex nodig. Dit is enige jaren uitgesteld in afwachting van een besluit over een zoet of zout Volkerak-Zoommeer. Hierdoor is er sprake van een grotere lek van zout door deze sluizen.”

bellenschermNu hebben we in de Nieuwe Oogst kunnen lezen dat in het nieuwe waterakkoord staat dat Rijkswaterstaat meer en constanter gaat doorspoelen tijdens het groeiseizoen. Door hier op tijd mee te beginnen wil men dat het water in het Volkerak-Zoommeer aan het begin van het nieuwe seizoen, in maart 2016, in orde is. In de laatste maand voor het groeiseizoen wordt aangestuurd op een verlaging van de chloridenorm van 450 milligram per liter naar maximaal 380 milligram. Helder is dat lekkende kleppen in de zoet-zoutscheiding in de sluizen de boosdoeners zijn van het toenemende zoutgehalte van het water in het meer. Nu gaat Rijkswaterstaat onderzoeken of het aanleggen van een innovatieve zoet-zoutscheiding met bellenschermen mogelijk een oplossing is. Weer wordt een echte aanpak uitgesteld. Er wordt gespoeld zo is de toezegging. Maar als er onvoldoende zoet Rijn/Maaswater is in het groeiseizoen verliest de Keizer (de boeren) vast hun recht.

Er is maar één echte oplossing en dat is herstel van de zoet/zout scheiding door het achterstallig onderhoud aan de Krammersluizen nu eindelijk eens uit te voeren. Een halfslachtig waterakkoord is niet meer dan een doekje voor het bloeden. Nu moet eindelijk de wond echt eens gehecht worden. Dan pas ontstaat er weer vertrouwen bij de agrariërs dat het kan gaan werken en de afspraken na gekomen worden.

Mij bekruipt het gevoel dat, kijkend naar de onzinnigheid van het voorstel om het Volkerak-Zoommeer te verzilten tegen 2028, we enkel en alleen praten en praten om Rijkswaterstaat in staat te stellen onderhoud en uitgaven uit te stellen en gemaakte afspraken aan hun laars te lappen. Er moet gebeuren wat in “Het Advies Deltaplan Zoetwater” staat. In dat stuk is op pagina 39 te lezen: “Voordat een zout Volkerak-Zoommeer is gerealiseerd, is waarschijnlijk ook nog een zoet-zoutscheiding in de Krammersluizen nodig. Niet meer praten maar doen.

Voor Ons Water en de BSD is het helder: de onnodige verspilling van geld en de vernietiging van de mooie natuur kan nog voorkomen worden. Stop de verzilting. Teken de petitie via http://www.petities24.com  

Chris Ooms 

 


OVER WATER – 22

 

| 24-12-2015 | 12:00 uur |


 

16 december
In de ochtend twee boerenbedrijven bezocht in de Overdiepse Polder om te praten over de nog te regelen zaken, zodat ook voor hen het project goed en tot genoegen afgerond kan worden.

17 december
In de ochtend weer een gesprek met een boerengezin over hun punten die nog afgerond moeten worden. Stapje voor stapje worden de resterende zaken geregeld en komt het project tot een afronding. De laatste loodjes wegen altijd het zwaarst.
In de middag het regionaal ruimtelijk overleg Midden Brabant (Hart van Brabant) op de locatie Bosrijk/Efteling met gedeputeerde Erik van Merrienboer als voorzitter. Voor mij als vertegenwoordiger van een waterschap in dit gezelschap van wethouders, waren de agendapunten over de omgevingswet en de totstandkoming van gemeentelijke en provinciale omgevingsvisies van belang en de werkafspraken ‘kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant’. Als waterschappen willen wij daar graag bij betrokken worden omdat we denken dat de inbreng van de waterschappen daar waardevol kan zijn en er door meer integraal te werken geld bespaard kan worden en kwaliteit worden toegevoegd.

22 december
Vandaag de laatste DB vergadering van het jaar met een forse agenda met onder andere een evaluatie van het afkoppelbeleid en een onderzoek op grond van artikel 109A van de Waterschapswet. Een belangrijk verbeterpunt is dat de normen/ beleidsregels inzake dit beleid transparanter samengevat dienen te worden. Nu is het voor bijvoorbeeld gemeenten niet altijd helder wat de normen zijn voor afkoppelen c.q. de eisen qua retentie bij nieuwe ontwikkelingen. Er zou, afgestemd met de gemeenten, een lange termijn visie integraal beleid stedelijk water moeten komen, waarbij, om meer kosteneffectief te worden, de maatwerkgedachte centraal zou moeten staan. Doelmatiger zou ook zijn als het waterschap bij nieuwe gemeentelijke bouwplannen eerder bij het planproces en de projectvoorbereiding wordt betrokken. Het handhavingsuitvoeringsprogramma 2016, alsmede het ontwerp projectplan ‘natte natuurparel Lage Vuchtpolder’ werden vastgesteld.

Besproken werd ook het juryrapport van de prijsvraag “waterschappen in het jaar van de ruimte”.  In Over Water 20 schreef ik al over de prijsvraag. Toen schreef ik: “De winnaar was het HoWaBo project van waterschap Aa en Maas. Een prachtig project naar mijn mening en die van de jury. Maar smaken verschillen. Op 13 november werden dezelfde ingediende projecten beoordeeld door een ‘publieksjury’ bestaande uit waterschapsbestuurders. De uitslag was geheel anders. De winnaar van toen, de waterberging Zundert, behoorde nu niet eens tot de genomineerden. Voor mij leidt dit tot de conclusie dat, als we werkelijk een ruimtelijke kwaliteitsslag willen maken, we de bestuurders op cursus moeten sturen, want die schijnen er dus niets van te snappen terwijl ze wel de beslissingen nemen. Of zijn de geleerde dames en heren van de jury op een eiland terecht gekomen en leven ze in een andere wereld? Zowel de winnaar van toen (mijn eigen waterschap) als de echte winnaar het HoWaBo project verdienen wat mij betreft de hoofdprijs.”

Uit het totale juryrapport bleek nu dat de winnaar in de ogen van de waterschapbestuurders onze waterberging Zundert niet eens bij de eerste juryselectie zat (10 projecten uit de 16 ingestuurde projecten). Het verschil tussen de beslissers over projecten (de bestuurders) en de ‘deskundige’ jury is wel heel groot. Wat veruit de NUMMER 1 was voor de bestuurders zat niet eens bij de eerste tien (van zestien) bij de jury. De jury, bestaande uit: Prof. Ir. Eric Luiten (Voorzitter en Rijksadviseur Landschap en Water), en Jannemarie de Jonge (geassocieerd lid van de Raad voor de Leefomgeving), en Hamit Karakus (oud wethouder van Rotterdam en nu algemeen directeur van Platform 31), en Paul van Eijk (lector duurzame watersystemen aan de Hogeschool VHL), kwam dus tot totaal andere conclusies dan de waterschapbestuurders!

grumpyMisschien ben ik een grumpy die slecht tegen zijn verlies kan, maar het is geen goede zaak dat tussen beslissers en ‘deskundigen’ zo’n groot verschil van mening is over wat ruimtelijke kwaliteit is. Wel kan ik constateren dat de ambtenaren van ons waterschap heel goed weten wat hun bestuurders willen en mooi vinden. Waterschapsprojecten moeten vooral functioneel zijn maar, als het kan, ook kwaliteit toevoegen aan de ruimte die in ons land zo schaars is.

Zelf heb ik het idee dat de juryleden wel heel ver afstaan van de kerntaken van een waterschap. Maar anderzijds kunnen waterschapsbestuurders en ambtenaren leren van wat anderen ruimtelijke kwaliteit vinden. 

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 21

 

| 19-12-2015 | 11:15 uur |


 

7 december
klooster NieuwkerkIn de ochtend ben ik naar een bijeenkomst geweest van de stuurgroep streeknetwerk vitaal leisure landschap. De bijeenkomst werd gehouden in Klooster Nieuwkerk te Goirle, bijna op de grens met Belgie. Het ging vooral over ‘slow leisure’. Een term waarbij ieder van de deelnemers bijna een persoonlijke uitleg voor heeft. Mijn benadering is recreëren in een mooi landschap op een wijze waarbij je een ander geen overlast veroorzaakt. Allerlei gedachten passeerden de revue. Wat mij het meest aansprak was een prijswinnaar van vorig jaar ‘Het Belslijntje’. Een lint van 35 kilometer van voor bijen aantrekkelijke voedselplekken tussen Tilburg en Turnhout. Omschreven als vol van geur, kleur en fleur.

In de middag naar de ondertekeningbijeenkomst in de Brabant hallen te Den Bosch van een aantal Stika gebiedscontacten waaronder Midden-Brabant en het Biesbosch Streeknetwerk de regio’s waar ik als waterschapsbestuurder actief ben. Met de projecten die hier mee gesubsidieerd worden, wordt ons mooie Brabant weer een beetje mooier en groener voor al wat leeft.

8 december
In de morgen de DB vergadering met o.a. als agendapunten: het ontwerp projectplan natte natuurparel Lage Vuchtpolder en de DB strategie herziening peilbesluiten en een nadere mededeling over de adviesnota Albano rijst.

In de middag portefeuillehoudersoverleggen (PHO) over de Overdiepse Polder  en de betekenis van het project inhaalslag Keur en oneigenlijk grondgebruik voor de gemeente Geertruidenberg in voorbereiding van het bestuurlijk overleg met die gemeente. 

In de avond de netwerkbijeenkomst van bestuurders in het provinciehuis “Brabant ontmoet! Oog voor Brabant, Oog voor elkaar,” met tal van gesprekken met statenleden, wethouders, raadsleden en waterschappers.

9 december
In de avond eerst de themasessie bestuurlijke vernieuwing en daarna het AB met als agendapunten o.a.: het uitvoeringskrediet voor de poldergemalen Emilia en Westland en een uitvoeringskrediet voor de voorbereiding verdere aanleg EVZ boomkikker.

gea 16

de Amercentrale

10 december
Vanaf 12.00 tot 16.00 uur vanuit Drimmelen een boottocht met een schip van rondvaartbedrijf Zilvermeeuw langs het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak, in gezelschap van zowel ambtelijke als bestuurlijke vertegenwoordigers van de gemeenten Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout en vertegenwoordigers van Rijkswaterstaat en Essent. Dit bedrijf bezit veel gronden langs de te verbeteren dijktrajecten. Vanaf het water krijg je een ander beeld van de te verbeteren dijktrajecten en krijg je meer zicht op de mogelijkheid van meekoppelkansen.

gea 39

buitendijks recreatiegebied

Wat in de gesprekken met de wethouders Kevin van Oort, Jan-Willem Stoop en Marian Janse-Witte vaak aan de orde kwam, waren de voor en nadelen van eventuele keersluizen. Ook groeide het besef hoeveel van de gronden en bedrijven feitelijk buitendijks liggen en dus niet de bescherming genieten van binnendijkse gebieden. Hoewel dit vaak opgehoogde terreinen betreffen is dit wel een gegeven wat aandacht verdient bij de verdere ontwikkeling van deze gebieden. Het gure weer was geen belemmering om te genieten van deze leerzame boottocht. Hierbij werd ik wel bewust op sommige punten van een zekere verrommeling van het gebied, waar de aanpak van de dijken kansen biedt om tot een kwaliteitsslag te komen.

gea 04

kwalitatieve nieuwbouw aan het water gemeente Geertruidenberg

Ook zijn er mooie vergezichten die de aantrekkelijkheid van het gebied laten zien, alsmede hoe mooi een gemeente als Geertruidenberg op een aantal locaties aan nieuwbouw vorm heeft gegeven. Ik denk dat de boottocht alle deelnemers iets te denken heeft gegeven en tot inspiratie heeft gebracht om dit dijkverbeteringsproject te gebruiken, niet alleen voor het vergroten van de veiligheid, maar ook om te komen tot een verdere verbetering van de ruimtelijke en natuurlijke kwaliteit van de leefomgeving.

11 december
Een bestuurlijk overleg met wethouder Kevin van Oort van de gemeente Geertruidenberg over het waterschapsproject ‘inhaalslag Keur en oneigenlijk grondgebruik’.

Wij wensen u een rustige en fijne Kersttijd toe.

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 20

 

| 04-12-2015 | 18:15 uur |


 

30 november
Mijn eerste stop, als bestuurder, was bij het waterschap Aa en Maas te Den Bosch om vragen te beantwoorden van ambtenaren die de cursus ‘bestuurlijke sensibiliteit’ volgden. Doel van een dergelijke cursus is ambtenaren gevoel bij te brengen wat voor (hun) bestuurders van belang is bij de opstelling van beleidsstukken en de beantwoording van vragen.

In de middag had ik een afspraak in Apeldoorn met een mogelijke toekomstige kandidaat/lijsttrekker voor Ons Water in het gebied van het waterschap Vallei en Veluwe. Ik probeer kandidaten te werven om in 2019 ook buiten het gebied van mijn eigen waterschap (Brabantse Delta) met Ons Water mee te doen aan waterschapsverkiezingen. Het was een goed gesprek. Ik hoop dat het resultaat zal zijn dat de vrouw, waarmee ik sprak, de stap wil wagen naar het waterschapsbestuur om haar warme belangstelling voor onder andere de natuur ook daar tot uiting te brengen.

In de avond woonde ik de uitreiking bij van de ‘water innovatieprijzen’ te Amersfoort. Nu gun ik iedereen een feestje en een prijs. Maar dan wil ik wel het gevoel hebben dat er werkelijk iets bijzonders is gebeurd wat een feestje en een prijs rechtvaardigt. Ik benader al jaren het zogenaamde innovatieve imago van de waterschappen met de nodige argwaan. Want bij overheden kom ik zelden iets innovatiefs tegen. Naar mijn opvatting komt dat omdat bij ambtenaren, bestuurders en politici er een overmaat aan risico aversie aanwezig is. Er zal maar iets fout gaan of niet het gewenste resultaat geven dan zijn de mogelijk commentaren van de oppositie dodelijk en dat moet immers voorkomen worden! Ik heb mijn beroepsmatige leven (40 jaar) doorgebracht op research en ontwikkeling afdelingen van een zaadkwekerij en een kunstharsfabriek. Daar leerde ik dat zonder het betreden van onbetreden paden er geen echte vernieuwing aan de orde zal zijn. In de praktijk van mijn beroepsmatige leven was het vooral de vrije research die gewenste patenten en innovaties bracht. De doelresearch bracht wel vernieuwingen in de zin van doorontwikkelingen van bestaande producten of de introductie van technieken van anderen brachten wel efficiëntie verbeteringen, maar dat werden geen innovaties genoemd. En deze waren ook nooit patenteerbaar. Als uitvinder van een bepaald gepatenteerde product/productiemethode (United States Patent nr. 4255464) matig ik mij aan enige kennis te bezitten van het herkennen van innovaties en innovatieve werkwijzen.

innovatie 04Ik vond de prijswinnende ‘innovaties’ bijna categorie lachertjes. Ik gun de prijswinnaars de complimenten, maar het innovaties noemen is jezelf en je weinig innovatieve kracht als waterschappen in slaap wiegen. Ik leerde op de analistencursus circa vijftig jaar geleden al: ‘meten is weten’. Als ik begin jaren zeventig bij de ontwikkeling/ontwerp van bijvoorbeeld een gelamineerde scheepshuid dit ontwerp modelmatig zou berekenen zonder de kennis van de fysische en mechanische sterkten te kennen van de samenstellende delen zou ik op staande voet ontslagen zijn. Om dan een innovatieprijs toe te kennen aan een dijkverbeteringproject (categorie waterveiligheid: ‘dijken op veen’), waarbij de sterkte van veenlagen in de ondergrond is gemeten, is voor mij wezensvreemd. Zouden voorheen dijken verbeterd/verzwaard zijn zonder meten? Het is zo logisch wel te meten dat dit gewoon je werk goed doen is. Niet meer, niet minder. Natuurlijk besef ik dat kennis van dijkenbouw in het verleden met vooral proberen en mislukken is opgebouwd. Maar anno 2015 kunnen we meer. Dat heeft niets met innovaties te maken. Een gotspe vond ik de prijs voor het project de ‘inlaat op maat’. Dat je meet hoeveel water nodig is om het zoutgehalte omlaag te brengen is zo logisch, dat het bijna misdadig is dat, in een samenleving die gericht zou moeten zijn op water doelmatig gebruiken, dit nog niet gebeurde. Wat is logischer dan niet meer te gebruiken dan nodig is? Dit is geen innovatie dat is gewoon je werk goed doen! Het toepassen van een modern middel als een ipad of een app is net zomin een innovatie!

Als voorbeeld: toen ik als 17-jarige de variaties in proefvelden moest corrigeren, gebruikte ik daarvoor een rekenlineaal, een logaritmetafel en een telmachine. Voor een proefveld van 20 eenheden was ik daar een volle weekdag mee bezig. Nu zou ik circa 2 minuten nodig hebben voor het handmatig inbrengen van de data, waarna de computer direct de gewenste correcties zou geven. Van 8 uur naar 2 minuten door jaar na jaar te kijken hoe kunnen zaken met de ontwikkeling van kennis en nieuwe door andere ontwikkelde technieken beter. Dat is niet innoveren maar je verstand gebruiken. Het alsmaar roepen dat je innovatief bent, maak je niet innovatief. Het lijkt framing. Wat ik zelf erg vind is dat bestuurders er in gaan geloven en er niet van overtuigd worden dat voor werkelijke innovaties er meer geld naar onderzoek moet en er onder ambtenaren een sfeer moet komen dat, buiten reeds lang begane paden treden moet om te kunnen innoveren en dat dit kan betekenen dat het geld zal kosten en dat dit geld niet altijd zal opleveren wat men wenst.
Heb Lef! is de titel van een boekje van de Unie van Waterschappen met een visie op vernieuwing en verbinding in het sturen van water. Nu nog de uitvoering!

Er was ook een prijs in het kader van het ‘jaar van de ruimte’ De winnaar daar was het HoWaBo project van waterschap Aa en Maas. Een prachtig project naar mijn mening en die van de jury. Maar smaken verschillen. Op 13 november werden dezelfde ingediende projecten beoordeeld door een ‘publieksjury’ bestaande uit waterschapsbestuurders. De uitslag was geheel anders. De winnaar van toen, de waterberging Zundert, behoorde nu niet eens tot de genomineerden. Voor mij leidt dit tot de conclusie dat, als we werkelijk een ruimtelijke kwaliteitsslag willen maken, we de bestuurders op cursus moeten sturen, want die schijnen er dus niets van te snappen terwijl ze wel de beslissingen nemen. Of zijn de geleerde dames en heren van de jury op een eiland terecht gekomen en leven ze in een andere wereld? Zowel de winnaar van toen (mijn eigen waterschap) als de echte winnaar het HoWaBo project verdienen wat mij betreft de hoofdprijs. 

1 december
In de morgen een interview met Sjoerd Marcelissen van BNde Stem over het dijkverbeteringproject Geertruidenberg/Amertak.

In de avond een door meer dan 100 belangstellenden bezochte informatieavond over dit dijkverbeteringproject. Doel is vooral het betrekken van belanghebbenden bij dit project. Meedenken en ideeën hoe te combineren met andere plannen en initiatieven zijn meer dan welkom. 

2 december
Eerst een Bestuurlijk overleg met wethouders Bea van Beers en  Ad van Beek van de gemeente Dongen met als hoofdschotel de ondertekening van afvalwaterakkoorden met zowel de gemeente Dongen, als de gemeente Gilze en Rijen waarvoor wethouder Willem Starreveld bij de vergadering te gast was.  

Daarna door naar Boxtel naar het kantoor van het waterschap de Dommel voor een overleg van het bestuurlijk kwartet doelmatig afvalwaterbeheer Hart van Brabant. Het voornaamste agendapunt was het jaarplan voor 2016 met als elementen: klimaatadaptatie, grondwaterbeheer en meten/monitoren.

Vervolgens een soort van afscheidsbijeenkomst over waterveiligheid van een beleidsambtenaar, die mij ondersteunde bij de commissie waterkeringen van de Unie. Ik zal hem missen. 

3 december 
Eerst een bijeenkomst van de vier Dagelijkse Besturen van de Brabantse waterschappen. In het Provinciehuis te Den Bosch, met een meer dan interessante presentatie over Mozaïek Brabant

Daarna in het gemeentehuis van Geertruidenberg een bijeenkomst met de vertegenwoordigers van RWS, de provincie, de gemeenten Geertruidenberg en Waalwijk en het waterschap ter tekening van de overdrachtscontracten van de Overdiepse Polder.

Vervolgens een bestuurlijk overleg met wethouder Jan van Groos over het waterschapsproject ‘inhaalslag Keur en oneigenlijk grondgebruik’.

Daarna terug naar het waterschap voor een bijeenkomst van de werkgroep cultuur van het Algemeen Bestuur van het waterschap ter voorbereiding van de presentatie van onze ideeën over de wijze van vergaderen.

En tenslotte nog de vergadering van de fractie Ons Water/Waterbreed over de Algemeen Bestuursagenda van komende woensdag.  

Een mooie, maar heel erg drukke week met lange dagen.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 19

 

| 28-11-2015 | 10:15 uur |


 

23 november

In de middag in Theater De Mythe te Goes een bijeenkomst van wethouders en waterschapsbestuurders uit het gebied van Samenwerking (afval)waterketen Zeeland. Voor mij interessant omdat bij deze bijeenkomst ook de Stowa en Rioned betrokken waren. Een leerzame bijeenkomst en discussie onder de deskundige leiding van Karla Peijs, de oud commissaris van de Koningin van Zeeland en oud voorzitter van de Visitatiecommissie Waterketen. Veel leermomenten die ik kan gebruiken bij mijn bestuurlijke trekkerschap van de werkeenheden Hart van Brabant en Werkeenheid 4 (gemeenten Oosterhout, Drimmelen, Geertruidenberg, Werkendam, Woudrichem en Aalburg). Wethouders van de Zeeuwse gemeenten waren massaal aanwezig. Van de gemeenten in West – Brabant was alleen de leergierige wethouder Paul de Beer van Breda aanwezig. Die kwam wel kennis en inspiratie opdoen. Waar was Bergen op Zoom? Was de eerste vraag die bij mij op kwam. Ze bleken In Domburg te zitten! Vast ook om inspiratie op te doen. Mijn vraag is dan altijd waar is het voornemen om vooral Bergse ondernemers de klandizie te gunnen. Het deze week ook geplande college bezoek aan Veere zal zeker water inspiratie opleveren. De wethouder van Veere die ik gesproken heb was daar van overtuigd.

24 november
Groene-Boomkikker
In de morgen DB vergadering met onder andere de agendapunten: EVZ boomkikker (Breda, Gilze en Rijen), blauwalgenoverlast, afvalwaterakkoord Gilze en Rijen. Maar het mooiste vond ik zelf het verzoek/plan van een ondernemer die zich wil storten in de natte rijstteelt in een waterberging en daar zelfs een karbouw voor wil inzetten. Als het lukt kan het zelfs een toeristische attractie worden!

Later op de dag een PHO over het dijkverbeteringproject Geertruidenberg/Amertak.

25 november
Thema AB met als onderwerpen: bestuurlijke integriteit en asset management (hoe gaan we om met onze bezittingen/installaties). Bij het onderwerp bestuurlijke integriteit was er een interessante bijdrage van Hans Groot van Bureau Integriteitbevordering Openbare Sector (BIOS). Bij het onderwerp asset management werden wij als bestuursleden aan het werk gezet om zelf tot prioriteiten te komen.

26 november
En hele dag in Den Bosch, lokatie Koning Willem 1 college (School voor de Toekomst) op het Festival Ruimtelijke Kwaliteit 2015. Een leerzame bijeenkomst waar ik zelf drie sessies bijwoonde over de mogelijke alternatieven voor een aanpak van een weg (N625) tussen Den Bosch en Oss. Er mocht uitgebreid gedroomd worden. Normaal ben ik daar niet zo voor, maar in de ‘School voor de Toekomst’ in een oranje lokaal liet ook ik mijn fantasie een beetje los. Wat mij voor al opviel was dat gemeentelijke en provinciale beleidsambtenaren en wethouders zich wel heel weinig gelegen laten liggen aan het feit dat deze weg deels gelegen is op een dijk. Dus dat het water van de Maas ook in de toekomst wel gekeerd moet kunnen worden. Gelukkig kon ik als waterschapsbestuurder hier en daar de dromers een beetje terug op aarde krijgen.    

Louis van der Kallen

 


ONGEZOUTEN KRITIEK OP PLANNEN GREVELINGEN EN VOLKERAK

 

| 25-11-2015 | 01:25 uur |


 

ONGEZOUTEN KRITIEK OP PLANNEN GREVELINGEN EN VOLKERAK

 

Om een eigen doel te bereiken signaleert men eerst een probleem, bij voorkeur een milieuprobleem. Er wordt geconstateerd dat er sprake is van slechte waterkwaliteit, van areaalverlies of van verloren waarden. Het aanpakken ervan klinkt idealistisch en onbaatzuchtig en is een goed middel om een breed draagvlak te verwerven. De eigen plannen worden aangedragen als de oplossing, waarbij tevens een rooskleurig toekomstbeeld wordt voorgespiegeld. Vervolgens drukt men het eigen doel door.

Vaak lukt het ook nog om subsidiebronnen aan te boren. Dat maakt de realisatie goedkoper en met een beetje creativiteit kan men zelfs van een rendabel project spreken. De werkelijke kosten worden verhuld en de onderbouwing stoelt op halve waarheden. Heel wat natuurorganisaties, projectontwikkelaars en overheidsinstanties werken al jaren met deze succesformule en welvaartsgeld verdwijnt zo in een bodemloze put. Dat ook de Rijksstructuurvisie Grevelingen –Volkerak-Zoommeer deze werkwijze niet schuwt, illustreert ir. W. Lases in onderstaand artikel.  

Natuurlijke gelaagdheid in de Grevelingen
Door verbinding met de Noordzee via een kokersluis blijft het Grevelingenmeer in hoge mate zout. Die kokersluis was eigenlijk ontworpen om het Grevelingenmeer zoet te maken en te houden. In het verlengde van een veranderd beleid inzake de Oosterschelde is indertijd ook de beslissing genomen om het meer vooralsnog zout te houden en niet zoet te maken. Een zoet Grevelingenmeer zou echter niet alleen voor Schouwen-Duiveland, maar voor de hele Zuidwestelijke Delta van grote betekenis zijn. Kenmerkend voor zo’n groot en diep zoutwaterbekken,  komt er zowel thermische- als zoutgelaagdheid voor.  Gelaagdheid is een fenomeen van alle diepere meren in Nederland en geeft een zuurstofloze onderlaag. In het Grevelingenmeer bevinden zich in het westelijk deel twee oude diepe zeegeulen. De zuidelijke geul is het diepst, meer dan 35 meter. Het grensvlak ligt op 16 meter diepte (stichting Anemoon 2013) met een overgang van afnemend zuurstofgehalte vanaf 9 meter. Ook is waargenomen dat het omhoog kwam tot ca. 6 meter onder het oppervlak. Er is geen reden te bedenken waarom dit nog verder omhoog zou komen.

Van sommige beleidsmakers mag deze natuurvorm niet bestaan en daarom wordt de gelaagdheid plots als een ‘waterkwaliteitsprobleem’ aangemerkt. Nu wil men met een brede bres van 4 meter diep in het noordelijk deel van de Brouwersdam gedempt getij brengen op het Grevelingenmeer. Wettigen de beperkte belangen zo’n fundamentele grote ingreep die honderden miljoenen kost en waarbij de weg naar een zoet Grevelingenmeer in de toekomst onmogelijk wordt? 

Gelijk met de uitvoering van de bres in de Brouwersdam wil men turbines voor getijdenenergie plaatsen. Dit project zal zelfs met extra overheidssubsidie en alle voorinvesteringen nauwelijks rendabel kunnen zijn. Bovendien is onbekend wat voor schade die turbines aan de zeedieren toebrengen. Men verwacht, dat het getij door de bres een zodanige menging teweeg zal brengen, dat de zuurstofloze laag wordt opgeruimd, maar dit zal niet het geval zijn. Wel zal het grensvlak van de zuurstofloze onderlaag omlaag worden gebracht. Er zijn echter andere mogelijkheden om dit te bewerkstelligen, zoals het aanbrengen van een dichtheidsscherm voor de kokersluis. Zo’n scherm is aan de onderkant open en zuigt als een stofzuiger in de laagwaterfase het zuurstofloze water aan de bodem naar de Noordzee en in de hoogwaterfase wordt zuurstofrijk water vanuit de Noordzee naar de onderlaag gevoerd. Deze keuze is veel goedkoper en houdt de toekomstmogelijkheid van een zoet Grevelingenmeer open. 

Objectivering ook noodzakelijk bij het Volkerak-Zoommeer (VZM) Een ‘waterkwaliteitsprobleem’ kan zich al voordoen als onder de gegeven omstandigheden de waterkwaliteit naar het gevoelen van de mens een negatieve wending neemt en men er last van krijgt. Objectivering is daarom een eerste vereiste. Men constateerde blauwalgenbloei in een beperkte periode van de zomer op het VZM. Esthetisch niet prettig en het kan huidirritatie veroorzaken. Elke milieuomslag kenmerkt zich door tijdelijke explosieve groei van enkele organismen. De kunst is geduld te hebben met de natuur en er zoveel mogelijk met de vingers van af te blijven. Intussen is door het ontstane natuurlijke evenwicht van het zoete milieu de blauwalgenbloei sterk afgenomen. Wat men een waterkwaliteitsprobleem noemde, was in wezen een ecologische eruptie. Bij verzilting ligt wederom een vergelijkbare plaag, ditmaal van zoutresistente blauwalgen, voor de hand. Blauwalgen kunnen dan ook geen reden zijn voor zo’n drastische maatregel als verzilting. Dan blijft de stelling over, dat men zoet water zou besparen en dat er op termijn te weinig zoet water zou zijn om aan het afgesproken criterium van max. 450 mg Cl’/l te voldoen. Men vergeet dat er vóór de aanleg van de delta-infrastructuur veel meer zoet water van de grote rivieren ten goede kwam aan de Zeeuwse wateren, waardoor er een grote schakering aan lagere zoutgehaltes was, van belang voor het grondwater en de zoetwaterhuishouding op de eilanden. Men vergeet dat men aan het potverteren gaat van een gemengde overgangslaag in de bodem, die een buffer vormt tegen een te snelle verzilting. Men rekent zich ten onrechte rijk en waarvoor? Voor een schijntje meer zoet water voor Midden en West Nederland? Tevens wordt door een zout VZM een zoet Grevelingenmeer onmogelijk. Het benodigde zoete water om het VZM zoet te houden is er wel degelijk. Men verlaat nu zonder noodzaak een zoetwaterzone en brengt bewust verzilting verder het land in. 

Kritiek op loze plannen 
Met het Manifest Waterpoort en het lobbyen voor een getijdencentrale in de Brouwersdam lag er binnen de kortste keren een rijksstructuurvisie voor de regio, dat nog sneller tot stand kwam dan het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta. We mogen intussen concluderen dat zowel een bres in de Brouwersdam als een zout Volkerak-Zoommeer onnodig en ongewenst zijn. Maar inspraak blijkt een wassen neus en de plannen worden kost wat kost doorgezet. In kringen van biologen is de noodzaak van een zout VZM omstreden en Vlaanderen wenst het ook niet. De weerstand en de kritiek op de planvorming is hevig en groeit. Aanvankelijke voorstanders raken overtuigd van het feit dat verzilting weinig goeds kan brengen.

Gelukkig komt er op dit soort loze plannen steeds meer ongezouten kritiek vanuit regionale milieugroepen,waterschapspartijen, politiek, agrarische belangen en ideële organisaties. Het einde van ondoordachte planvorming en opportunisme moet dan ook in zicht komen.

Ir. Wil Lases

 

 


ZEELAND, ZOUT, ZOUTER, HET ZOUTST

 

| 25-11-2015 | 01:15 uur |


 

ZEELAND, ZOUT, ZOUTER, HET ZOUTST

 

Het oorspronkelijke Deltaplan voorzag dan wel in een zoet Zeeuws merengebied, maar uiteindelijk bleven Oosterschelde en Grevelingen geheel zout. Vervolgens stopte de aanvoer van rivierwater. Zeeland lag nog nooit zo sterk in het zout als nu. Alsof dit niet erg genoeg is, beoogt de deltabeslissing Zoetwater (!) om Zeeland buitensporig in de pekel te leggen door beperkt getij op het Grevelingenmeer toe te laten en het zoete Volkerak-Zoommeer (VZM) te verzilten. Zo wordt de indringing van zout nog verder landinwaarts verlegd naar de West-Brabantse rivieren met vrijwel onomkeerbare effecten voor het grondwater.

Welk doel dienen deze rigoureuze en uiterst kostbare ingrepen? 
Waar draagt deze planvorming bij aan waterveiligheid en zoetwatervoorziening en hoe verhoudt zich dit tot het algemeen belang? Ir. Wil Lases vraagt zich in dit artikel af welke argumenten de beleidsmakers hebben om daar geen rekening mee te houden. 

Natuurkrachten
In onze delta zijn we onderhevig aan de invloed van natuurkrachten op land en water en de interactie tussen zee en rivieren. Krachten die vele malen groter zijn dan de mens en die we alleen met inzicht en kennis enigszins kunnen geleiden. Zijn we de redenen voor het aloude visionaire Deltaplan voor de veiligheid en de waterhuishouding vergeten? Is het bewustzijn van de kracht en de macht van het water weggeëbd? Toch zal aan die lijn moeten worden vastgehouden om op lange termijn te kunnen overleven. 

Zoet water is kostbaar
De laatste vier eeuwen zijn onze zeearmen steeds sterker gaan uitschuren en dieper geworden. De verzilting nam daarmee sterk toe. Het zoutgehalte bleef evenwel vanaf de mondingen afnemen naar de Brabantse Wal, waar onder invloed van de rivierafvoeren het zoutgehalte het laagst was. Het zoutgehalte van water varieert van bijna 0 tot 19 gram Cl’/l. Zoet water voor de landbouw heeft een zoutgehalte van 0 tot 0,3 gram Cl’/l. Het maakt slechts 1,5% uit van het gehele interval aan zoutgehaltes. Het zo lang mogelijk zoet houden van oppervlakte- en grondwater is het algemene belang en gaat boven groepsbelangen. De mens leeft op het land van zoet water en wil overleven in de delta. Men moet zich dat goed bewust zijn. Daarbij komt dat zout water zwaarder is dan zoet water en het zoete(re) water gemakkelijk kan verdringen. Zoet water is uiterst gevoelig en een kostbaar goed.

Zelfredzaamheid eilanden gaat verloren
De eilanden konden zich goed redden met de zoetwaterbellen in de duinen en in de werpzanden, die eveneens boven de zeespiegel lagen. Hoe lager het zoutgehalte in de omgeving, hoe omvangrijker die zoetwaterbellen waren en kunnen zijn. Er komt inmiddels geen zoet water meer van de grote rivieren op de Oosterschelde en de Grevelingen. Deze wateren zijn nog nooit zo zout geweest en zouden dat met de bedoeling van het Deltaplan en ook zonder de huidige infrastructuur in geen eeuwen geweest zijn.

Door de deltabeslissing Zoetwater zal het Grevelingenmeer nog wat in zoutgehalte toenemen en het VZM, dat zich al dertig jaar als zoet meer ontwikkelt, wordt volledig ecologisch teniet gedaan met een zoutgehalte van 10 tot 16 gram Cl’/l. Dat is een aanmerkelijk hoger zoutgehalte dan vóór de delta-infrastructuur. Het open water in Zeeland wordt kunstmatig maximaal verzilt, zodat verdringing van het zoetere grondwater langzaam maar zeker plaatsvindt. De vraag naar zoet water op de eilanden en langs de rand van de lagere delen van de Brabantse Wal zal daardoor toenemen. Door afgravingen, zonder respect voor de natuur van het bestaande land, wordt steeds meer bodemweerstand tegen verzilting weggehaald. Dit heeft grote negatieve consequenties voor de mogelijkheden van zoetwaterbellen van enige omvang. Bovendien worden juist in de duinen en de hoog gelegen randen vakantieparken aangelegd, wat niet bevorderlijk is voor de kwaliteit van zoet grondwater en de omvang er van. Het aanleggen van pijpleidingen vanuit het Brabantse om de eilanden van zoet water te voorzien en ’s winters te injecteren in de bodem voor de landbouw is lokaal beperkt haalbaar en niet duurzaam.

Deelbelangen blokkeren het algemeen belang
Terwijl in heel Nederland verzilting als een groot probleem wordt beschouwd, wordt deze in het zuidwesten in hoge mate gestimuleerd onder invloed van zoutlobby’s met relatief beperkte belangen. Landelijk uniformiteit in beleid ontbreekt. Sommige biologen beweren dat getij en zout bij Zeeland horen, maar verhullen de antropogene oorsprong van de zeegaten. De mens zelf gaf er de zee de kans het lage land zwaar aan te tasten. Dit resulteerde in eilandpolders te midden van zeegaten. Het verder binnenhalen van zout en getij is dan ook historisch geografisch onjuist.

Het primaire belang eerst
Het visionaire Deltaplan voorzag in het weer sluiten van de kustlijn voor optimale veiligheid en in versterking van de zoetwaterhuishouding voor de eilanden. Zoete Zeeuwse wateren, waaronder een zoet Grevelingenmeer. Daarmee werd vooruit verdedigd, zowel wat de waterveiligheid betrof als tegen de verzilting. Met de blijvende relatieve zeespiegelstijging zet de verzilting sluipend en ondermijnend door.

Primair van belang is het zoete(re) water naar de kust te brengen om de toenemende verzilting van bodem en oppervlaktewater landinwaarts zoveel mogelijk te vertragen. Daar zou maximaal op gestuurd moeten worden. Er kleven wellicht bepaalde onvolkomenheden aan het Deltaplan in biologische zin, maar deze hoeven niet te leiden tot onnodige tegendraadse ingrepen met schier onomkeerbare effecten.

Ir. W. Lases

 

 


WELKE KOERS KIEST MINISTER SCHULTZ?

 

| 25-11-2015 | 01:10 uur |


 

WELKE KOERS KIEST MINISTER SCHULTZ?

 

De komende reactie van minister Schultz naar de Tweede Kamer op de uitkomst van de studie naar Plan Spaargaren kan de richting bepalen naar een klimaatbestendig Nederland. Als de afname van de minimum rivierafvoeren in de zomer blijft zoals voorspeld, dan is er met het huidige Deltaprogramma rond 2050 geen houden meer aan en bedreigt de algehele verzilting zowel de zoetwatereconomie als de drinkwatervoorziening. Wil Borm, van de Adviesgroep Borm & Huijgens, benadrukt in dit artikel het belang van zekerheid, waaraan Plan Spaargaren een grote bijdrage kan leveren. 

Het visionaire Deltaplan, dat voorzag in een zoet Zeeuws merengebied met een overvloed aan zoet water, verdween indertijd deels uit beeld. De Oosterschelde bleef zout met getijden en de Grevelingen werd een zoutwatermeer. Een zoet Grevelingenmeer is echter op termijn zeer gunstig voor landbouw en industrie en om de algehele verzilting een halt toe te roepen. Mocht er iets mis gaan met het IJsselmeer, dan geeft een zoetwaterbuffer in het zuidwesten garanties voor de zoetwatervoorziening.

Na het lezen van de scherpe analyses van ir. W. Lases over de Zeeuwse verzilting wordt des te meer duidelijk waar het om draait. Wij raden u aan om hierover de vele deskundige artikelen van de afgelopen jaren in Waterforum Discussieforum eens na te lezen. Het zal u de ogen openen.

Het zoveelste Deltacongres
Op 5 november was het Nationaal Deltacongres wederom een ‘feel-good’ bijeenkomst. Propaganda en organisatie bleef immers in handen van de samenstellers van het Deltaprogramma zelf. Samenhang ontbrak in de verstrekte folders over ‘Leven in de Nederlandse Delta’, die alle vermelden dat het reageren op de onvoorspelbaarheid het leven in de delta zo boeiend en stoer maakt. Dat klinkt spannend, maar zekerheid is zoveel beter. Zolang er geen landelijke eenheid in verziltingbeleid is en duurzaamheid te wensen over laat, schiet het Deltaprogramma schromelijk tekort wat betreft waterveiligheid en zoetwatervoorziening.

Schuiven met resterend zoetwater
Zo achten de beleidsmakers de buffer aan zoetwater op het Haringvliet en Hollands Diep wel voldoende, maar merkwaardig genoeg weerhoudt het hen niet om met een Kierbesluit weer zoutwater op het Haringvliet te brengen, waardoor tegendraads inlaatpunten voor zoetwater naar het oosten worden verplaatst. Verder is men voornemens het Volkerak-Zoommeer (VZM) te verzilten en komen diverse eilanden aan het zoetwaterinfuus via aanvoer door de Roode Vaart. De voorlopige besparing van 25 m3/s aan zoetwater door een zout VZM komt ten goede aan Midden en West Nederland. Een druppel op een gloeiende plaat en weinig zinnig. Temeer daar deze regio zelf planologisch de tering niet naar de nering zet met betrekking tot het zoetwaterverbruik. Door uitbreidingswijken te blijven plannen en realiseren in dit gebied, waar polders rond de kernen nogal eens op – 5m N.A.P. liggen, wordt door onderbemaling zout water aangetrokken en dat vergt op zijn beurt weer meer en meer zoetwater. Daarnaast vraagt de strijd om het veen te beschermen om veel zoetwater. Er wordt hier al lang een achterhoedegevecht geleverd tegen verzilting, terwijl de zoutwaterdruk evident is met de ligging beneden de zeespiegel. Het zou veel logischer zijn om zich er voor te bereiden op echte verzilting of op het onder (zoet)water zetten. Dat zou veel kunnen besparen. 

Een einde aan de zoetwaterverspilling
Het meest effectief is echter Plan Spaargaren, dat de aanleg van zeesluizen in de splitsing van de Oude en Nieuwe Maas omvat en zo de Nieuwe Waterweg aan de oostzijde afsluit. Dit maakt een einde aan het grootschalig zoetwaterverlies. Kennisopbouw door inzicht, onderzoek en betrouwbare gegevens zijn onmisbaar. Dat pleit voor het huidige onderzoek naar Plan Spaargaren. Gezien de vele onzekerheden (in metingen, aannames of modellen) kiest Plan Spaargaren voor een robuuste veiligheidsfilosofie en tevens extra baten voor de buitendijkse gebieden en de zoetwatervoorziening. Deze hoofdkeuze heeft invloed op het hele landelijk watersysteem en is de sleutel tot een klimaatbestendig Nederland. Plan Spaargaren creëert een omvangrijke zoetwaterbuffer. Met zeesluizen worden de bordjes in de delta verhangen en de mogelijkheden en duurzaamheid van het Deltaprogramma aanzienlijk vergroot.  

Herziening Deltaprogramma
Alleen preventief beleid, in het verlengde van de Zuiderzeewerken en de Deltawerken, is de juiste aanpak. Wat betekent dat voor het huidige Deltaprogramma en de deltabeslissingen? Ook al zijn de bestaande rapporten nog zo zwaarwegend, is er na jaren consensus bereikt en wordt de inspraak vakkundig afgewimpeld, dan nog dient er een streep gehaald te worden door plannen die averechts of overbodig zijn. Uiteraard zal men een deel van de projecten kunnen herzien in een integraal kader en afstemmen op de lange termijn.

In het Projectenboek 2016 van de Unie van Waterschappen staan overigens vele nuttige projecten, die in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma zonder meer uitgevoerd kunnen worden. Het werk hoeft dus niet stil te liggen. 

Vakmensen aan het roer
Wanneer alle voordelen van zeesluizen bij de diverse belangenorganisaties bekend zijn én onderkend worden kan Plan Spaargaren rekenen op een breed maatschappelijk draagvlak. Welvaart en milieu plukken er de vruchten van. Ook telt hierbij onze mondiale verantwoordelijkheid. De hoeveelheid verbouwbare grond op aarde is beperkt. Door effectief gebruik ervan kan de toenemende wereldbevolking gevoed worden. Tekorten aan zoetwater nemen wereldwijd toe. Nederland kan als exportland van zoetwater een belangrijke rol gaan vervullen.

Het wordt hoog tijd dat vakmensen met fundamentele kennis van waterveiligheid en zoetwatervoorziening sturing gaan geven aan het Waterschap Nederland en dat ze op basis van gericht onderzoek en integrale afwegingen komen tot verantwoorde besluiten. Dit vraagt om een effectieve reorganisatie van de leiding, de koers en de werkwijze van het Deltaprogramma.

De koers van minister Schultz
Wij gaan er van uit dat de minister als eerste de voordelen van het Plan Spaargaren gaat omarmen en daarmee het startschot geeft voor een radicale koerswijziging van het Deltaprogramma. Zij heeft daarbij de onvoorwaardelijke en brede steun nodig van de Tweede Kamer. Laten we erop vertrouwen dat de vorig jaar met grote meerderheid aangenomen motie Geurts een positief vervolg krijgt. De Adviesgroep Borm & Huijgens is optimistisch.

 


OVER WATER – 18

 

| 21-11-2015 | 13:30 uur |


 

16 november
Portefeuillehoudersoverleg (PHO) over de waterontwikkelingen in de gemeente Dongen ter voorbereiding van het bestuurlijk overleg met deze gemeente. 

17 november
Samen met collega Huub Hieltjes (verantwoordelijk voor de regionale keringen) een PHO over de havenplannen van de gemeente Waalwijk, die met haar plannen een primaire kering raken en een regionale kering en tal van effecten hebben op het totale waterbeheer in dat gebied. De Waalwijkse plannen zijn complex en omvangrijk en zullen leiden tot een forse aanpassing van het beheer van het water in een groot gebied. Het plan biedt ook meekoppelkansen en om werk met werk te maken en zo kosten te besparen.

18 november
In de ochtend bestuurlijk overleg met wethouder Jan-Willem Stoop van de gemeente Drimmelen. Op de agenda stonden onder andere de inhaalslag keur en oneigenlijk grondgebruik en de lacune (stukken land die waterkeren doch formeel geen dijk zijn) bij Terheijden en de herinrichting van een perceel aan de Amerweg. De afspraak werd gemaakt om samen met de gemeente de bewoners en bedrijven gelegen aan de lacune bij Terheijden te benaderen en de procedures van de aanpak van deze lacunes met hen te bespreken. Het perceel aan de Amerweg wordt heringericht met circa 200 bomen die elders zijn gekapt, waarbij het gebied een natuurlijk en openbaar karakter krijgt. 

natuurpoortIn de middag ben ik naar de netwerkbijeenkomst van het Vitaal Leisure Landschap van het gebied Hart van Brabant. Locatie Natuurpoort De Rooverstsche Leij (nabij Goirle) geweest. Dat gebied is een bezoek zeker waard.
Er waren een 8-tal presentaties, gegeven door leerlingen van de NHTV, over mogelijke “slow leisure” projecten van recreatie ondernemers die de onderlinge samenwerking en het toerisme verder zouden kunnen bevorderen. 

19 november
Vandaag een lange dag als jurylid bij de netwerkbijeenkomst van het gebied Landstad De Baronie in de van Gogh kerk te Etten-Leur. De kerk en het erin gevestigde museum zijn een bezoek zeker waard. Er waren een 8-tal korte presentaties van projecten met als oogmerk ‘natuurlijk ondernemen in de Baronie’ en tal wan werksessies. Aan een drietal projecten mocht de jury een subsidie toekennen. Geld uitdelen is altijd leuk, maar het moet wel gebeuren met de goede argumenten en ook degenen die naast de ‘pot met goud’ pakken hebben recht op een aantal suggesties hoe ook hun projecten tot een succes te maken. Wat mij opviel was dat de drie winnaars projecten waren die door vrouwen gepresenteerd werden. De projecten betroffen: een project van ontdekkend leren gericht op basisschool leerlingen die in hun eigen omgeving de mooie plekjes ontdekken (Alphen-Chaam), gepresenteerd door een moeder met dochtertje. Een project “sporen in beeld” waardoor het Bels Lijntje een perron en de oude douaneloods die setting krijgen (met sporen) die het gezien de geschiedenis verdient. Dit project werd gepresenteerd door een enthousiaste jonge vrouw die op een voortreffelijke wijze de zaal meenam naar een toekomst van het Bels Lijntje zoals zij die zag. Het derde project wat in de prijzen viel was een project dat de fruitgaard nabij het Vloeiweide monument in de oude luister wil herstellen en daarmee de aandacht van een eventuele voorbijganger trekken voor het monument en haar geschiedenis. De vrouwelijke presentator was de bescheidenheid zelve.  

20 november
pal lezingDe PAL-lezing bezocht. De lezing ging over de ruimtelijke metamorfose van Nederland 1988-2015. Feitelijk ging het over de uitwerking/realisering van de 4e nota ruimtelijke ordening die als titel had “Nederland in 2015, daar wordt nu aan gewerkt”. Het was een leerzame lezing gegeven door Ries van der Wouden van het Planbureau voor de Leefomgeving. Wat mij het meest verbaasde was de opmerking van deze ambtenaar over de realisering van het nieuwe Rotterdam CS, het enige HSL station dat binnen de tijd en binnen budget was gebouwd. Dit noemde hij een “heel bijzondere prestatie”. Als rijksambtenaren het een heel bijzondere prestatie noemen als iets binnen de tijd en budget gerealiseerd wordt, wat zegt dat dan over hun denken over de besluiten van politici die de plannen en budgetten hebben goedgekeurd? Eenmaal goedgekeurd is toch geen vrijbrief om daarna te doen wat je wilt! Of geeft dit een inkijk dat planning- en budgetvoorstellen per definitie op rijksniveau te positief worden voorgesteld om deze politiek er door te krijgen?

 

Louis van der Kallen

 


RESISTENTE BACTERIËN EN ONZE ZUIVERINGEN

 

| 19-11-2015 | 14:15 uur |


 

 

antibioticaAls waterschapsbestuurder denk ik vaak na over de toekomst en de problemen waarvoor we in de (nabije) toekomst gesteld zouden kunnen worden. De verbetering van de behandeling van water heeft in Nederland globaal vanaf 1880 een enorme verlaging van de sterftecijfers als gevolg van infectieziekten gegeven. 

De aanleg van drinkwaterleidingen, de aanpak van afvalwaterzuivering en de kwaliteitsverbetering van (zwem)wateren heeft een forse bijdrage geleverd aan de terugdringing van infectieziektes. Na de oorlog kwam daar de ontwikkeling en het gebruik van antibiotica bij. Nu zien we steeds vaker de uitbraak van infectieziekten veroorzaakt door resistente bacteriestammen. De wetenschap wijst voor de oorzaak daarvan op het vaak overmatig en ondoelmatig gebruik van antibiotica.

In 2013 is verschenen “het einde van de antibiotica” van Rinke van den Brink.  De schrijver schetst een weinig aantrekkelijk toekomstbeeld als het gaat over de effectieve aanpak van infectieziekten. Oorzaak is het ontstaan van multiresistente bacteriestammen. Vooral in landen die per hoofd van de bevolking een grote consumptie van antibiotica kennen, zoals India, Griekenland en Italië is het voorkomen van multiresistente bacteriën reeds een groot probleem. In Nederland is het humane gebruik van antibiotica relatief laag. Maar het gebruik in de veeteelt fors. 

Recent is er naar aanleiding van een Engels onderzoek een artikel verschenen dat bij mij als waterschapsbestuurder de alarmbellen deed rinkelen. In een heel grijs verleden heb ik mij in een hobbystudie (medisch leerling analist) een aantal grondbeginselen eigen gemaakt van bacteriologie. Hierdoor realiseerde ik me gelijk dat de uitkomsten van het Engelse onderzoek betekenis kan hebben voor de huidige zuiveringsmethode. Feitelijk zuiveren wij afvalwater bij een wat hogere temperatuur in een zuurstofrijk en voedselrijk milieu en dat afvalwater bevat zowel veel bacteriën als antibiotica c.q. restanten daarvan in lage doseringen. Die omgeving is ideaal voor bacteriën om zich te vermenigvuldigen en een resistentie tegen antibiotica te ontwikkelingen.

Gelukkig is dit probleem reeds onderkend en is het Stowa een tweetal onderzoeken gestart om dit ‘probleem’ in kaart te brengen, te weten: rol afvalwaterketen in verspreiding van antibioticaresistentie en antibiotica resistentie en afvalwaterbehandeling

Resistente bacteriën is een groeiend probleem dat mogelijk zal moeten leiden tot andere of aangepaste zuiveringsmethoden van afvalwater. Voor nu betekent het wat mij betreft bestuurlijke steun aan voornoemde onderzoeken en het besef dat bij investeringen in de zuiveringen van het waterschap steeds bedacht moet worden wat kunnen we nu reeds doen om het probleem aan te pakken en wat zijn de mogelijke consequenties van deze investeringen voor de toekomst van onze zuiveringen?

 

Louis van der Kallen