OVER WATER – 4

 

| 22-06-2015 | 13:15 uur |


 

waterschapswetVan 6 juni tot 20 juni was ik op vakantie naar de Orkney eilanden. Over enkele weken zal mijn reisverslag te zien zijn op http://louisvanderkallen.nl/ onder vakanties. Dat betekent niet dat ik in die tijd niets aan ‘water’ heb gedaan. Ik heb in deze vakantie het boek “De waterschapswet een artikelsgewijs commentaar” uitgegeven door de Unie van Waterschappen gelezen. Maar ik heb ook geanalyseerd wat de samenstelling is geworden van de dagelijkse besturen (DB) van de 23 waterschappen. Dit mede omdat er politieke partijen zijn die keer op keer de discussie oprakelen over de geborgde zetels in de algemene besturen (AB) van waterschappen.

De rechtstreeks gekozen vertegenwoordigers voor ingezetenen bezetten in de AB’s 462 zetels. De vertegenwoordigers van ongebouwd (de agrariërs) bezetten  in de AB’s 79 zetels. De vertegenwoordigers van de bedrijven bezetten 69 zetels en die van natuurterreinen 30 zetels. Die verdeling is bij wet/provinciale verordening vastgelegd. Partijen zoals de PvdA vinden dat de geborgde zetels (voor de agrariërs, bedrijven en natuurterreinen) zouden moeten verdwijnen. Ik deel die mening niet. Niet zonder reden heeft de wetgever in zijn wijsheid besloten dat bepaalde belangen altijd vertegenwoordigd moeten zijn in het functionele bestuur van het waterschap. Juist voor die geborgde belangencategorieën is de beschikbaarheid van wateren en een goede werking van het watersysteem van heel groot belang voor hun voortbestaan. Wat opvalt is dat de vertegenwoordiging van ingezetenen in de DB’s (72 van de 101 zetels) globaal overeen komt met hun percentage zetels (72 %) in de AB’s. Wat wel opvalt is de verdeling van de 29 DB zetels over de geborgde categorieën. De vertegenwoordigers van natuurterreinen hebben geen enkele DB zetel kunnen bemachtigen. De vertegenwoordigers van bedrijven hebben met hun 11 % van de zetels in de AB’s 9 % van de zetels in DB’s verworven en zijn dus net als de vertegenwoordigers van natuurterreinen ondervertegenwoordigd in de DB’s. De vertegenwoordigers van de agrariërs hebben met 12 % van de zetels in de AB’s 20 % van de zetels verworven in de DB’s. Ten opzichte van de vorige periode is vooral de vertegenwoordiging van bedrijven in DB’s achteruit gegaan en die van ingezetenen gestegen.  Wat dit feitelijk betekent zal moeten blijken. In het verleden beheerden de vertegenwoordigers van bedrijven vooral de portefeuilles financiën en brachten daarmee hun kennis van bedrijfsvoering en geld in. In ons waterschap is dat gelukkig zo gebleven.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 3

 

| 13-06-2015 | 04:30 uur |


 

4 juni

 

 

ministerie van v en jIn de morgen was er een bijeenkomst van de Noord-Brabantse waterschapsbond voor de 4 DB’s van de in Noord-Brabant actieve waterschappen. Kennismaken was het devies en kijken hoe we de samenwerking kunnen versterken en wat onze inzet zal zijn in de gezamenlijke overleggen met maatschappelijke organisaties. Gastheer was het waterschap Aa en Maas.

Om 19.30 uur was het overleg van de werkgroep cultuur. Dit keer in Bergen op Zoom. In het gehele AB leeft de opvatting dat in procedures het één en ander moet veranderen om het meer mogelijk te maken het AB aan de voorkant van de besluitvorming te betrekken bij de ontwikkeling van beleid.

Bij het openmaken van de post bleek op deze dag dat er voor mij een opsteker in de stapel  zat. Een brief van de Dienst Justis van het Ministerie van Veiligheid en Justitie met mijn Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Het verkrijgen van dit ‘papiertje’ was niet eenvoudig. Buiten de kosten (€ 30,05 kan het voor een veroordeelde leek een heel gedoe worden. Ik moest eerst een formulier invullen en daarmee naar de gemeente. Daar vulde een welwillende ambtenares, op 20 maart, het allemaal in op de computer en maakte zij een uitdraai ter ondertekening. Alles was ingevuld behalve het vakje advies van de burgemeester. Als leek denk je dan dat gebeurt later. Maar dat bleek een misvatting. Toen ik een brief van de Dienst Justis kreeg met het bericht dat ze voornemens waren mijn aanvraag voor een VOG af te wijzen en ik een zienswijze kon inzenden ging ik op onderzoek om uit te vinden wat het advies van de burgemeester was, zodat ik dit eventueel kon gebruiken bij mijn zienswijze. Er bleek geen advies en het bleek ook niet gebruikelijk. Het gebeurde alleen op uitdrukkelijk verzoek en dat was, zo bleek, nog niet eerder voorgekomen. Wel een beetje vreemd dacht ik. Een vakje op het scherm bij een ambtenaar dat niet wordt ingevuld! Bij navraag elders bleek ook daar dat burgemeesters niet standaard gevraagd worden om het advies. Ik vind dat vreemd. Want soms is de burgemeester bekend met zaken waar de ambtenarij niet van op de hoogte is en kan die kennis wel relevant zijn. Voor mij was het geen drempel om een zienswijze in te dienen. De wettelijke termijn om op een aanvraag te beslissen is acht weken. Ik had dus verwacht dat ik op 15 mei de beslissing zou hebben ontvangen. Op 27 mei de dag van de benoeming van het DB door het AB was er nog geen beslissing en moest ik er vanuit gaan dat ik geen VOG zou ontvangen. Het was een pittige discussie in het AB over de veroordeelde zonder VOG, die wel voor mij goed afliep. Ik kreeg van een ruime meerderheid toch het mandaat. Toch hoopte ik dat de VOG wel af zou komen. En hij kwam tot groot genoegen van mij en mijn (bestuurlijke) omgeving. Eind goed al goed!  

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 2

 

| 06-06-2015 | 04:00 uur |


 

 

1 juni

Op maandag 1 juni was de jaarlijkse bestuurdersdag van de Unie van waterschappen. Dit keer gehouden in Slot Loevestein. Dr. Laurens de Graaf docent Bestuur en beleid van de Universiteit van Tilburg gaf een presentatie over burgerbewust besturen. Hij verraste de aanwezige waterschapsbestuurders met een Youtube filmpje van “Zondag met Lubach” over de waterschapverkiezingspromotie.

De persiflage was niet alleen leuk maar ook confronterend. Hoewel ik soms mijn eigen gedachten bij de vertoning had. Want toen Lubach verzuchtte over de waterschappen: “geen idee dat ze nog bestonden”, was mijn gedachte: dat dit voor een land grotendeels onder de zeespiegel eigenlijk goed nieuws was. Dijkgraaf Geluk van waterschap Hollandse Delta was helder: “wij doen ons werk zo goed dat het bijna niet opvalt.” Ik ben het daar van harte mee eens. Maar politieke bestuurders willen juist wel opvallen. Want anders is je bekendheid naatje en is de kans groot dat je niet gekozen wordt vanwege onbekendheid.

Dijkgraaf Glas van waterschap de Dommel sloeg de spijker op zijn kop met zijn verzuchting: “naarmate we het beter doen, wordt het politiek stiller om je heen.” Dat is zo. Maar kijk naar het nieuws. Waar bestaat dat uit? Vooral over zaken die niet goed gaan. Dan kom ik als waterschapsbestuurder liever niet in het nieuws, want dan gaat het goed en is Nederland veilig.

De zaal was vooral gevuld met nieuw gekozenen. De meeste oudgedienden waren thuis gebleven. Ze hadden naar mijn beleving ongelijk. De presentatie over vooral burgerparticipatie was de moeite waard en bevatte veel suggesties hoe bestuurders het konden aanpakken. Maar veel was toch nog geredeneerd vanuit het openbaar bestuur en niet vanuit de burger. Ik voel meer voor ‘bestuurdersparticipatie’. Niet de burger te gast bij de overheid en haar plannen, maar de bestuurder te gast bij de plannen van de burgerij om te kijken hoe burger initiatieven beter ondersteund zouden kunnen worden.

Aan het begin van de avond was ik uitgenodigd om voor de leden van de Markiezaatskamer in de Draak een presentatie te geven over het waterschap en haar activiteiten. Dat doe ik graag en het is altijd leuk om oud bekenden en nieuwe mensen te ontmoeten en ze iets te mogen vertellen over wat me bezighoud en over het grote onbekende waterschap. De discussie liet zien dat het voorzorgprincipe, zoals ik dat hanteer bij mijn werk als raadslid en waterschapsbestuurder, niet bij iedereen tussen de oren zit. Ook is er onder de leden van de Markiezaatskamer, die veel al bij het ouder worden de Juniorkamer moesten verlaten, nog veel van het vooruitgangsdenken bewaard gebleven. Maar verschillen in denken en achtergronden maken een discussie interessant en zinvol. 

 

2 juni

overdiepse polderOm de veertien dagen is dinsdag weer Dagelijks Bestuurdersdag. Vandaag de eerste van deze periode. Voor mij was het belangrijkste agendapunt de portefeuilleverdeling. Ik ga in grote lijnen doen waar ik van 2009 tot februari 2014 ook mee bezig was. De waterschapsprojecten in de gemeenten: Drimmelen, Oosterhout, Waalwijk, Dongen, Loon op Zand, Tilburg, Gilze en Rijen, Goirle en Geertruidenberg, alsmede het Ruimte voor de rivier project Overdiepse Polder, cultuurhistorie en het regionaal archief. Er bij is gekomen de uitvoeringprojecten primaire keringen. Dat zijn de komende dijkverbeteringen langs de Maas, Bergse Maas het Hollands Diep en de Amertak. En voor zover het mijn projecten en taken betreft: duurzaamheid, innovatie en klimaatadaptatie. Vooral ten aanzien van dat laatste ben ik blij dat de waterschapsinzet voor klimaatadaptatie de komende tientallen jaren zichtbaar zal gaan worden en dat ik daarmede een rol in mag spelen. 

Voor de verder portefeuilleverdeling kijk eens op de website van het waterschap.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER

 

| 01-06-2015 | 14:00 uur |


 

27 mei

Groene-BoomkikkerVooruitlopend op de benoeming in de avond had ik in de middag een portefeuilleoverleg met de ambtenaar die mij gaat ondersteunen bij de commissie waterkeringen van de Unie van waterschappen en een overleg met de ambtenaren die het project Boomkikker (een EVZ die twee populaties van boomkikkers verbindt) begeleiden.

Vrijdag 29 mei stond de commissievergadering op de agenda de en zaterdag 30 mei een paneldiscussie georganiseerd door de golfclub Toxandria over de boomkikker. Ik werd goed voorbereid voor beide bijeenkomsten.

Na een stevige discussie over mijn veroordeling voor het openbaar maken van stukken van de gemeente Bergen op Zoom die naar de mening van de rechtbank geheim hadden moeten blijven, werd ik door de algemene vergadering toch benoemd tot lid van het dagelijks bestuur. Ik haalde 21 van de uitgebrachte 29 stemmen. Ik zelf mocht niet meestemmen. Na een afwezigheid van ruim 15 maanden mocht ik weer gaan doen wat ik leuk vind en waar ik denk een goede bijdrage aan te kunnen leveren. Kiezers op Ons Water, kandidaten en AB leden bedankt. Ik ga weer mijn best doen voor een veilig en mooi West-Brabant, waar het voor mens, dier en plant goed toeven is.    

29 mei

Vandaag eerst naar de commissie waterkeringen van de Unie in Amersfoort. Hier stond het ontwerp van de nieuwe waterwet op de agenda met onder andere de nieuwe normering primaire waterkeringen. Voor ons waterschap was vooral belangrijk dat in ons gebied de status van de Drongelens kanaaldijk niet zou veranderen. Die dijk willen we graag van Rijkswaterstaat (RWS) overnemen, maar dan wel in een goede en veilige staat van onderhoud. De discussie over die dijk voerde het waterschap en ik al jaren met RWS en wij willen die snel afronden zodat bewoners en ondernemers achter die dijk zich weer terecht veilig kunnen voelen.  Na de commissie als een haas naar de Overdiepse Polder voor een presentatie aan ongeveer 50 studenten van een hoge school. Het ging als vanouds. Een student vroeg in de bus tijdens de rondleiding of ik wel eens een carrière in het onderwijs had overwogen? Mijn waterdag kon niet beter eindigen.

30 mei

Het eerste deel (die we fase 2 noemen) van een ecologische verbindingszone (EVZ) voor de boomkikker op het landgoed Toxandria werd op 30 mei feestelijk in gebruik genomen. In mijn eerste periode als DB-lid had ik de samenwerkingsovereenkomst voor dit project namens het waterschap mogen tekenen. Dus, ondanks dat ik er 15 maanden tussenuit was geweest, was ik redelijk goed op de hoogte van wat er in de tussentijd gerealiseerd was. Het eerste deel was gereed en was samen met het gerealiseerde ‘Boomkikkerpad’ door boomkikker en wandelaar in gebruik genomen. Heel leuk was dat het geluid van de boomkikker al werd gehoord. De EVZ werkte dus. Alle aanleiding om nu met de andere drie deeltrajecten aan de slag te gaan. Werk dus aan de winkel voor het waterschap en de gemeenten Breda en Gilze en Rijen. De paneldiscussie tussen de vijf ‘deskundigen’, vertegenwoordigers van belanghebbende organisaties, werd deskundig geleid door de betrokken wethouder Aletta van der Veen van de gemeente Gilze en Rijen. Ik vermaakte me uitstekend als panellid, hoewel de eindconclusie van de afsluitende voorzitter van de golfclub over mij was; “niet strak in het pak wel strak in de regels”. We willen als waterschap best flexibel zijn over de ‘aanbesteding’ van het onderhoud en de inzet van vrijwilligers. Maar het moet wel goed gebeuren zodat de EVZ goed blijft/gaat functioneren en de waterbergende functies ook in stand blijven en dit ook nog binnen de regels, deels opgelegd door de wetgever als het gaat over aanbesteden,  die wij hebben te volgen. Dit laat onverlet dat de realisering en onderhoud van dit soort projecten heel goed en met derden en vrijwilligers moet kunnen. Alleen al om zaken betaalbaar te houden zal dat moeten. Maar dat vergt meer dan alleen een cultuuromslag. Ook de wettelijke regels dienen dan aangepast te worden.

Louis van der Kallen