OVER WATER – 19

 

| 28-11-2015 | 10:15 uur |


 

23 november

In de middag in Theater De Mythe te Goes een bijeenkomst van wethouders en waterschapsbestuurders uit het gebied van Samenwerking (afval)waterketen Zeeland. Voor mij interessant omdat bij deze bijeenkomst ook de Stowa en Rioned betrokken waren. Een leerzame bijeenkomst en discussie onder de deskundige leiding van Karla Peijs, de oud commissaris van de Koningin van Zeeland en oud voorzitter van de Visitatiecommissie Waterketen. Veel leermomenten die ik kan gebruiken bij mijn bestuurlijke trekkerschap van de werkeenheden Hart van Brabant en Werkeenheid 4 (gemeenten Oosterhout, Drimmelen, Geertruidenberg, Werkendam, Woudrichem en Aalburg). Wethouders van de Zeeuwse gemeenten waren massaal aanwezig. Van de gemeenten in West – Brabant was alleen de leergierige wethouder Paul de Beer van Breda aanwezig. Die kwam wel kennis en inspiratie opdoen. Waar was Bergen op Zoom? Was de eerste vraag die bij mij op kwam. Ze bleken In Domburg te zitten! Vast ook om inspiratie op te doen. Mijn vraag is dan altijd waar is het voornemen om vooral Bergse ondernemers de klandizie te gunnen. Het deze week ook geplande college bezoek aan Veere zal zeker water inspiratie opleveren. De wethouder van Veere die ik gesproken heb was daar van overtuigd.

24 november
Groene-Boomkikker
In de morgen DB vergadering met onder andere de agendapunten: EVZ boomkikker (Breda, Gilze en Rijen), blauwalgenoverlast, afvalwaterakkoord Gilze en Rijen. Maar het mooiste vond ik zelf het verzoek/plan van een ondernemer die zich wil storten in de natte rijstteelt in een waterberging en daar zelfs een karbouw voor wil inzetten. Als het lukt kan het zelfs een toeristische attractie worden!

Later op de dag een PHO over het dijkverbeteringproject Geertruidenberg/Amertak.

25 november
Thema AB met als onderwerpen: bestuurlijke integriteit en asset management (hoe gaan we om met onze bezittingen/installaties). Bij het onderwerp bestuurlijke integriteit was er een interessante bijdrage van Hans Groot van Bureau Integriteitbevordering Openbare Sector (BIOS). Bij het onderwerp asset management werden wij als bestuursleden aan het werk gezet om zelf tot prioriteiten te komen.

26 november
En hele dag in Den Bosch, lokatie Koning Willem 1 college (School voor de Toekomst) op het Festival Ruimtelijke Kwaliteit 2015. Een leerzame bijeenkomst waar ik zelf drie sessies bijwoonde over de mogelijke alternatieven voor een aanpak van een weg (N625) tussen Den Bosch en Oss. Er mocht uitgebreid gedroomd worden. Normaal ben ik daar niet zo voor, maar in de ‘School voor de Toekomst’ in een oranje lokaal liet ook ik mijn fantasie een beetje los. Wat mij voor al opviel was dat gemeentelijke en provinciale beleidsambtenaren en wethouders zich wel heel weinig gelegen laten liggen aan het feit dat deze weg deels gelegen is op een dijk. Dus dat het water van de Maas ook in de toekomst wel gekeerd moet kunnen worden. Gelukkig kon ik als waterschapsbestuurder hier en daar de dromers een beetje terug op aarde krijgen.    

Louis van der Kallen

 


ONGEZOUTEN KRITIEK OP PLANNEN GREVELINGEN EN VOLKERAK

 

| 25-11-2015 | 01:25 uur |


 

ONGEZOUTEN KRITIEK OP PLANNEN GREVELINGEN EN VOLKERAK

 

Om een eigen doel te bereiken signaleert men eerst een probleem, bij voorkeur een milieuprobleem. Er wordt geconstateerd dat er sprake is van slechte waterkwaliteit, van areaalverlies of van verloren waarden. Het aanpakken ervan klinkt idealistisch en onbaatzuchtig en is een goed middel om een breed draagvlak te verwerven. De eigen plannen worden aangedragen als de oplossing, waarbij tevens een rooskleurig toekomstbeeld wordt voorgespiegeld. Vervolgens drukt men het eigen doel door.

Vaak lukt het ook nog om subsidiebronnen aan te boren. Dat maakt de realisatie goedkoper en met een beetje creativiteit kan men zelfs van een rendabel project spreken. De werkelijke kosten worden verhuld en de onderbouwing stoelt op halve waarheden. Heel wat natuurorganisaties, projectontwikkelaars en overheidsinstanties werken al jaren met deze succesformule en welvaartsgeld verdwijnt zo in een bodemloze put. Dat ook de Rijksstructuurvisie Grevelingen –Volkerak-Zoommeer deze werkwijze niet schuwt, illustreert ir. W. Lases in onderstaand artikel.  

Natuurlijke gelaagdheid in de Grevelingen
Door verbinding met de Noordzee via een kokersluis blijft het Grevelingenmeer in hoge mate zout. Die kokersluis was eigenlijk ontworpen om het Grevelingenmeer zoet te maken en te houden. In het verlengde van een veranderd beleid inzake de Oosterschelde is indertijd ook de beslissing genomen om het meer vooralsnog zout te houden en niet zoet te maken. Een zoet Grevelingenmeer zou echter niet alleen voor Schouwen-Duiveland, maar voor de hele Zuidwestelijke Delta van grote betekenis zijn. Kenmerkend voor zo’n groot en diep zoutwaterbekken,  komt er zowel thermische- als zoutgelaagdheid voor.  Gelaagdheid is een fenomeen van alle diepere meren in Nederland en geeft een zuurstofloze onderlaag. In het Grevelingenmeer bevinden zich in het westelijk deel twee oude diepe zeegeulen. De zuidelijke geul is het diepst, meer dan 35 meter. Het grensvlak ligt op 16 meter diepte (stichting Anemoon 2013) met een overgang van afnemend zuurstofgehalte vanaf 9 meter. Ook is waargenomen dat het omhoog kwam tot ca. 6 meter onder het oppervlak. Er is geen reden te bedenken waarom dit nog verder omhoog zou komen.

Van sommige beleidsmakers mag deze natuurvorm niet bestaan en daarom wordt de gelaagdheid plots als een ‘waterkwaliteitsprobleem’ aangemerkt. Nu wil men met een brede bres van 4 meter diep in het noordelijk deel van de Brouwersdam gedempt getij brengen op het Grevelingenmeer. Wettigen de beperkte belangen zo’n fundamentele grote ingreep die honderden miljoenen kost en waarbij de weg naar een zoet Grevelingenmeer in de toekomst onmogelijk wordt? 

Gelijk met de uitvoering van de bres in de Brouwersdam wil men turbines voor getijdenenergie plaatsen. Dit project zal zelfs met extra overheidssubsidie en alle voorinvesteringen nauwelijks rendabel kunnen zijn. Bovendien is onbekend wat voor schade die turbines aan de zeedieren toebrengen. Men verwacht, dat het getij door de bres een zodanige menging teweeg zal brengen, dat de zuurstofloze laag wordt opgeruimd, maar dit zal niet het geval zijn. Wel zal het grensvlak van de zuurstofloze onderlaag omlaag worden gebracht. Er zijn echter andere mogelijkheden om dit te bewerkstelligen, zoals het aanbrengen van een dichtheidsscherm voor de kokersluis. Zo’n scherm is aan de onderkant open en zuigt als een stofzuiger in de laagwaterfase het zuurstofloze water aan de bodem naar de Noordzee en in de hoogwaterfase wordt zuurstofrijk water vanuit de Noordzee naar de onderlaag gevoerd. Deze keuze is veel goedkoper en houdt de toekomstmogelijkheid van een zoet Grevelingenmeer open. 

Objectivering ook noodzakelijk bij het Volkerak-Zoommeer (VZM) Een ‘waterkwaliteitsprobleem’ kan zich al voordoen als onder de gegeven omstandigheden de waterkwaliteit naar het gevoelen van de mens een negatieve wending neemt en men er last van krijgt. Objectivering is daarom een eerste vereiste. Men constateerde blauwalgenbloei in een beperkte periode van de zomer op het VZM. Esthetisch niet prettig en het kan huidirritatie veroorzaken. Elke milieuomslag kenmerkt zich door tijdelijke explosieve groei van enkele organismen. De kunst is geduld te hebben met de natuur en er zoveel mogelijk met de vingers van af te blijven. Intussen is door het ontstane natuurlijke evenwicht van het zoete milieu de blauwalgenbloei sterk afgenomen. Wat men een waterkwaliteitsprobleem noemde, was in wezen een ecologische eruptie. Bij verzilting ligt wederom een vergelijkbare plaag, ditmaal van zoutresistente blauwalgen, voor de hand. Blauwalgen kunnen dan ook geen reden zijn voor zo’n drastische maatregel als verzilting. Dan blijft de stelling over, dat men zoet water zou besparen en dat er op termijn te weinig zoet water zou zijn om aan het afgesproken criterium van max. 450 mg Cl’/l te voldoen. Men vergeet dat er vóór de aanleg van de delta-infrastructuur veel meer zoet water van de grote rivieren ten goede kwam aan de Zeeuwse wateren, waardoor er een grote schakering aan lagere zoutgehaltes was, van belang voor het grondwater en de zoetwaterhuishouding op de eilanden. Men vergeet dat men aan het potverteren gaat van een gemengde overgangslaag in de bodem, die een buffer vormt tegen een te snelle verzilting. Men rekent zich ten onrechte rijk en waarvoor? Voor een schijntje meer zoet water voor Midden en West Nederland? Tevens wordt door een zout VZM een zoet Grevelingenmeer onmogelijk. Het benodigde zoete water om het VZM zoet te houden is er wel degelijk. Men verlaat nu zonder noodzaak een zoetwaterzone en brengt bewust verzilting verder het land in. 

Kritiek op loze plannen 
Met het Manifest Waterpoort en het lobbyen voor een getijdencentrale in de Brouwersdam lag er binnen de kortste keren een rijksstructuurvisie voor de regio, dat nog sneller tot stand kwam dan het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta. We mogen intussen concluderen dat zowel een bres in de Brouwersdam als een zout Volkerak-Zoommeer onnodig en ongewenst zijn. Maar inspraak blijkt een wassen neus en de plannen worden kost wat kost doorgezet. In kringen van biologen is de noodzaak van een zout VZM omstreden en Vlaanderen wenst het ook niet. De weerstand en de kritiek op de planvorming is hevig en groeit. Aanvankelijke voorstanders raken overtuigd van het feit dat verzilting weinig goeds kan brengen.

Gelukkig komt er op dit soort loze plannen steeds meer ongezouten kritiek vanuit regionale milieugroepen,waterschapspartijen, politiek, agrarische belangen en ideële organisaties. Het einde van ondoordachte planvorming en opportunisme moet dan ook in zicht komen.

Ir. Wil Lases

 

 


ZEELAND, ZOUT, ZOUTER, HET ZOUTST

 

| 25-11-2015 | 01:15 uur |


 

ZEELAND, ZOUT, ZOUTER, HET ZOUTST

 

Het oorspronkelijke Deltaplan voorzag dan wel in een zoet Zeeuws merengebied, maar uiteindelijk bleven Oosterschelde en Grevelingen geheel zout. Vervolgens stopte de aanvoer van rivierwater. Zeeland lag nog nooit zo sterk in het zout als nu. Alsof dit niet erg genoeg is, beoogt de deltabeslissing Zoetwater (!) om Zeeland buitensporig in de pekel te leggen door beperkt getij op het Grevelingenmeer toe te laten en het zoete Volkerak-Zoommeer (VZM) te verzilten. Zo wordt de indringing van zout nog verder landinwaarts verlegd naar de West-Brabantse rivieren met vrijwel onomkeerbare effecten voor het grondwater.

Welk doel dienen deze rigoureuze en uiterst kostbare ingrepen? 
Waar draagt deze planvorming bij aan waterveiligheid en zoetwatervoorziening en hoe verhoudt zich dit tot het algemeen belang? Ir. Wil Lases vraagt zich in dit artikel af welke argumenten de beleidsmakers hebben om daar geen rekening mee te houden. 

Natuurkrachten
In onze delta zijn we onderhevig aan de invloed van natuurkrachten op land en water en de interactie tussen zee en rivieren. Krachten die vele malen groter zijn dan de mens en die we alleen met inzicht en kennis enigszins kunnen geleiden. Zijn we de redenen voor het aloude visionaire Deltaplan voor de veiligheid en de waterhuishouding vergeten? Is het bewustzijn van de kracht en de macht van het water weggeëbd? Toch zal aan die lijn moeten worden vastgehouden om op lange termijn te kunnen overleven. 

Zoet water is kostbaar
De laatste vier eeuwen zijn onze zeearmen steeds sterker gaan uitschuren en dieper geworden. De verzilting nam daarmee sterk toe. Het zoutgehalte bleef evenwel vanaf de mondingen afnemen naar de Brabantse Wal, waar onder invloed van de rivierafvoeren het zoutgehalte het laagst was. Het zoutgehalte van water varieert van bijna 0 tot 19 gram Cl’/l. Zoet water voor de landbouw heeft een zoutgehalte van 0 tot 0,3 gram Cl’/l. Het maakt slechts 1,5% uit van het gehele interval aan zoutgehaltes. Het zo lang mogelijk zoet houden van oppervlakte- en grondwater is het algemene belang en gaat boven groepsbelangen. De mens leeft op het land van zoet water en wil overleven in de delta. Men moet zich dat goed bewust zijn. Daarbij komt dat zout water zwaarder is dan zoet water en het zoete(re) water gemakkelijk kan verdringen. Zoet water is uiterst gevoelig en een kostbaar goed.

Zelfredzaamheid eilanden gaat verloren
De eilanden konden zich goed redden met de zoetwaterbellen in de duinen en in de werpzanden, die eveneens boven de zeespiegel lagen. Hoe lager het zoutgehalte in de omgeving, hoe omvangrijker die zoetwaterbellen waren en kunnen zijn. Er komt inmiddels geen zoet water meer van de grote rivieren op de Oosterschelde en de Grevelingen. Deze wateren zijn nog nooit zo zout geweest en zouden dat met de bedoeling van het Deltaplan en ook zonder de huidige infrastructuur in geen eeuwen geweest zijn.

Door de deltabeslissing Zoetwater zal het Grevelingenmeer nog wat in zoutgehalte toenemen en het VZM, dat zich al dertig jaar als zoet meer ontwikkelt, wordt volledig ecologisch teniet gedaan met een zoutgehalte van 10 tot 16 gram Cl’/l. Dat is een aanmerkelijk hoger zoutgehalte dan vóór de delta-infrastructuur. Het open water in Zeeland wordt kunstmatig maximaal verzilt, zodat verdringing van het zoetere grondwater langzaam maar zeker plaatsvindt. De vraag naar zoet water op de eilanden en langs de rand van de lagere delen van de Brabantse Wal zal daardoor toenemen. Door afgravingen, zonder respect voor de natuur van het bestaande land, wordt steeds meer bodemweerstand tegen verzilting weggehaald. Dit heeft grote negatieve consequenties voor de mogelijkheden van zoetwaterbellen van enige omvang. Bovendien worden juist in de duinen en de hoog gelegen randen vakantieparken aangelegd, wat niet bevorderlijk is voor de kwaliteit van zoet grondwater en de omvang er van. Het aanleggen van pijpleidingen vanuit het Brabantse om de eilanden van zoet water te voorzien en ’s winters te injecteren in de bodem voor de landbouw is lokaal beperkt haalbaar en niet duurzaam.

Deelbelangen blokkeren het algemeen belang
Terwijl in heel Nederland verzilting als een groot probleem wordt beschouwd, wordt deze in het zuidwesten in hoge mate gestimuleerd onder invloed van zoutlobby’s met relatief beperkte belangen. Landelijk uniformiteit in beleid ontbreekt. Sommige biologen beweren dat getij en zout bij Zeeland horen, maar verhullen de antropogene oorsprong van de zeegaten. De mens zelf gaf er de zee de kans het lage land zwaar aan te tasten. Dit resulteerde in eilandpolders te midden van zeegaten. Het verder binnenhalen van zout en getij is dan ook historisch geografisch onjuist.

Het primaire belang eerst
Het visionaire Deltaplan voorzag in het weer sluiten van de kustlijn voor optimale veiligheid en in versterking van de zoetwaterhuishouding voor de eilanden. Zoete Zeeuwse wateren, waaronder een zoet Grevelingenmeer. Daarmee werd vooruit verdedigd, zowel wat de waterveiligheid betrof als tegen de verzilting. Met de blijvende relatieve zeespiegelstijging zet de verzilting sluipend en ondermijnend door.

Primair van belang is het zoete(re) water naar de kust te brengen om de toenemende verzilting van bodem en oppervlaktewater landinwaarts zoveel mogelijk te vertragen. Daar zou maximaal op gestuurd moeten worden. Er kleven wellicht bepaalde onvolkomenheden aan het Deltaplan in biologische zin, maar deze hoeven niet te leiden tot onnodige tegendraadse ingrepen met schier onomkeerbare effecten.

Ir. W. Lases

 

 


WELKE KOERS KIEST MINISTER SCHULTZ?

 

| 25-11-2015 | 01:10 uur |


 

WELKE KOERS KIEST MINISTER SCHULTZ?

 

De komende reactie van minister Schultz naar de Tweede Kamer op de uitkomst van de studie naar Plan Spaargaren kan de richting bepalen naar een klimaatbestendig Nederland. Als de afname van de minimum rivierafvoeren in de zomer blijft zoals voorspeld, dan is er met het huidige Deltaprogramma rond 2050 geen houden meer aan en bedreigt de algehele verzilting zowel de zoetwatereconomie als de drinkwatervoorziening. Wil Borm, van de Adviesgroep Borm & Huijgens, benadrukt in dit artikel het belang van zekerheid, waaraan Plan Spaargaren een grote bijdrage kan leveren. 

Het visionaire Deltaplan, dat voorzag in een zoet Zeeuws merengebied met een overvloed aan zoet water, verdween indertijd deels uit beeld. De Oosterschelde bleef zout met getijden en de Grevelingen werd een zoutwatermeer. Een zoet Grevelingenmeer is echter op termijn zeer gunstig voor landbouw en industrie en om de algehele verzilting een halt toe te roepen. Mocht er iets mis gaan met het IJsselmeer, dan geeft een zoetwaterbuffer in het zuidwesten garanties voor de zoetwatervoorziening.

Na het lezen van de scherpe analyses van ir. W. Lases over de Zeeuwse verzilting wordt des te meer duidelijk waar het om draait. Wij raden u aan om hierover de vele deskundige artikelen van de afgelopen jaren in Waterforum Discussieforum eens na te lezen. Het zal u de ogen openen.

Het zoveelste Deltacongres
Op 5 november was het Nationaal Deltacongres wederom een ‘feel-good’ bijeenkomst. Propaganda en organisatie bleef immers in handen van de samenstellers van het Deltaprogramma zelf. Samenhang ontbrak in de verstrekte folders over ‘Leven in de Nederlandse Delta’, die alle vermelden dat het reageren op de onvoorspelbaarheid het leven in de delta zo boeiend en stoer maakt. Dat klinkt spannend, maar zekerheid is zoveel beter. Zolang er geen landelijke eenheid in verziltingbeleid is en duurzaamheid te wensen over laat, schiet het Deltaprogramma schromelijk tekort wat betreft waterveiligheid en zoetwatervoorziening.

Schuiven met resterend zoetwater
Zo achten de beleidsmakers de buffer aan zoetwater op het Haringvliet en Hollands Diep wel voldoende, maar merkwaardig genoeg weerhoudt het hen niet om met een Kierbesluit weer zoutwater op het Haringvliet te brengen, waardoor tegendraads inlaatpunten voor zoetwater naar het oosten worden verplaatst. Verder is men voornemens het Volkerak-Zoommeer (VZM) te verzilten en komen diverse eilanden aan het zoetwaterinfuus via aanvoer door de Roode Vaart. De voorlopige besparing van 25 m3/s aan zoetwater door een zout VZM komt ten goede aan Midden en West Nederland. Een druppel op een gloeiende plaat en weinig zinnig. Temeer daar deze regio zelf planologisch de tering niet naar de nering zet met betrekking tot het zoetwaterverbruik. Door uitbreidingswijken te blijven plannen en realiseren in dit gebied, waar polders rond de kernen nogal eens op – 5m N.A.P. liggen, wordt door onderbemaling zout water aangetrokken en dat vergt op zijn beurt weer meer en meer zoetwater. Daarnaast vraagt de strijd om het veen te beschermen om veel zoetwater. Er wordt hier al lang een achterhoedegevecht geleverd tegen verzilting, terwijl de zoutwaterdruk evident is met de ligging beneden de zeespiegel. Het zou veel logischer zijn om zich er voor te bereiden op echte verzilting of op het onder (zoet)water zetten. Dat zou veel kunnen besparen. 

Een einde aan de zoetwaterverspilling
Het meest effectief is echter Plan Spaargaren, dat de aanleg van zeesluizen in de splitsing van de Oude en Nieuwe Maas omvat en zo de Nieuwe Waterweg aan de oostzijde afsluit. Dit maakt een einde aan het grootschalig zoetwaterverlies. Kennisopbouw door inzicht, onderzoek en betrouwbare gegevens zijn onmisbaar. Dat pleit voor het huidige onderzoek naar Plan Spaargaren. Gezien de vele onzekerheden (in metingen, aannames of modellen) kiest Plan Spaargaren voor een robuuste veiligheidsfilosofie en tevens extra baten voor de buitendijkse gebieden en de zoetwatervoorziening. Deze hoofdkeuze heeft invloed op het hele landelijk watersysteem en is de sleutel tot een klimaatbestendig Nederland. Plan Spaargaren creëert een omvangrijke zoetwaterbuffer. Met zeesluizen worden de bordjes in de delta verhangen en de mogelijkheden en duurzaamheid van het Deltaprogramma aanzienlijk vergroot.  

Herziening Deltaprogramma
Alleen preventief beleid, in het verlengde van de Zuiderzeewerken en de Deltawerken, is de juiste aanpak. Wat betekent dat voor het huidige Deltaprogramma en de deltabeslissingen? Ook al zijn de bestaande rapporten nog zo zwaarwegend, is er na jaren consensus bereikt en wordt de inspraak vakkundig afgewimpeld, dan nog dient er een streep gehaald te worden door plannen die averechts of overbodig zijn. Uiteraard zal men een deel van de projecten kunnen herzien in een integraal kader en afstemmen op de lange termijn.

In het Projectenboek 2016 van de Unie van Waterschappen staan overigens vele nuttige projecten, die in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma zonder meer uitgevoerd kunnen worden. Het werk hoeft dus niet stil te liggen. 

Vakmensen aan het roer
Wanneer alle voordelen van zeesluizen bij de diverse belangenorganisaties bekend zijn én onderkend worden kan Plan Spaargaren rekenen op een breed maatschappelijk draagvlak. Welvaart en milieu plukken er de vruchten van. Ook telt hierbij onze mondiale verantwoordelijkheid. De hoeveelheid verbouwbare grond op aarde is beperkt. Door effectief gebruik ervan kan de toenemende wereldbevolking gevoed worden. Tekorten aan zoetwater nemen wereldwijd toe. Nederland kan als exportland van zoetwater een belangrijke rol gaan vervullen.

Het wordt hoog tijd dat vakmensen met fundamentele kennis van waterveiligheid en zoetwatervoorziening sturing gaan geven aan het Waterschap Nederland en dat ze op basis van gericht onderzoek en integrale afwegingen komen tot verantwoorde besluiten. Dit vraagt om een effectieve reorganisatie van de leiding, de koers en de werkwijze van het Deltaprogramma.

De koers van minister Schultz
Wij gaan er van uit dat de minister als eerste de voordelen van het Plan Spaargaren gaat omarmen en daarmee het startschot geeft voor een radicale koerswijziging van het Deltaprogramma. Zij heeft daarbij de onvoorwaardelijke en brede steun nodig van de Tweede Kamer. Laten we erop vertrouwen dat de vorig jaar met grote meerderheid aangenomen motie Geurts een positief vervolg krijgt. De Adviesgroep Borm & Huijgens is optimistisch.

 


OVER WATER – 18

 

| 21-11-2015 | 13:30 uur |


 

16 november
Portefeuillehoudersoverleg (PHO) over de waterontwikkelingen in de gemeente Dongen ter voorbereiding van het bestuurlijk overleg met deze gemeente. 

17 november
Samen met collega Huub Hieltjes (verantwoordelijk voor de regionale keringen) een PHO over de havenplannen van de gemeente Waalwijk, die met haar plannen een primaire kering raken en een regionale kering en tal van effecten hebben op het totale waterbeheer in dat gebied. De Waalwijkse plannen zijn complex en omvangrijk en zullen leiden tot een forse aanpassing van het beheer van het water in een groot gebied. Het plan biedt ook meekoppelkansen en om werk met werk te maken en zo kosten te besparen.

18 november
In de ochtend bestuurlijk overleg met wethouder Jan-Willem Stoop van de gemeente Drimmelen. Op de agenda stonden onder andere de inhaalslag keur en oneigenlijk grondgebruik en de lacune (stukken land die waterkeren doch formeel geen dijk zijn) bij Terheijden en de herinrichting van een perceel aan de Amerweg. De afspraak werd gemaakt om samen met de gemeente de bewoners en bedrijven gelegen aan de lacune bij Terheijden te benaderen en de procedures van de aanpak van deze lacunes met hen te bespreken. Het perceel aan de Amerweg wordt heringericht met circa 200 bomen die elders zijn gekapt, waarbij het gebied een natuurlijk en openbaar karakter krijgt. 

natuurpoortIn de middag ben ik naar de netwerkbijeenkomst van het Vitaal Leisure Landschap van het gebied Hart van Brabant. Locatie Natuurpoort De Rooverstsche Leij (nabij Goirle) geweest. Dat gebied is een bezoek zeker waard.
Er waren een 8-tal presentaties, gegeven door leerlingen van de NHTV, over mogelijke “slow leisure” projecten van recreatie ondernemers die de onderlinge samenwerking en het toerisme verder zouden kunnen bevorderen. 

19 november
Vandaag een lange dag als jurylid bij de netwerkbijeenkomst van het gebied Landstad De Baronie in de van Gogh kerk te Etten-Leur. De kerk en het erin gevestigde museum zijn een bezoek zeker waard. Er waren een 8-tal korte presentaties van projecten met als oogmerk ‘natuurlijk ondernemen in de Baronie’ en tal wan werksessies. Aan een drietal projecten mocht de jury een subsidie toekennen. Geld uitdelen is altijd leuk, maar het moet wel gebeuren met de goede argumenten en ook degenen die naast de ‘pot met goud’ pakken hebben recht op een aantal suggesties hoe ook hun projecten tot een succes te maken. Wat mij opviel was dat de drie winnaars projecten waren die door vrouwen gepresenteerd werden. De projecten betroffen: een project van ontdekkend leren gericht op basisschool leerlingen die in hun eigen omgeving de mooie plekjes ontdekken (Alphen-Chaam), gepresenteerd door een moeder met dochtertje. Een project “sporen in beeld” waardoor het Bels Lijntje een perron en de oude douaneloods die setting krijgen (met sporen) die het gezien de geschiedenis verdient. Dit project werd gepresenteerd door een enthousiaste jonge vrouw die op een voortreffelijke wijze de zaal meenam naar een toekomst van het Bels Lijntje zoals zij die zag. Het derde project wat in de prijzen viel was een project dat de fruitgaard nabij het Vloeiweide monument in de oude luister wil herstellen en daarmee de aandacht van een eventuele voorbijganger trekken voor het monument en haar geschiedenis. De vrouwelijke presentator was de bescheidenheid zelve.  

20 november
pal lezingDe PAL-lezing bezocht. De lezing ging over de ruimtelijke metamorfose van Nederland 1988-2015. Feitelijk ging het over de uitwerking/realisering van de 4e nota ruimtelijke ordening die als titel had “Nederland in 2015, daar wordt nu aan gewerkt”. Het was een leerzame lezing gegeven door Ries van der Wouden van het Planbureau voor de Leefomgeving. Wat mij het meest verbaasde was de opmerking van deze ambtenaar over de realisering van het nieuwe Rotterdam CS, het enige HSL station dat binnen de tijd en binnen budget was gebouwd. Dit noemde hij een “heel bijzondere prestatie”. Als rijksambtenaren het een heel bijzondere prestatie noemen als iets binnen de tijd en budget gerealiseerd wordt, wat zegt dat dan over hun denken over de besluiten van politici die de plannen en budgetten hebben goedgekeurd? Eenmaal goedgekeurd is toch geen vrijbrief om daarna te doen wat je wilt! Of geeft dit een inkijk dat planning- en budgetvoorstellen per definitie op rijksniveau te positief worden voorgesteld om deze politiek er door te krijgen?

 

Louis van der Kallen

 


RESISTENTE BACTERIËN EN ONZE ZUIVERINGEN

 

| 19-11-2015 | 14:15 uur |


 

 

antibioticaAls waterschapsbestuurder denk ik vaak na over de toekomst en de problemen waarvoor we in de (nabije) toekomst gesteld zouden kunnen worden. De verbetering van de behandeling van water heeft in Nederland globaal vanaf 1880 een enorme verlaging van de sterftecijfers als gevolg van infectieziekten gegeven. 

De aanleg van drinkwaterleidingen, de aanpak van afvalwaterzuivering en de kwaliteitsverbetering van (zwem)wateren heeft een forse bijdrage geleverd aan de terugdringing van infectieziektes. Na de oorlog kwam daar de ontwikkeling en het gebruik van antibiotica bij. Nu zien we steeds vaker de uitbraak van infectieziekten veroorzaakt door resistente bacteriestammen. De wetenschap wijst voor de oorzaak daarvan op het vaak overmatig en ondoelmatig gebruik van antibiotica.

In 2013 is verschenen “het einde van de antibiotica” van Rinke van den Brink.  De schrijver schetst een weinig aantrekkelijk toekomstbeeld als het gaat over de effectieve aanpak van infectieziekten. Oorzaak is het ontstaan van multiresistente bacteriestammen. Vooral in landen die per hoofd van de bevolking een grote consumptie van antibiotica kennen, zoals India, Griekenland en Italië is het voorkomen van multiresistente bacteriën reeds een groot probleem. In Nederland is het humane gebruik van antibiotica relatief laag. Maar het gebruik in de veeteelt fors. 

Recent is er naar aanleiding van een Engels onderzoek een artikel verschenen dat bij mij als waterschapsbestuurder de alarmbellen deed rinkelen. In een heel grijs verleden heb ik mij in een hobbystudie (medisch leerling analist) een aantal grondbeginselen eigen gemaakt van bacteriologie. Hierdoor realiseerde ik me gelijk dat de uitkomsten van het Engelse onderzoek betekenis kan hebben voor de huidige zuiveringsmethode. Feitelijk zuiveren wij afvalwater bij een wat hogere temperatuur in een zuurstofrijk en voedselrijk milieu en dat afvalwater bevat zowel veel bacteriën als antibiotica c.q. restanten daarvan in lage doseringen. Die omgeving is ideaal voor bacteriën om zich te vermenigvuldigen en een resistentie tegen antibiotica te ontwikkelingen.

Gelukkig is dit probleem reeds onderkend en is het Stowa een tweetal onderzoeken gestart om dit ‘probleem’ in kaart te brengen, te weten: rol afvalwaterketen in verspreiding van antibioticaresistentie en antibiotica resistentie en afvalwaterbehandeling

Resistente bacteriën is een groeiend probleem dat mogelijk zal moeten leiden tot andere of aangepaste zuiveringsmethoden van afvalwater. Voor nu betekent het wat mij betreft bestuurlijke steun aan voornoemde onderzoeken en het besef dat bij investeringen in de zuiveringen van het waterschap steeds bedacht moet worden wat kunnen we nu reeds doen om het probleem aan te pakken en wat zijn de mogelijke consequenties van deze investeringen voor de toekomst van onze zuiveringen?

 

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 17

 

| 14-11-2015 | 10:00 uur |


 

9 november
Aan het eind van de morgen bijpraten over alle lopende zaken in de gemeente Drimmelen.
Daarna doorgereden naar Den Bosch voor het bestuurlijk overleg over de verbreding van de A27. Ik was te vroeg en bij de wandeling in de buurt van het kantoor van Rijkswaterstaat (RWS) aan de Westwal kwam ik in het Oud-Bogardenstraatje in een blinde muur een prachtig reliëf tegen van het Nederlandse Rijkswapen. rijkswapenIn de vergadering zelf deed ik een laatste poging om de aanwezigen duidelijk te maken dat, nu de weg aangepakt wordt, ook de brug bij Keizersveer aangepakt zou moeten worden. Deze brug met zijn bruggenhoofden is voor een snelle afwatering van de Bergse Maas bij hoogwater een sta in de weg. Met de huidige constructie zullen in de toekomst bovenstrooms dure dijkverzwaringen nodig zijn die met een aanpak van de brug dan grotendeels vermeden kunnen worden. Nu lijkt het dat RWS droog (wegen) en RWS nat (rivieren/dijken) niet echt kijken wat voor de BV Nederland op termijn de goedkoopste oplossing is. De eigen potjes zijn heilig. De pech was ook dat de brug bij Keizersveer, hoewel de oudste in het traject A27 Utrecht- Breda, in veruit de beste conditie is. Hoewel van voor de oorlog en verplaatst van Moerdijk naar zijn huidige plek kan hij, in tegenstelling tot de andere bruggen in dit traject, nog zeker tot 2053 zonder groot onderhoud mee. Ze wisten voor de oorlog nog hoe ze bruggen voor een eeuwigheid konden bouwen. Dat was in een tijd dat kwaliteit en duurzaamheid belangrijker waren dat een ‘paar’ dubbeltjes nu besparen. 

10 november
bouvigne 02In de morgen de tweewekelijkse DB vergadering met onder andere een discussie over de procedures bij de aanpak van blauwalgen. Ook al is het ondertussen echt herfst geworden Bouvigne is altijd een prachtige plek om te mogen werken. Het uitzicht van de werkkamer van de bestuursleden op het kasteeltje waar de DB vergaderingen zijn, is ook in de herfst prachtig. 
In de middag een foto sessie in het gebied waar de dijkverzwaring Geertruidenberg/Amertak wordt voorbereid.   

11 november
In de avond eerst coalitie overleg. De Kadernota 2016-2025 en de begroting stonden op de agenda van het Algemeen Bestuur (AB). Plooien tussen de coalitiepartijen worden dan in een beraad vooraf gladgestreken en uitgewisseld, zodat het DB niet voor verrassingen komt te staan.

Dan het AB. Voor mij was het belangrijkste punt niet de begroting of de kadernota, die voor het eerst in jaren met algemene stemmen werden aanvaard. Voor mij was het belangrijkste punt de beëindiging van de deelname aan de gemeenschappelijke regeling Regionaal Archief West-Brabant (RAWB). Toen ik begin 2009 aantrad als DB lid, met in de portefeuille onder andere archieven, waren de archieven van ons waterschap en haar rechtsvoorgangers over een aantal plaatsen in ons gebied en zelfs daarbuiten verspreid. Er was een achterstand van circa 10 jaar ten aanzien van een juiste archivering, was niet altijd de toegankelijkheid goed geregeld en was de opslag soms niet onder de omstandigheden die wet en regelgeving voorschrijven. Kortom we voldeden niet aan de archiefwet! Dat wenste ik aan te pakken en als het kon uiteindelijk tegen lagere jaarlijkse kosten. Door twee ambtenaressen werd het karwei opgepakt. De achterstand werd aangepakt. Bepaald werd wat we wel c.q. niet gingen bewaren. De wettelijke taak werd het uitgangspunt, aangevuld met wat qua erfgoed en cultuurhistorie voor de regio belangrijk was. Want de waterschapsgeschiedenis moest wel in beeld blijven. Bewaarcontracten werden doorgelicht en een eigen ruimte voor het archief werd ingericht conform de wettelijke vereisten. Geleidelijk werd de achterstand ingelopen en de archieven opgeschoond. Contracten werden beëindigd en de spullen werden naar Bouvigne gehaald. De gemeenschappelijke regeling RAWB te Oudenbosch was de laatste plek, buiten Bouvigne, waar in dit geval het archief van één van de rechtsvoorgangers (het voormalige waterschap Land van Nassau) was opgeslagen. Beëindigen van deelname aan die gemeenschappelijke regeling was onder normale omstandigheden een dure aangelegenheid. Toen het RAWB echter aankondigde een fusie aan te gaan met twee grote gemeentelijke archiefdiensten was er een natuurlijk moment om uit te treden. De scoop van het RAWB veranderde aanzienlijk naar een organisatie die minder passend was voor het waterschap.

De wijze waarop derden gebruik maken van de diensten van een archief is bij een waterschap wezenlijk anders en minder kostbaar dan bij een gemeente. Het afscheid werd financieel draaglijker. Per 1 juli 2016 is het dan zover dat niet alleen al onze archieven zich op één plek bevinden (op Bouvigne), maar dat ook het aantal benodigde ambtelijke en bestuurlijke uren benodigd voor de archieven fors is gedaald. We hebben de achterstanden ingelopen en voldoen aan alle vereisten van de archiefwet. De bewaarkosten zijn dan fors gedaald (zonder de RAWB met circa 1 miljoen euro over de periode 2013-2022). Met het afscheid van de RAWB besparen we nog eens circa 70.000 euro per jaar. Hier past een woord van dank naar de betrokken ambtenaren en naar Jan Slenders mijn partijlid die in de circa 15 maanden dat ik uit het DB was teruggetreden het bestuurlijke werk heeft voortgezet. Ik ben tevreden met het mooie resultaat.

12 november
Bestuurlijk overleg gehad met wethouder van der Put van de gemeente Goirle. Agendapunten waren onder andere: inhaalslag handhaving keur en de voortgang in de realisering van EVZ’s (Rillaersebaan en langs de Oude Leij) en de gemeentelijke inzet daarbij.

13 november
In de morgen de Unie commissie Waterkeringen te Amersfoort met als agendapunten onder andere de samenwerking bij de toetsing van primaire waterkeringen, de nieuwe normeringen waterveiligheid en windturbines op/nabij waterkeringen.
In de middag een unie bijeenkomst over ruimtelijke kwaliteit in relatie met de projecten van waterschappen. Onderdeel was een beoordeling van een zestiental projecten van waterschappen. Met enige trots kan ik vermelden dat een project van het waterschap Brabantse Delta, de waterberging Zundert, bij deze beoordeling door de collega waterschapsbestuurders als eerste eindigde. Een mooi compliment voor alle daarbij betrokkenen. 

 

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 16

 

| 08-11-2015 | 10:00 uur |


 

2 november
In de middag een gesprek met Annet van Brughem en Judith van den Berg over de toekomst van de samenwerking vitaal leisure landschap in Hart van Brabant.

3 november
In de morgen heb ik aan een Colombiaanse delegatie een presentatie mogen geven over en een rondleiding verzorgd in de Overdiepse Polder.

4 november
In gesprek met Tamanna Wahdat een vierdejaars rechtenstudente aan de Juridische Hogeschool Avans-Fontys te Tilburg die, samen met een aantal studiegenoten, een bestuursrechtelijk onderzoek gaat doen naar de mogelijke aanpak van wateroverlast.

5 november
congresEen dagje deltacongres in de Brabant Hallen te Den Bosch. Een dag met veel gesprekken en een tweetal interessante lezingen en discussies. Het waterschap Brabantse Delta was goed vertegenwoordigd, ook door AB leden.

6 november
In de morgen een uitgebreid gesprek over de wijze van aanpak van de uitvoering van het in oktober door een unaniem AB vastgesteld Waterbeheerplan 2016-2021. Kernvraag was: hoe gaan we de prioriteiten stellen en hoe betrekken we het AB daarbij?

7/8 november
Voorbereiding DB en de unie commissie Waterkeringen. De laatste met een aantal agendapunten die de nodige discussies zullen opleveren zoals: windturbines op/nabij waterkeringen, de samenwerking bij de toetsing van primaire waterkeringen en de voortgang van de nieuwe normering waterkeringen.

Louis van der Kallen