OVER WATER – 76

 

| 28-01-2017 | 12.30 uur |


 

OVER WATER – 76

 

fontein-bouvigneRecent is uitgekomen “Landbouw en de KRW-opgave nutriënten in regionale wateren”. Een lijvig rapport dat je als waterschapsbestuurder gelezen moet hebben. Het geeft de lezer meer inzicht in de enorme opgave waarvoor we ten aanzien van de stikstof en fosfaatnormen gesteld staan. Deze lijken schier onhaalbaar. Als ingezoomd wordt op mijn eigen waterschap Brabantse Delta, dan laten de cijfers zien wat de opgave is maar ook wat de oorzaken zijn van de huidige stikstof en fosfaat concentraties. Voor fosfaat is slechts 5 tot 10 procent afkomstig van de actuele bemesting. De nalevering vanuit de bodem is 25 tot 50 % (afkomstig van wat de zee ooit op deze gronden heeft afgezet) en de aanvoer uit het buitenland en/of inlaat uit Rijkswateren is 25 tot 50 %. Historische bemesting is 5 tot 10 %. Fosfaat lozingen via de industrie, RWZi’s, kwel, natuurgronden en overige agrarische bronnen zijn allen beperkt van omvang. Bij stikstof is de actuele bemesting 25 tot 50 %, de aanvoer uit het buitenland en/of inlaat uit rijkswateren is ook 25 tot 50 %. Van de overige bronnen is alleen de atmosferische depositie nog relevant. De andere bronnen zijn allen beperkt van omvang. De benodigde reductie (in %) van af- en uitspoeling van stikstof uit landbouwpercelen om de opgave te realiseren bedraagt, afhankelijk van de gekozen variant, tussen de 30 en 43 procent. De benodigde reductie (in %) van af- en uitspoeling van fosfor uit landbouwpercelen om de opgave te realiseren bedraagt, afhankelijk van de gekozen variant, tussen de 8 en 33 procent. Als de niet aan bemesting gerelateerde levering aan de bodem niet aan de landbouwreductie wordt toegerekend bedraagt de landbouwopgave voor fosfor in het werkgebied van de Brabantse Delta minder dan 10 %. Als deze wel aan de landbouw wordt toegerekend is deze tussen de 20 en 40 %. Ook waterschappen (RWZI’s) zijn, gekeken naar het landelijk gemiddelde verantwoordelijk voor 9 % van de stikstoflozingen en 15 % voor de fosforlozingen. Een uitschieter is hierbij waterschap de Dommel, zowel voor stikstof als voor fosfor zijn de RWZI’s daar voor 25 à 50 % verantwoordelijk voor de lozingen. In het waterschap Brabantse Delta zijn de RWZI’s voor stikstof minder dan 5 % de veroorzaker en bij fosfor voor 5 à 10 %.

Mijn conclusie voor mijn eigen waterschap: de KRW normen zijn niet haalbaar voor 2027 en misschien wel, omdat de bronnen vaak buiten onze mogelijkheden liggen (nalevering bodem en buitenland en/of inlaat uit rijkswateren), nooit! Ook landelijk zou de vraag van haalbaarheid, naar mijn mening, op de politieke agenda moeten komen!

Recent is uitgekomen het “waterschapspeil 2016”. Het boekje geeft de trends en ontwikkelingen in het regionale waterbeheer. Voor een ieder die geïnteresseerd is in de waterschapswereld of als raadslid hier meer over wilt weten, het lezen zeker waard.

Op de nieuwjaarsreceptie van de provincie Noord-Brabant kreeg ik bij vertrek de brochure “Over ranke torenspitsen” uitgereikt. Een uitgave van de stichting de Brabantse Hoeders. De brochure is bedoeld als handreiking tot het redden van in onbruik geraakte kerken. Maar deze handreiking is ook bruikbaar voor andere monumentale bouwwerken in ons mooie Brabantse landschap. De brochure kan volgens de website van de Brabantse Hoeders gratis worden besteld door een mailtje te sturen aan corrie.van.dijk@home.nl. In de brochure worden alle kerken in Noord-Brabant uitgenodigd mee te doen aan de Brabantse Open Kerkendag, zodat een ieder ervaart welk een prachtige monumenten dit vaak zijn.

24 januari
In de morgen de vergadering van het Dagelijks Bestuur met als agendapunten onder andere: de beslissing op een bezwaarschrift, de beleidsregel schadevergoeding kabels en leidingen, de heroverweging status kantoor Heerle, de partiële herziening van de algemene regels grondwater onttrekkingsdiepten en de beleidsregel agrarische beregening uit grondwater bij schaarste, de dijkversterking Geertruidenberg en Amertak (de nota kansrijke alternatieven), instemming bos- en waterplan Ulvenhoutse Voorbos en de portefeuilleverdeling en tijdsbesteding tijdens waarneming dijkgraaf. Het vertrek van de dijkgraaf per 1 maart betekent voor alle DB leden een verzwaring van hun taak. We zullen elkaar vaker moeten vervangen. Om de taak van de waarnemend dijkgraaf (Huub Hieltjes) te verlichten heb ik een deel van zijn DB portefeuille overgenomen. Ik krijg er, gedurende zijn waarneming van de dijkgraaf, het project zoetwatervoorziening Roode Vaart, de gemeente Moerdijk en het uitvoeringsproject nieuwbouw, verbetering en inrichting regionale waterkeringen (voor zover gelegen in de tien gemeenten die ik in portefeuille heb) erbij. Voor mij een stevige toename van taken. Ze passen goed bij mijn huidige taken pakket. Vooral op de verbetering van de regionale waterkeringen verheug ik mij. Met de primaire dijkverbeteringsprojecten, zoals de Overdiepse Polder en het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak, heb ik de nodige ervaringen opgedaan die ik graag gebruik voor de aanpak van de regionale keringen.     

25 januari
De waterkring in Raamsdonksveer. Ik heb de algemene presentatie gegeven en collega Kees de Jong die over het watersysteembeheer. Daarna hebben we gezamenlijk de vragen van de aanwezige overwegend agrarische ondernemers beantwoord.

26 januari
ulvenhoutse-bosIn de morgen het bestuurlijk overleg Ulvenhoutse Voorbos waarin de stand van zaken werd besproken van het bos- en waterplan en de voortgang van de PAS. Ook een wandeling met toelichting van twee deskundigen van Staatsbosbeheer door het bos gemaakt. 

In de middag het Avans symposium “Futurefields”. Met onder andere Itzik Amiel, een inspirerend spreker over het (sociale) netwerken met als titel “Power of connection”.

27 januari
Vandaag een klankbordgroep Tweede Kamer verkiezingen van de Unie met de punten die de Unie wil inbrengen bij de Kabinetsformatie en de punten die de Unie gezamenlijk met de VNG en het IPO wil inbrengen.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 47

 

| 02-07-2016 | 10.30 uur |


 


OVER WATER – 47

 

28 juni
In de morgen een heisessie met onder andere individueel en groepsonderzoek (kleurentest) door My Motivation Insights naar onze drijfveren. Mooi om te ontdekken wat je eigen drijfveren zijn en hoe die passen in het team waarin je functioneert.

gea 04

kwalitatieve nieuwbouw aan het water gemeente Geertruidenberg

In de avond een informatieavond over het dijkverbeteringproject Geertruidenberg/ Amertak waar ik de opening verrichtte en voorkwam in een vertoond filmpje over het project. Er was een mooie opkomst en goede indringende discussies over het project, het water en dijkbeheer in de directe omgeving. Als waterschap proberen we nadrukkelijk de burgers en bedrijven te betrekken bij het project en hun ideeën voor het project en mogelijke meekoppelkansen (werk met werk maken) te inventariseren en in het project proberen te passen. Hierbij moet niet uit het oog verloren worden dat het waterschap in de eerste plaats verantwoordelijk is voor de waterveiligheid en voor andere zaken mogelijk andere overheden of bedrijven betrokken moeten worden. Voor meer informatie kijk eens op de waterschapspagina over dit project.

29 juni
In de morgen een werksessie in het kader van het project “water in de tuin” waar centraal stond een voorbeeld project uit te voeren in drie her in te richten straten in Bergen op Zoom.

In de middag de laatste bestuursvergadering van het Regionaal Archief West-Brabant. Per 1 juli treden er een aantal nieuwe gemeenten toe tot deze organisatie en is het waterschap uitgetreden. Ons waterschap heeft nu al haar archieven en dat van al haar rechtsvoorgangers ondergebracht in haar eigen archiefruimte in Bouvigne. Als trotse vader van de co-auteur Alexander van der Kallen van het boek “Opgravingen in Bergen op Zoom” heb ik bij die gelegenheid de collega bestuursleden en de directeur en de notulist een exemplaar uitgereikt van het boek.

30 juni

In de middag het bestuurlijk overleg inzake het dijkverbeteringproject Geertruidenberg/Amertak met de wethouders van de betrokken gemeenten en een vertegenwoordiger van Rijkswaterstaat over de voortgang en planning van het project.

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 39

 

| 29-04-2016 | 21.15 uur |


 


OVER WATER – 39

 

Akkervegetatie op begraafplaatsen
Als pklaprozenublicaties gaan over akkerrandvegetaties, hebben deze gelijk mijn belangstelling. Veel waterschappen kennen immers subsidies voor de instandhouding van akkerranden om de kenmerkende akkervegetaties in stand te houden.

Wanneer de flora op begraafplaatsen vergeleken wordt met de flora van akkerranden, is er een opvallend grote gelijkenis te zien. De vegetaties op akkerranden en op begraafplaatsen blijken gedomineerd te worden door klaprozen, ereprijzen, kamilles en wikkes. Dit komt vermoedelijk omdat beide biotopen deels, door menselijk handelen, op elkaar lijken. Akkers worden enkele malen per jaar geploegd en bewerkt, terwijl begraafplaatsen een aantal keren per jaar geschoffeld worden. Eénjarige akkerplanten kunnen goed tegen deze constante verstoring en bloeien vaak meerdere keren per jaar en komen derhalve toch toe aan zaad/ vruchtvorming. Zo zorgen zij dat, wanneer zij ‘het onderspit delven’, volgende generaties toch een kans krijgen.

Begraafplaatsen kennen net als akkers een grote diversiteit. Er zijn begraafplaatsen met een gesloten grasvegetatie, een type waarbij alleen korstmossen en mossen goed gedijen, maar de akkerflora vaak weinig kans krijgt. De akkerflora gedijt voornamelijk op open grind- en zandbodems. Het type grond is hierbij het meest bepalend voor de soorten die er te vinden zijn. Ook de leeftijd van de begraafplaatsen lijkt een rol te spelen. Veel akkerplanten hebben de jongere begraafplaatsen nog niet bereikt. De kans daarop is kleiner dan vroeger, omdat sommige soorten misschien al te zeldzaam zijn geworden. Het is prachtig dat de zeldzaam wordende akkerflora een toevluchtsoord heeft gevonden op begraafplaatsen.

Op begraafplaatsen wordt aanzienlijk minder gespoten, waardoor veel éénjarige planten hun cyclus toch op tijd weten te voltooien. Meerjarige soorten kunnen dit enkel op begraafplaatsen waar niet gespoten wordt. Het is nog steeds goed zoeken, want ook op begraafplaatsen zijn ze absoluut niet algemeen. Soorten die met enige regelmaat te vinden zijn op begraafplaatsen zijn onder andere: akkerleeuwenbek, akkerereprijs, ruige klaproos en de akkergeelster.

poppy canadaDe vraag is nu wat betekent deze kennis nu voor de alsmaar oplaaiende discussie over de instandhouding van akkerrand subsidies? Het meest verbaast mij bij dit soort onderzoeken dat de uitkomst al lang verbonden is in onze taal. Zo wordt een begraafplaats soms dodenakker genoemd en ook de slagvelden, waar klaprozen goed bleken te gedijen op de met bloed doortrokken bodem. Een waarneming die zelfs heeft geleid tot het symbool waarmee de Engelsen en Canadezen hun gevallenen herdenken.

25 april
In de avond een coalitieoverleg over de invulling van de vacature in het Dagelijks Bestuur (DB). Er bleek geen draagvlak voor onze inbreng om het aantal DB leden terug te brengen tot vier plus de dijkgraaf. Uiteindelijk kan de voorgedragen kandidaat van ongebouwd rekenen op een brede ondersteuning van de coalitiefracties.

26 april
De dag begon met een DB vergadering met onder andere de agendapunten: de samenwerkingsovereenkomst tot uitvoering waterdoelen, de begroting 2017 belastingsamenwerking West-Brabant, de bestuurlijke vernieuwing, uitwisseling inspectiegegevens, de restauratie Keenesluis en een actualisatie van de algemene regels en beleidsregels keur.

Aan het begin van de middag een portefeuillehouderoverleg (PHO) over een business case oppervlaktewatersysteem in de gemeente Oosterhout.

Daarna een PHO over het dijkverbeteringproject Geertruidenberg/Amertak over de strategie bij de afweging meekoppelkansen. Daarna over de aanpassingen aan de waterhuishouding en de regionale kering bij Waalwijk als gevolg van de gemeentelijk plannen om een nieuwe haven aan te leggen.

Daarna een bijeenkomst in het kader van het project expertsessie ‘water in de tuin’ van de gemeente Bergen op Zoom in het Natuurpodium Brabantse Wal als vervolg op de bijeenkomst op 20 januari waar ik eerder over schreef . Er werd gewerkt aan een actieplan om de aanpak van de klimaatadaptatie en de hittestress samen met de aanwezigen vorm te geven.

Louis van der Kallen