OVER WATER – 112

 

| 07-10-2017 | 12.00 uur |


 

OVER WATER – 112

 

2 oktober
In de avond de eerste ‘Steenweg sessie’ van de Unie over een aantal actuele onderwerpen waarover met behulp van stellingen werd gesproken. Eerst was er een korte lezing van Leo Meyer van  ClimateContact-Consultancy (CC-C). Voor het eerst een klimaatdeskundige, die met een maximale zeewaterstijging met 20 meter ruim over de gebruikelijke 6 meter ging voor de komende honderden jaren. Hij stelde ook dat  ‘boven de 5 meter voor Nederland die niet meer houdbaar zou zijn’. Een stelling ging over ‘tegeltax’. Circa driekwart van de aanwezigen zagen de invoering van een ‘tegeltax’ niet zitten. Zij denken dat afkoppelen belonen middels een subsidie beter werkt. Voor mij laat dit zien dat door de intrede van ‘politici’ in het waterschapsbestuur het adagium: de vervuiler betaalt, verlaten is. Ik ben nadrukkelijk wel voor de invoering van een vorm van ‘tegeltax’ omdat de uit te keren subsidies niet gratis zijn, maar opgebracht moeten worden door de belastingbetalers. Inclusief diegenen die het probleem niet veroorzaken!

Recent verscheen een artikel in Binnenlandsbestuur met de titel: Te politieke waterschappen hinderen aanpak wateroverlast. Een citaat uit het artikel wil ik de lezer niet onthouden: universitair docent en BDO-adviseur Koen van den Oever: “Vooral bij sterk uiteenlopende belangen groeit de kans op het achterhouden van informatie en redeneren vanuit eigen belang(en) en partijvorming.” Koen van den Oever pleit in zijn proefschrift voor meer rationaliteit binnen de strategische besluitvorming van waterschappen. Meer rationaliteit in het strategische besluitvormingsproces helpt de waterschappen om met innovatieve oplossingen te komen om aan de veranderende omgeving te voldoen, aldus van den Oever. 

Met de stelling: een stresstest is hard nodig, omdat gemeenten het probleem onderschatten, was circa 90 % het eens omdat het een gemeente zou helpen draagvlak te krijgen bij colleges en bewoners. Voor draagvlak is wat mij betreft een stresstest niet nodig. Overheden moeten bereid zijn ook zonder draagvlak die maatregelen te nemen die nodig zijn om overstromingen, wateroverlast en vermijdbare sterfgevallen door hittestress te voorkomen. Niet-in-mijn-achtertuin-gedrag mag wat mij betreft nooit in de weg staan van noodzakelijk overheidshandelen. 

3 oktober
In de morgen DB vergadering met als agendapunten onder andere: programmering STUW-opgaven (overeenkomst met de provincie inzake uitvoering en financiering van watermaatregelen), strategie slibeindverwerking SNB, projectplan EVZ Laakse Vaart, diverse grondaankopen, ambitie en strategie waterkwaliteit, projectplan waterkwaliteit Kleine Melanen, de overdracht van rioolgemalen tussen Breda en waterschap en herziening leggerboek.

In de middag PHO’s over een waterkering bij uitbreiding van de haven in Raamsdonksveer, over Pukkemuk en ter voorbereiding van het bestuurlijk overleg met de gemeente Gilze en Rijen.

In de avond de werkgroep bestuurlijke vernieuwing met op de agenda onder andere een gesprek met de dijkgraaf over de werkzaamheden van de werkgroep en zijn mogelijke rol daarin en het opstellen van een werkagenda voor 2018.

4 oktober
In het buitengebied van Udenhout een sessie met belangengroepen en wethouders van de gemeenten Loon op Zand en Tilburg over de mogelijke ontwikkelrichtingen van het toekomstige landschapspark Pauwels.

5 oktober
Bestuurlijk overleg met de gemeente Geertruidenberg over de mogelijke uitbreiding van de jachthaven op de oostelijke Dongeoever in relatie met de waterkering.

6 oktober
Het symposium “waterluis in de otterpels” over rekenkamer(commissies) in de waterschapswereld. Ik was te gast bij het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Met diverse sprekers waaronder Jacques Wallage, voorzitter van de Raad voor het Openbaar Bestuur.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 108

 

| 09-09-2017 | 10.15 uur |


 

OVER WATER – 108

 

4 september
Bestuurlijk overleg met wethouder Ad van de Heijning van de gemeente Alphen-Chaam met als agendapunten onder andere: de voortgang van het project “Sloten, Oevers en Dijken op Orde”, de onderlinge samenwerking, EVZ’s, beheer en onderhoud, KRW watersysteemanalyses en klimaatadaptatie.

Een drietal PHO’s over het komende werkbezoek Markdal, een bypass in de Overdiepse Polder en het komende bestuurlijke overleg met de gemeente Zundert.

5 september
De dag begon met een diepe ergernis. In de auto onderweg naar het waterschap luister ik normaliter graag naar Radio 1, het Radio 1 journaal. Omstreeks 7.37 nam de verslaggever van dienst contact op met de parlementair verslaggever Joost Vullings met de vraag: “waar gaan ze het in de Tweede Kamer vandaag over hebben?”. Het antwoord van Joost Vullings was: “het gaat deze dagen nergens over”. Dat ‘nergens’ bleek onder andere een dertigledendebat over de opwarming in de steden te zijn. Ik maak mij al jaren sterk voor de aanpak van hittestress. In warme periodes leidt hittestress tot oversterfte. Als voorbeeld een hittegolf in Frankrijk in 2003 die tot meer dan 11.000 extra doden leidde. Hoezo meneer Vullings, het gaat nergens over? Het gaat over voorkoombare sterfgevallen! Vullings eindigde met: “het heeft allemaal niet zo veel zin”. De radioreporter van dienst was heel wat meer betrokken bij het te bespreken onderwerp. Zijn slotzin inzake het onderwerp was: “Ik ben benieuwd wat er besloten wordt over de opwarming van de steden”.  Wat later in het programma dook een onderwerp op waar ik de laatste weken al twee keer over geschreven heb (Over Water 104 en Over Water 107): ‘Modern asfalt’. In de gemeente Leek start een proef met een CO2 absorberende weg die ook nog eens koeler blijft (dus iets doet aan hittestress) en  licht reflecteert en daarmee veiliger is. Toch nog een mentale opsteker!

Het eerste DB met de nieuwe dijkgraaf. Eerst een informeel deel samen met het beoogde toekomstige DB lid Hans-Peter Verroen over (toekomstige) portefeuilleverdeling. Daarna het formele deel met als agendapunten onder andere: de restauratie Keenesluis en het 380 KV tracé Borssele -Tilburg.

In de middag een PHO ter voorbereiding van het overleg over Dongepark met de gemeente Dongen.

teelt van aardbeienplanten in het Markdal

6 september
Vandaag de gehele dag het werkbezoek aan het Markdal. Deelnemers waren vooral mensen die middels Nederland Boven Water deelnemen aan de Democratic Challenge Omgevingswet. Aan het begin een praatje van wethouder Arbouw van Breda daarna tijdens een rondrit door het gebied een aantal sprekers van de vereniging Markdal. Ik zelf lichtte de ervaringen toe van het waterschap met het proces. Aan het einde vertelde een medewerker van de gemeente Alphen-Chaam over de gemeentelijke deelname aan de aanpak van het Markdal toe. Ik vind het jammer dat ik de enige bestuurder van een overheid was die het hele werkbezoek bijwoonde. Ook miste ik de gedeputeerde. De provincie was ambtelijk wel ruim vertegenwoordigd.

7 september
In de morgen PHO’s over de 380KV en over de gebiedsontwikkeling Pauwels bij Tilburg. Daarna een evaluatie van het bestuurlijke proces door de leden van de Stuurgroep Geertruidenberg/Amertak.

In de avond het fractieberaad van Ons Water/ West-Brabant Waterbreed.

 

8 september
Een bespreking met wethouder Bea van Beers van de gemeente Dongen over een herinrichting van Park Dongedal en een mogelijk verlegging van de Donge. 

Daarna een PHO over een belastingaangelegenheid.

U kunt mijn (water) bijdragen ook volgen op Instagram en Twitter. Zoek mij eens op!

Louis van der Kallen



OVER WATER – 91

 

| 13-05-2017 | 21.00 uur |


 

OVER WATER – 91

 

9 mei
Vandaag een dag van portefeuillehoudersoverleggen (PHO).Tijdelijk heb ik een vijftal gemeenten overgenomen van collega van der Aa, die in afwachting is van een medische ingreep. Ik ben in een viertal PHO bijgepraat over de stand van zaken in en met de gemeenten: Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Breda, Rucphen en Zundert. Tevens een PHO over de afronding van het project Overdiepsepolder, een PHO over het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak en een PHO over de Keenesluis.

In de avond een informatiebijeenkomst Geertruidenberg/Amertak.

10 mei
De vergadering van het Algemeen Bestuur met als agendapunten onder andere: de voordracht van de nieuwe dijkgraaf  Kees Jan de Vet, die ik ken vanuit mijn Provinciale Staten periode (hij maakte toen deel uit van de CDA fractie), de vaststelling van het projectplan Roode Vaart door Zevenbergen (sinds 1 maart in mijn portefeuille, na enige discussie met algemene stemmen aanvaard), de zienswijze op de eerste begrotingswijziging 2017 en de conceptbegroting 2018 van Aquon (bij deze behandeling was ik de behandelend portefeuillehouder wegens ziekte van collega van der Aa, gelukkig kreeg ik hulp van collega Schots bij de beantwoording van een vraag waarop ik het antwoord schuldig moest blijven). Ook dit voorstel werd met algemene stemmen aanvaard.

11 mei
Napraten informatiebijeenkomst Geertruidenberg/Amertak.

Presentatiebevindingen cultureel erfgoed van het waterschap en een discussie hoe daar in de toekomst mee om te gaan. Voor meer informatie over de geschiedenis, en daarmee over een deel van het erfgoed van ons waterschap, kijk eens naar het filmpje over die geschiedenis.

12 mei
De opening van de “week van ons water” in Raamsdonksveer bij de Praxis. Samen met wethouder Kevin van Oort van de gemeente Geertruidenberg startte ik de actie steenbreek in de gemeente. Met deze actie kunnen burgers maximaal 2 vierkante meter stenen inleveren in ruil voor plantmateriaal en tuingrond. Deze actie is gericht op vergroenen van tuinen met als gevolg de aanpak van wateroverlast en vermindering van hittestress. In de Praxis had de gemeente en het waterschap een aantal voorbeelden ingericht hoe tuinen en daken meer klimaatbestendig ingericht kunnen worden. Het waterschap was onder andere aanwezig met een presentatie van onze activiteiten en liet zien, middels een waterbak, wat er gebeurt in gebouwde omgeving als het veel regent en welke maatregelen een burger kan nemen om wateroverlast en hittestress te voorkomen of te verminderen. 

Louis van der Kallen



OVER WATER -74

 

| 14-01-2017 | 10.50 uur |


 

OVER WATER – 74

 

6 januari
Samen met collega dagelijks bestuurder Kees de Jong (watersysteembeheer) op verzoek een tweetal boseigenaren bezocht om in ogenschouw te nemen wat er gebeurd is rond een A- watergang in de buurt van Huijbergen (gemeente Woensdrecht) met als vraagpunten: is dit wel een A-watergang en hoe heeft het ruimen van de bomen plaats kunnen vinden?

watergang-01 watergang-029 januari
Vandaag naar de nieuwjaarsbijeenkomst van het waterschap geweest en uitgebreid gesproken met medewerkers van de afdeling handhaving.

10 januari
DB vergadering met onder andere de agendapunten: het artikel 109a onderzoek diffuse emissies, oordeelsvorming duurzaamheid, uitvoeringskrediet onderhoud singels Reeshof (Tilburg), het beleid vernattingsschade binnen de EHS, leggers regionale waterkeringen, evaluatie afwikkeling traject Halderberge ZOO en waarneming dijkgraaf.

In de middag een gesprek met Ton Hardonk van de Galangroep over de profielschets nieuwe dijkgraaf. Daarna een tweetal PHO’s met de beleidsambtenaren die de contacten gaan onderhouden met de gemeenten Dongen en Gilze en Rijen.

In de avond de werkgroep bestuurlijke vernieuwing vooral over het ‘hoe’ van de bestuurlijke vernieuwing.

12 januari
Een middagje provinciehuis. Eerst de bijeenkomst voor oud-statenleden met een presentatie van Ferenc van Damme van de provincie Overijssel met de titel: “Elimineer ‘De Burger’”. Op zich inspirerend maar niet in mijn geest van denken. Hij buigt mee met tal van maatschappelijke ontwikkelingen en accepteert in feite wat anderen qua ontwikkelingen over ons brengen. Mijn uitgangspunten zijn dat je als overheid de inwoners van je land, provincie of gemeente juist voor moet gaan in de ontwikkelingen die echt wat positiefs betekenen voor de samenleving. Ik ging in zijn presentatie een paar keer met hem het debat aan onder de bemerking ik ben een luddiet om helder te maken dat we weerstand mogen bieden aan veranderingen en de samenleving keer op keer voor mogen houden wat veranderingen betekenen en wat we er aan en er mee moeten om de negatieve aspecten aan veranderingen te voorkomen of te beperken. Eén van zijn bemerkingen was: “politiek zegt jongeren niets, ze hebben er geen affiniteit mee. Gaat het echter over geld dan heb je hun aandacht.” Hij accepteert dat. Ik zeg: zorg dan in onderwijs en opvoeding dat ze wel kennisnemen van de politiek en politieke processen die uiteindelijk de samenleving waarin zij leven, studeren en werken voor een belangrijk deel vormgeeft.

Daarna was de provinciale nieuwjaarsreceptie met een verhaal van de Commissaris van de Koning waarin warempel de strijd “tegen het wassende water” zijdelings vermeld werd. Altijd een opsteker voor een waterschapsbestuurder. En er was ook een minuscule opsteker voor mij als Bergenaar. In het nieuwe provinciale promotiefilmpje kwam zowaar, als ik het goed gezien heb, een beeld (plusminus één seconde) van onze gevangenpoort voorbij.

Na de receptie, waar ik zelfs een waterschapsbestuurder trof uit Zuid-Holland, de fractie vergadering van Ons Water/West-Brabant Waterbreed, waar het vertrek van de dijkgraaf en haar vervanging en opvolging en de AB agenda werden besproken.

13 januari
vaartocht03De middag doorgebracht in Amersfoort bij de “startbijeenkomst consultatie concept-programmavoorstel 2018-2023”. De middag ging vooral over de nieuwe normering en de eerste beoordelingsronde en de dijkverbeteringsprojecten die in 2017 uitgevoerd gaan worden. Deze middag werd ook het waterveiligheidsportaal in gebruik genomen. Een website die uiteindelijk in het openbare deel ook veel informatie zal gaan bevatten, die voor gewone burgers en bedrijven interessant kan zijn in verband met de waterveiligheidsnorm die geldt voor hun woon- of werklocatie. Of het voldoende duidelijk is voor de gewone burger is voor mij wel de vraag. Ik ging met het projectenboek van 2017 onder mijn arm naar huis. Weer wat te lezen voor de komende week.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 72

 

| 31-12-2016 | 10.30 uur |


 


OVER WATER – 72 

 

De rechtsstaat in verval
De afgelopen maanden heb ik het boek: “De rechtsstaat in verval”, met als subtitel: “Over de lange mars door de instituties”, gelezen. Het boek, geschreven door Sybe Schaap een oud dijkgraaf, heeft op mij veel indruk gemaakt. Ik onderschrijf, op basis van eigen waarneming, zijn analyse en conclusie dat de rechtstaat in verval is en dat hét symptoom daarvan de opkomst is van het populisme en populistische leiders. Rancune, onbehagen en cynisme sluipen in het politiek systeem zonder een bijdrage te leveren aan oplossingen. Zondebokken worden in het populistische gedachtegoed gecreëerd en gedemoniseerd. Maar wat mij nog het meest raakte was het verval van het begrip ‘waarheid’.

Enkele citaten uit het boek ter illustratie:

  • “We leven in een post factual democracy. Beleid, feiten en argumenten zijn onbetekenende dingetjes geworden. Het enige dat echt telt is dat iets eenvoudig aan de media en het publiek is te verkopen”. (Peter Köppl)
  • “Dit is een ‘ongemak’ waar de integere politicus mee tobt: hoe om te gaan met de feitenvrijheid van de publieke oordeelsvorming?”
  • “Feiten lijken onderhandelbaar geworden. Welke feiten voor waar worden aangenomen lijkt bepaald te worden door de groep waartoe men zich zelve toerekent en de opgewekte emotie.”

Eerder schreef ik over het verval van het begrip ‘waarheidbeleving’ in de politiek in het artikel over liegende/dromende politici.

Edmund Burke

Het tweede wat mij trof was het feit dat reeds Edmund Burke (1729-1797) waarschuwde voor een ver doorgevoerde democratisering. Hij vreesde een te grote nadruk op het eigen belang, wat een evenwichtige belangenafweging in de weg zou staan. Burke waarschuwde tegen een democratische overgang van het gezag naar een beweeglijke commerciële klasse, waarvan Trump in mijn ogen een vertegenwoordiger is. Tegen de verleiding van een samenleving gebaseerd op contract, bood hij het perspectief van een op vertrouwen gestoelde samenleving – ‘een verbondenheid, niet alleen van hen die thans leven, maar ook tussen hen die leven, die gestorven zijn en die nog geboren worden’. Burke meende dat de opkomende democratie het besef van een generaties overspannende menselijke verbondenheid zou elimineren. Ook Nietzsche (1844-1900) waarschuwde voor een doorgeschoten democratisering voor de menselijke verhoudingen. ‘Men leeft voor vandaag… men leeft uitermate onverantwoordelijk.’. De waarheid is volgens Burke het volgende slachtoffer. Feiten maken plaats voor ideologisch bedrog en platvloerse leugens. De realiteit verdwijnt achter een maskerade van schijn en propaganda. Algemeen geldende ‘wetten’ die bepalend lijken voor het gedrag van mensen zijn:

  • zo min mogelijk geven en zo veel mogelijk nemen
  • zo min mogelijk risico en zo veel mogelijk voordeel
  • zo min mogelijk verantwoordelijkheid en zo veel mogelijk hoogachting
  • zo min mogelijk afhankelijk zijn van anderen en zo veel mogelijk anderen van jouw afhankelijk maken.

Zij passen in de historisch ontstane socio-biologische natuur van de individuele mens en van menselijke groepen. De vooruitgang van de mensheid is volgens Burke in belangrijke mate een zoeken geweest naar middelen ter inperking en regulering van deze ‘wetten’: de moraal, het recht, de religie, de pers, de openbaarheid, de publieke opinie, de ideeën van het humanisme enzovoort.

Het boek van de oud dijkgraaf Sybe Schaap is het lezen meer dan waard als je op zoek bent naar een verklaring van wat er om je heen in de politiek en in de samenleving gebeurt. Het vergt wel enig doorzettingsvermogen om door de soms taaie teksten heen te komen.

twentekanaal

Twentekanaal

Toekomst muziek?
Onderzoekers van de Radboud Universiteit en het Max Planck Instituut voor Mariene Microbiologie hebben in het Twentekanaal een microbe ontdekt die met behulp van methaan ijzerverbindingen afbreekt. Dit kan op termijn mogelijkheden bieden in de waterzuivering, bijvoorbeeld voor het gebruik van een bioreactor. De balans tussen methaan afbrekende en methaan producerende processen beïnvloedt de wereldwijde uitstoot van het sterke broeikasgas in de atmosfeer. De nu ontdekte microbe blijkt met behulp van methaan ijzerverbindingen af te breken, zodat afbraakproducten beschikbaar komen voor andere bacteriën. Dat kan van grote invloed zijn op de cycli van ijzer en methaan in de bodem en sedimenten, en daarmee op de kwaliteit van de natuur. Het nu gevonden metabolisme van de microbe kan een nieuw licht werpen op de aloude discussies over de rol die ijzerproducerende processen op de vroege aarde hebben gehad. De onderzoekers vermoeden dat de microbe mogelijk miljarden jaren geleden al een belangrijke rol vervuld heeft. Ze kon vermoedelijk 4 tot 2,5 miljard jaar geleden goed groeien in de zuurstofloze, maar methaanrijke atmosfeer van de ijzerhoudende oceanen. 

Louis van der Kallen  

 


OVER WATER – 57

 

| 10-09-2016 | 05.00 uur |


 


OVER WATER – 57

 

4 september
watermiddagIn de middag een ‘watermiddag’ op Bouvigne. Circa 800 bezoekers die kennis kwamen maken met de tuin, het kasteel en bij de diverse kraampjes, informatie kwamen halen over water en het waterschap Brabantse Delta. Kees de Jong en ik waren aanwezig om eventuele vragen te beantwoorden. 

5 september
Een borrel op fort Altena ter gelegenheid van het ontwerptracebesluit A27. Het valt mij dan op dat, ten opzichte van mijn eerste vergadering over de A27 in juni 2011, er vrijwel geen bestuurders meer zijn van toen. Ik had het idee de enige te zijn uit die tijd. De vraag voor mij is dan: wat betekent dit voor de kwaliteit van de bestuurlijke inbreng? Hoeveel ervaring en kennis van het dossier gaat bij de klaarblijk snelle wisselingen van bestuurders verloren?

6 september
Een Dagelijks Bestuursvergadering en een bilateraaltje met de dijkgraaf. Binnen mijn portefeuille vallende onderwerpen waren: de intentieovereenkomst Zuiderwaterlinie en de doorstart van de gebiedsinrichting Westelijke Langstraat. Voor het circa 600 ha grote gebied worden hydrologische maatregelen voorbereid en genomen om de PAS en Natura-2000 doelen voor natte natuur te realiseren. De provincie neemt de grondverwerving op zich en de natuurambities worden zodanig aangepast dat zij aansluiten bij de hydrologische ambities van het waterschap. Tevens is afgesproken om de oorspronkelijke hoge natuurambities te versoepelen en te combineren met integrale gebiedsontwikkeling ten behoeve van het draagvlak in de streek.

7 september
In de morgen een portefeuillehoudersoverleg over de scenario’s van het dijkverbeteringproject Geertruidenberg/ Amertak.

In de avond eerst een fractieoverleg en daarna een thema AB over de vele aspecten aan duurzaamheid.

Louis van der Kallen 

 


ONVERENIGBAARHEID FUNCTIES – 0032

 


 

Bergen op Zoom, 8 december 2007

 

Aan de Dijkgraaf van Waterschap Brabantse Delta

 

Per e-mail

 

Geachte Heer Vos,

Met enige bevreemding heeft ondergetekende kennisgenomen van bijgaande brief aan CDA-waterschapsbestuurders (zie bijlage) met daarin de vermelding dat u deel uitmaakt van een CDA-werkgroep ter voorbereiding van de waterschapsverkiezingen in Brabant.

Gezien uw positie als dijkgraaf en beoogd voorzitter van het stembureau acht ondergetekende, als mogelijke lijsttrekker van een aan de verkiezingen deelnemende lijst (Ons Water), een dergelijke combinatie van functies volstrekt onverenigbaar.

Ondergetekende vindt het volstrekt onbegrijpelijk dat u zelf klaarblijkelijk niet begrijpt dat een dergelijke combinatie van functies uw positie als dijkgraaf en als voorzitter van het stembureau ondergraaft, waarbij uw onafhankelijkheid in het geding kan komen.

Iedereen zou het vreemd vinden als in een gemeente een burgemeester betrokken zou worden door zijn partij bij de voorbereiding van de verkiezingen in zijn gemeente.

Ik verzoek u dan ook dringen uw motivatie voor deelname aan deze CDA-werkgroep kenbaar te maken, alsmede aan te geven hoe u denkt dat een en ander te combineren valt zonder uw positie als onafhankelijk voorzitter van het stembureau te ondergraven.

Hoogachtend,

Namens Ons Water

Louis van der Kallen

 

BIJLAGE:

01 december 2007

 

Geachte waterschapsbestuurders,

Zoals u ongetwijfeld weet vinden er in november 2008 de verkiezingen voor het waterschapsbestuur weer plaats. Voor de eerste keer vinden bij de waterschappen in Nederland gelijktijdige verkiezingen plaats en wordt het aloude personenstelsel vervangen door het zogenaamde lijstenstelsel. Het CDA heeft na een grondige afweging besloten de mogelijkheid te bieden om als partij deel te nemen aan de verkiezingen. Praktisch gezien zal de provinciale afdeling het niveau zijn waar de verkiezingen ondergebracht worden. Dit maakt het mogelijk per waterschap een lijst in te dienen.

De verkiezingen vragen een goede voorbereiding en afstemming. Voor het CDA is het van groot belang dat er een zo optimaal mogelijk resultaat behaald wordt. Het partijbestuur heeft daarom besloten om een werkgroep aan te stellen die de voorbereiding van de verkiezingen ter hand neemt. Taken van de werkgroep zijn onder andere:

– zorgen dat er een programma komt met regionale accenten;

– Het inventariseren van huidige “CDA waterschapsbestuurders” en het beleggen van bijeenkomsten waarbij iedereen elkaar kan spreken en bijpraten;

– Communicatie met belangengroepen en diverse andere organisaties;

– Het opstellen van profielschetsen voor kandidaten en eventueel het samenstellen van selectiecommissies om de kandidatenlijsten samen te stellen.

– Het voorbereiden van de campagne om het gewenste succes binnen te halen.

De werkgroep bestaat uit de volgende leden:

Wim van der Doelen (voorzitter), Karin Wagt (secretaris), Ruud Bun, Anton Ederveen,

Peter Ketelaars, Annette Stinenbosch, Joseph Vos en Erik van Lith (adviseur).

De eerste activiteit van de werkgroep is het organiseren van een bijeenkomst voor de huidige waterschapbestuurders die lid zijn van het CDA. Wij willen graag met u de opgebouwde kennis delen en tegelijk een platform creëren voor draagvlak van de aanpak.

Middels dit schrijven nodigen wij U uit voor een bijeenkomst op zaterdag 15 december aanstaande van 10.00 tot 12.00 uur in de Druiventros te Berkel-Enschot.

Bij deze brief wordt een overzicht meegestuurd van de waterschapsbestuurders die op dit moment bekend zijn bij het CDA. Mist u mensen op de lijst dan vragen wij u deze uitnodiging door te sturen of ons op de hoogte te brengen van de namen van deze bestuurders.

Met vriendelijke groet namens de werkgroep en wij zien u graag tegemoet op de 15e,

Wim van der Doelen, voorzitter

wvddoelen@brabant.nl

 


INSPRAAKPUNT V & W INZ. STARTNOTITIE VOLKERAK-ZOOMMEER – A019

 


 

Bergen op Zoom, 7 november 2007

 

Inspraakpunt V&W

Startnotitie Planstudie

Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer

 

per e-mail: inspraakpunt@inspraakvenw.nl

 

Geachte heer/mevrouw,

Ondergetekende wenst middels dit schrijven een inspraakreactie geven op de aanvullende Startnotitie Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer in het kader van de procedure voor de milieueffectrapportage. Ter illustratie zal ik soms verwijzen naar documenten ter informatie, omdat deze ook mede onderleggers c.q. bouwstenen kunnen/dienen te zijn van de aanvullende Startnotitie Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer.

Zoet/Zout
De startnotitie gaat uit van verzilting van het Volkerak-Zoommeer als enige mogelijke oplossingsrichting voor de blauwalgenproblematiek. Als zoet alternatief is uitsluitend gekeken naar de doorspoelvariant zonder een optimaal gebruik van alle mogelijke aanvullende maatregelen. Dit is een gemiste kans. Ondergetekende moet constateren dat deze startnotitie deels is gebaseerd op onvolledig onderzoek naar de mogelijkheden van zoete varianten.

De tot op heden onderzochte varianten geven aan, althans volgens de onderzoekers, dat binnen het ‘zoete water’ er geen afdoende oplossingen te vinden zouden zijn.

Blauwalgen, waar overleven zij? In de diepte! In een eerdere systeembeschrijving komt men tot de conclusie dat de bodem van het meer ernstig verontreinigd is en gesaneerd moet worden. Combineer dit feit met de doelstelling het meer zodanig in te richten dat de winteroverlevingskans van de blauwalgen daalt. Vul de diepten (meer dan 6 meter) buiten de vaargeul op, zodat in de winter de algen niet kunnen overleven in diepten die niet doorspoelen en in de winter te weinig afkoelen. Egaliseer diepten in de vaargeul, zodat overal de doorstroming geoptimaliseerd wordt. Verdiep ondiepten tot circa 6 meter, zodat opwarming minder snel plaatsvindt en daardoor de bloei in de zomer wordt geremd.

Waarom is de problematiek zo beperkt bekeken, terwijl met het vorenstaande (de diepten) zo veel andere mogelijkheden binnen het bereik liggen? Waarom wordt uitgegaan van de huidige diepte- en breedteprofielen? Waarom heeft men de behoefte aan nieuwe terreinen, voor bijvoorbeeld de industrie, niet gecombineerd met de aanpak van de diepteprofielen door bijvoorbeeld 1.000 ha. op te spuiten voor industrievestiging nabij industrieterrein Dintelmond?

Dan hoeft het industrieterrein Moerdijk niet uitgebreid te worden en kunnen de werkzaamheden betaald worden door de uitgifte van nieuwe gronden. Waar is de Hollandse mentaliteit gebleven van landaanwinning als oplossing van veel van onze problemen?

Met verdere aanvullende maatregelen, zoals:

– Weg met de Hooglanders. Meer ganzen zullen komen met als nevengevolg minder ganzenvraat buiten het gebied.

– Meer helofyten met als gevolg meer snoeken die de plantenetende vissen uitdunnen.

– Doorspoeling met voedselarmer water (Hollandsch Diep) als het beschikbaar is.

– Vermindering overlevingskans van blauwalgen door meer doorspoelbare diepten.

is veel te bereiken.

Verzilting is voor de landbouw een bedreiging, maar ook voor veel bouwwerken. Zoute lucht, zoute kwel en zout water zijn zeer corroderend. Van Tielrooij’s WB 21 geeft het belang van zoet water in dit gebied nadrukkelijk aan. Zij hebben het waterbeleid voor de 21ste eeuw integraal bekeken.

Jammer dat voorbij is gegaan aan de door mij reeds eerder geschetste oer Hollandse oplossingen. Landaanwinning en baggeren, profijtelijk en werkzaam!

Zoetwatervoorziening algemeen
Ik wil wijzen op de gevolgen van verzouten voor de zoetwatervoorziening.

Water Beheer 21ste eeuw (Commissie Tielrooij) gaat niet alleen over een te veel aan water, maar behandelt nadrukkelijk ook de beschikbaarheid in relatie met de behoefte aan zoet water. Door de ontwikkelingen in klimaat, bodemdaling en zeespiegelstijging, alsmede veranderingen in het beheer en gebruik van de bodem, veranderen de beschikbaarheid en de behoefte aan zoet water. WB21 zegt hier op een aantal plaatsen iets over. Het meest markant en helder op pagina 72 van het basisrapport: “Specifiek voor Laag Nederland speelt het probleem van de verzilting. Door de zeespiegelstijging en de bodemdaling neemt de verzilting toe in de lage polders langs de kust in Zuidwest Nederland, achter de Hollandse duinenrij.

Dit zal consequenties hebben voor het grondgebruik, met name voor landbouw en natuur.

Door toenemende verzilting en drogere zomers zal de vraag naar zoet water voor doorspoeling en beregening in West Nederland toenemen.

De aanvoer van zoet water zal echter juist afnemen. In Zuidwest Nederland zal de beschikbaarheid van zoet water in toenemende mate een knelpunt worden voor de daar aanwezige glastuinbouw, vollegronds-tuinbouw, bollenteelt en ook de akkerbouw.

De commissie wil daarom aandringen op het aanleggen van zoetwatervoorraden binnen de regio’s. Ook de verdeling van rivierwater over diverse watervragers verdient een kritische afweging”, einde citaat WB21.

Er dreigt dus een zoetwater tekort voor grote delen van het beneden rivierengebied in de toekomst. De huidige watertoevoer van het Lek-Waal-Maas-systeem gaat, ingeval van normale en geringe toevoer, vrijwel uitsluitend via de Nieuwe Waterweg naar de Noordzee. Onvoldoende wordt er beseft, dat de rivierafvoeren in de zomer af zullen nemen ten opzichte van wat we gewend zijn. De zomers in West Europa worden droger en de verwachting van klimatologen is dat dit proces van klimaatverandering doorgaat.

Niet alleen de Maasafvoer vermindert in de zomer, ook het karakter van de Rijn verandert. Door het proces van terugtrekkende gletschers (reeds ca. 100 jaren aan de gang, maar de afgelopen decennia versnellend) wordt de Rijn steeds meer regen- en steeds minder smeltrivier en daardoor minder afvoer in de zomer.

Het proces van minder afvoer wordt in toenemende mate versterkt door een ander gebruik van het rivierwater. Niet alleen in Nederland zal steeds meer grondwatergebruik voor drinkwater en industrie omgezet worden in water, gewonnen uit de rivier en andere oppervlaktewateren.

Ook bovenstrooms gaat dit proces door. Ook de landbouw zal door de drogere zomers meer water uit de rivieren betrekken. Kortom, het is zeer de vraag hoeveel water minimaal onze grenzen zal bereiken. Met name de waterverdeling van de Rijn, IJssel, Lek en Waal kan, vanwege de eisen van de scheepvaart, de hoeveelheid water voor het doorspoelen van onze wateren wel eens (ver) onder het vereiste minimum drukken.

Tot zover de schets van het waterbeslag, die duidelijk maakt dat het zomers knijpen wordt om, zonder hydrologische ingrepen, de huidige watervoorziening voor scheepvaart, industrie, landbouw en drinkwater zeker te stellen. Voldoende zoet water op ieder moment is geen vanzelfsprekende zaak.

Met dit toekomstbeeld gaat desondanks het Haringvliet op een kier, met als gevolg meer zoet water wat anders dan via de Nieuwe Waterweg naar zee gaat. Als dan ook de sluizen opengaan richting Krammer/Volkerak/Zoommeer met nog meer zoetwaterverlies, denk ik dat het in de toekomst des zomers wel eens goed spaak zou kunnen lopen met grote zoetwater-tekorten en problemen voor de scheepvaart.

Wie en wat wordt dan het slachtoffer? Welke maatregelen zullen dan weggegooid geld blijken?

Beter zou het zijn om het rapport WB21 serieus te nemen.

“Het gevolg is dat de inname van water voor de drinkwatervoorziening vaker en langduriger moet worden gestaakt. Het zelfde verschijnsel doet zich voor op de Brabantse rivieren. Hier kan het probleem echter wel opgelost worden door de aanvoer van een beperkte, extra hoeveelheid zoet water” (pagina 9).

Nergens in de startnotitie wordt vermeld waar dit zoete water, in tijden van droogte dan wel vandaan komt. Is/wordt dit vastgesteld in de Landelijke Commissie Waterverdeling (droogteoverleg)? Hier moet in de milieueffectrapportage helderheid over verschaft worden!

“De inzet van regionaal beschikbaar zoet water en mogelijkheden van ontzilting van ter plaatse beschikbaar oppervlaktewater worden ook voor West-Brabant onderzocht.’’ (pagina 11). Onderzoeken: prima, maar dan ook hoe de kosten daarvan tot in lengte van dagen van de Rijksoverheid worden zeker gesteld.

Bestaande infrastructuur/verzilting
De start notitie spreekt over “De eerste stap is er op gericht de blauwalgenproblematiek aan te pakken met maatregelen die zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur.

Deze maatregelen moeten ertoe leiden dat er uiterlijk 2015 geen sprake meer is van overlast door blauwalgen in het Volkerak-Zoommeer” (pagina 5).

Men denkt dus dat een aanpak met behulp van de bestaande infrastructuur kan leiden tot de oplossing van de algenproblematiek. Het gebruik van uitsluitend de bestaande infrastructuur heeft een aantal nadelen.

De belangrijkste is verzilting van het Haringvliet/Hollandsch Diep door zoute schutverliezen.

In de droge periode van november 2005 heeft een zogenaamde achterwaartse verzilting (via Nieuwe Waterweg, de Oude Maas, het Spui en de Dordtsche Kil) plaatsgevonden van het Haringvliet en het Hollandsch Diep. Hierdoor kon het drinkwaterbedrijf Evides ruim twee maanden geen water innemen.

Deze verzilting was relatief uitzonderlijk. Maar met een stijgende zeespiegel en mogelijk langere perioden van lage rivierafvoeren zou dit vaker op kunnen gaan treden.

Nu viel deze achterwaartse verzilting ver buiten het groeiseizoen. Wanneer dit echter gebeurt in de zomer, kan dit ernstige gevolgen hebben voor onze waterinlaatmogelijkheden.

Het nieuwe beheer van de Haringvlietsluizen (kierbesluit) doet ook in droge perioden een extra beroep op de beschikbaarheid van zoet water. Zoute schutverliezen zouden de verziltingsrisico’s van het Haringvliet/Hollandsch Diep aanzienlijk verhogen.

Bij het onderzoek naar de te treffen maatregelen vanwege de “zoutindringing vanuit het Volkerak-Zoommeer naar omliggende wateren” dient dan ook met een eventuele samenloop met een achterwaartse verzilting rekening gehouden te worden en dienen aanpassingen om de zoute schutverliezen te beperken ook vóór 2015 mogelijk te zijn.

Ook het schutten bij Dintelsas en Benedensas kunnen tot zoutindringing leiden en ook daar zijn aanvullende maatregelen nodig. Hier dient de milieueffectrapportage helderheid over te verschaffen. Tevens zal de Binnenschelde bij verzilting van het Volkerak-Zoommeer verzilten omdat het peilbeheer vormgegeven wordt door water in te laten vanuit het Zoommeer. Onderzocht dient te worden welke gevolgen dit heeft voor alle waterkwalitietsaspecten van de Binnenschelde en op de funderingen van de bebouwing in de omgeving van de Binnenschelde, zoals op de Bergse Plaat.

Een tweede risico is dat na het oplossen van de problemen met de bestaande infrastructuur de landelijke besluitnemers geen prioriteit meer zullen toe kenen aan de noodzakelijke mitigerende maatregelen om de andere problemen die verzilting veroorzaken op te lossen.

Duurzaam functionerend ecosysteem
“De oplossing voor de blauwalgenproblematiek moet passen binnen de oplossing voor de langere termijn (2040). Dit is de tweede stap die leidt tot een definitieve oplossing voor de waterkwaliteit van het Volkerak-Zoommeer, waarbij sprake zal kunnen zijn van een duurzaam functionerend ecosysteem.”

In de startnotitie is geen nadere definitie, uitwerking of omschrijving te vinden van de dan nog op te lossen waterkwaliteitsproblemen, noch van wat in dit verband moet worden verstaan onder “een duurzaam functionerend ecosysteem”. In de milieueffectrapportage dient daar helderheid over te komen.

Getijdendynamiek/Waterberging op het Volkerak-Zoommeer (RvR)
“Om te voorkomen dat zich andere plaagalgen vestigen in het Volkerak- Zoommeer, wordt voorgesteld om meer getijdendynamiek op het meer toe te laten.” (pagina 10).

Het vorenstaande gecombineerd met het voorstel in het kader van Ruimte voor de Rivier om maximaal 2 meter waterkolom in noodgevallen te bergen op het Volkerak-Zoommeer is strijdig met het Interim Peilbesluit 1996. De effecten van deze maatregelen op de waterafvoer van West-Brabant, alsmede op de kwaliteit van de waterkeringen dienen in dit kader nader onderzocht te worden.

In de rapportage wateratelier Brabantse Delta “van DEFENSIE tot RETENTIE” is geschetst hoe men denkt om te gaan met de circa 30.000.000 kubieke meter waterafvoer van de West-Brabantse rivieren die geborgen zou moeten worden in West-Brabant. Dit stuk, geschreven in opdracht van de Stichting Cultuur Historie West-Brabant met als partners het waterschap Brabantse Delta en de provincie Noord-Brabant, geeft daarvoor een aantal oplossingen. In een brief van het waterschap Brabantse Delta aan de leden van het algemeen bestuur van het waterschap schrijft dijkgraaf J.A.M. Vos: “Waterschap Brabantse Delta ondersteunt de uitkomsten van de atelierbijeenkomsten”. De geschetste ‘oplossingen’ zijn dus serieus te nemen. Die ‘oplossingen’ betreffen onder andere het bergen van het water in de oude kreekstructuren en de Vliet rond Steenbergen en de oude ‘waterlinies’.

Polders van de Linie van de Eendracht, die dan onderwater gezet kunnen worden, zijn volgens de rapportage: de Noordheemscheppolder, de Oude Vlietpolder, de Westgraaf Hendrikpolder, de Oude Heipolder, de Rubeerepolder, de Mattenburgspolder, de Schuddebeurspolder, de Eendrachtspolder en de Auvergnepolder. In deze laatste heeft de gemeente Bergen op Zoom industrieterreinen gepland. Verder zijn inundaties voorzien langs de gehele loop van het Mark/Dintel systeem met aanliggende polders, globaal samenvallend met de Zuiderfrontierlinie (1747/1860). Ook de Stelling van den Hout/Munnikkenhof kan dan volgens de rapportage geïnundeerd worden. Dit geheel zal een geweldige aanslag zijn op de economische dynamiek van West-Brabant en een enorme schade veroorzaken. De milieueffectrapportage dient inzicht te verschaffen in de effecten van dergelijke inundaties en de financiële, ecologische en sociale gevolgen en hoe deze te beperken c.q te beperken zouden zijn

Watervoorzienig landbouw
Voor doelmatig en effectief peilbeheer, beregening en voor ecologische functies is het van het grootste belang dat de zoetwatervoorziening van West-Brabant, Sint Philipsland en de Zeeuwse eilanden gegarandeerd blijft. Nu wordt op veel plaatsen, o.a. middels inlaatduikers, zoet water vanuit het Volkerak-Zoommeer ingelaten. Er dient dus een alternatief geboden te worden wat in kwantiteit en kwaliteit minimaal gelijkwaardig is tegen de huidige (verwaarloosbare) kosten. Eventuele alternatieven, zoals via ontzilting, dienen dus op Rijkskosten tot stand te komen en tot in lengte van jaren op Rijkskosten geëxploiteerd. Ook hier in dient de milieueffectrapportage te voorzien.

Met de meeste hoogachting,

Namens Ons Water

L.H. van der Kallen

(voorzitter)

 


GS NOORD BRABANT INZ. INTERPRETATIE WATERSCHAPSWET – A017

 


 

Bergen op Zoom, 15 oktober 2007

 

Aan het College van Gedeputeerde

Staten van de Provincie Noord Brabant

Postbus 90151

5200 MC ‘s Hertogenbosch

per email: info@brabant.nl

 

Geacht College,

De afgelopen maanden is er in het algemeen bestuur en met het dagelijks bestuur van het Waterschap Brabantse Delta gesproken omtrent de bevoegdheden van het algemeen respectievelijk het dagelijks bestuur.

De discussie startte in de Algemene Bestuursvergadering van 27 juni 2007 met een bijdrage van de dijkgraaf die erop neerkwam ‘dat van de “Design and Construct”-methode van aanbesteding in de toekomst meer gebruik gemaakt zal gaan worden, omdat het dagelijks bestuur ontwerp- en bestekactiviteiten meer wenste te gaan uitbesteden’.

Ondergetekende concludeerde dat dit voornemen een wijziging was van het uitbestedingsbeleid en vroeg het dagelijks bestuur dit, klaarblijkelijk, nieuwe aanbestedingsbeleid middels een nieuwe nota aanbestedingsbeleid voor te leggen ter vaststelling aan het algemeen bestuur. Deze conclusie en dit verzoek waren en zijn gebaseerd op artikel 77 van de Waterschapswet: “De in artikel 56 omschreven bevoegdheid tot regeling en bestuur berust bij het algemeen bestuur voor zover deze niet bij of krachtens reglement dan wel bij wet of bij algemene maatregel van bestuur is toegekend aan het dagelijks bestuur, aan de voorzitter of aan het bestuur van een afdeling.”.

Het dagelijks bestuur is van mening dat het aanbestedingsbeleid haar bevoegdheid is. Zij voert daartoe een aantal argumenten aan, o.a. in de adviesnota aan het algemeen bestuur, registratienummer 071002230: “Het vaststellen van het aanbestedingsbeleid is op dit moment (nu het AB het aanbestedingsbeleid tot op dit moment niet expliciet heeft voorbehouden) de bevoegdheid van het DB.”.

Ondergetekende acht dit volstrekt tegengesteld aan wat de wetgever middels artikel 77 van de Waterschapswet heeft bepaald. Een dergelijke uitleg van de bevoegdheid van het DB is, mijns inziens, een omdraaiing van handelen. Volgens mijn interpretatie van artikel 77 is het AB bevoegd, tenzij het AB deze bevoegdheid expliciet heeft overgedragen. Dit is tot op heden niet het geval.

Een tweede argument van het dagelijks bestuur is haar uitleg van artikel 15 lid f en g van het door Provinciale Staten vastgestelde Reglement van waterschap Brabantse Delta:

artikel 15 lid f: “de vaststelling van de bestekken en van de voorwaarden van aanbesteding van voor het waterschap uit te voeren werken en te verrichten leveringen en van de voorwaarden van verkopingen, voorzover het algemeen bestuur zich die vaststelling niet heeft voorbehouden.”.

artikel 15 lid g: “het houden van alle aanbestedingen van werken, diensten, leveringen en verkopingen, tenzij het algemeen bestuur anders heeft beslist.”.

In de interpretatie van ondergetekende hebben deze artikelen betrekking op de uitvoering van het beleid. Niet op de vaststelling van beleid als zodanig. Onder ‘voorwaarden’ zoals vermeld in artikel 15 lid f verstaat ondergetekende o.a.:

– wanneer offreren

– deskundigheidsvereisten aannemers

– kredietwaardigheid aannemers

– juridische status

– wie uitgenodigd worden bij onderhandse aanbesteding

– enz.,

maar zeker niet beleidsonderdelen, zoals:

– welke bedragen/grenzen enkelvoudige onderhandse aanbesteding

– welke bedragen/grenzen meervoudige onderhandse aanbesteding

– welke bedragen/grenzen openbare aanbesteding

– hoe om te gaan met Design and Contract met effecten op de bezetting en kwaliteit/

deskundigheid van en op de eigen organisatie

– enz.

Uw College is de toezichthouder op de waterschappen. In dit kader vraag ik uw oordeel op de voornoemde interpretatie van de Waterschapswet, alsmede het door Provinciale Staten vastgestelde Reglement door het dagelijks bestuur van het waterschap Brabantse Delta.

Hoogachtend,

L.H. van der Kallen

lid algemeen bestuur Brabantse Delta

c.c.: fracties Provinciale Staten.