OVER WATER – 115

 

| 28-10-2017 | 11.30 uur |


 

OVER WATER – 115

 

De afgelopen maanden heb ik diverse overleggen bijgewoond die te maken hebben met dijkverbeteringen, onder andere in het rivierengebied. Het valt dan op dat op een belangrijk onderdeel, de financiering van rivierverruiming middels de mogelijke overheveling van gelden bestemd voor dijkversterking (de dijkrekening), de meningen fors verschillen. De dijkrekening kent een eigen financiering. De versterking van primaire keringen die in beheer zijn van een waterschap, worden bekostigd op basis van cofinanciering. Hiervoor is door het Deltafonds de Dijkrekening ingericht, waaraan de waterschappen gezamenlijk 40% bijdragen en het Rijk 50%. De resterende 10% bestaat uit een projectgebonden aandeel van het betrokken waterschap, bedoeld als doelmatigheidsprikkel. Waterschappen ontvangen dus 90% van de geraamde kosten van een ‘sober en doelmatig ontwerp’.

Het lijkt logisch om bij de financiering van waterveiligheidsverbeteringen, zoals dijkversterkingen en rivierverruiming, beide te zien als twee communicerende vaten. Als de rivier verruimd wordt, is een dijkversterking minder snel nodig. Toch staan binnen de waterschappen de neuzen nog niet dezelfde kant uit. Per 1 januari 2017 is wettelijk geborgd dat de vermeden kosten voor de dijkversterking, als gevolg van rivierverruimingsmaatregelen, aangewend kunnen worden voor de bekostiging van de betreffende rivierverruimingsmaatregel. De uitgangspunten die afgesproken zijn binnen de Stuurgroep Hoogwaterbeschermingsprogramma voor het bepalen van de vermeden kosten, en het beschikbaar stellen van dit budget, worden nader uitgewerkt voor toepassing in de praktijk.  Momenteel werkt een werkgroep, bestaande uit een afvaardiging van waterschappen, de UvW, provincies, HWBP en het Rijk, aan deze nadere uitwerking. Vraagstellingen die de werkgroep behandelt zijn onder andere:

  • Op welke niveaus kan uitwisseling plaatsvinden en wat zijn hiervan de voor- en nadelen?
  • Wat zijn denkbare scenario’s voor de financiële uitwisseling tussen rivierverruiming en dijkversterking in relatie tot de verschillende programmeringen van dijkversterking en rivierverruiming?
  • Op welke wijze en op welk detailniveau kan de uitwisselingsbijdrage op een doelmatige en transparante wijze worden bepaald?
  • Op welke wijze kunnen eventuele nieuwe afspraken rondom de uitwisseling tussen dijkversterking en rivierverruiming worden geborgd? 

Voor de waterschappen is het van belang dat: 

  • de berekening van de vermeden kosten goed verantwoord kan worden naar alle waterschappen (methode, werklast en detailniveau berekening);
  • de waterschappen een realistisch beeld kunnen geven van de vermeden kosten dijkversterking door rivierverruiming (verwachtingsmanagement);
  • de betreffende rivierverruimingsmaatregelen leiden tot een taakstelling/waterstandslijn voor de dijkversterking en daarmee voldoende zekerheid van de realisatie van de rivierverruimingsmaatregel om bij het ontwerp van de dijkversterking rekening mee te kunnen houden.

In de laatste bijeenkomst van de CWK (Commissie Waterkeringen van de Unie) is gesproken over het vraagstuk of en hoe de eventueel vermeden kosten voor dijkversterking door rivierverruiming aangewend kunnen worden voor rivierverruiming. Afgesproken is dat over dit vraagstuk een adviesnotitie/verkenning wordt gemaakt. Bij de CWK bespreking werd duidelijk dat een aantal waterschappen, voornamelijk die met zeedijken, de uitwisseling een greep uit de kas van de dijkrekening vinden. Wat daarbij meespeelt is dat de uitwisseling lijkt op het belonen van voormalig slecht gedrag. In het verleden werd, als er ruimte van de rivier ‘gestolen’ werd door ontwikkelingen in het buitendijkse rivierbed, er geen geld gestort voor de door deze ‘diefstal’ veroorzaakte noodzaak tot dijkversterkingen. Terwijl er nu bij buitendijkse dijkversterkingen compensatie wordt verlangd. Er zijn tal van voorbeelden dat in de laatste tientallen jaren veel ruimte van de rivier is gestolen en dat pas met het Ruimte voor de Rivierprogramma het bewuszijn daarover is gegroeid.

Omdat ik ook vergaderingen bezoek waarbij vrijwel uitsluitend waterschappen, gemeenten en provincies met rivierdijken betrokken zijn, zoals de Stuurgroep Delta Maas, de Stuurgroep RBOM/DHZ (Regionaal Bestuurlijk Overleg Maas en Deltaplan Hoge Zandgronden) en het Bestuurlijk overleg Bedijkte Maas, valt mij het enorme verschil in perceptie op! Zij vinden de uitwisseling c.q. financiering vanuit de dijkrekening voor rivier verruimende maatregelen heel normaal en logisch en gaan er vanuit dat dit ook (ruimhartig) gaat gebeuren. Over een morele plicht vanwege de ‘diefstal’ in het verleden wordt niet gesproken. Maar ook de grondhouding ten aanzien van de uit te voeren projecten is totaal anders. Bij de CWK discussies hanteert ieder waterschap de norm dat een dijkversterking ‘sober en doelmatig van ontwerp’ moet zijn. Logisch want het gaat over geld wat voor 40 procent door de gezamenlijke waterschappen wordt opgebracht en voor 50 % door de landelijke belastingbetaler.

Bij de Maas overleggen wordt er gepleit voor het “sparen van bijzondere dijken”. Uit de gebruikte argumenten blijkt dat dit dijken zijn die landschappelijk bijzonder zijn of die cultureel/historisch bijzonder zijn of waar geen bestuurlijk of politiek draagvlak voor een project is. Dit kan leiden tot projecten die aanzienlijk minder kosteneffectief zijn, waarbij per bestede geldeenheid aanzienlijk minder waterstandsdaling wordt gerealiseerd dan bij een project waarbij sprake is van een ‘bijzondere dijk’.

In mijn persoonlijke benadering kan van uitwisseling alleen sprake zijn als beide manieren van werken aan waterveiligheid gebaseerd zijn op dezelfde uitgangspunten. Voor mij is dat ‘sober en doelmatig’. Hierbij zou in gedachten gehouden moeten worden: de toekomst en daarmee de duurzaamheid van de maatregelingen. Als wat nu voor een ‘bijzondere dijk’ gehouden wordt in de komende 100 jaar alsnog aangepakt moet worden, is het ‘sparen’ daarvan slechts een duur uitstel van executie. Zeker als het gaat om ‘niet in mijn achtertuin’ gedrag moeten politici en bestuurders meer oog krijgen en houden op wat in de toekomst nodig en onvermijdelijk is. Dan is voor mij sober en doelmatigheid van ontwerp en uitvoering de na te streven norm!   

Voor meer informatie over waterveiligheid en de lopende toetsingen en normen kijk eens op de volgende websites.

https://www.helpdeskwater.nl
https://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/waterveiligheid/primaire/
https://waterveiligheidsportaal.nl
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/deltaprogramma/deltawet-deltacommissaris-en-deltafonds
http://www.overstroomik.nl/

Er is een benchmark inundatiemodellen ontwikkeld. De benchmark bestaat uit een functionaliteitenlijst waarmee bepaald kan worden voor de oplossing van welke vraagstukken welk modelinstrument het beste gebruikt kan worden. De benchmark laat zien dat de kwaliteiten van de bij de modellering betrokken rioolmodelleurs, hydrologen en rioolontwerpers/bouwers en de beschikbaarheid van goede data (mede) bepalend zijn voor de uitkomsten van het model. De benchmark kan waterschappen en gemeenten helpen bij de keuze van het te gebruiken instrument.

De benchmark komt goed van pas bij de door gemeenten en waterschappen uit te voeren stresstest in het kader van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie om de knelpunten bij wateroverlast in beeld te brengen.

24 oktober
Een bezoek aan het archief. Diverse PHO’s, onder andere over: de Keenesluis/nationale sluizendag, dijkverbetering Amertak/Geertruidenberg en PHO’s  ter voorbereiding van bestuurlijke overleggen met de gemeenten Drimmelen, Geertruidenberg en Dongen, alsmede een afspraak bij Avans Hogescholen.

25 oktober
Een bezoek aan Pukkemuk om bij te praten over de plannen van dit bedrijf in relatie met de realisering van een stukje EVZ.
In de avond de AB vergadering met agendapunten: SNB, de ambitie en strategie waterkwaliteit, een aantal grondaankopen, het projectplan EVZ Laakse Vaart en het projectplan Kleine Melanen.

26 oktober
Vandaag de nationale sluizendag op het terrein van de Volkeraksluizen, mede ter gelegenheid van 50 jaar Volkeraksluizen, waarbij ik samen met vertegenwoordigers van RWS en de provincie mocht bekend maken dat gelden beschikbaar worden gesteld om de Keenesluis te behouden voor de toekomst. In de middag heb ik de presentaties nabij de Keenesluis bijgewoond. 

27 oktober
PHO over de Amertak/Geertruidenberg en over een project in Waalwijk. Daarna de ingebruikname van kano passeerbaar gemaakte krooshek in de Aa of Weerijs, die ik zelf al kanoënd passeerde. Na de brug of de Ruitersboslaan keerden we veilig en droog terug aan wal.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 112

 

| 07-10-2017 | 12.00 uur |


 

OVER WATER – 112

 

2 oktober
In de avond de eerste ‘Steenweg sessie’ van de Unie over een aantal actuele onderwerpen waarover met behulp van stellingen werd gesproken. Eerst was er een korte lezing van Leo Meyer van  ClimateContact-Consultancy (CC-C). Voor het eerst een klimaatdeskundige, die met een maximale zeewaterstijging met 20 meter ruim over de gebruikelijke 6 meter ging voor de komende honderden jaren. Hij stelde ook dat  ‘boven de 5 meter voor Nederland die niet meer houdbaar zou zijn’. Een stelling ging over ‘tegeltax’. Circa driekwart van de aanwezigen zagen de invoering van een ‘tegeltax’ niet zitten. Zij denken dat afkoppelen belonen middels een subsidie beter werkt. Voor mij laat dit zien dat door de intrede van ‘politici’ in het waterschapsbestuur het adagium: de vervuiler betaalt, verlaten is. Ik ben nadrukkelijk wel voor de invoering van een vorm van ‘tegeltax’ omdat de uit te keren subsidies niet gratis zijn, maar opgebracht moeten worden door de belastingbetalers. Inclusief diegenen die het probleem niet veroorzaken!

Recent verscheen een artikel in Binnenlandsbestuur met de titel: Te politieke waterschappen hinderen aanpak wateroverlast. Een citaat uit het artikel wil ik de lezer niet onthouden: universitair docent en BDO-adviseur Koen van den Oever: “Vooral bij sterk uiteenlopende belangen groeit de kans op het achterhouden van informatie en redeneren vanuit eigen belang(en) en partijvorming.” Koen van den Oever pleit in zijn proefschrift voor meer rationaliteit binnen de strategische besluitvorming van waterschappen. Meer rationaliteit in het strategische besluitvormingsproces helpt de waterschappen om met innovatieve oplossingen te komen om aan de veranderende omgeving te voldoen, aldus van den Oever. 

Met de stelling: een stresstest is hard nodig, omdat gemeenten het probleem onderschatten, was circa 90 % het eens omdat het een gemeente zou helpen draagvlak te krijgen bij colleges en bewoners. Voor draagvlak is wat mij betreft een stresstest niet nodig. Overheden moeten bereid zijn ook zonder draagvlak die maatregelen te nemen die nodig zijn om overstromingen, wateroverlast en vermijdbare sterfgevallen door hittestress te voorkomen. Niet-in-mijn-achtertuin-gedrag mag wat mij betreft nooit in de weg staan van noodzakelijk overheidshandelen. 

3 oktober
In de morgen DB vergadering met als agendapunten onder andere: programmering STUW-opgaven (overeenkomst met de provincie inzake uitvoering en financiering van watermaatregelen), strategie slibeindverwerking SNB, projectplan EVZ Laakse Vaart, diverse grondaankopen, ambitie en strategie waterkwaliteit, projectplan waterkwaliteit Kleine Melanen, de overdracht van rioolgemalen tussen Breda en waterschap en herziening leggerboek.

In de middag PHO’s over een waterkering bij uitbreiding van de haven in Raamsdonksveer, over Pukkemuk en ter voorbereiding van het bestuurlijk overleg met de gemeente Gilze en Rijen.

In de avond de werkgroep bestuurlijke vernieuwing met op de agenda onder andere een gesprek met de dijkgraaf over de werkzaamheden van de werkgroep en zijn mogelijke rol daarin en het opstellen van een werkagenda voor 2018.

4 oktober
In het buitengebied van Udenhout een sessie met belangengroepen en wethouders van de gemeenten Loon op Zand en Tilburg over de mogelijke ontwikkelrichtingen van het toekomstige landschapspark Pauwels.

5 oktober
Bestuurlijk overleg met de gemeente Geertruidenberg over de mogelijke uitbreiding van de jachthaven op de oostelijke Dongeoever in relatie met de waterkering.

6 oktober
Het symposium “waterluis in de otterpels” over rekenkamer(commissies) in de waterschapswereld. Ik was te gast bij het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Met diverse sprekers waaronder Jacques Wallage, voorzitter van de Raad voor het Openbaar Bestuur.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 100

 

| 15-07-2017 | 20.00 uur |


 

OVER WATER – 100

 

10 juli
De bestuurlijke begeleidingsgroep InnovA58, met onderwerpen: de beekpassages zoals die van de Mark, het advies Q-team, het gebied Bavelse Heide, de inpassingsvisie. Het viel mij op dat er nog steeds nagedacht werd over de Anneville eik. Er kwam een suggestie voor een wedstrijd gericht op de jeugd voor een idee met een “hoge aaibaarheidsfactor”. 

11 juli
In de morgen DB vergadering met als agendapunten onder andere: het projectplan aanleg waterretentie Poort Staakberg, de woonplaatsontheffing nieuwe dijkgraaf, een uitvoeringskrediet reparatie luchtleiding RWZI Bath, een uitvoeringskrediet voor de 2e ronde toetsing regionale keringen, het ontwerp projectplan Kleine Melanen, de Samenwerkingsovereenkomst Westelijke Langstraat, het projectplan EVZ Laakse Vaart en de realisatieovereenkomst ‘aanpassing waterhuishouding Waalwijk’. 

In de middag overleg mat Carlo Braat van het Brabants Landschap over het Veenpalen project.

12 juli
PHO over de zaken die lopen rond de dijkversterkingsproject Geertruidenberg/Amertak. Daarna een overleg Stuurteam Markdal.

In de avond eerst coalitie overleg over de invulling van de vacature in het DB. Daarna de algemeen bestuursvergadering met als belangrijkste agendapunt de Kadernota 2018-2027 (unaniem aanvaard) en voorstellen met uitvoeringskredieten: slibrooster en slibstudie Bath, AWP 2. (54.000.000) en instandhouding gistingstanks. Ik vond het als portefeuillehouder jammer dat niemand iets te vragen of op te merken had over de mededeling inzake de aanvullende toetsresultaten regionale keringen. Het gebeurt immers niet vaak dat een investeringsprognose met 25.000.000 euro wordt verminderd.

13 juli
Bezoek aan de Overdiepsepolder en een gesprek over de afwikkeling van de werkzaamheden met een paar agrarische ondernemers. Daarna stuurgroep Westelijke Langstraat met de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst Westelijke Langstraat tussen de provincie Noord-Brabant, het waterschap Brabantse Delta, de gemeente Waalwijk en Staatsbosbeheer, en met de ondertekening van de realisatieovereenkomst aanpassing waterhuishouding Waalwijk tussen de provincie Noord-Brabant en het waterschap Brabantse Delta. Kijk voor meer informatie over de Westelijke Langstraat eens op de provinciale website over dit onderwerp.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 40

 

| 14-05-2016 | 13.30 uur |


 


OVER WATER – 40

 

10 mei
In de ochtend de dagelijks bestuursvergadering met als agendapunten onder andere: de huidige versie van de kadernota 2017-2026 (komt de volgende keer weer op de agenda), de keuze tot het voorkeursalternatief waterveiligheid Laakse Vaart, Kibbelvaart en Leurse Haven (de keuze is twee keersluizen), het vaststellen van het ruimtelijk kwaliteitskader voor de regionale waterkeringen, een actualisatie van de algemene regels en beleidsregels keur, de keuze van het onderwerp voor een artikel 109a onderzoek (diffuse bronnen) en een risicoanalyse in relatie met het weerstandsvermogen.

In de avond een groepsgesprek tussen AB/DB leden en de door de RKC van het waterschap ingehuurde onderzoekers die voor de RKC een onderzoek doen naar het aanbestedingsbeleid de uitvoering daarvan.

11 mei
Aan het begin van de avond de fractievergadering, waarin nog eens uitgebreid is gesproken over het vertrek van Kees Coppens uit het DB en zijn opvolging daarna werd de agenda voor het AB van 18 mei doorgenomen. Daarna de thema AB met als agendapunt een beeldvormende sessie over verbonden partijen. Het AB werd bijgepraat over: de belastingsamenwerking West-Brabant, de SNB, het Waterschapshuis en de strategische herijking Aquon.

12 mei
jules deelder 04Vandaag de “Dag van de Brabantse omgevingsvisie” in het congrescentrum 1931 in Den Bosch. In de eerste presentatie vertelde een medewerker van de provincie dat de op te stellen omgevingsvisie voor Brabant een praktijk gerichte omgevingsvisie moest worden, waarin ‘de mens centraal staat’. Voor mij een beetje raar. Want het hoort, als het gaat om de omgeving van de ‘mens’, net zo zeer over de flora, fauna en het landschap te gaan. Via “Denken, Dromen, Durven, Doen” moet er een uitzicht ontstaan op 2040. Meer informatie is te vinden op www.omgevingsvisieNB.nl. Zelf heb ik het niet zo op politici of ambtenaren die aan het dromen moeten slaan over hun werk. Ik schreef er eerder over.

De tweede presentatie was door Derk Loorbach van Dutch Research Institute For Transitions (DRIFT). Hij hield een inspirerend verhaal over de “Omgeving in Transitie” van beleid naar de politiek van de ruimte. Hij memoreerde als ‘nadenker’ de Jules Deelder ‘de wat maakt het uit joh-motie’ in de Rotterdamse gemeenteraad. Hij pleitte voor het meer ruimte maken voor experimenten en de totstandkoming van een strategisch innovatie programma om:

  • ruimte te behouden
  • ruimte te bieden
  • en ruimte te maken.

Dit allemaal over de huidige politieke cycli heen. Deze zijn te kort en leiden tot een korte termijn denken, daar waar een lange termijn nodig is.

Daarna waren er nog werkbijeenkomsten, waarin veel gedroomd werd over wat de nieuwe omgevingswet mogelijk zou maken en wat de aanwezigen, vooral gemeentelijke ambtenaren aan verwachtingen hadden van ‘de Brabantse omgevingsvisie’. Op de concrete vraag wat is jullie verwachting, antwoordde in één van de werkbijeenkomsten waar ik aanwezig was 85 % “vrijheid”. Ik zag bijna dezelfde euforie als op een gemeentelijke bijeenkomst van politici over de omgevingswet. Ik schreef daar eerder over. Dit vind ik zorgelijk. 

Ik heb er niet zoveel vertrouwen in. Het lijkt op eerst het zoet, we gaan weer bouwen en produceren met alle milieunadelen van dien, daarna komt het zuur. In de politiek is dat niet de betrouwbare volgorde. Politici delen graag cadeautjes uit ‘het zoet’ en laten het zuur vaak aan de volgende generatie bestuurders met vaak de gedachte ‘na mij de zondvloed’ of ‘wie dan leeft die dan zorgt’. Een soort Belgisch scenario. Hier is het lange termijn denken waar Derk Loorbach voor pleitte echt nodig.

Louis van der Kallen