OVER WATER – 120

 

| 02-12-2017 | 20.30 uur |


 

OVER WATER – 120

 

27 november
Vandaag de markt- en innovatiedag  van de Unie bezocht, waar ik in de ochtend deelnam aan een workshop over duurzaam aanbesteden “van duurzaam denken naar duurzaam doen” en de markt bezocht. Daar trof mij vooral een project van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, “Topsurf”. In dit project wordt bagger gehaald uit watergangen en samen met lokale mest en groenafval/maaisel toegepast als  bodemverbeteraar. Topsurf mag gebruikt worden om de bodemdaling aan te pakken. Het onderzoeksproject vindt plaats in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Daarna de uitreiking van de water innovatieprijzen 2017. Nu gun ik iedereen een feestje en een prijs, maar dan wil ik wel het gevoel hebben dat er werkelijk iets bijzonders is gebeurd dat een feestje en een prijs rechtvaardigt. Ik benader al jaren het zogenaamde innovatieve imago van de waterschappen met de nodige argwaan. Want bij overheden kom ik zelden iets innovatiefs tegen. Naar mijn opvatting komt dat omdat bij ambtenaren, bestuurders en politici er een overmaat aan risico aversie aanwezig is. Er zal maar iets fout gaan of niet het gewenste resultaat geven, dan zijn de mogelijke commentaren van de oppositie dodelijk en dat moet immers voorkomen worden! Ik heb mijn beroepsmatige leven (40 jaar) doorgebracht op research- en ontwikkelingsafdelingen van een zaadkwekerij en een kunstharsfabriek. Daar leerde ik dat zonder het betreden van onbetreden paden er geen echte vernieuwing aan de orde zal zijn. In de praktijk van mijn beroepsmatige leven was het vooral de vrije research die gewenste patenten en innovaties bracht. De doelresearch bracht wel vernieuwingen in de zin van doorontwikkelingen van bestaande producten. Of de introductie van technieken van anderen brachten wel efficiëntie verbeteringen, maar dat werden geen innovaties genoemd. En deze waren ook nooit patenteerbaar. Als uitvinder van een bepaald gepatenteerd product/productiemethode (United States Patent nr. 4255464) matig ik mij aan enige kennis te bezitten van het herkennen van innovaties en innovatieve werkwijzen. Ook nu was er, net als vorig jaar, het nodige borstgeklop over hoe innovatief de Nederlandse watersector wel zou zijn.  Hein Pieper: “sector met heel veel innovativiteit, te vaak in ambities te bescheiden”. Ik denk dan: zou hij het echt zelf geloven? Of Lidewijde Ongering: “zeer innovatief”. Veel zelfoverschatting naar mijn gevoel. Naar mijn opvatting is de vrijwel mondiale erkenning van ons hoge kennisniveau meer te danken aan het goede werk dat Nederlandse waterdeskundigen door de eeuwen heen hebben verricht, dan aan de huidige beperkte toevoeging aan die kennis. Ik ben er van overtuigd dat iedere waterschapsmedewerker zijn werk goed en steeds beter wil doen. Hij of zij denkt zeker na over hoe dingen beter kunnen. Maar dat is normaal. Het resultaat van dat denken en continue verbeteren zijn zelden innovaties. Het zijn veelal toepassingen van bestaande technieken. Zo ook nu.

In de categorie Energie en Waterschappen sleepte de EQA-Box Plug & Play, een waterkrachtinstallatie die binnen een dag te plaatsen is, de eerste prijs in de wacht. Op zich een mooi product. Maar innovatief? De techniek gebruikten de Perzen al nog voordat onze jaartelling begon. De romeinen voegde er gebruiksgemak aan toe en in de middeleeuwen was de watermolen met raderen ook in ons land al gemeengoed. Hoe mooi het product ook is, deze is geen innovatieprijs waardig, hooguit een prijs voor een mooie hedendaagse toepassing van een oud principe. De andere genomineerden in deze categorie waren: innovatiefabriek-nieuwveer en superkritisch-vergassen. Van alle genomineerden komt het superkritisch-vergassen, naar mijn mening, het dichtst in de buurt van de kwalificatie innovatief. Alleen is een dergelijk project voor een lekenjury nauwelijks te beoordelen.

In de categorie Voldoende Water won de Multiflexmeter. Een modulaire sensor die het mogelijk maakt om watersystemen online te monitoren. Niets innovatiefs! Een techniek die in bijna iedere nieuwe auto zit. Het is een ander gebruik van de parkeersensoren. Wederom een toepassingsprijs zou beter op zijn plaats zijn. Voor mij als inwoner van Bergen op Zoom was het wel leuk dat het technasium van ’t Rijks bij dit project betrokken is. Een beetje raar is wel dat deze vinding niets te maken heeft met ‘voldoende water’ en toch in de categorie Voldoende Water de prijs won. De andere genomineerden in deze categorie waren hemelswater en de zoete stuw.  Ik had de prijs meer gegund aan ‘de zoete stuw’. Een praktisch idee dat op een simpele wijze zout/brak water scheidt van het meer zoetere water. In een tijd waarin verzilting van zoet water mondiaal een steeds groter probleem wordt, is dit een idee wat een brede verspreiding en aandacht verdient.

In de categorie Waterveiligheid won een onderzoekstechniek voor sonderingen waarmee bij dijken de horizontale doorlatendheid in beeld wordt gebracht. Een mooie toepassing van bestaande kennis. De andere genomineerden in deze categorie waren VR-dijken en verbetering-ijsseldijk-gouda. De verbetering IJsseldijk won de publieksprijs. Het betreft een techniek waar de ontwikkelaars zelf in het showfilmpje van zeiden dat het was “afgekeken van de wijze waarmee parkeergarages worden gebouwd”. Hoezo innovatief. Ik herkende in de techniek ook veel van het gebruik van bentoniet in dijkverbeteringsprojecten. De wijze van toepassing is dus niet nieuw wel het gebruik van cement op deze wijze in dijken. Maar wederom meer een leuke toepassing van een bekende techniek dan iets innovatiefs. 

In de categorie Schoon water won GE(O)ZOND Water. Met behulp van ozonisatie worden  microverontreinigingen, waaronder medicijnresten, verwijderd uit het effluent van een  rioolwaterzuiveringsinstallatie. Helaas ook niets nieuws. In Zwitserland een reeds jaren gebruikte toepassing. Andere genomineerden waren de visspotter en the-great-bubble-barrier. Van mij had het belletjesscherm mogen winnen omdat dit een hulpmiddel kan zijn om iets te doen aan de plasticsoep in de oceanen.

28 november
DB vergadering met als agendapunten: de evaluatie van de communicatievisie, het meerjarenprogramma Zuiderwaterlinie, kaders waterbeschikbaarheid, EVZ Molenbeek Noord fase 3, klimaatbestendige schoolpleinen, het project sloten, oevers en dijken op orde en Landschapspark Pauwels.

In de middag een spoed overleg met RWS over de bestuursovereenkomst A27.

29 november
Algemeen Bestuur met als agendapunten onder andere: de begroting 2018, de mandatering tot het verstrekken van uitvoeringskredieten 2018, de evaluatie participatieproces Geertruidenberg en Amertak, het projectplan Roode Vaart door Zevenbergen en een uitvoeringskrediet renovatie RWZI Nieuw-Vossemeer.

30 november
Een projectbezoek aan Amersfoort  in het kader van NKWK Klimaatbestendige Stad. In de morgen de route “Water in een middeleeuws stadshart” met tal van mooie voorbeelden hoe Amersfoort de waterproblemen aanpakt. Leuk voorbeeld was een spugerbeeldje als sluitstuk van een regenwater overloop in een gracht (Westersingel ter hoogte van de Bollebruggang). 

De gehele middag een workshop over hoe de kosten/baten van klimaatmaatregelen in kaart te brengen en te kwantificeren.

1 december
Mijn laatste CWK vergadering dit keer bij het Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard met als agenda punten onder andere: evaluatiemoment wettelijk beoordelingsinstrumentarium/ beoordelingsproces, buitendijks versterken, POV voorlanden en de POV macrostabiliteit.

Ik ben toegesproken door de voorzitter Hetty Klavers, dijkgraaf van waterschap Zuiderzeeland en door collega Frans ter Maten heemraad van waterschap Vallei en Veluwe. Ook ik mocht de collega’s bedanken voor de jaren van gewaardeerde samenwerking en wat ik ook van hen mocht leren.

Na afloop gaf Deborah Post een lezing over de Honey Highway. De lezing werd verluchtigd met een filmpje met een algemene uitleg en met een filmpje waar aan kinderen precies wordt uitgelegd hoe voor bijen geschikte zaden kunnen worden gezaaid.

Voor meer informatie over water ga mij volgen op instagram.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 89

 

| 29-04-2017 | 10.30 uur |


 

OVER WATER – 89

 

De afgelopen weken heb ik gelezen: “De dijk is van ons allemaal”, geschreven door Frank Bolder en uitgegeven door waterschap Rivierenland. Een boekwerk met herinneringen, verhalen, emoties, ideeën, bewustwording, draagvlak en participatie aanpak/resultaten van dijkverbetering in het prachtige Rivierenland. Ook voor mensen buiten het Riverengebied het lezen waard.

Een tweede boek dat ik gelezen heb is: “Tranen op het land”, geschreven door Erik Driessen en uitgegeven door het waterschap Zuiderzeeland. Een boek over Zeeuwen en Brabanders in de Noordoostpolder. Een boek vol emoties en ervaringsmomenten waarvan de huidige generaties kunnen leren.

In het tijdschrift Riolering van april 2017 een artikel met de titel “Rivierenland gaat buiten de lijntjes kleuren”. Het Algemeen Bestuur van het waterschap Rivieren land heeft geld vrijgemaakt voor een nieuwe manier van werken. Waterschap Rivierenland wil voortaan verder kijken dan haar kerntaken. Tot nu toe hield het waterschap zich alleen bezig met de primaire waterschapstaken, maar dat gaat nu veranderen. Samen met gemeenten en organisaties in de regio wil het waterschap zoeken naar oplossingen bij de door klimaatverandering ontstane problematiek, waarbij sociale vraagstukken en waterproblemen in één project worden aangepakt. Feitelijk doet mijn eigen waterschap Brabantse Delta dat ook al. Alleen is daarvoor niet gelabeld geld vrijgemaakt.    

Soms kom je een website tegen waarvan ik denk: die moet iedereen in overheidsland (gemeenten, waterschappen, provincies en de rijksoverheid) kennen, omdat de website tal van voorbeelden geeft hoe klimaatadaptatie en hittestress aan te pakken.  http://www.destraad.nl/ is er zo één. Gaan kijken dus!

21 april
De werksessie “geneesmiddelen en microverontreinigingen” in Utrecht met o.a. lezingen van Aline Meier van VSA Zürich en Thomas Rolfs van Wasserverband Eifel – Rur uit Düren. Het verhaal van Aline Meier was indrukwekkend en liet zien dat in Zwitserland tal van proeven zijn genomen en lopen met een grote variëteit aan reinigingsmethoden. Zwitserland heeft ook een belasting ingevoerd van 9 sfr per inwoner om de zuiveringen uit te breiden met een extra stap om microverontreinigingen, zoals geneesmiddelen aan te pakken. Naar Nederland vertaald zou dit een gemiddelde stijging van het zuiveringstarief betekenen van circa 20 %. Het verhaal van Thomas Rolfs was een beschrijving van een project in realisatie van een nazuivering gericht op microverontreinigingen op één van de zuiveringen van het wasserverband. Zijn motto sprak mij wel aan: “leren, fouten maken, beter worden”. In Nederland schuiven we de aanpak voor ons uit omdat nog niet duidelijk is welke techniek in de toekomst de beste zal blijken. Elders heeft men besloten dat de aanpak geen uitstel meer verdraagt en gaat men aan de slag met een grote variëteit aan methoden. Wel allemaal gebaseerd op twee hoofdlijnen (oxidatie en/of absorptie door actieve kool).  De ontwikkeling van resistente bacteriën is voor één van de redenen om snel aan de slag te gaan met de aanpak van microverontreinigingen en geneesmiddel restanten. Ik schreef er eerder in 2015 over en in Over Water – 68 ( 1 december). 

25 april
Een dag van veel portefeuillehouderoverleggen (PHO). Een PHO over een advies aan de gemeente Geertruidenberg inzake een vijver nabij de Scheepswerflaan te Raamsdonksveer.
Een PHO over een zienswijze op een begrotingswijziging 2017 en de programmabegroting 2018 van Aquon.
Een gesprek met Ivo Kortmann de voorzitter van Stichting Streekhuis Het Groene Woud.
Een PHO met mijn nieuwe gebiedsadviseur voor Gilze en Rijen en Hart van Brabant.
Een PHO over het dijkverbeteringproject Geertruidenberg/Amertak.

In de avond een bijeenkomst van de werkgroep bestuurlijke vernieuwing. 

Louis van der Kallen



KRW MAAS – 0007

 


 

Bergen op Zoom, 13 juli 2005

 

Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Rivierenland

per e-mail

Geacht Bestuur,

Recent is verschenen de karakterisering Nederlands Maasstroomgebied. Dit stuk leidt voor ondergetekende tot een aantal vragen/bemerkingen, te weten:

Verschillende methoden/normen

Pagina 67 – hoofdrapport

“De begrenzing (grondwaterlichamen) is in Duitsland en België anders aangepakt dan in Nederland. Hierover wordt bilateraal overleg gevoerd.”

“In Duitsland is een andere begrenzingsmethodiek gehanteerd.”

Pagina 69 – hoofdrapport

“Ook over de begrenzing van grondwaterlichamen ten westen van Maastricht (daar is de aansluiting tussen Nederlandse, drie Vlaamse en een Waals grondwaterlichaam onduidelijk) is afstemming noodzakelijk.”

Pagina 137 – hoofdrapport

“Nederland en België gaan verschillend te werk bij het opnemen van grondwaterlichamen voor menselijke consumptie in het register. In Nederland zijn alle grondwaterbeschermingsgebieden (per definitie) opgenomen in het register. In België is slechts een deel van de gebieden die in het nationale beleid beschermd worden, in het register opgenomen. Dit geeft verschillen aan de grens.”

De feitelijke verschillen (o.a. pag. 174 – hoofdrapport)

NederlandVlaanderenNordrhein-Westfalen
Waterlichamen55 typen9 typen23 typen
Grondwater-lichamengrotere, geen onderscheid in lagenkleinere, alleen voor onttrekkingen menselijke consumptiekleiner dan Nederland, groter dan Nordrhein-Westfalen, deels verticaalkleine lichamenonderscheid
prioritairestoffentoetsen aan EC-voorstellen Fraunhofer Instituuttoetsen aan nationale normen en Fraunhofer normen als vastgesteldtoetsen aan nationale normen

Verder zijn er verschillen op: politieke aandachtspunten, het implementatieproces, het ambitieniveau, de risicoanalyse en de publieke participatie.

Wat gebeurt er of is er gebeurd

Pagina 13 – samenvatting

“Duitsland en België hebben grondwaterlichamen op een andere manier ingedeeld. In België is het grondwaterlichaam Zand in de verticaal onderverdeeld. In Duitsland zijn veel kleinere grondwaterlichamen onderscheiden. In een procedure van wederzijdse afstemming met de buurlanden is aan de Duitse grens een aantal (kleine) grensoverschrijdende grondwaterlichamen aangewezen, terwijl aan de Belgische grens rekening is gehouden met de verticale verdeling.”

Het is in de ogen van de tekstschrijvers geen groot probleem. Maar in de ogen van de ambtenaren en bestuurders die ik sprak, is er in ieder geval wel een probleem met de typologie-indelingen.
Nederland is voor de realisering van de doelen in 2015 en/of later, gezien de herkomst van het grootste deel van de vervuiling, grotendeels afhankelijk van de aanpak van de problemen bovenstrooms.

Op pagina 20 van de samenvatting en op pagina 113 van het hoofdrapport is te lezen dat één de uitgangspunten van de risicoanalyse is: “voor een realistische inschatting is aangenomen dat de belasting vanuit het buitenland niet merkbaar zal verminderen in de periode tot 2015.”

Het gebruik van andere typologieën, methoden en normen kan er toe leiden dat men ideale excuses en vertragingstactieken kan ontwikkelen om vooral niet of niet volledig te komen tot een effectieve aanpak van de problemen. Wij (Nederland) blijven dan als afvoerputje mooi zitten met de vuiligheid in onze wateren!

Pagina 9 – hoofdrapport

“De internationale coördinatie van een rapportage door de Internationale Maas Commissie richt zich op de grotere onderwerpen die relevant zijn voor het gehele internationale stroomgebied. Daarom is er aanvullend de noodzaak van bilaterale afstemming met direkt aangrenzende buurlanden. Het maasstroomgebied grenst aan de zuidkant aan Vlaanderen, in het uiterste zuidoosten aan Wallonië en in het oosten aan Nordrhein-Westfalen. Met uitzondering van Wallonië, heeft met deze partijen bilateraal overleg plaatsgevonden over de gehanteerde methoden.”

Pagina 67 – hoofdrapport

“De begrenzing van het diepgelegen grondwaterlichaam voor menselijke consumptie is al aangepast aan de Belgische indeling.”

Pagina 41 – hoofdrapport

“Het wordt niet als een groot probleem ervaren dat er verschillen in de typologie zijn.”

VRAGEN

  • Worden voornoemde verschillen bestuurlijk of ambtelijk als een probleem ervaren?
  • Hoe vindt de afstemming van methoden/normen/typenindeling met onze oosterburen plaats?
  • “Voor een realistische inschatting is aangenomen dat de belasting vanuit het buitenland niet merkbaar zal verminderen in de periode tot 2015”. Doen zij niets?

Pagina 28 – samenvatting:

“Vanwege de benedenstroomse ligging is het bereiken van een goede ecologische toestand in de Nederlandse Maaswateren mede afhankelijk van de inspanningen die de bovenstrooms gelegen landen leveren om lozingen te verminderen en de waterkwaliteit te verbeteren.

Inzicht in die effectiviteit van maatregelen in Nederland en in de bovenstroomse landen is een nadrukkelijk punt van aandacht”.

Pagina 51 – hoofdrapport

“Uit de brede screenings blijkt ook dat het aantal meetlocaties waar diuron de MTR overschreed, in 2003 met ongeveer 60 % afgenomen was ten opzichte van 2000. Sinds 1999 is er in Nederland een verbod op het gebruik van dit middel. In enkele gebieden is het goed mogelijk dat het middel uit België afkomstig is, waar gebruik toegestaan is.”

Pagina 87 – hoofdrapport

“Diuron is veel gebruikt op verharde terreinen, maar is in Nederland inmiddels verboden.”

VRAAG

  • Een deel van de probleemstoffen in onze wateren komen uit het buitenland. Op welke wijze worden de verschillen in wetgeving benaderd? Welke concrete stappen en door wie worden gezet om bijvoorbeeld de wetgeving rond het gebruik/verbod van Diuron te harmoniseren?

Pagina 33 – hoofdrapport

“Ook gemeenten hebben een taak in het waterbeheer. Zij zijn verantwoordelijk voor de detailontwatering in bebouwd gebied, de opvang en afvoer van regenwater en de inzameling van communaal afvalwater. Daarnaast spelen gemeenten een belangrijke rol in de lokale ruimtelijke ordening en de uitvoering van het milieubeleid”.

VRAAG

  • Op welke wijze betrekt het waterschap de inliggende gemeenten bij de uitwerking/realisering van de doelen en opgaven die de KRW stelt?

Pagina 39 – hoofdrapport

“Beschermde gebieden kunnen andere doelstellingen krijgen en de doelstellingen dienen in 2015 gehaald te zijn; uitstel met tweemaal zes jaar is voor deze gebieden niet mogelijk”.

“Tot de beschermde gebieden behoren onder andere de Europese Vogel- of Habitatrichtlijngebieden. Van die wateren die binnen deze gebieden liggen, is in Nederland besloten dat zij aparte waterlichamen vormen”.

VRAAG

  • Wat is het praktische nut of realiteitswaarde van deze aparte waterlichamen, indien zij hydrologisch één geheel vormen met een ander lichaam?

Pagina 47 – hoofdrapport

“De KRW eist formeel dat over de referenties van alle watertypen wordt gerapporteerd. Het is praktisch gezien niet mogelijk om nu al invulling te geven aan het MEP van sterk veranderde en kunstmatige wateren. De toekenning van de status sterk veranderd en het MEP zullen in de periode 2004 tot 2009 nauwgezet onderbouwd worden. Pas dan vindt de afweging plaats of hydromorfologische aanpassingen vanwege economische of maatschappelijke belangen omkeerbaar zijn of niet”.

VRAAG

  • Bij het voorgaande lijkt het er op dat de tijd tot 2009 qua het nemen van maatregelen verloren gaat. Er is toch op voorhand voor veel wateren wel een inschatting te maken? Bij het stellen van bijvoorbeeld prioriteiten kan hierdoor rekening gehouden worden met de te formuleren doelstellingen en de te behalen kwaliteitsverbeteringen

Pagina 55 – hoofdrapport

“In bijna alle rijkswateren, inclusief de kustzone, overschrijden PCB’s meer dan vijf keer de norm (gemeten in zwevend stof). In figuur 3.9 is te zien dat dit nog geen vijf procent van het aantal waterlichamen betreft. PCB’s worden nauwelijks in regionale wateren gemeten”.

PCB’s zijn grotendeels afkomstig uit afvalverbranding en komen via atmosferische depositie in de waterbodem (zie pagina 86).

VRAAG

  • Hoe worden deze vervuilers aangesproken en de kosten verhaald?

Pagina 65 – hoofdrapport

“Delen van de diepe pakketten zijn door de provincies Noord-Brabant en Limburg aangemerkt als strategische voorraad, gereserveerd voor winningen ten behoeve van menselijke consumptie”.

VRAAG

  • Betekent dit dat winningen uit die pakketten en gebieden niet meer voor andere doeleinden gebruikt mogen worden? Hoe worden deze watervoorraden feitelijk beschermd?

Pagina 69 – hoofdrapport

“Omdat de diepgelegen grondwaterlichamen voor menselijke consumptie onder een dikke scheidende laag liggen, is verondersteld dat er een verwaarloosbare interactie is met ecosystemen”.

Pagina 73 – hoofdrapport

“Hoewel van de diepgelegen grondwaterlichamen voor menselijke consumptie verondersteld is dat er geen relatie met ecosystemen aan het maaiveld is, is een aandachtspunt dat dit geldt bij de huidige onttrekkingshoeveelheden. Het betekent niet dat er onbeperkt onttrokken kan worden zonder dat er effecten zullen optreden”.

“Net als voor oppervlaktewater, geldt voor de terrestrische ecosystemen ook, dat er geen relatie wordt verondersteld met de diepgelegen grondwaterlichamen voor menselijke consumptie”.

VRAGEN

  • Is er voor deze veronderstellingen enige proefondervindelijke onderbouwing voor handen?

Pagina 79 – hoofdrapport

Ten aanzien van bestrijdingsmiddelen blijkt dat er niet of nauwelijks gemeten wordt in de landelijke meetnetten.

VRAAG

  • Wat wordt de inspanning van het waterschap op dit punt? Op welke termijn komt er duidelijkheid omtrent het voorkomen van welke bestrijdingsmiddelen in welke concentraties in onze wateren?

Pagina 81 – hoofdrapport

“Wegens een tekort aan informatie, is ten aanzien van bestrijdingsmiddelen geconstateerd dat bijna 90 % van de grondwaterlichamen voor menselijke consumptie mogelijk slecht van kwaliteit is”.

“Op grondwaterlichaam Kalksteen na, die door hoge nitraatwaardes een slechte toestand heeft, en de diepgelegen grondwaterlichamen voor menselijke consumptie, die zowel een goede kwalitatieve als kwantitatieve toestand kennen, hebben mogelijk alle grondwaterlichamen een slechte kwaliteit”.

Hoewel het waterschap op het gebied van grondwater niet de primaire verantwoordelijkheid heeft, meen ik, gezien de relatie met de verontreinigende stoffen die mogelijk komen vanuit het oppervlaktewater, de vragen over grondwater toch te moeten stellen in de hoop en het vertrouwen dat de antwoorden door het waterschap mede te verkrijgen zouden moeten zijn bij de provincie.

VRAAG

  • De cijfers zijn zeer verontrustend. Wie is verantwoordelijk voor welke te nemen beschermingsmaatregelen en het verkrijgen van de noodzakelijke meetgegevens?

Pagina 83 – hoofdrapport

VRAAG

  • Is het juist dat waar in de tweede alinea “industriële winningen” staat bedoeld is “industriële lozingen?

Pagina 85 – hoofdrapport

“Ook riooloverstorten worden tot de diffuse bronnen gerekend”.

VRAAG

  • Waarom wordt een welbekende puntbron tot de diffuse bronnen gerekend?

Pagina 89 – hoofdrapport

“De grootste bron van uitgespoeld nikkel is de oxidatie van pyriet en mobilisatie van nikkel door verzuring”.

Pagina 97 – hoofdrapport

“Een ander punt van aandacht is de uitloging van van nature aanwezige zware metalen, zoals nikkel. Het vrijkomen van deze stoffen kan overigens wel door actueel menselijk handelen, zoals peilbeheer, worden veroorzaakt. Deze vormen van belasting vereisen een andere benadering dan het aanpakken van huidige belastende activiteiten”.

VRAGEN

  • Hier wordt peilbeheer nadrukkelijk als mogelijke oorzaak genoemd! Is de aanpak van deze belastende stoffen mogelijk via de keur en/of peilbeheer?
  • Uit figuur 4.10 blijkt dat bij cadmium, nikkel, koper en fosfor de RWZI’s een voorname bron zijn! Hoe is aanpak mogelijk?

Pagina 95 – hoofdrapport

“Op landelijk niveau en op het niveau van stroomgebieden zijn emissie-analyses uitgevoerd (RIZA 2003). De modelberekeningen laten zien dat nutriënten en zware metalen (met name koper) in de Maas sterk afnemen als gevolg van bovenstroomse emissiereductie (waarbij op de grenzen aan de norm wordt voldaan)”.

Uit figuur en tabel 4.6 blijkt dat er nog al veel stoffen voor meer dan 90 % van de totale belasting in het stroomgebied uit het buitenland komt. Voorbeelden zijn: benzo(k)fluorantheen, koper en PCB’s

Pagina 113 – hoofdrapport

“Voor een realistische inschatting is aangenomen dat de belasting vanuit het buitenland niet merkbaar zal verminderen in de periode tot 2015”.

VRAAG

  • Als enerzijds een gegeven is dat het buitenland de verantwoordelijke is voor grote delen van de vuillast en uit onderzoek van het RIZA blijkt dat reductie kan, waarom gaat men er dan van uit dat reductie van de belasting vanuit het buitenland in de periode tot 2015 niet realistisch zou zijn?

Pagina 103 – hoofdrapport

“Geconcludeerd mag worden dat KWO’s nog geen bedreiging vormen voor het grondwater in het stroomgebied. Bij een verwachte groei is het echter van belang de richtlijnen voor deze systemen verder uit te werken”.

VRAAG

  • Wiens taak is het eventueel uitwerken van richtlijnen voor KWO?

Pagina 105 – hoofdrapport

“NITG-TNO (1991) heeft onderzoek gedaan naar het effect van de bruinkoolwinning op het grondwater in Nederland, met name in de Centrale Slenk. Daaruit blijkt dat de grondwaterstanden in diepe aquifers onder Nederland, die in direct contact staan met de lagen waaruit bruinkool wordt gewonnen, enkele meters zijn gedaald. Deze daling gaat nog altijd door”.

“De dalingen in de stijghoogte onder de Boomse klei zijn fors, en de mogelijke doorwerking naar het maaiveld (bijvoorbeeld verticaal langs breukvlakken) moet een onderwerp voor verder onderzoek zijn”.

“Duidelijk is dat de bruinkoolwinning een enorme grondwateronttrekking is voor de regio, en ook grensoverschrijdende effecten heeft op het grondwater”.

VRAAG

  • Welke instanties zijn bevoegd om enerzijds nader onderzoek te doen/gelasten naar de effecten van de bruinkoolwinning en welke mogelijkheden/verplichtingen biedt de KRW in deze?

Pagina 106 – hoofdrapport

“Een voorlopige inschatting doet vermoeden dat negatieve effecten van economische groei, de positieve effecten van het waterkwaliteitsbeleid en technologische ontwikkelingen te niet zullen doen”.

Pagina 113 – hoofdrapport

“De toename van economische activiteiten leidt tot meer emissies. Deze toename wordt gecompenseerd door de effecten van het huidige waterbeleid. De verwachting is dat voortzetting van het huidige beleid zal leiden tot geringe afname van de belasting van het oppervlaktewater in het stroomgebied Maas met nutriënten, zware metalen en de meeste organische microverontreinigingen”.

VRAAG

  • De citaten op pagina 106 en 113 lijken in tegenspraak! Welk citaat is juist?

Pagina 107 – hoofdrapport

“De mate waarin de natuurlijke situatie door hydromorfologische ingrepen is aangepast, en de mogelijke omkeerbaarheid daarvan, bepaalt of een waterlichaam de status ‘sterk veranderd’ krijgt. Alleen als de aanpassing als onomkeerbaar wordt ingeschat, vanwege economische of maatschappelijke belangen, is een waterlichaam sterk veranderd”.

VRAGEN

  • Dit lijkt op een opgeven van waterlichamen met de status ‘sterk veranderd’! Wat zijn de economische kwantificeerbare criteria op basis waarvan men tot de voorlopige conclusie komt van onomkeerbaar?
  • Kloppen de kleuren van zink in tabel 5.3?

Pagina 129 – hoofdrapport

“Door de relatie tussen watergebruiken en kosten in beeld te brengen is het mogelijk ‘prijsprikkels’ in te voeren”.

VRAAG

  • Als enerzijds de terugwinning van de kosten voor waterdiensten dient plaats te vinden en er een prijsprikkel dient te zijn om de watervoorraden efficiënt te benutten, wat betekent dit anderzijds dan voor het terugwinpercentage (100%+)?

Pagina 129 – hoofdrapport

“De waterdiensten zijn ingedeeld in de volgende categorieën; drinkwatervoorziening, riolering, afvalwaterzuivering, grondwaterbeheer en het beheer van regionale watersystemen”.

Pagina 3 – samenvatting

“Lidstaten hebben ervoor te zorgen dat watergebruikers de kosten voor hun rekening nemen”.

Pagina 8 – samenvatting

“De kaderrichtlijn Water heeft het principe ‘de vervuiler betaalt’ uitgebreid naar het meer algemene ‘de gebruiker betaalt'”

VRAGEN

  • Hoe zit het met het bevaarbaar houden van de vaarwegen en de door de scheepvaart veroorzaakte verontreiniging? Is dat geen waterdienst, waarop terugwinning van de kosten moet plaatsvinden?
  • In tabel 6.7 lijkt de landbouw te ontbreken in de kolommen voor ‘zelfgewonnen oppervlaktewater’ en ‘zelfgewonnen grondwater’! Waarom ontbreekt hier het watergebruik van de landbouw?

Pagina 139 – hoofdrapport

“Het stroomgebied Maas telt 136 zwemwaterlocaties (kaart 19b). De zwemwateren zijn niet als aparte waterlichamen begrensd”.

VRAAG

  • Betekent dit dat het gehele betrokken waterlichaam onder de richtlijn 76/160/EEG valt?

Pagina 139 – hoofdrapport (pagina 30 – samenvatting)

“Nutriëntgevoelige gebieden, die op grond van de nitraatrichtlijn (91/676/EEG) als bedreigde zone, of op grond van de Stedelijk Afvalwaterrichtlijn (91/271/EEG) als kwetsbare gebieden zijn aangewezen, moeten in het Register van beschermde gebieden worden opgenomen. Nederland is echter van deze verplichting ontheven, omdat de regering aan de Europese Commissie heeft toegezegd maatregelen te zullen treffen die op grond van beide richtlijnen zijn vereist”.

VRAAG

  • Waaruit bestaan die toegezegde maatregelen?

Pagina 141 – hoofdrapport

“De KRW geeft niet duidelijk aan of ook deze natuurgebieden (EHS en natuurmonumenten) in het register moeten worden opgenomen. Bovendien is niet duidelijk wat het opnemen voor gevolgen heeft. Daarom is besloten deze gebieden (nog) niet in het register op te nemen”.

VRAAG

  • Wat is de planning van opneming van deze gebieden in het register?

Een groot deel van deze vragen zijn ook gesteld aan het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Brabantse Delta. Mogelijk is afstemming bij de beantwoording zinvol.

Hopende op een spoedige beantwoording,

met vriendelijke groet,

L.H. van der Kallen