(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 39: ACTUALITEITEN

 

| 19-08-2016 | 17.45 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 39: ACTUALITEITEN

 

strandplevierHet is tijd om in deze reeks de stand van zaken rond de (voorgenomen) verzilting van het Volkerak-Zoommeer toe te lichten. De afgelopen maanden komen er steeds meer berichten dat de financiering van het regionale deel, ruim honderd miljoen euro (NATTE 27) problemen geeft.

Op 8 juli verscheen het toetsingsadvies Rijksstructuurvisie Grevelingen Volkerak-Zoommeer van de Commissie voor de milieueffectrapportage inclusief een persbericht. “Het nieuwe rapport gaat uitgebreid in op de huidige toestand van de natuur en de effecten van de geplande maatregelen (namelijk het terugbrengen van eb en vloed in de Grevelingen en het zout maken van het Volkerak-Zoommeer). Uit het rapport blijkt dat sommige negatieve gevolgen voor de huidige natuur groter zijn dan eerder verwacht en dat de positieve gevolgen van het terugbrengen van eb en vloed in de Grevelingen en het zout maken van het Volkerak-Zoommeer nog onzeker zijn. De Commissie constateert dat sommige negatieve effecten in het nieuwe rapport mogelijk zijn onderschat. Ook landelijke natuurdoelstellingen voor enkele soorten komen in gevaar, bijvoorbeeld voor kustbroedvogels (bijvoorbeeld Strandplevier, grote stern en dwergstern) in de Grevelingen. De Commissie adviseert daarom eerst nader te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om natuurschade tegen te gaan en daarmee negatieve gevolgen voor de natuurdoelstellingen te voorkomen en daarna pas een besluit over de structuurvisie te nemen.” Kortom buiten het gebrek aan geld, is er alle reden om het plan op de zeer lange baan te schuiven. De kwaliteit van het water in het Volkerak-Zoommeer is al jaren aan het verbeteren en daarmee van zelfsprekend de natuurwaarden, zoals die nu door de Commissie zijn vastgesteld. In deze reeks werd daar eerder over geschreven

Vorige maand heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen voor het terugbrengen van het getij in het Grevelingenmeer. De Kamer heeft verder de beslissing over de verzilting van het Volkerak-Zoommeer uitgesteld. Goed voor de natuur en het toerisme, zeggen voorstanders, maar boeren en tuinders zijn bang voor extra kweldruk langs het Grevelingenmeer en oplopende chloridegehaltes van het Volkerak-Zoommeer. In de Staat van Ons Water over 2015 is ten aanzien van de aanpak van de oplopende chloridegehaltes te lezen: 
“Planuitwerking Innovatieve Zoet-Zoutscheiding Krammersluizen
Nadat eerst een pilot in de Krammerjachtensluis was uitgevoerd, is Rijkswaterstaat in maart 2015 is gestart met het project Planuitwerking Innovatieve Zoet-Zoutscheiding Krammersluizen. Aanleiding vormt de vraag of de huidige zoet-zoutscheiding, die aan groot onderhoud toe is, kan worden vervangen door een innovatieve zoet-zoutscheiding. Dit innovatieve systeem gaat de uitwisseling van zoet en zout water tegen door het creëren van een fijn gordijn van luchtbelletjes, in combinatie met het spoelen met zoet water. Daarmee wordt verzilting van het Volkerak-Zoommeer tegengegaan. Het nieuwe systeem zorgt naar verwachting ook voor Pilot bellenscherm Krammersluis een aanzienlijk sneller schutproces en een forse besparing op beheer- en onderhoudskosten. De resultaten van de planuitwerking dienen als basis voor een definitief besluit in 2016. Daarna is duidelijk of kan worden gestart met de realisatie van de innovatieve zoet-zoutscheiding in alle Krammersluizen.” Ons Water heeft hier vaak over geschreven (het laatst in december 2015) en Ons Water zal de voortgang zeker volgen en zonodig zal Ons Water hierover bij de bestuurders aan de bel trekken. 

De plannenmakerij duurt al meer dan tien jaren. Met boeren en tuinders is in het verleden de afspraak gemaakt: eerst het zoet, dan het zout. De onzekerheid over de verzilting van het Volkerak-Zoommeer duurt voort en dat is meer dan vervelend. Het wordt tijd dat de overheid bij zinnen komt en het project afblaast als volkomen overbodig en te risicovol. 

Voor Ons Water is helder: de onnodige verspilling van geld en de vernietiging van de mooie natuur kan nog voorkomen worden. Stop de verzilting. Teken de petitie via http://www.petities24.com

Chris Ooms

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 3

 

| 09-11-2014 | 11:00 uur |


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 3

 

OOSTZEE

Satelietopname van de blauwalg in de Oostzee

De landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten. In het artikel van vorige week over de gevolgen/risico’s verbonden aan de verzilting liet ik zien dat blauwalgen ook voor komen in zout water. Met als voorbeeld de blauwalg ellende in de Oostzee (Baltic-Sea).

Bij een ontwerp-rijksstructuurvisie wordt ook altijd een Milieueffectrapport gepresenteerd waarin normaliter alle mogelijke effecten en risico’s van een maatregel, zoals het verzilten, door deskundigen is geïnventariseerd. Dat is ook nu het geval. In 190 pagina’s komen tal van mogelijke en soms ook te verwachten risico’s en effecten aan het bod, behalve mijn stelling en uitleg dat met het verzilten van het Volkerak-Zoommeer de blauwalgproblematiek weer op kan duiken. Ben ik nu gek of onwetend of is het voor veel geld tot stand gekomen nieuwe milieueffectrapport mogelijk onvolledig of gezuiverd van alles wat over het verkondigde ‘heil’ van de verzilting twijfel op kan roepen?

Ik ben iemand die al heel lang, volgens sommigen te lang, zich verdiept in het Volkerak-Zoommeer en steeds heeft verkondigd dat de natuur het blauwalgprobleem zou oplossen en dat verzilting van een meer, met beperkte doorstroming en veel voedingsstoffen als nitraten en fosfaten, de problemen niet met zekerheid hoeft op te lossen. Omdat ik zolang meedraai en me niet door duur betaalde ‘deskundigen’, die geneigd zijn te vertellen wat de betaler wil horen, het zwijgen op laat leggen en gewoon blijf nadenken, heb ik eens gekeken wat in een eerder milieurapport over het Volkerak-Zoommeer met betrekking tot de risico’s van verzilting werd geschreven.

In april 2012 verscheen de Ontwerp MER “Milieueffectrapportage waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer”. 298 pagina’s dik en vol met mogelijke effecten en risico’s van onder andere een mogelijke verzilting. In tegenstelling tot het nieuwste rapport hadden opdrachtgevers van toen ook een aantal buitenlandse deskundigen om hun mening gevraagd. Op pagina 145 van de rapportage uit 2012 is in een “Expert review” d.d. oktober 2006 onder het kopje ‘risico’s en bijwerkingen’ te lezen:

  • “Een zout Volkerak-Zoommeer zou een habitat kunnen gaan vormen voor schadelijke mariene algensoorten.
  • Langdurige perioden van sterke gelaagdheid en een gering zoutgehalte in de bovenste waterlaag zouden kunnen leiden tot een hoge concentratie van micro-algen, die buiten het bereik blijven van algenetende bodemdieren, zoals mosselen.”

Eveneens hebben de experts gemeld dat de spontane herintroductie van mosselen etc. te positief is geschat. Die buitenlandse deskundigen achten het dus mogelijk dat (blauw)algen ook in een zoutmilieu op zouden kunnen gaan treden en overlast kunnen gaan veroorzaken. Moeten we voor verzilting en het beperkt getij dan 280 miljoen euro uitgeven? Terwijl we nu vrijwel van de blauwalg overlast verlost zijn en de zoete natuur zich prachtig heeft ontwikkeld! Het antwoord van de BSD is helder: de onnodige verspilling van geld en de vernietiging van de mooie natuur kan nog voorkomen worden. 

Louis van der Kallen 

 


 

DE TOEKOMST VAN DE BIESBOSCH

 


 

DE TOEKOMST VAN DE BIESBOSCH

Door: W. Borm en C. Huijgens

De Biesbosch van vroeger wordt gekoesterd. Boeken met historische prenten en sfeerimpressies gaan als zoete broodjes over de toonbank.

Met de ´terug in de tijd doelstelling´ zoetwatergetijdenmilieu voor het Nationaal Park wordt er op papier nog altijd een getijdengebied neergezet, terwijl in werkelijkheid het buitendijkse milieu onder invloed staat van de rivieren.
Sterft de Biesbosch een langzame dood of herrijst ze als natuurgebied?

Veranderend landschap
Dat de oude Biesbosch verdwijnt, is iedere trouwe bezoeker meer dan duidelijk. Hiervan getuigen boeken als “De Biesbosch, het karakter na de grote verandering” en “Van hennip tot netelbos”, onderzoeken en inventarisaties. Afkalving en bodemaanslibbing zijn de belangrijkste processen. Na 1970 nam de verontreiniging van de waterbodems hier ongekende vormen aan. Het buitendijks milieu kreeg een bedenkelijke kwaliteit en bleef vanwege het onregelmatige riviergedrag soortenarm. Robuust en dynamisch, roepen de liefhebbers van zo´n ruig landschap. Kwantiteit, maar geen kwaliteit, waarschuwen de biologen.
Op hogere en geïsoleerde plaatsen hebben vervuiling en verstoring gelukkig minder invloed. Men kan er waardevolle bosontwikkeling en moerasvorming waarnemen.
Geïsoleerde natuurpoldertjes veranderden in ware vogelparadijzen.
In de Biesbosch leidde menig natuurproject tot een teleurstelling. Dit door het streven naar zogenaamde oorspronkelijkheid middels herstelwerkzaamheden, in plaats van in te spelen op veranderingen.
Zelfs veertig jaar na de afsluiting van het Haringvliet werd een poging ondernomen om in de Zuiderklip een zoetwatergetijdenmilieu te krijgen.
Het ontbreken van doorstroming en getij veroorzaakte deze zomer al een brei als erwtensoep, een dikke laag draadalg bedekte het wateroppervlak (zie foto).

afb 1 BB.11-08-09.12

De Zuiderklip bij de observatiepost op 11 augustus 2009 Foto: C. Huijgens

Voor het project Zuiderklip wordt de komende periode aan de hand van een milieueffectrapportage gezocht naar een betere inrichting.

Met een bestemmingswijziging van getijdengebied naar bijvoorbeeld water, moeras, rietvelden en weidevogelgebied kan dit hart van de Brabantse Biesbosch alsnog een natuurfunctie krijgen.
Als er goede milieuvoorwaarden worden geschapen door inrichting en beheer, dan kan de natuur hier zelf een duurzame invulling aan geven.

De Biesbosch op weg naar een Natura 2000 gebied
De Biesbosch staat op de nominatie om een Natura 2000 gebied te worden en de procedure hiervoor gaat al in 2009 van start. De Europese Unie wil hiermee de achteruitgang in biodiversiteit stoppen. Om in aanmerking te komen zijn duurzame en kwalitatief goede ontwikkelingsmogelijkheden vereist.
In opdracht van het ministerie van LNV starten de DLG (Dienst Landelijk Gebied) en Staatsbosbeheer met betrokkenen in september 2009 met het samenstellen van het beheerplan voor de Biesbosch. Het plan gaat de locaties van de in stand te houden natuurwaarden beschrijven, geeft aan waar en in welke mate en in welk tempo natuurwaarden moeten worden ontwikkeld, omschrijft de beleid- en beheersmaatregelen die nodig zijn om de doelen te bereiken of te handhaven, welke bestaande activiteiten hiervoor schadelijk zijn en hoe de uitvoering van het beheerplan verder wordt gemonitord en gefinancierd. Dit beheerplan is al in december 2010 in concept gereed. Als parkbeheerder heeft Staatsbosbeheer invloed op de binnendijkse en hogere delen. Hier kan het nieuwe beheerplan zich op richten. Voor het buitendijks gebied kunnen slecht globale verwachtingen en wensen beschreven worden. Daar bepaalt straks het integraal landelijk waterbeheer de gang van zaken. Het komende Nationaal Waterplan heeft twee hoofddoelen, namelijk waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Welke rol kan de Biesbosch hierin spelen?

De Biesbosch en de waterveiligheid
Bij hoge rivierafvoeren ligt de Biesbosch op de overgang van waterafvoer naar noodberging. Nu krijgt de Noordwaard een belangrijke functie in de nooddoorstroming van het Rijnwater. De doorstromingsfunctie van de Brabantse Biesbosch is echter te verwaarlozen, omdat het water dat via de smalle Bergse Maas wordt aangevoerd gemakkelijk is te verwerken door de rivier de Amer. Het ziet ernaar uit dat hier de rol als wateropvang van grotere betekenis zal zijn.
Het artikel in BN/De Stem van P. de Schipper “Dongemondregio diep onder water bij overstroming” van 26 november 2008 maakt de noodzaak en het ruimtetekort wat betreft wateropvangcapaciteit duidelijk. Een overstroming van de Randstad kan onze maatschappij ontwrichten. Bij zeer hoge rivierafvoeren gaat dan ook het Rijnmondgebied dicht en stroomt het water richting Biesbosch en Haringvliet. Nu is het Haringvliet voor tijdelijke rivierwateropvang in de Zuidwestelijke Delta te klein. Stagnatie van doorstroming in het Hollandsch Diep vergroot bij hoge rivierafvoeren het overstromingsrisico in de regio ten oosten van Moerdijk.
Zuidwest Nederland voelt nu al nattigheid.
Veel zal afhangen van de keuzes die gemaakt gaan worden voor de inrichting van de Zuidwestelijke Delta. Alleen als daar de noodberging- en spuimogelijkheden maximaal benut worden kan het overstromingsgevaar in de Biesboschregio worden beperkt.

afb 2 kaart Dongemond

Overstromingskaart Dongemondregio Kaart: BN/De Stem

De Biesbosch en de zoetwatervoorziening
Regionale zoetwatervoorziening is afhankelijk van de aanvoer uit het hoofdwatersysteem. De herijking van de zoetwaterverdeling in Nederland start in 2009 en dient in 2015 afgerond te zijn. Deze verdeling bepaalt onder meer de inrichtingmogelijkheden voor de wateren van de Zuidwestelijke Delta. De kans bestaat dat het Volkerak-Zoommeer, het op een na grootste zoetwaterbassin van Nederland, zout gaat worden. Het zoete water van het Haringvliet dreigt vervolgens door de Kier (experimentele doorstroming van zout water bij de Haringvlietsluizen), door achterwaartse verzilting via het Spui en door zoutindring bij de Volkeraksluizen te worden besmet. Het tijdelijk of definitief in onbruik raken van innamepunten van zoet water maakt het noodzakelijk om alternatieve voorzieningen aan te brengen en voor tijden van schaarste voorraadvorming te creëren.

Toen in de zestiger jaren in de Biesbosch de spaarbekkens werden aangelegd zagen velen het verdwijnen van de landbouwpolders als een bedreiging. Toch maakten deze bekkens de weg vrij voor de instelling van een Nationaal Park. Uiteindelijk bleek een vierde spaarbekken overbodig.
Zoetwatervoorraden in open verbinding met het riviersysteem lopen het risico dat ze verontreinigd kunnen worden. De enige kwalitatief hoogwaardige voorraadvorming die zekerheid geeft, is die in spaarbekkens. Tot nu toe zijn er in de Biesbosch drie aangelegd. Met het te verwachten verlies aan zoetwaterbuffers neemt de vraag toe en is het niet denkbeeldig dat er weer gedacht gaat worden over de aanleg van een of meer spaarbekkens in de Biesboschregio. Gezien de locatie en de bestaande infrastructuur ligt deze keuze voor de hand.
Mocht er afgezien worden van de verzilting van het Volkerak-Zoommeer en kunnen bij de herijking van de zoetwaterverdeling in Nederland de zoetwatervoorraden in de Zuidwestelijke Delta behouden blijven, dan zijn de bestaande bekkens in de Biesbosch voldoende.

De beste combinatie
Veel is nog onzeker wat betreft de buitendijkse Biesbosch.
Als we eindigen met een duurzaam Nationaal Waterplan, een bij hoge rivierafvoeren overstroombare Noordwaard, schone kunstmatige meren in de vorm van spaarbekkens en een nieuw beheerplan voor de natuurpolders en hogere gronden, dan is deze combinatie het best haalbare voor de toekomst van het Nationaal Park.
Wellicht voldoet de Biesbosch hiermee aan de normen voor Natura 2000.


KRIJGT DE BIESBOSCH NOG EEN HART VOOR VOGELS?


KRIJGT DE BIESBOSCH NOG EEN HART VOOR VOGELS?

Nederland kent twintig Nationale Parken. De eigenaren, beheerders en andere betrokkenen dragen er samen de verantwoordelijkheid voor de bescherming en ontwikkeling van de kwaliteit van de natuur. Als we ons richten op het huidige beleid en beheer van De Biesbosch, dan geeft dit reden tot zorg, met name de werkzaamheden in de Zuiderklip.

Zorg om kwaliteitsverlies
Zoals de pers al diverse malen berichtte, is er in de Zuiderklip met Europese subsidies een geul gegraven. Men is van plan de dijken die de polder beschermen spoedig door te steken, waarna het verontreinigde rivierwater binnen kan stromen. De achterliggende gedachte is dat bij hoog water een betere en snellere afvoer zal plaatsvinden van het rivierwater. Over het nut hiervan zijn de meningen verdeeld. Maar laten we eerst eens kijken naar de voorheen aanwezige waarde van de polder. Als we de kwaliteit beoordelen kijken we naar planten- en diersoorten die eisen stellen aan hun leefomgeving. Je zoekt naar zeldzame soorten die een toegevoegde waarde hebben voor het Nationale Park. De polders Turfzakken herbergden voorheen vele moeras- en watervogels. Het gebiedseigen water, gevoed door regen en kwel, vormde vanwege de vele waterorganismen voor deze vogels een rijke voedselbron. Eigen observaties en tellingen en die van anderen, geven aan dat dit gebied, voordat het graafwerk startte, belangrijk was voor o.a. de grote en kleine zilverreiger, de lepelaar, zomer- en wintertaling. Dit zijn vogels van de Rode Lijst, zeldzame soorten die extra bescherming verdienen. Ook broedden er rietvogels als rietzanger, rietgors, waterral en karekiet. Aangezien zoetwatermoerassen in Nederland schaars zijn, is dit een voor de hand liggende keuze als over de toekomst van het gebied nagedacht wordt. Het feit dat men bij de graafwerkzaamheden vele grote modderkruipers heeft gevonden, bevestigt dat er sprake was van een biotoop dat alleen kon bestaan dankzij de goede waterkwaliteit binnen de dijken.

Problemen buitendijks
Wat het buitendijkse watermilieu betreft wordt de Biesbosch in het PlanMER Beheerplan Rijkswateren 2010-2015 van 1 augustus 2008 vernoemd als Sense of Urgency: Gebieden waar de waterkwaliteit snel moet worden aangepakt. Dit begrip wordt toegekend indien binnen 10 jaar mogelijk onherstelbare schade ontstaat (met betrekking tot waterconditie of beheer). Met deze geconstateerde milieukwaliteit neemt het project Zuiderklip onnodige risico´s in het hart van het Vogel- en Habitatrichtlijngebied en Nationaal Park De Biesbosch. Aan het bestemmingsplan is goedkeuring onthouden en voor het project is nog altijd geen milieueffectrapport (MER) gemaakt en de Habitattoets is niet op de juiste wijze uitgevoerd. Niet voor niets hebben de West-Brabantse Vogelwerkgroep en de plaatselijke vereniging Madese Natuurvrienden hun bedenkingen geuit bij het huidige project.

Kerngebied
De Zuiderklip kan de natuurkern worden, die elk Nationaal Park nodig heeft. In potentie zou het de locatie kunnen zijn waar weer roerdompen, grote karekieten, zwarte sterns en lepelaars gaan broeden. Als het beleid en beheer daarop gericht wordt, kan het gebied een reservoirfunctie vervullen voor de omgeving op momenten dat er elders bedreigingen of verlies van populaties ontstaan.. Het is voor natuurkenners duidelijk dat de buitendijkse gebieden van de Biesbosch veel minder natuurwaarde hebben. Langs de Amer en in de kreken zien we vogels die we in elk stadspark tegenkomen.

rene van gils biesb

René van Gils speurend naar vogels in de Biesbosch. Foto: C.Huijgens

Binnendijkse kansen
Kleine binnendijkse natuurpolders, zoals De Noorderplaat, De Kindem en de Lange Plaat, met dezelfde condities als gesloten Zuiderklippolders, zijn rijk aan natuur. De Zuiderklip is vele malen groter. Voor een heuse natuurkern hoeft hier niet veel meer te gebeuren. Een goede beheersing van het waterpeil en waterkwaliteit en een beheer gericht op ontwikkeling van rietvelden en moerassen. De graafmachines mogen verdwijnen. Voorwaarde is wel dat de dijken dicht blijven en de doorsteek aan de westzijde gesloten wordt. De verantwoordelijken voor het Nationaal Park dienen te streven naar een beleid dat gericht is op duurzaamheid en kwaliteit voor een gevarieerd en rijk leven. Dan pas maakt de Biesbosch haar status als Nationaal Park waar!

René van Gils
Contactpersoon Vogelbescherming Nederland


HARTINFARCT TREFT BRABANTSE BIESBOSCH


HARTINFARCT TREFT BRABANTSE BIESBOSCH

Door: W. Borm, C. Huijgens, C. de Witte en M. Boelaars

Als de uitvoering van het project Zuiderklip fase 1 nog tijdig werd stopgezet, was een infarct van het hart van de Brabantse Biesbosch te voorkomen en kreeg het gebied de kans om zich als natuurkern te ontwikkelen. Het Nationaal Park de Biesbosch behoort immers een kerngebied te zijn in de Ecologische Hoofdstructuur van Nederland. De projectleiding liet echter op 5 november 2008, ondanks het nog gaande overleg met de gemeente Drimmelen en de betrokken natuurvereniging over de inzet van drempels, de dijken doorsteken en sloot hiermee de discussie. Het project Zuiderklip, verworpen door een uitspraak van de Raad van State, wordt hierdoor afgerond in een fase dat het verplichte MER nog in voorbereiding is.

Nationaal Park De Biesbosch vanaf de oprichting uit de koers
In 1970 werd het Haringvliet gesloten en het getijdenmilieu verdween voorgoed uit de Dordtse- en Brabantse Biesbosch. Beide gebieden kregen een ander karakter en nieuwe ontwikkelingen vingen aan. De bodems van de ineens veel te ruime deltawateren werden bedekt met een dikke laag vervuild slib. Het sterk verontreinigd sediment zorgt in combinatie met de geringe waterkwaliteit en het onregelmatige riviergedrag voor een bedenkelijk milieu in de geulen van de Biesbosch. Desondanks werd de Biesbosch in 1985 een Nationaal Park in oprichting. Dit met het overheidsadvies om te streven naar een landschap met plassen, moerassen, venen en rijke moeraswouden, met verlanding en bosvorming als natuurlijke processen.

Vijf jaar later legde het Overlegorgaan van het Nationaal Park dit advies naast zich neer en besloot om het verdwenen getijdenmilieu als streefdoel te kiezen. De voorwaarde om uit te gaan van het bestaande rivierwaterbeheer werd hiermee gepasseerd. Staatssecretaris Gabor tekende een convenant, waarmee de Biesbosch op oneigenlijke gronden een Nationaal Park werd. Want de ijdele hoop op terugkeer van het getijde bepaalt op papier de koers voor het Nationaal Park, terwijl het gebied zich al 38 jaar geheel anders ontwikkelt.

zuiderklip

Ligging Zuiderklip in Brabantse Biesbosch

Nooddoorvoer van Rijnwater
In de jaren negentig werden we bewust van de dreiging van het rivierwater. Om bij rivierwatersnood het Rijnwater snel te kunnen afvoeren wilde Rijkswaterstaat een groene rivier aanleggen vanaf de Waal door het land van Heusden en Altena met een doorvoer via de Biesbosch naar het Hollandsch Diep. Maar de bodems van de geulen in de Biesbosch bleken te zwaar verontreinigd om ze hiervoor vrijblijvend te mogen uitdiepen. Een brede geul in zuidwestelijke richting door de niet vervuilde polders van de Zuiderklip werd de noodoplossing. Landsbelang gaat nu eenmaal voor natuur. Gelukkig kreeg Rijkswaterstaat een alternatief aangeboden, namelijk de polder de Noordwaard.
In tijden van nood mag er nu Rijnwater vanaf de Nieuwe Merwede over een grote breedte naar de Delta stromen. Zo werden de groene rivier en het doorstromingsproject Zuiderklip overbodig.

Subsidies bepalen de inrichting van de Zuiderklip
De projectleiding van de Zuiderklip dacht er niet aan om haar project te laten varen. De vrijwel onmogelijke doelstelling `getijdengebied´ werd weer opgepakt en met subsidies van LNV, RWS/Ruimte voor de Rivier, Deltanatuur en de EU kon alsnog een groots plan gerealiseerd worden. De omvang van de subsidies via Deltanatuur en de EU zijn evenredig met het aantal hectaren dat ontpolderd wordt. Voor een bijdrage in het kader van Ruimte voor de Rivier dient er rivierwater door het gebied te kunnen stromen, desnoods via een forse omweg. Niet de behoefte of de noodzaak, maar de subsidievoorwaarden bepaalden vervolgens de inrichting van het ´herziene´ project Zuiderklip. Het project Zuiderklip fase 1 is inmiddels volop in uitvoering.

Doorvoercapaciteit Amer
Na Keizersveer is de doorvoercapaciteit van de Amer in de richting van Moerdijk uitstekend. Het is verbazend dat de projectleiding juist hier een kunstmatige omleiding bedacht voor een heel klein deel van het Maaswater. Dezelfde omweg werd tijdens eerdere planvorming, bij de Rijnwatervariant van de Zuiderklip, als overbodig beschouwd.
Zo´n permanent open verbinding is in strijd met gezond rivierwaterbeheer. Na de aanleg van de omleiding zoekt het water een nieuw evenwicht en gaat de geringe winst van het project spoedig verloren. De overbodige bypass laat immers zichzelf of de hoofdader spoedig verder dichtslibben. Een extra schepje op de slibbezinking na 1970 wordt het resultaat van het grootschalige project Zuiderklip.

Huidige stand van zaken
Het gebied de Zuiderklip had en heeft feitelijk nog altijd de bestemming “spaarbekken met aanliggend natuurgebied”. Deze bestemming is nooit verwezenlijkt. Een vierde spaarbekken bleek overbodig en de polders zijn voor landbouwdoeleinden gebruikt.

zuiderklip 2

Schematisch overzicht eerste fase Zuiderklip met de omleiding voor Maaswate

De gemeenteraad van Drimmelen heeft vijf jaar geleden de bestemmingswijziging “natuur en waterstaatkundige doeleinden” voor het gebied verworpen, omdat ze toen het hele project Zuiderklip niet zag zitten. Nadien is in overleg en met toestemming van de Provincie de bestemmingswijziging alsnog herzien in “natuur met waterstaatkundige doeleinden”. Inmiddels heeft de Raad van State in haar uitspraak van 7 mei 2008 aan het bovengenoemd bestemmingsplan “De Zuiderklip” fase 1 goedkeuring onthouden.

In deze uitspraak is bepaald dat er een nieuw bestemmingsplan dient te worden opgesteld op basis van een uitgebreid onderzoek door middel van een milieueffectrapport (MER). Dit met de bedoeling om alle gevolgen voor natuur- en milieu, waaronder die van de doorstroming van vervuild Maaswater, in kaart te brengen. Daarna dient een keuze gemaakt te worden op basis van de minst nadelige gevolgen. Ook blijkt de habitattoets, een toets die let op de gevolgen voor de kwaliteit van de leefwereld, niet op de juiste wijze te zijn uitgevoerd. Opvallend is dat de DLG op grond van het vrijstellingsbesluit artikel 19 tot nu toe gekozen heeft voor verdere uitvoering en afronding van fase 1 van het project Zuiderklip op basis van een ´verworpen´ bestemmingsplan. Aan de andere kant heeft de DLG bij de gemeente Drimmelen het verzoek tot bestemmingswijziging van de Moordplaat voor fase 2 ingetrokken op basis van de kritische uitspraak van de Raad van State. Samengevat wordt fase 1 uitgevoerd op louter formele gronden en niet op basis van de vereiste kwaliteit, terwijl voor fase 2 van hetzelfde project een nieuw bestemmingsplan wordt voorbereid dat hieraan wel gaat voldoen. Aangezien er nu met het vrijstellingsbesluit wordt vooruitgelopen op een niet meer bestaand bestemmingsplan, is er een illegale situatie ontstaan en dat is in strijd met de wet. Het bevoegde gezag, in dit geval het College van B&W van de gemeente Drimmelen, is verzocht om handhavend op te treden tegen de Dienst Landelijk Gebied en het werk met onmiddellijke ingang stil te leggen. Dit om verdere milieuschade te voorkomen. Uit vrees voor schadeclaims van DLG heeft de gemeente dit niet aangedurfd.

Geen spijt?
Er is bij de Turfzakken inmiddels een grote opening in de dijk gemaakt. Hiermee wordt een risico genomen, omdat de gevolgen achteraf mogelijk onomkeerbaar zijn.
De vraag dient zich dan ook onmiddellijk aan wie daar dan voor verantwoordelijk is. De tot nu toe schone polders de Turfzakken staan, door de gemaakte opening, nu al bloot aan het onstabiele riviermilieu. Het inlaten van gebiedsvreemd water geeft nadelige effecten en kan onherstelbare schade aanbrengen. De waterbodem wordt vervuild met sediment van slibklasse 2 en 3 en de waterhuishouding is onbeheersbaar. Broedgebieden verdwijnen en een getijdenmilieu blijft achterwege. Kapitaalsvernietiging en milieuschade vormen vrij zeker het resultaat. Mogelijk spijt achteraf. Daarmee raakt de overheid de goodwill kwijt wanneer zij voor komende projecten een beroep wil doen op derden. We kunnen ons weinig missers permitteren, want we hebben ook internationaal een naam hoog te houden op het gebied van water- en milieubeheer.

Biesbosch.09-02-08.12

Graafwerkzaamheden aan de Turfzakken Foto: C. Huijgens

Vogels
DLG maakte ondertussen een inventarisatie van de flora- en faunaontwikkelingen in de recent geopende polders Turfzakken. Dit rapport van 27 juni 2008 zou aantonen dat het doorsteken van de dijk voor de natuur een stap voorwaarts is. Dat veel vogels op een open, nat en veranderend gebied afkomen is algemeen bekend, maar dit zegt verder niets van de kwaliteit van water en bodem of van de stabiliteit op termijn. Voorbeelden te over in het deltagebied waar het achteraf mis ging.
Wie herinnert zich niet het drama van de geopende Mariapolder in de Sliedrechtse Biesbosch? Botulisme en vergiftiging richtten hier een ware slachting aan onder de vogels die massaal op de slikvlakten afkwamen. Inventarisaties in de Biesbosch van vogelwerkgroepen geven al tientallen jaren aan dat het binnendijks uitstekend gaat met zeldzame moerasvogels en dat in de gebieden onder invloed van de rivier voornamelijk algemene soorten voorkomen, die we in elk stadspark kunnen aantreffen. Wanneer Staatsbosbeheer haar eigen tellingen openbaar maakt zal dit nog duidelijker worden.

Onstabiel
De DLG had met het project een uitbreiding van een zoetwatergetijdengebied voor ogen, maar overal in het buitendijkse milieu van de Brabantse Biesbosch is sprake van onstabiele rivierdynamiek. Het is juist deze onstabiliteit die met de opening van polders aanzienlijk wordt uitgebreid. Het gebied van de Zuiderklip is het best te vergelijken met het recreatiegebied de Aakvlaai. Hier is de onstabiele rivierdynamiek overheersend en er is nauwelijks sprake van enig getijde. De slechte waterkwaliteit, de aanwezigheid van grote hoeveelheden waterpest en de waargenomen blauwalgen doen vermoeden dat er spoedig problemen zullen ontstaan voor de waterrecreant (bron: Rijkswaterstaat Directie Zuid-Holland). Voor de natuur is deze toestand nu al zorgelijk. Als men bij de Zuiderklip de gegraven dijkopening niet spoedig sluit, dan wacht het hart van het Nationaal Park hetzelfde lot.

Bestemmingswijziging Zuiderklip noodzakelijk
Dat de bestemming ´spaarbekken´ middels een bestemmingwijziging zal verdwijnen ligt voor de hand, maar het is nog niet duidelijk wat de nieuwe bestemming voor het gebied wordt. Aan een mogelijke bestemmingswijziging in “natuur en waterstaatkundige doeleinden” kan in de Zuiderklip goed gestalte worden gegeven. Er dient dan in de verplichte MER studie minstens een projectvariant gepresenteerd te worden, die een eventuele toets van de Raad van State kan doorstaan. Dat zou in onze ogen een variant kunnen zijn waarbij de polders gesloten blijven.

Hartinfarct voorkomen
Door middel van drempels en doorlaatmiddelen is een gesloten Zuiderklip inzetbaar te maken bij watersnood voor doorstroming of voor komberging van rivierwater.
Juist door deze verlagingen beschouwt Rijkswaterstaat dergelijke polders als buitendijks gebied, waardoor bij het project Zuiderklip de reeds geïnvesteerde subsidies alsnog te rechtvaardigen zijn. Het beheer van enkele naburige natuurpoldertjes in de Biesbosch toont al jarenlang aan dat bovengenoemde uitvoering succesvol is. Er is namelijk sprake van een beheersbaar watersysteem en de aanwezige kwel doet haar zuiverende werking.
De garanties voor duurzame natuurontwikkeling. Dit inrichtingsvoorstel is nogmaals door de gemeente Drimmelen en de plaatselijke natuur- en milieuvereniging aan DLG gedaan op 24 oktober 2008. Het Bestuurlijk Overleg van het project had hier vervolgens geen oren naar en liet op 5 november zonder enige ruchtbaarheid de dijken doorsteken en sloot hiermee de discussie. Acht jaar lang stond de dubieuze planvorming onder hevige kritiek, maar blijkbaar maken hier subsidies en ambtenaren het natuurbeleid, zonder zich veel aan te trekken van de gevolgen voor natuur en milieu. De Zuiderklip had het gezonde hart van het Nationaal Park kunnen worden.
Helaas.


INSPRAAKPUNT V & W INZ. STARTNOTITIE VOLKERAK-ZOOMMEER – A019

 


 

Bergen op Zoom, 7 november 2007

 

Inspraakpunt V&W

Startnotitie Planstudie

Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer

 

per e-mail: inspraakpunt@inspraakvenw.nl

 

Geachte heer/mevrouw,

Ondergetekende wenst middels dit schrijven een inspraakreactie geven op de aanvullende Startnotitie Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer in het kader van de procedure voor de milieueffectrapportage. Ter illustratie zal ik soms verwijzen naar documenten ter informatie, omdat deze ook mede onderleggers c.q. bouwstenen kunnen/dienen te zijn van de aanvullende Startnotitie Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer.

Zoet/Zout
De startnotitie gaat uit van verzilting van het Volkerak-Zoommeer als enige mogelijke oplossingsrichting voor de blauwalgenproblematiek. Als zoet alternatief is uitsluitend gekeken naar de doorspoelvariant zonder een optimaal gebruik van alle mogelijke aanvullende maatregelen. Dit is een gemiste kans. Ondergetekende moet constateren dat deze startnotitie deels is gebaseerd op onvolledig onderzoek naar de mogelijkheden van zoete varianten.

De tot op heden onderzochte varianten geven aan, althans volgens de onderzoekers, dat binnen het ‘zoete water’ er geen afdoende oplossingen te vinden zouden zijn.

Blauwalgen, waar overleven zij? In de diepte! In een eerdere systeembeschrijving komt men tot de conclusie dat de bodem van het meer ernstig verontreinigd is en gesaneerd moet worden. Combineer dit feit met de doelstelling het meer zodanig in te richten dat de winteroverlevingskans van de blauwalgen daalt. Vul de diepten (meer dan 6 meter) buiten de vaargeul op, zodat in de winter de algen niet kunnen overleven in diepten die niet doorspoelen en in de winter te weinig afkoelen. Egaliseer diepten in de vaargeul, zodat overal de doorstroming geoptimaliseerd wordt. Verdiep ondiepten tot circa 6 meter, zodat opwarming minder snel plaatsvindt en daardoor de bloei in de zomer wordt geremd.

Waarom is de problematiek zo beperkt bekeken, terwijl met het vorenstaande (de diepten) zo veel andere mogelijkheden binnen het bereik liggen? Waarom wordt uitgegaan van de huidige diepte- en breedteprofielen? Waarom heeft men de behoefte aan nieuwe terreinen, voor bijvoorbeeld de industrie, niet gecombineerd met de aanpak van de diepteprofielen door bijvoorbeeld 1.000 ha. op te spuiten voor industrievestiging nabij industrieterrein Dintelmond?

Dan hoeft het industrieterrein Moerdijk niet uitgebreid te worden en kunnen de werkzaamheden betaald worden door de uitgifte van nieuwe gronden. Waar is de Hollandse mentaliteit gebleven van landaanwinning als oplossing van veel van onze problemen?

Met verdere aanvullende maatregelen, zoals:

– Weg met de Hooglanders. Meer ganzen zullen komen met als nevengevolg minder ganzenvraat buiten het gebied.

– Meer helofyten met als gevolg meer snoeken die de plantenetende vissen uitdunnen.

– Doorspoeling met voedselarmer water (Hollandsch Diep) als het beschikbaar is.

– Vermindering overlevingskans van blauwalgen door meer doorspoelbare diepten.

is veel te bereiken.

Verzilting is voor de landbouw een bedreiging, maar ook voor veel bouwwerken. Zoute lucht, zoute kwel en zout water zijn zeer corroderend. Van Tielrooij’s WB 21 geeft het belang van zoet water in dit gebied nadrukkelijk aan. Zij hebben het waterbeleid voor de 21ste eeuw integraal bekeken.

Jammer dat voorbij is gegaan aan de door mij reeds eerder geschetste oer Hollandse oplossingen. Landaanwinning en baggeren, profijtelijk en werkzaam!

Zoetwatervoorziening algemeen
Ik wil wijzen op de gevolgen van verzouten voor de zoetwatervoorziening.

Water Beheer 21ste eeuw (Commissie Tielrooij) gaat niet alleen over een te veel aan water, maar behandelt nadrukkelijk ook de beschikbaarheid in relatie met de behoefte aan zoet water. Door de ontwikkelingen in klimaat, bodemdaling en zeespiegelstijging, alsmede veranderingen in het beheer en gebruik van de bodem, veranderen de beschikbaarheid en de behoefte aan zoet water. WB21 zegt hier op een aantal plaatsen iets over. Het meest markant en helder op pagina 72 van het basisrapport: “Specifiek voor Laag Nederland speelt het probleem van de verzilting. Door de zeespiegelstijging en de bodemdaling neemt de verzilting toe in de lage polders langs de kust in Zuidwest Nederland, achter de Hollandse duinenrij.

Dit zal consequenties hebben voor het grondgebruik, met name voor landbouw en natuur.

Door toenemende verzilting en drogere zomers zal de vraag naar zoet water voor doorspoeling en beregening in West Nederland toenemen.

De aanvoer van zoet water zal echter juist afnemen. In Zuidwest Nederland zal de beschikbaarheid van zoet water in toenemende mate een knelpunt worden voor de daar aanwezige glastuinbouw, vollegronds-tuinbouw, bollenteelt en ook de akkerbouw.

De commissie wil daarom aandringen op het aanleggen van zoetwatervoorraden binnen de regio’s. Ook de verdeling van rivierwater over diverse watervragers verdient een kritische afweging”, einde citaat WB21.

Er dreigt dus een zoetwater tekort voor grote delen van het beneden rivierengebied in de toekomst. De huidige watertoevoer van het Lek-Waal-Maas-systeem gaat, ingeval van normale en geringe toevoer, vrijwel uitsluitend via de Nieuwe Waterweg naar de Noordzee. Onvoldoende wordt er beseft, dat de rivierafvoeren in de zomer af zullen nemen ten opzichte van wat we gewend zijn. De zomers in West Europa worden droger en de verwachting van klimatologen is dat dit proces van klimaatverandering doorgaat.

Niet alleen de Maasafvoer vermindert in de zomer, ook het karakter van de Rijn verandert. Door het proces van terugtrekkende gletschers (reeds ca. 100 jaren aan de gang, maar de afgelopen decennia versnellend) wordt de Rijn steeds meer regen- en steeds minder smeltrivier en daardoor minder afvoer in de zomer.

Het proces van minder afvoer wordt in toenemende mate versterkt door een ander gebruik van het rivierwater. Niet alleen in Nederland zal steeds meer grondwatergebruik voor drinkwater en industrie omgezet worden in water, gewonnen uit de rivier en andere oppervlaktewateren.

Ook bovenstrooms gaat dit proces door. Ook de landbouw zal door de drogere zomers meer water uit de rivieren betrekken. Kortom, het is zeer de vraag hoeveel water minimaal onze grenzen zal bereiken. Met name de waterverdeling van de Rijn, IJssel, Lek en Waal kan, vanwege de eisen van de scheepvaart, de hoeveelheid water voor het doorspoelen van onze wateren wel eens (ver) onder het vereiste minimum drukken.

Tot zover de schets van het waterbeslag, die duidelijk maakt dat het zomers knijpen wordt om, zonder hydrologische ingrepen, de huidige watervoorziening voor scheepvaart, industrie, landbouw en drinkwater zeker te stellen. Voldoende zoet water op ieder moment is geen vanzelfsprekende zaak.

Met dit toekomstbeeld gaat desondanks het Haringvliet op een kier, met als gevolg meer zoet water wat anders dan via de Nieuwe Waterweg naar zee gaat. Als dan ook de sluizen opengaan richting Krammer/Volkerak/Zoommeer met nog meer zoetwaterverlies, denk ik dat het in de toekomst des zomers wel eens goed spaak zou kunnen lopen met grote zoetwater-tekorten en problemen voor de scheepvaart.

Wie en wat wordt dan het slachtoffer? Welke maatregelen zullen dan weggegooid geld blijken?

Beter zou het zijn om het rapport WB21 serieus te nemen.

“Het gevolg is dat de inname van water voor de drinkwatervoorziening vaker en langduriger moet worden gestaakt. Het zelfde verschijnsel doet zich voor op de Brabantse rivieren. Hier kan het probleem echter wel opgelost worden door de aanvoer van een beperkte, extra hoeveelheid zoet water” (pagina 9).

Nergens in de startnotitie wordt vermeld waar dit zoete water, in tijden van droogte dan wel vandaan komt. Is/wordt dit vastgesteld in de Landelijke Commissie Waterverdeling (droogteoverleg)? Hier moet in de milieueffectrapportage helderheid over verschaft worden!

“De inzet van regionaal beschikbaar zoet water en mogelijkheden van ontzilting van ter plaatse beschikbaar oppervlaktewater worden ook voor West-Brabant onderzocht.’’ (pagina 11). Onderzoeken: prima, maar dan ook hoe de kosten daarvan tot in lengte van dagen van de Rijksoverheid worden zeker gesteld.

Bestaande infrastructuur/verzilting
De start notitie spreekt over “De eerste stap is er op gericht de blauwalgenproblematiek aan te pakken met maatregelen die zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur.

Deze maatregelen moeten ertoe leiden dat er uiterlijk 2015 geen sprake meer is van overlast door blauwalgen in het Volkerak-Zoommeer” (pagina 5).

Men denkt dus dat een aanpak met behulp van de bestaande infrastructuur kan leiden tot de oplossing van de algenproblematiek. Het gebruik van uitsluitend de bestaande infrastructuur heeft een aantal nadelen.

De belangrijkste is verzilting van het Haringvliet/Hollandsch Diep door zoute schutverliezen.

In de droge periode van november 2005 heeft een zogenaamde achterwaartse verzilting (via Nieuwe Waterweg, de Oude Maas, het Spui en de Dordtsche Kil) plaatsgevonden van het Haringvliet en het Hollandsch Diep. Hierdoor kon het drinkwaterbedrijf Evides ruim twee maanden geen water innemen.

Deze verzilting was relatief uitzonderlijk. Maar met een stijgende zeespiegel en mogelijk langere perioden van lage rivierafvoeren zou dit vaker op kunnen gaan treden.

Nu viel deze achterwaartse verzilting ver buiten het groeiseizoen. Wanneer dit echter gebeurt in de zomer, kan dit ernstige gevolgen hebben voor onze waterinlaatmogelijkheden.

Het nieuwe beheer van de Haringvlietsluizen (kierbesluit) doet ook in droge perioden een extra beroep op de beschikbaarheid van zoet water. Zoute schutverliezen zouden de verziltingsrisico’s van het Haringvliet/Hollandsch Diep aanzienlijk verhogen.

Bij het onderzoek naar de te treffen maatregelen vanwege de “zoutindringing vanuit het Volkerak-Zoommeer naar omliggende wateren” dient dan ook met een eventuele samenloop met een achterwaartse verzilting rekening gehouden te worden en dienen aanpassingen om de zoute schutverliezen te beperken ook vóór 2015 mogelijk te zijn.

Ook het schutten bij Dintelsas en Benedensas kunnen tot zoutindringing leiden en ook daar zijn aanvullende maatregelen nodig. Hier dient de milieueffectrapportage helderheid over te verschaffen. Tevens zal de Binnenschelde bij verzilting van het Volkerak-Zoommeer verzilten omdat het peilbeheer vormgegeven wordt door water in te laten vanuit het Zoommeer. Onderzocht dient te worden welke gevolgen dit heeft voor alle waterkwalitietsaspecten van de Binnenschelde en op de funderingen van de bebouwing in de omgeving van de Binnenschelde, zoals op de Bergse Plaat.

Een tweede risico is dat na het oplossen van de problemen met de bestaande infrastructuur de landelijke besluitnemers geen prioriteit meer zullen toe kenen aan de noodzakelijke mitigerende maatregelen om de andere problemen die verzilting veroorzaken op te lossen.

Duurzaam functionerend ecosysteem
“De oplossing voor de blauwalgenproblematiek moet passen binnen de oplossing voor de langere termijn (2040). Dit is de tweede stap die leidt tot een definitieve oplossing voor de waterkwaliteit van het Volkerak-Zoommeer, waarbij sprake zal kunnen zijn van een duurzaam functionerend ecosysteem.”

In de startnotitie is geen nadere definitie, uitwerking of omschrijving te vinden van de dan nog op te lossen waterkwaliteitsproblemen, noch van wat in dit verband moet worden verstaan onder “een duurzaam functionerend ecosysteem”. In de milieueffectrapportage dient daar helderheid over te komen.

Getijdendynamiek/Waterberging op het Volkerak-Zoommeer (RvR)
“Om te voorkomen dat zich andere plaagalgen vestigen in het Volkerak- Zoommeer, wordt voorgesteld om meer getijdendynamiek op het meer toe te laten.” (pagina 10).

Het vorenstaande gecombineerd met het voorstel in het kader van Ruimte voor de Rivier om maximaal 2 meter waterkolom in noodgevallen te bergen op het Volkerak-Zoommeer is strijdig met het Interim Peilbesluit 1996. De effecten van deze maatregelen op de waterafvoer van West-Brabant, alsmede op de kwaliteit van de waterkeringen dienen in dit kader nader onderzocht te worden.

In de rapportage wateratelier Brabantse Delta “van DEFENSIE tot RETENTIE” is geschetst hoe men denkt om te gaan met de circa 30.000.000 kubieke meter waterafvoer van de West-Brabantse rivieren die geborgen zou moeten worden in West-Brabant. Dit stuk, geschreven in opdracht van de Stichting Cultuur Historie West-Brabant met als partners het waterschap Brabantse Delta en de provincie Noord-Brabant, geeft daarvoor een aantal oplossingen. In een brief van het waterschap Brabantse Delta aan de leden van het algemeen bestuur van het waterschap schrijft dijkgraaf J.A.M. Vos: “Waterschap Brabantse Delta ondersteunt de uitkomsten van de atelierbijeenkomsten”. De geschetste ‘oplossingen’ zijn dus serieus te nemen. Die ‘oplossingen’ betreffen onder andere het bergen van het water in de oude kreekstructuren en de Vliet rond Steenbergen en de oude ‘waterlinies’.

Polders van de Linie van de Eendracht, die dan onderwater gezet kunnen worden, zijn volgens de rapportage: de Noordheemscheppolder, de Oude Vlietpolder, de Westgraaf Hendrikpolder, de Oude Heipolder, de Rubeerepolder, de Mattenburgspolder, de Schuddebeurspolder, de Eendrachtspolder en de Auvergnepolder. In deze laatste heeft de gemeente Bergen op Zoom industrieterreinen gepland. Verder zijn inundaties voorzien langs de gehele loop van het Mark/Dintel systeem met aanliggende polders, globaal samenvallend met de Zuiderfrontierlinie (1747/1860). Ook de Stelling van den Hout/Munnikkenhof kan dan volgens de rapportage geïnundeerd worden. Dit geheel zal een geweldige aanslag zijn op de economische dynamiek van West-Brabant en een enorme schade veroorzaken. De milieueffectrapportage dient inzicht te verschaffen in de effecten van dergelijke inundaties en de financiële, ecologische en sociale gevolgen en hoe deze te beperken c.q te beperken zouden zijn

Watervoorzienig landbouw
Voor doelmatig en effectief peilbeheer, beregening en voor ecologische functies is het van het grootste belang dat de zoetwatervoorziening van West-Brabant, Sint Philipsland en de Zeeuwse eilanden gegarandeerd blijft. Nu wordt op veel plaatsen, o.a. middels inlaatduikers, zoet water vanuit het Volkerak-Zoommeer ingelaten. Er dient dus een alternatief geboden te worden wat in kwantiteit en kwaliteit minimaal gelijkwaardig is tegen de huidige (verwaarloosbare) kosten. Eventuele alternatieven, zoals via ontzilting, dienen dus op Rijkskosten tot stand te komen en tot in lengte van jaren op Rijkskosten geëxploiteerd. Ook hier in dient de milieueffectrapportage te voorzien.

Met de meeste hoogachting,

Namens Ons Water

L.H. van der Kallen

(voorzitter)

 


B&W GEMEENTE BERGEN OP ZOOM INZ. VOLKERAK-ZOOMMEER – A009

 


 

Bergen op Zoom, 8 april 2006

 

Aan het College van Burgemeester

en Wethouders der Gemeente

Bergen op Zoom

Postbus 35

4600 AA Bergen op Zoom

 

Betreft:   Volkerak-Zoommeer, Uw kenmerk 406-006471, kenmerk LK/6013

 

Geachte College,

Dank voor Uw snel antwoord op mijn brief van 28 februari inzake het Volkerak-Zoommeer.

Dit antwoord vraagt om een reactie.

Ad vraag 1
Twaalf regels antwoord zonder antwoord! Ik vroeg om “concrete schriftelijke toezeggingen”. Laat mij weten dat ze er niet zijn! Een gesprek met de staatssecretaris, hoe “inspirerend” ook en een mededeling van een gedeputeerde zijn geen “concrete schriftelijke toezeggingen”!

Ad vraag 2
Uw College schrijft dat wethouder Janssen niet bij het bestuurlijk overleg aanwezig was. Dat zal best zo zijn, maar op pagina 94 van de PKB deel 2 staat hij als deelnemer aan het bestuurlijk overleg in Gorinchem (6 september 2005) vermeld.

Ad vraag 3
Is simpelweg geen antwoord. Oog hebben voor is nog geen geld over hebben voor! Dit kan de gemeente miljoenen kosten.

Ad vraag 4/5
Uw reactie bevreemdt mij. Bij PKB deel 1 is kaart 1 ‘topografie plangebied’ het startpunt. Alle gebieden binnen het plangebied zijn meegenomen in de MER. Helaas is de waterberging op het Volkerak-Zoommeer niet meegenomen in de MER, in die zin dat de milieueffecten van die waterberging niet zijn onderzocht!. Het gebied viel immers niet onder het plangebied!

Bij de PKB deel 3 is het gebied wel opgenomen op de plankaart. Het niet opnemen op de plankaart bij PKB deel 1 is voor mij een juridisch trucje om niet gelijk de berging volledig mee te moeten nemen bij de MER rapportage bij PKB deel 1.

Jammer dat Uw College niet dezelfde achterdocht heeft als dit kritisch raadslid. Het zou ons wel eens veel geld kunnen kosten!

Gaarne een reactie in de commissie RO.

Met vriendelijke groet,

Namens de BSD fractie,

Louis van der Kallen

 


VOLKERAK-ZOOMMEER AFWENTELEN – 0016

 


 

Bergen op Zoom, 29 maart 2006

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Geacht Dagelijks Bestuur,

Bedankt voor Uw snel antwoord op mijn brief van 3 maart 2006. Uw antwoorden roepen echter een reactie op.

Ad vraag 1

U vergast mij op 17 regels tekst zonder echter antwoord te geven op mijn vraag “op welke concrete SCHRIFTELIJKE toezeggingen waren……”

Wel “bij monde” en “de uitspraak”. Graag de schriftelijke toezeggingen vermelden!

Of als ze er niet zijn: meldt dit dan!

Ad vraag 2

Acht U de ‘kwalificatie’ “relatief onervaren waterschapsbestuurder” misplaatst voor iemand, die maar liefst 15 maanden een functie bekleed in een waterschapsbestuur? Zo ja, dan verbaast mij dit zeer! Feitelijk diskwalificeert U dan de functie van DB lid tot een functie, waar je klaarblijkelijk al na 15 maanden als (zeer) ervaren moet worden gekwalificeerd.

Bij de beoordeling van de vergoeding mag daar dan rekening mee gehouden worden en is de vergoedingsnorm (salarisklasse) dus te hoog vastgesteld!

U leest uit het verslag van de Gorinchem-bijeenkomst inzake de PKB “een adequate inbreng van het DB met behulp van een adequate ambtelijke ondersteuning”.

Mijn conclusie is een andere. Uit het verslag blijkt dat er geen ambtelijke aanwezigheid was van het waterschap. Het standpunt was slechts een ambtelijk voorbereide inbreng die werd voorgelezen/voorgedragen. Tevens ontbrak een reactie op een inbreng van de staatssecretaris!

Wanneer U dit desondanks adequaat vindt, dan acht ik dat een brevet van onvermogen van Uw totale DB!

Ad vraag 3

Er is afgesproken inclusief handtekeningen “niet afwentelen”.

Nu vindt U het gepast en bent U tevreden als de staatssecretaris zegt: “Slechts als de problemen onevenredig veel op de regio worden afgewenteld zal het Rijk naar een oplossing zoeken.”.

Evenredig afwentelen mag? Wat is het papier van “niet afwentelen” dan waard? Wie bepaalt wat “onevenredig afwentelen” is?

Dit AB lidt acht dit een slaafse houding van Uw DB aan de staatssecretaris. Dit AB lid heeft dit DB gekozen om de belangen van dit waterschap te behartigen binnen de wet (inclusief de gesloten akkoorden). Nu constateer ik dat Uw DB dat niet doet en dit niet doen zelfs adequaat vindt.

Ad vraag 4

Indien Uw antwoord juist zou zijn, en dat zou ik graag aan willen nemen, kunt U dan verklaren waarom in de MER inzake de PKB Ruimte voor de Rivier het Volkerak/Zoommeer-systeem niet is opgenomen?

Indien de kaart in de PKB deel 1 een vergissing was, dan had het Volkerak/Zoommeer-systeem opgenomen dienen te zijn in de opgestelde MER. Dit is niet het geval. Dus de kaart in de PKB deel 1 is geen vergissing. Of er is sprake van maar liefst twee vergissingen tegelijkertijd.

De analyse van dit AB lid is dat dit laatste onwaarschijnlijk is en mijn oorspronkelijke analyse blijft ‘juridisch trucje’.

Mogelijk vindt U dit alles overdreven, maar het verschil tussen “geen afwenteling” en “geen onevenredige afwenteling” kan wel eens tientallen miljoenen verschil betekenen voor dit waterschap en haar contribuanten. En daar maak ik mij ongerust en druk over en dat zou Uw DB ook moeten doen.

Ik maak mij nog meer ongerust als ik een “insider-voorschotje” neem op de veranderingen in de klimaatscenario’s die de staatssecretaris 29 mei bekend zal maken. Houdt U vast!

We hadden drie, men zei realistische, scenario’s. Straks nog maar twee.

Het lage scenario wordt geschrapt. Het wordt niet meer als realistisch ingeschat. Maar wat erger is: de neerslaginschatting in de winter wordt verhoogd. Dus meer kans op hoog water (door de achterdeur). Wat er bijkomt is dat in de winter de dominantie van de westenwinden ook wordt verhoogd, dus meer kans op hoog water (voor de voordeur).

Resultaat: meer kans op hoog water, dat je niet snel kwijt kunt omdat het water op zee gestuwd wordt en/of de hoogwaterkeringen gesloten zijn.

Zo kort nadat ze waren vastgesteld worden de scenario’s herzien en niet onaanzienlijk. Zo wordt de voorziene jaarlijkse zeespiegelstijging in het voormalige middenscenario met 50 % verhoogd van 2 mm per jaar naar 3 mm per jaar.

Maar ach, wat zou het DB zich zorgen maken, de staatssecretaris bepaalt wanneer afwentelen onevenredig wordt en het is vast redelijk.

Ik denk redelijk voor de burgers en belangen van de randstad! Maar ach, ik ben een AB lid, waarvan men de kwalificaties “verre van zich werpt”.

Hoogachtend,

het individuele AB lid

L.H. van der Kallen

 


B&W GEMEENTE BERGEN OP ZOOM INZ. VOLKERAK-ZOOMMEER – A008

 


 

Bergen op Zoom, 28 februari 2006

 

Aan het College van Burgemeester

en Wethouders der Gemeente Bergen op Zoom

Postbus 35

4600 AA Bergen op Zoom

 

Betreft: Volkerak-Zoommeer, kenmerk LK/6009

 

Geacht College,

Zaterdag 25 februari 2006 is bij ondergetekende de PKB Ruimte voor de Rivier, delen 2 en 3 op de mat gevallen. Bij het doorlezen van de ruim 280 pagina’s ben ik niet vrolijker geworden. Sterker nog, ik voel mij met een kluitje in het riet gestuurd door Uw College, als het gaat om de zekerheden, verkregen door Uw College ten aanzien van de beveiliging tegen wateroverlast van ons gemeentelijk territoir ingeval van de voorgenomen waterberging in het Volkerak-Zoommeer-systeem.

Wethouder Withagen heeft een en andermaal verzekerd dat het Kabinet bij monde van de Staatssecretaris oog en geld zou hebben voor de Bergse en West Brabantse problemen (water stopt immers niet bij de gemeentegrens). Een specifieke reservering voor het Volkerak-Zoommeer-probleem, in geval van berging, is in de stukken niet te vinden!

Maar wat nog veel erger is: de Staatssecretaris legt de bal allereerst bij de gemeenten en waterschappen (zonder er geld bij te leggen). Het verslag van het bestuurlijk overleg in Gorinchem op 6 september 2005 is glashelder:

“De effecten bij de gemeenten in West-Brabant bij waterberging op het Volkerak-Zoommeer, zijn bekend. Ook in het verleden is deze maatregel al eens ingezet en zijn effecten op lokaal gebied gesignaleerd. Een gemeente of het waterschap moet gesteld staan voor haar eigen waterprobleem. In het Nationaal Bestuursakkoord Water is overeen gekomen dat gemeenten op regionaal niveau hun problemen moeten oplossen. Hiervoor is als eenmalige stimulans ? 100 mln. subsidie beschikbaar gesteld. Slechts als de problemen onevenredig veel op de regio worden afgewenteld zal het rijk naar een oplossing zoeken. Als Bergen op Zoom inderdaad geen kant op kan dan moeten we daar goed naar kijken. Ruimte voor de Rivier mag niet leiden tot overstromingen in een gemeente, maar de regionale overheden moeten ook hun eigen verantwoordelijkheid nemen.”.

De genoemde 100 miljoen is een oude toezegging, die inmiddels reeds lang is uitgegeven middels subsidies verstrekt aan gemeenten en waterschappen in het gehele land.

Geen nieuw geld dus en die pot is reeds leeg en was meerdere malen overtekend.

Wat de D66/BSD-fractie bij kans onverteerbaar vindt is, dat Uw College bij dit overleg niet vertegenwoordigd was door de Wethouder die zich opwerpt als de ‘kampioen waterbeheerder’, maar door de in Gorinchem zwijgzame heer Janssen en een ambtenaar. Van deze vertrekkende Wethouder, een partijgenoot van de Staatssecretaris, was toch nauwelijks weerwoord te verwachten. Het kwam dus ook niet.

Het is een gotspe dat West-Brabant en Bergen op Zoom moeten dokken en met de problemen worden opgescheept door en van anderen. De rapportage Togtema en het Nationaal Bestuursaccoord Water worden met de voeten getreden en Bergen op Zoom zwijgt!

Het enige wat in de PKB deel 3 (het kabinetsstandpunt) staat over de berging op het Volkerak-Zoommeer is:

“De inzet van de maatregel kan de afwatering van de Brabantse Delta bemoeilijken. Dit zal in de planstudie nader worden onderzocht.”.

en

“Met de maatregel berging op het Volkerak-Zoommeer wordt dijkversterking in een groot gebied voorkomen. De mogelijk negatieve effecten voor de regionale afwatering en de specifieke effecten bij het Waterfront Tholen, het recreatiegebied Speelmansplaten, steigers in havens en mogelijk andere gebieden zullen in de vervolgfase nader worden bekeken. In deze vervolgfase zullen de opties om deze effecten alsnog te vermijden of te compenseren worden onderzocht.

In de kostenraming bij deze PKB is rekening gehouden met de mogelijk noodzakelijke extra maatregelen voor het behouden van de veiligheid van het regionale watersysteem.”.

In de kostenraming is echter geen geld te vinden voor het gemelde!

Eén van de trucjes van het Kabinet is regelrechte misleidende handigheid.

Het plangebied is tussen de PKB deel 1 en de PKB deel 3 gewijzigd. Dit zonder een vermelding in de tekst.

In deel 1 is op kaart 1 de topografie van het plangebied afgebeeld (zonder het Volkerak-Zoommeer).

In deel 3 is op kaart 1 de topografie van het plangebied afgebeeld (met het Volkerak-Zoommeer).

De MER over het plangebied is echter zonder het Volkerak-Zoommeer uitgevoerd!

Ondergetekende heeft geen aankondiging van een nieuwe MER of een MER speciaal voor het Volkerak-Zoommeer kunnen vinden. Dit is naar de mening van de D66/BSD-fractie in flagrante strijd met de wet en regelgeving.

Vragen ex artikel 37
1.Op welke concrete schriftelijke toezeggingen waren/zijn de namens het College uitgesproken “Bergen op Zoom zal gecompenseerd worden voor de te nemen maatregelen” gebaseerd?
2.Waarom was Wethouder Janssen op 6 september 2005 bij het bestuurlijk overleg in Gorinchem en niet de ‘waterwethouder’ Withagen?
1.Waarom zijn de woorden van de Staatssecretaris “Een gemeente of het waterschap moet gesteld staan voor haar eigen waterprobleem” niet meteen weersproken? Het probleem wordt immers veroorzaakt door anderen. In het Nationaal Bestuursaccoord Water is immers afwentelen verboden! Of gelden voor het Rijk andere regels?
2.Wat denkt de gemeente te gaan doen aan de trucjes inzake het plangebied?
3.Is het College bereid hier tegen juridische stappen te ondernemen?

Uw reacties afwachtend,

Hoogachtend,

Namens de D66/BSD-fractie,

Louis van der Kallen

 


VOLKERAK – ZOOMMEER – 0014

 


 

Bergen op Zoom, 28 februari 2006

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Geacht Dagelijks Bestuur,

Zaterdag 25 februari 2006 is bij ondergetekende de PKB Ruimte voor de Rivier, delen 2 en 3 op de mat gevallen. Bij het doorlezen van de ruim 280 pagina’s ben ik niet vrolijker geworden. Sterker nog, ik voel mij met een kluitje in het riet gestuurd door Uw Dagelijks Bestuur.

Uw geruststellende woorden inzake de te nemen maatregelen in geval van waterberging op het Volkerak-Zoommeer lijken nu misplaatst c.q. voorbarig, zeker met betrekking tot de kosten te dragen door ons waterschap.

Een specifieke reservering voor het Volkerak-Zoommeer-probleem, in geval van berging, is in de stukken niet te vinden!

Maar wat nog veel erger is: de Staatssecretaris legt de bal allereerst bij de gemeenten en waterschappen (zonder er geld bij te leggen). Het verslag van het bestuurlijk overleg in Gorinchem op 6 september 2005 is glashelder:

“De effecten bij de gemeenten in West-Brabant bij waterberging op het Volkerak-Zoommeer, zijn bekend. Ook in het verleden is deze maatregel al eens ingezet en zijn effecten op lokaal gebied gesignaleerd. Een gemeente of het waterschap moet gesteld staan voor haar eigen waterprobleem. In het Nationaal Bestuursakkoord Water is overeen gekomen dat gemeenten op regionaal niveau hun problemen moeten oplossen. Hiervoor is als eenmalige stimulans ? 100 mln. subsidie beschikbaar gesteld. Slechts als de problemen onevenredig veel op de regio worden afgewenteld zal het rijk naar een oplossing zoeken. Als Bergen op Zoom inderdaad geen kant op kan dan moeten we daar goed naar kijken. Ruimte voor de Rivier mag niet leiden tot overstromingen in een gemeente, maar de regionale overheden moeten ook hun eigen verantwoordelijkheid nemen.”.

De genoemde 100 miljoen is een oude toezegging, die inmiddels reeds lang is uitgegeven middels subsidies verstrekt aan gemeenten en waterschappen in het gehele land.

Geen nieuw geld dus en die pot is reeds leeg en was meerdere malen overtekend.

Wat ondergetekende bij kans onverteerbaar vindt is, dat onze vertegenwoordiger, de heer K. Coppens, de woorden van de Staatssecretaris niet weersproken heeft. Het is bij het voorlezen van de voorbereide tekst gebleven, terwijl hier een assertieve reactie op zijn plaats zou zijn geweest.

Het is een gotspe dat West-Brabant moet dokken en met de problemen wordt opgescheept door en van anderen. De rapportage Togtema en het Nationaal Bestuursaccoord Water worden met de voeten getreden en het waterschap Brabantse Delta zwijgt!

Het enige wat in de PKB deel 3 (het kabinetsstandpunt) staat over de berging op het Volkerak-Zoommeer is:

“De inzet van de maatregel kan de afwatering van de Brabantse Delta bemoeilijken. Dit zal in de planstudie nader worden onderzocht.”.

en

“Met de maatregel berging op het Volkerak-Zoommeer wordt dijkversterking in een groot gebied voorkomen. De mogelijk negatieve effecten voor de regionale afwatering en de specifieke effecten bij het Waterfront Tholen, het recreatiegebied Speelmansplaten, steigers in havens en mogelijk andere gebieden zullen in de vervolgfase nader worden bekeken. In deze vervolgfase zullen de opties om deze effecten alsnog te vermijden of te compenseren worden onderzocht.

In de kostenraming bij deze PKB is rekening gehouden met de mogelijk noodzakelijke extra maatregelen voor het behouden van de veiligheid van het regionale watersysteem.”.

In de kostenraming is echter geen geld te vinden voor het gemelde!

Eén van de trucjes van het Kabinet is regelrechte misleidende handigheid.

Het plangebied is tussen de PKB deel 1 en de PKB deel 3 gewijzigd. Dit zonder een vermelding in de tekst.

In deel 1 is op kaart 1 de topografie van het plangebied afgebeeld (zonder het Volkerak-Zoommeer).

In deel 3 is op kaart 1 de topografie van het plangebied afgebeeld (met het Volkerak-Zoommeer).

De MER over het plangebied is echter zonder het Volkerak-Zoommeer uitgevoerd!

Ondergetekende heeft geen aankondiging van een nieuwe MER of een MER speciaal voor het Volkerak-Zoommeer kunnen vinden. Dit is naar mijn mening in flagrante strijd met de wet en regelgeving.

Vragen

1. Op welke concrete schriftelijke toezeggingen waren/zijn de namens het DB uitgesproken “het waterschap zal gecompenseerd worden voor de te nemen maatregelen” gebaseerd?

2. Waarom is op 6 september 2005 er voor gekozen de relatief onervaren waterschapsbestuurder K. Coppens af te vaardigen naar de bijeenkomst in Gorinchem en waarom was hij niet ter plaatse ambtelijk ondersteund? Diverse organisaties waren zowel bestuurlijk als ambtelijk vertegenwoordigd!

3. Waarom zijn de woorden van de Staatssecretaris “Een gemeente of het waterschap moet gesteld staan voor haar eigen waterprobleem” niet meteen weersproken? Het probleem wordt immers veroorzaakt door anderen. In het Nationaal Bestuursaccoord Water is immers afwentelen verboden! Of gelden voor het Rijk andere regels?

4. Wat denkt het waterschap te gaan doen aan de trucjes inzake het plangebied?

5. Is het waterschap bereid hier tegen juridische stappen te ondernemen?

Uw reacties afwachtend,

Hoogachtend,

Louis van der Kallen