OVER WATER – 41

 

| 21-05-2016 | 11.40 uur |


 


OVER WATER – 41

 

Hoop
Soms lees je iets dat te mooi lijkt om waar te zijn. Iets wat natuurlijk is en tegelijkertijd de aanwas van baggerslib tegengaat en de kans op (blauw)algenbloei verkleind. In Axel gaat de visclub Geduld Overwint Alles in samenwerking met het waterschap Scheldestromen het baggerslib te lijf met coccolietenkrijt. Het experiment op de IJsbaanvijver in Axel moet de komende drie jaar uitwijzen of die aanpak effectief is en zonder schade voor het onderwaterleven kan. Het krijt moet ervoor zorgen dat de bagger- en sliblaag in de vijver goedkoop en zonder daadwerkelijk te baggeren afneemt. Drie jaar  duurt de proef. Waarbij de dikte van de sliblaag met regelmaat gemeten wordt. Tevens wordt de chemische waterkwaliteit en het onderwaterleven gedurende de proef onderzocht. De proef moet uitwijzen of het krijt een aanvulling of zelfs een vervanger kan zijn voor baggerwerkzaamheden. Waterlopen worden regelmatig uitgebaggerd om waterafvoer te garanderen. Ook in verschillende vijvers in Almelo en Hengelo lopen dergelijke proeven met hoopvolle resultaten. Voor nadere informatie kijk lees een artikel dat advies- en ingenieursbureau Tauw erover schreef. Als de resultaten goed zijn kan dit een mooi alternatief zijn voor het traditionele baggeren dat veel nadelen heeft voor het waterleven.

18 mei
In de morgen portefeuillehouderoverleg over de vervanging van een brug in de gemeente Waalwijk en de risico’s daarbij voor een waterkering.

In de middag de Mariadal Meeting in Roosendaal met als thema “wonen in West-Brabant”. Gedeputeerde Erik van Merrienboer sprak de aanwezigen toe middels videobeelden. Zijn eindstelling was: “Wie kiest wordt gekozen en wie niet kiest krimpt”. Verder waren er een aantal interessante sprekers: Joks Janssen van BrabantKennis en Desirée Uitzetter van Bouwfonds Property Development en als dagvoorzitter Gijs Weenink die ons trakteerde op een aantal ‘fraaie’ stellingen, waarvan soms de uitkomst mij aan het denken zette, zoals: “Nieuwbouw is onmisbaar om wonen in West-Brabant aantrekkelijk te houden” (9 tegen, 68 voor). Ik behoorde tot de tegen stemmers. Laten we eerst en vooral het bestaande bouwvolume maar eens op orde brengen en herontwikkelen, was daarbij mijn motivatie.

20 mei
modderkruiperIn de morgen de opening van de vlonderbrug over het Galgenwiel in Waalwijk. Daarna de Pal-lezing in Den Haag over de nieuwe natuurbeschermingswet. Met deze wet worden veel bevoegdheden van het Rijk overgedragen aan de provincies. Provinciaal ambtenaar Willem Lambooij gaf in grote lijnen aan wat de nieuwe wet aan veranderingen bracht. Feitelijk worden de flora en faunawet, de boswet en de huidige natuurbeschermingswet in één wet bijeengebracht. De beoogde invoeringsdatum is 1-1-2017. Per 1-1- 2018 zal deze nieuwe wet weer opgaan in de omgevingswet. De wet is, in mijn ogen, op onderdelen een forse verandering. Zo wordt de bevoegdheid tot vergunningverlening voor ruimtelijke ingrepen overgeheveld van het Rijk (EZ) naar de provincies. Dit geldt ook voor de regels inzake faunabeheer/faunafonds. Er worden veranderingen doorgevoerd omtrent de te beschermen soorten. Zo vervalt de bescherming van een aantal vissen, waaronder de kleine modderkruiper.

De natuurbeschermingswetgeving, die min of meer startte met de vogelwet in 1938, gaat er fors anders uitzien. Nu is de vraag: gaan de provincies het verschil maken?  Deze nieuwe wet is gedoemd snel op te gaan in de omgevingswet. In de nieuwe natuurbeschermingswet krijgen de provincies de opdracht een natuurvisie te maken. Een aanwezige gedeputeerd zei dat dit middels de omgevingswet zal gaan gebeuren. Voor mij de vraag of de bescherming van soorten dan wel die aandacht zal krijgen zoals nu het geval is. Naar mij gevoel wordt onvoldoende beseft dat om vogels te beschermen je ook hun voedselbronnen moet beschermen. Een voorbeeld: als we kieviten willen behouden, zullen er ook voldoende voor hen eetbare insecten moeten zijn in de periode dat zij hun jongen grootbrengen, anders raken we meer kwijt dan we nu vermoeden. In de discussie kwamen er veel zorgen uit de zaal. Ook over beheer, toezicht en handhaving. Vooral als met de invoering van de omgevingswet per 1-1-2018 gemeenten dat moeten gaan uitvoeren. Ik deel die zorgen. Gemeenten bezuinigen op veel zaken en bij de afweging met andere zaken verwacht ik niet dat beheer/toezicht en handhaving dan die prioriteit krijgen die nodig is. Was de veldpolitie er nog maar. Toen was het echt beter geregeld!

tegels 01

foto beschikbaar gesteld door Fien Dekker

Een idee, een kans
De gemeente Bergen op Zoom werkt aan een plan van aanpak ‘water in de tuin’. Dat wordt een actieplan om de aanpak van de klimaatadaptatie en de hittestress vorm te geven. Meedenken wordt op prijs gesteld. Dus we denken mee. Een product van dat meedenken is, wat mij betreft, het toepassen van ervaringen elders. We hoeven immers het ‘wiel’ niet zelf uit te vinden als anderen ons zijn voorgegaan en het nodige ‘leergeld’ hebben betaald.

Een idee van elders: de Rain(a)way-tegels, een nieuwe doorbraak in de strijd tegen overtollig water. Ze zijn al toegepast in Rotterdam. Hier is voor het Katshoekgebouw onder de straat een regenwaterriool aangelegd met daarop parkeerplaatsen en een lange voortuin, met afwisselend kleurige beplanting en een soort opengewerkte stoeptegels waar het teveel aan regenwater in kronkelende, kleine geultjes wordt opgevangen. Het is een systeem om wateroverlast, na heftige regen, in steden op te lossen, bedacht door Fien Dekker, die er haar opleiding aan de Design Academy in Eindhoven mee afsloot. De tegels zijn haar afstudeerproject, maar inmiddels zijn ze de nieuwste stap in het klimaatbestendig maken van Rotterdam.

Gebaseerd op Japanse architectuur, maken de bouwstenen van Rain(a)way het proces van vallend regenwater, dat langzaam in de grond zakt, zichtbaar en mooi. In plaats van het water onder de grond te verstoppen, maken deze tegels een wateropvang bovengronds mogelijk. Handig, omdat ze bij extreme plensbuien de riolering ontlasten. Maar ook mooi, omdat na elke regenbui mini-riviertjes ontstaan in de openbare ruimte. Vanwege die geultjes zijn de tegels overigens niet geschikt om direct op te lopen. ‘Staptegels’ zijn er om oversteken gemakkelijker te maken. Ook in Bergeijk wordt inmiddels een dergelijk project met Rain(a)Way Ebb tegels in een woonwijk gerealiseerd. In Amsterdam is op de Kop van Java FabCity een tijdelijke campus ingericht. Deze tijdelijke campus biedt plaats aan innovatieve paviljoens en installaties voor de stad van de toekomst. Eén hiervan is het Rainproof paviljoen en toont het verschil tussen een toekomstige waterbestendige stad en de bestaande stad.

Wat mij betreft ligt hier ook een kans voor Bergen op Zoom. Bijvoorbeeld bij de komende herinrichting van de Eikstraat, Iepstraat, en de Lijsterbesstraat. 

Louis van der Kallen

tegels 02

foto beschikbaar gesteld door Fien Dekker

tegels 04

foto beschikbaar gesteld door Fien Dekker

  


DE NIEUWE NATUURBESCHERMINGSWET

 

| 21-05-2016 | 11.30 uur |


 

DE NIEUWE NATUURBESCHERMINGSWET

 

modderkruiperDe Pal-lezing in Den Haag op 20 mei 2016 ging over de nieuwe natuurbeschermingswet. Met deze wet worden veel bevoegdheden van het Rijk overgedragen aan de provincies. Provinciaal ambtenaar Willem Lambooij gaf in grote lijnen aan wat de nieuwe wet aan veranderingen bracht. Feitelijk worden de flora en faunawet, de boswet en de huidige natuurbeschermingswet in één wet bijeengebracht. De beoogde invoeringsdatum is 1-1-2017. Per 1-1- 2018 zal deze nieuwe wet weer opgaan in de omgevingswet. De wet is, in mijn ogen, op onderdelen een forse verandering. Zo wordt de bevoegdheid tot vergunningverlening voor ruimtelijke ingrepen overgeheveld van het Rijk (EZ) naar de provincies. Dit geldt ook voor de regels inzake faunabeheer/faunafonds. Er worden veranderingen doorgevoerd omtrent de te beschermen soorten. Zo vervalt de bescherming van een aantal vissen, waaronder de kleine modderkruiper.

De natuurbeschermingswetgeving, die min of meer startte met de vogelwet in 1938, gaat er fors anders uitzien. Nu is de vraag: gaan de provincies het verschil maken?  Deze nieuwe wet is gedoemd snel op te gaan in de omgevingswet. In de nieuwe natuurbeschermingswet krijgen de provincies de opdracht een natuurvisie te maken. Een aanwezige gedeputeerd zei dat dit middels de omgevingswet zal gaan gebeuren. Voor mij de vraag of de bescherming van soorten dan wel die aandacht zal krijgen zoals nu het geval is. Naar mij gevoel wordt onvoldoende beseft dat om vogels te beschermen je ook hun voedselbronnen moet beschermen. Een voorbeeld: als we kieviten willen behouden, zullen er ook voldoende voor hen eetbare insecten moeten zijn in de periode dat zij hun jongen grootbrengen, anders raken we meer kwijt dan we nu vermoeden.

In de discussie kwamen er veel zorgen uit de zaal. Ook over beheer, toezicht en handhaving. Vooral als met de invoering van de omgevingswet per 1-1-2018 gemeenten dat moeten gaan uitvoeren. Ik deel die zorgen. Gemeenten bezuinigen op veel zaken en bij de afweging met andere zaken verwacht ik niet dat beheer/toezicht en handhaving dan die prioriteit krijgen die nodig is. Was de veldpolitie er nog maar. Toen was het echt beter geregeld!

Louis van der Kallen

  


KRIJGT DE BIESBOSCH NOG EEN HART VOOR VOGELS?


KRIJGT DE BIESBOSCH NOG EEN HART VOOR VOGELS?

Nederland kent twintig Nationale Parken. De eigenaren, beheerders en andere betrokkenen dragen er samen de verantwoordelijkheid voor de bescherming en ontwikkeling van de kwaliteit van de natuur. Als we ons richten op het huidige beleid en beheer van De Biesbosch, dan geeft dit reden tot zorg, met name de werkzaamheden in de Zuiderklip.

Zorg om kwaliteitsverlies
Zoals de pers al diverse malen berichtte, is er in de Zuiderklip met Europese subsidies een geul gegraven. Men is van plan de dijken die de polder beschermen spoedig door te steken, waarna het verontreinigde rivierwater binnen kan stromen. De achterliggende gedachte is dat bij hoog water een betere en snellere afvoer zal plaatsvinden van het rivierwater. Over het nut hiervan zijn de meningen verdeeld. Maar laten we eerst eens kijken naar de voorheen aanwezige waarde van de polder. Als we de kwaliteit beoordelen kijken we naar planten- en diersoorten die eisen stellen aan hun leefomgeving. Je zoekt naar zeldzame soorten die een toegevoegde waarde hebben voor het Nationale Park. De polders Turfzakken herbergden voorheen vele moeras- en watervogels. Het gebiedseigen water, gevoed door regen en kwel, vormde vanwege de vele waterorganismen voor deze vogels een rijke voedselbron. Eigen observaties en tellingen en die van anderen, geven aan dat dit gebied, voordat het graafwerk startte, belangrijk was voor o.a. de grote en kleine zilverreiger, de lepelaar, zomer- en wintertaling. Dit zijn vogels van de Rode Lijst, zeldzame soorten die extra bescherming verdienen. Ook broedden er rietvogels als rietzanger, rietgors, waterral en karekiet. Aangezien zoetwatermoerassen in Nederland schaars zijn, is dit een voor de hand liggende keuze als over de toekomst van het gebied nagedacht wordt. Het feit dat men bij de graafwerkzaamheden vele grote modderkruipers heeft gevonden, bevestigt dat er sprake was van een biotoop dat alleen kon bestaan dankzij de goede waterkwaliteit binnen de dijken.

Problemen buitendijks
Wat het buitendijkse watermilieu betreft wordt de Biesbosch in het PlanMER Beheerplan Rijkswateren 2010-2015 van 1 augustus 2008 vernoemd als Sense of Urgency: Gebieden waar de waterkwaliteit snel moet worden aangepakt. Dit begrip wordt toegekend indien binnen 10 jaar mogelijk onherstelbare schade ontstaat (met betrekking tot waterconditie of beheer). Met deze geconstateerde milieukwaliteit neemt het project Zuiderklip onnodige risico´s in het hart van het Vogel- en Habitatrichtlijngebied en Nationaal Park De Biesbosch. Aan het bestemmingsplan is goedkeuring onthouden en voor het project is nog altijd geen milieueffectrapport (MER) gemaakt en de Habitattoets is niet op de juiste wijze uitgevoerd. Niet voor niets hebben de West-Brabantse Vogelwerkgroep en de plaatselijke vereniging Madese Natuurvrienden hun bedenkingen geuit bij het huidige project.

Kerngebied
De Zuiderklip kan de natuurkern worden, die elk Nationaal Park nodig heeft. In potentie zou het de locatie kunnen zijn waar weer roerdompen, grote karekieten, zwarte sterns en lepelaars gaan broeden. Als het beleid en beheer daarop gericht wordt, kan het gebied een reservoirfunctie vervullen voor de omgeving op momenten dat er elders bedreigingen of verlies van populaties ontstaan.. Het is voor natuurkenners duidelijk dat de buitendijkse gebieden van de Biesbosch veel minder natuurwaarde hebben. Langs de Amer en in de kreken zien we vogels die we in elk stadspark tegenkomen.

rene van gils biesb

René van Gils speurend naar vogels in de Biesbosch. Foto: C.Huijgens

Binnendijkse kansen
Kleine binnendijkse natuurpolders, zoals De Noorderplaat, De Kindem en de Lange Plaat, met dezelfde condities als gesloten Zuiderklippolders, zijn rijk aan natuur. De Zuiderklip is vele malen groter. Voor een heuse natuurkern hoeft hier niet veel meer te gebeuren. Een goede beheersing van het waterpeil en waterkwaliteit en een beheer gericht op ontwikkeling van rietvelden en moerassen. De graafmachines mogen verdwijnen. Voorwaarde is wel dat de dijken dicht blijven en de doorsteek aan de westzijde gesloten wordt. De verantwoordelijken voor het Nationaal Park dienen te streven naar een beleid dat gericht is op duurzaamheid en kwaliteit voor een gevarieerd en rijk leven. Dan pas maakt de Biesbosch haar status als Nationaal Park waar!

René van Gils
Contactpersoon Vogelbescherming Nederland