OVER WATER – 86

 

| 08-04-2017 | 16.00 uur |


 

OVER WATER – 86

 

EEN DILEMMA
Als dagelijks bestuurslid van het waterschap Brabantse Delta heb ik de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak in mijn portefeuille. De voorbereiding van een dergelijke omvangrijke dijkverbetering is een forse klus, die wekelijks mijn aandacht vraagt. Ik heb met dijkverbeteringen en dijkverlegging de nodige ervaring opgedaan met het project Overdiepsepolder.

In de huidige tijd waar termen als burgerparticipatie veelvuldig vallen en de omgevingswet in wording is, probeert het waterschap alle (direct) belanghebbenden bij het proces te betrekken om uiteindelijk tot een beter product (de dijkverbetering) te komen. In dat proces betrekt het waterschap ook de andere overheden, zoals de gemeenten en de provincie, in de verwachting dat zij hun bijdrage leveren op een wijze die passend is in het taakveld van de betrokken overheden. Daar toe is er ook een bestuurlijke stuurgroep waarin het waterschap, Rijkswaterstaat, de gemeenten (Drimmelen, Oosterhout en Geertruidenberg) en de provincie betrokken zijn.

Als waterschapsbestuurder is mijn hoofdtaak de dijkverbetering op tijd, binnen budget en volgens de veiligheidsnormen en met oog op de toekomst te realiseren. Veiligheid nu en in de verre toekomst van de totale dijkkring 34A Geertruidenberg is een kerntaak van het waterschap. Een waterschapsbestuur is, hoewel tegenwoordig (sinds 2008) deels bevolkt door vertegenwoordigers van politieke partijen, een functioneel bestuur gericht op kerntaken zoals de veiligheid. In die voege moet ik dan ook niet zoveel hebben van ‘politieke’ spelletjes, die soms gericht lijken op de korte termijn. Juist dát lijkt het geval te zijn in de discussie over de dijkversterking rondom de Slikpolder in Geertruidenberg. Hierbij werd een, vanuit het waterschap bezien, technische klus ineens hét middelpunt van gemeentelijke politiek en bleek al snel dat twee trajecten van twee verschillende overheden door elkaar begonnen te lopen. Enerzijds het project van het waterschap, de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak, en  anderzijds wat een gemeentelijk project zou moeten zijn, gebaseerd op de vraag: wat willen wij met/in de Slikpolder. De gemeente is het bevoegde bestuursorgaan als het gaat over de inrichting van haar grondgebied. Ik heb meer dan dertig jaar ervaring als raadslid in een West-Brabantse gemeente en als ik raadslid of wethouder zou zijn van onder andere een mooie vestingstad als Geertruidenberg, zou ik branden van verlangen om, met mijn gemeenteraad en samen met de inwoners en ondernemers van de totale gemeente, een visie te ontwikkelen op de gewenste toekomst inclusief wat we als gemeenschap willen met een in potentie mooi gebied als de Slikpolder. Als waterschapsbestuurder ga ik daar niet over, maar heb ik wel te zorgen dat bij de besluiten, die ik met het dagelijks en eventueel algemeen bestuur neem, zoveel mogelijk een andere overheid niet wordt belemmerd in haar besluitvorming over de opgaven waar die overheid voor gesteld staat. Ik constateer nu dat de weg van de advisering van het college van Geertruidenberg aan het waterschap over de dijkverbetering een politiek onderwerp is geworden. Hierbij is, naar mijn gevoel, de korte termijn en wat willen direct aanwonende burgers vooral niet, bepalend geworden. Hierdoor worden kansen voor de toekomst niet eens besproken en uiteindelijk de duurzame veiligheid voor de gehele dijkkring 34a Geertruidenberg, maar ook een eventuele optimale natuurontwikkeling in de Slikpolder, wordt bemoeilijkt zonder dat er een visie is ontwikkeld op wat de gemeente met de Slikpolder wil. Ondertussen ligt er ruim 8 centimeter aan belangwekkende stukken over dit project, die als grondslag dienen voor de uiteindelijke keuze die het dagelijks bestuur van het waterschap met inachtneming van alle adviezen gaat maken. Ik heb niet de indruk dat de gemeenteraad, die door het college van B&W betrokken is bij het adviesproces van de gemeente Geertruidenberg, geheel op de hoogte is van de inhoud van die ruim 8 centimeter. Van de geluiden uit de gemeenteraad en uit de openbare behandeling maak ik op dat veel van de opvattingen, die in de gemeenteraad leven, gebaseerd zijn op het geruststellen van een deel van de burgerij die uitzicht heeft op de Slikpolder, onder het motto: wij willen vooral geen jachthaven! Het rare is dat de gemeenteraad als enige kan bepalen of er ooit wel of geen jachthaven komt. Een besluit over een jachthaven heeft niets, maar dan ook niets met een besluit van het waterschap over de dijkverbetering te maken. Ik zou mij als raadslid te kort gedaan voelen als ik mij zonder visie op de toekomst moest uitspreken over een zaak die heel bepalend kan zijn voor die toekomst. Een eventuele dijkverlegging maakt voor de Slikpolder geen enkele toekomstvariant onmogelijk. Natuurontwikkeling kan, een uitloop c.q. recreatiegebied blijft mogelijk, een jachthaven blijf mogelijk, enzovoort. Wat ik volstrekt onderbelicht vind in de gemeentelijke discussie zijn alle voor- en nadelen van de varianten van de Slikpolder. Als voorbeeld een citaat uit de concept Milieueffectrapportage: “Een bijzondere kans voor Natura 2000 is er duidelijk wel. Door het verleggen van de dijk ontstaat een buitendijkse kwelder onder invloed van getijdewerking. Dit levert een type natuur op waar de Biesbosch beroemd mee geworden is, met uitstekende mogelijkheden voor recreatie. De wens van de gemeente om de Biesbosch dichter bij de bewoners van Geertruidenberg te brengen kan op geen betere wijze gerealiseerd worden. De polder kan zelfs aan het Natura 2000-gebied worden toegevoegd. De doelsoorten blauwborst, rietzanger en bruine kiekendief zijn er als aanwezig.” Of er bij een dijkverlegging een buitendijkse kwelder onder invloed van getijdewerking ontstaat, is een eigen gemeentelijke keuze. Maar welke betere bescherming dan een Natura 2000 status zou het gebied nog meer kunnen bieden? Tevens is mij wel duidelijk dat door het participatieproces allerlei verwachtingen zijn ontstaan, die niet altijd ingevuld kunnen en zullen worden en dat dit tot teleurstellingen zal kunnen leiden, terwijl dat niet terecht hoeft te zijn, wat de inbreng van ieder ook is. Uiteindelijk beslist het dagelijks bestuur  met daarbij de inbreng van een iedere participant meewegend.

Tijdens het participatieproces zijn er al heel wat schetsen van de plannen aangepast. Als het over de Slikpolder gaat zijn er nu alternatieven uitgewerkt van de eventuele dijkverlegging die tegemoet komen aan de opmerkingen van aanwonenden zoals: een alternatief waarbij een bomenlaantje wordt gespaard, het schouwpad naar de buitenzijde wordt verlegd en de dijksloot wordt verbreed en verdiept en eventueel de beschermingszone en het gebied tot de woningen worden gedraineerd. Dit laatste om een huidig probleem van de bewoners (een hoogstand van het grondwater, waar het waterschap formeel niets mee van doen heeft) zo mogelijk te verlichten. Door de inbreng van derden, zoals de aanwonenden, wordt en is op die manier die mogelijke variant verbeterd. Dus ook als het dagelijks bestuur zou kiezen voor de dijkverlegging is er door de gewaardeerde inbreng van de bewoners het nodige verbeterd en heeft hun inbreng zeker zin gehad. 

Het dilemma, waar ik en straks het dagelijks bestuur voor staan, is een keuze te maken die recht doet aan ieders inbreng en de taak van het waterschap is om binnen de mogelijkheden de beste route te kiezen naar de hoogst haalbare veiligheid van alle inwoners van dijkkring 34A Geertruidenberg. Dat kan betekenen een dijkverlegging waarbij, mede door het creëren van ‘ruimte voor de rivier’ en voorland, een hogere graad van veiligheid dan de normen kan worden bereikt. Hierbij wordt dan tevens een bijdrage geleverd aan de veiligheid van anderen dan de inwoners van dijkkring 34A en kan dan ook, indien er bijvoorbeeld na 2050 opnieuw een dijkverbetering aan de orde is, die verbetering eenvoudiger en goedkoper worden. Dan lijkt de keuze simpel en dat is die in principe ook. Maar ik ben ook een volksvertegenwoordiger en ik heb een groot gevoel bij de inbreng en wensen van anderen. Dit is niet alleen vanwege het ‘draagvlak’ dat altijd makkelijk is als het op uitvoering aankomt. Toch kan het geen ‘u vraagt, wij draaien’ zijn. Daarvoor zijn het proces en de doelstellingen te complex en te belangrijk. Wel wil ik graag het gevoel krijgen dat iedere deelnemer bezig is geweest met hetzelfde onderwerp, de dijkverbetering. Dat heb ik nu bij de gemeente Geertruidenberg niet. In de discussie binnen die gemeente spelen twee processen door elkaar. Ik besef heel goed dat Nederland een klein land is met veel mensen en veel belangen. Hierin is de Slikpolderdiscussie niet anders. De druk op de ‘ruimte’ is groot. Dit vereist een zorgvuldig proces en een visie op waarmee men bezig is, zodat de toekomst zoveel als mogelijk veilig wordt gesteld. Ik hoop dat de komende weken, tot de stuurgroepvergadering op 19 april, worden gebruikt om te komen tot een gewogen advies van onder andere de gemeente Geertruidenberg, zodat het dagelijks bestuur kan komen tot een goed besluit voor nu en in de toekomst. 

 

Door elke week bezig te zijn met water ontdek ik wel nieuwe informatiebronnen en andere routes om te komen tot kennisverrijking. Afgelopen week waren dat de website www.watertv.nl en de thema websites in opbouw www.baggerTv.nl en www.waterbouwTv.nl. Websites die stuk voor stuk een bezoek waard zijn.

4 april
In de morgen de vergadering van het dagelijks bestuur met als agendapunten onder andere: de kadernota, de aanvraag uitvoeringskrediet betonrenovatie Bath, de bestuurlijke/politieke omgeving van de dijkversterking in de Slikpolder en de positionering van het maatschappelijk belang versus de persoonlijke belangen in het gebied in relatie met het keuzesysteem dat uiteindelijk moet leiden tot een voorkeursalternatief, frauderisicoanalyse 2017 en sloten, oevers en dijken op orde.

Diverse PHO’s o.a. de stand van zaken Keenesluis en de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak.

5 april
PHO ter voorbereiding op de opnames ten behoeve van de inbreng van de drie waterschappen (Rivierenland, Brabantse Delta en het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden), die betrokken zijn bij de bij de A27- verbreding.

Daarna de bijeenkomst van het Atelier Energie en Ruimte in de NHTV te Breda met een aantal interessante sprekers. Het sterkste verhaal voor mij was van Frans Melissen van de NHTV, die vertelde dat zijn leerlingen heel gemotiveerd waren om binnen hun vakgebied te gaan voor duurzaam. Maar het verhaal vertelde ook dat ze boos waren op ‘onze’ (in de zaal zaten voornamelijk grijze duiven zoals ik) generatie over de ecologische puinhoop waar wij ze mee hadden opgezadeld. “Wij hadden het verpest!”. Dat konden de overwegend grijze toehoorders in hun zak steken. De beste bemerking was wat mij betreft van Frits de Groot van VNO/NCW. Hij wees op het gegeven dat veel belasting- en subsidiemaatregelen terecht komen bij de ‘elite’. Zij hebben het geld en de daken om de zonnepanelen weg te leggen en het geld om te isoleren of om elektrische auto’s te kopen of te leasen. Als dan ter financiering van die subsidies de energiebelasting stijgt, worden die relatief veel opgebracht door de mensen met de laagste inkomens zij hebben immers vaak de slechtst geïsoleerde huizen. 

6 april
De opnames van de inbreng van het waterschap over de A27 en onze zorgen bij de realisatie van drie nieuwe bruggen. Ik zelf had de locatie bij de brug over de Bergse Maas bij Raamsdonksveer gekozen als icoon voor hoe het niet moest. Nu niet opnieuw ruimte van de rivier stelen. Dus spaar het rivierbed! 

Louis van der Kallen



OVER WATER – 60

 

| 01-10-2016 | 14.00 uur |


 


OVER WATER – 60

 

26 september
canadees-01In de middag een bijeenkomst waar de stand van zaken werd doorgenomen met betrekking tot het project Overdiepse Polder. Het project loopt ten einde en we bespraken de laatste zaken die nog moeten worden afgerond, zoals onder andere de herplant van bomen op de terpen. We hebben, naar aanleiding van een vraag van de dijkgraaf, teruggeblikt op de persoonlijke hoogte- en dieptepunten en te vermelden anekdoten. Voor mij kende het project vele hoogte-, dieptepunten en spannende momenten. Maar voor mij was het meest imponerende de begrafenis van een bij de werkzaamheden in de Overdiepse Polder gevonden Canadese soldaat. Bij de besprekingen over de vraag of het waterschap dit project in opdracht van Rijkswaterstaat wel uit zou gaan voeren en de daarbij beschikbare budgetten en verantwoordelijkheidsverdeling, was mijn inbreng dat er een stevig budget moest komen voor ‘bommen en granaten’ en voor de juiste berging en identificatie van eventueel te vinden stoffelijke resten. Ik wist dat er in dit gebied nog veel vermisten waren als gevolg van de slag om Kapelsche Veer. Mijn pleidooien vielen toen niet direct in vruchtbare aarde en de dijkgraaf van toen liet mij zelf met de programmadirecteur van Ruimte voor de Rivier bellen om die zaken te bespreken. Mijn harde motivatie was: “laat niemand vanwege de geldelijke gevolgen bij zo’n vondst de andere kant opkijken.” Uiteindelijk kwamen er voor deze zaken de geëigende budgetten. canadees-02Toen dan ook op 29 september 2015 soldaat Albert Laubenstein na meer dan 70 jaar op het Canadese militaire ereveld bij Bergen op Zoom ter ruste werd gedragen, door militairen van nu van zijn regiment, en met alle militaire eer in aanwezigheid van zijn familieleden begraven bij zijn regimentswapenbroeders, had ik een goed gevoel dat de werkzaamheden in de Overdiepse Polder en mijn bescheiden bijdrage daarbij er toe hadden geleid dat Albert Laubenstein van een anoniem veldgraf zijn herkenbare plek kreeg bij zijn kameraden.

27 september
Portefeuillehouders overleggen over de komende bestuurlijke overleggen met de gemeenten Oosterhout en Goirle, het havenproject in Waalwijk en over de kwaliteit en procesaanpak van de waterkering aan de Kerkvaartse Haven in Waspik.

30 september
isabella-02Ter gelegenheid van het Zuiderwaterliniecongres 2016 heb ik de gehele dag doorgebracht in Fort Isabella te Vught. De locatie van de voormalige Isabella kazerne, waar lang geleden het regiment wielrijders gelegerd was.

Een hele dag Zuiderwaterlinie dus. Een voor mij opvallende bijdrage was  die van Arnoud-Jan Bijsterveld. Hij citeerde James Joyce “places remerber events”. Op bepaalde plaatsen ervaar ik dat ook. Ook zijn definitie van identiteit: “gedeelde opvatting van wat ons bindt” sprak mij aan. Daarna een rondgang langs de ideeën voor de vijf stellingen van de linie en een aantal gesprekken over de Keenesluis. Maar liefst twee provinciale ambtenaren en de gedeputeerde cultureel erfgoed spraken mij als portefeuillehouder cultureel erfgoed aan op de positie van het waterschap in deze. In de middag drie presentaties over het toeristisch potentieel, over de ontwikkelingen in de driehoek natuur, cultuur en economie en over anders denken, meer zien en beter besluiten. Vooral de presentatie van Petra van Egmond van het PBL met het accent op de economische waarde van de natuur sprak mij aan.

isabella-03De presentatie van Susan van ’t Klooster van Savia liet mij beseffen dat besluitvorming niet meer het alleenrecht was van de kennisdragers/de wetenschappers. Beleidsbeïnvloeding door belanghebbenden en leken via de (sociale) media en allerlei overlegstructuren is belangrijk voor ‘draagvlak’. Centrale sturing is een gepasseerd station. Nu komt het aan op ‘gezamenlijke verhalen maken’. Voor mij klinkt het als: de leken aan de macht! Of de wereld daar nu echt beter van wordt waag ik te betwijfelen. In mijn beleving is de besluitvorming en de kwaliteit van de besluiten er echt niet beter op geworden door de introductie van de politiek (relatieve leken) in de waterschapsbesturen. Maar ik zal er mee moeten leven. Om ‘draagvlak’ te creëren zal er nog heel wat water in de wijn van de beste (technische) oplossingen moeten.isabella-01

Tot slot een workshop gegeven door een studente van de NHTV, Janneke Vermulst over ‘storytelling’. Een enthousiaste jongedame die net haar werkstuk over de Zuiderwaterlinie Noord-Brabant had ingeleverd. Ze hoopte op een goed cijfer en beloofde mij het rapport toe te sturen. Daarover in een volgende Over Water vast meer. In een groepje van vier was ik de enige man. Met een jongedame van het Heusdens bureau voor toerisme, een ambtenares van de provinciale afdeling RO en met Lyanne de Laat, die een waterwandelarrangement organiseert vanuit gemaal Haastrecht, spraken we over te vertellen verhalen in verband met de Zuiderwaterlinie Noord-Brabant. Als verhalenverteller was ik zowel met het onderwerp als de gesprekspartners in mijn nopjes.

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 18

 

| 21-11-2015 | 13:30 uur |


 

16 november
Portefeuillehoudersoverleg (PHO) over de waterontwikkelingen in de gemeente Dongen ter voorbereiding van het bestuurlijk overleg met deze gemeente. 

17 november
Samen met collega Huub Hieltjes (verantwoordelijk voor de regionale keringen) een PHO over de havenplannen van de gemeente Waalwijk, die met haar plannen een primaire kering raken en een regionale kering en tal van effecten hebben op het totale waterbeheer in dat gebied. De Waalwijkse plannen zijn complex en omvangrijk en zullen leiden tot een forse aanpassing van het beheer van het water in een groot gebied. Het plan biedt ook meekoppelkansen en om werk met werk te maken en zo kosten te besparen.

18 november
In de ochtend bestuurlijk overleg met wethouder Jan-Willem Stoop van de gemeente Drimmelen. Op de agenda stonden onder andere de inhaalslag keur en oneigenlijk grondgebruik en de lacune (stukken land die waterkeren doch formeel geen dijk zijn) bij Terheijden en de herinrichting van een perceel aan de Amerweg. De afspraak werd gemaakt om samen met de gemeente de bewoners en bedrijven gelegen aan de lacune bij Terheijden te benaderen en de procedures van de aanpak van deze lacunes met hen te bespreken. Het perceel aan de Amerweg wordt heringericht met circa 200 bomen die elders zijn gekapt, waarbij het gebied een natuurlijk en openbaar karakter krijgt. 

natuurpoortIn de middag ben ik naar de netwerkbijeenkomst van het Vitaal Leisure Landschap van het gebied Hart van Brabant. Locatie Natuurpoort De Rooverstsche Leij (nabij Goirle) geweest. Dat gebied is een bezoek zeker waard.
Er waren een 8-tal presentaties, gegeven door leerlingen van de NHTV, over mogelijke “slow leisure” projecten van recreatie ondernemers die de onderlinge samenwerking en het toerisme verder zouden kunnen bevorderen. 

19 november
Vandaag een lange dag als jurylid bij de netwerkbijeenkomst van het gebied Landstad De Baronie in de van Gogh kerk te Etten-Leur. De kerk en het erin gevestigde museum zijn een bezoek zeker waard. Er waren een 8-tal korte presentaties van projecten met als oogmerk ‘natuurlijk ondernemen in de Baronie’ en tal wan werksessies. Aan een drietal projecten mocht de jury een subsidie toekennen. Geld uitdelen is altijd leuk, maar het moet wel gebeuren met de goede argumenten en ook degenen die naast de ‘pot met goud’ pakken hebben recht op een aantal suggesties hoe ook hun projecten tot een succes te maken. Wat mij opviel was dat de drie winnaars projecten waren die door vrouwen gepresenteerd werden. De projecten betroffen: een project van ontdekkend leren gericht op basisschool leerlingen die in hun eigen omgeving de mooie plekjes ontdekken (Alphen-Chaam), gepresenteerd door een moeder met dochtertje. Een project “sporen in beeld” waardoor het Bels Lijntje een perron en de oude douaneloods die setting krijgen (met sporen) die het gezien de geschiedenis verdient. Dit project werd gepresenteerd door een enthousiaste jonge vrouw die op een voortreffelijke wijze de zaal meenam naar een toekomst van het Bels Lijntje zoals zij die zag. Het derde project wat in de prijzen viel was een project dat de fruitgaard nabij het Vloeiweide monument in de oude luister wil herstellen en daarmee de aandacht van een eventuele voorbijganger trekken voor het monument en haar geschiedenis. De vrouwelijke presentator was de bescheidenheid zelve.  

20 november
pal lezingDe PAL-lezing bezocht. De lezing ging over de ruimtelijke metamorfose van Nederland 1988-2015. Feitelijk ging het over de uitwerking/realisering van de 4e nota ruimtelijke ordening die als titel had “Nederland in 2015, daar wordt nu aan gewerkt”. Het was een leerzame lezing gegeven door Ries van der Wouden van het Planbureau voor de Leefomgeving. Wat mij het meest verbaasde was de opmerking van deze ambtenaar over de realisering van het nieuwe Rotterdam CS, het enige HSL station dat binnen de tijd en binnen budget was gebouwd. Dit noemde hij een “heel bijzondere prestatie”. Als rijksambtenaren het een heel bijzondere prestatie noemen als iets binnen de tijd en budget gerealiseerd wordt, wat zegt dat dan over hun denken over de besluiten van politici die de plannen en budgetten hebben goedgekeurd? Eenmaal goedgekeurd is toch geen vrijbrief om daarna te doen wat je wilt! Of geeft dit een inkijk dat planning- en budgetvoorstellen per definitie op rijksniveau te positief worden voorgesteld om deze politiek er door te krijgen?

 

Louis van der Kallen