OVER WATER – 76

 

| 28-01-2017 | 12.30 uur |


 

OVER WATER – 76

 

fontein-bouvigneRecent is uitgekomen “Landbouw en de KRW-opgave nutriënten in regionale wateren”. Een lijvig rapport dat je als waterschapsbestuurder gelezen moet hebben. Het geeft de lezer meer inzicht in de enorme opgave waarvoor we ten aanzien van de stikstof en fosfaatnormen gesteld staan. Deze lijken schier onhaalbaar. Als ingezoomd wordt op mijn eigen waterschap Brabantse Delta, dan laten de cijfers zien wat de opgave is maar ook wat de oorzaken zijn van de huidige stikstof en fosfaat concentraties. Voor fosfaat is slechts 5 tot 10 procent afkomstig van de actuele bemesting. De nalevering vanuit de bodem is 25 tot 50 % (afkomstig van wat de zee ooit op deze gronden heeft afgezet) en de aanvoer uit het buitenland en/of inlaat uit Rijkswateren is 25 tot 50 %. Historische bemesting is 5 tot 10 %. Fosfaat lozingen via de industrie, RWZi’s, kwel, natuurgronden en overige agrarische bronnen zijn allen beperkt van omvang. Bij stikstof is de actuele bemesting 25 tot 50 %, de aanvoer uit het buitenland en/of inlaat uit rijkswateren is ook 25 tot 50 %. Van de overige bronnen is alleen de atmosferische depositie nog relevant. De andere bronnen zijn allen beperkt van omvang. De benodigde reductie (in %) van af- en uitspoeling van stikstof uit landbouwpercelen om de opgave te realiseren bedraagt, afhankelijk van de gekozen variant, tussen de 30 en 43 procent. De benodigde reductie (in %) van af- en uitspoeling van fosfor uit landbouwpercelen om de opgave te realiseren bedraagt, afhankelijk van de gekozen variant, tussen de 8 en 33 procent. Als de niet aan bemesting gerelateerde levering aan de bodem niet aan de landbouwreductie wordt toegerekend bedraagt de landbouwopgave voor fosfor in het werkgebied van de Brabantse Delta minder dan 10 %. Als deze wel aan de landbouw wordt toegerekend is deze tussen de 20 en 40 %. Ook waterschappen (RWZI’s) zijn, gekeken naar het landelijk gemiddelde verantwoordelijk voor 9 % van de stikstoflozingen en 15 % voor de fosforlozingen. Een uitschieter is hierbij waterschap de Dommel, zowel voor stikstof als voor fosfor zijn de RWZI’s daar voor 25 à 50 % verantwoordelijk voor de lozingen. In het waterschap Brabantse Delta zijn de RWZI’s voor stikstof minder dan 5 % de veroorzaker en bij fosfor voor 5 à 10 %.

Mijn conclusie voor mijn eigen waterschap: de KRW normen zijn niet haalbaar voor 2027 en misschien wel, omdat de bronnen vaak buiten onze mogelijkheden liggen (nalevering bodem en buitenland en/of inlaat uit rijkswateren), nooit! Ook landelijk zou de vraag van haalbaarheid, naar mijn mening, op de politieke agenda moeten komen!

Recent is uitgekomen het “waterschapspeil 2016”. Het boekje geeft de trends en ontwikkelingen in het regionale waterbeheer. Voor een ieder die geïnteresseerd is in de waterschapswereld of als raadslid hier meer over wilt weten, het lezen zeker waard.

Op de nieuwjaarsreceptie van de provincie Noord-Brabant kreeg ik bij vertrek de brochure “Over ranke torenspitsen” uitgereikt. Een uitgave van de stichting de Brabantse Hoeders. De brochure is bedoeld als handreiking tot het redden van in onbruik geraakte kerken. Maar deze handreiking is ook bruikbaar voor andere monumentale bouwwerken in ons mooie Brabantse landschap. De brochure kan volgens de website van de Brabantse Hoeders gratis worden besteld door een mailtje te sturen aan corrie.van.dijk@home.nl. In de brochure worden alle kerken in Noord-Brabant uitgenodigd mee te doen aan de Brabantse Open Kerkendag, zodat een ieder ervaart welk een prachtige monumenten dit vaak zijn.

24 januari
In de morgen de vergadering van het Dagelijks Bestuur met als agendapunten onder andere: de beslissing op een bezwaarschrift, de beleidsregel schadevergoeding kabels en leidingen, de heroverweging status kantoor Heerle, de partiële herziening van de algemene regels grondwater onttrekkingsdiepten en de beleidsregel agrarische beregening uit grondwater bij schaarste, de dijkversterking Geertruidenberg en Amertak (de nota kansrijke alternatieven), instemming bos- en waterplan Ulvenhoutse Voorbos en de portefeuilleverdeling en tijdsbesteding tijdens waarneming dijkgraaf. Het vertrek van de dijkgraaf per 1 maart betekent voor alle DB leden een verzwaring van hun taak. We zullen elkaar vaker moeten vervangen. Om de taak van de waarnemend dijkgraaf (Huub Hieltjes) te verlichten heb ik een deel van zijn DB portefeuille overgenomen. Ik krijg er, gedurende zijn waarneming van de dijkgraaf, het project zoetwatervoorziening Roode Vaart, de gemeente Moerdijk en het uitvoeringsproject nieuwbouw, verbetering en inrichting regionale waterkeringen (voor zover gelegen in de tien gemeenten die ik in portefeuille heb) erbij. Voor mij een stevige toename van taken. Ze passen goed bij mijn huidige taken pakket. Vooral op de verbetering van de regionale waterkeringen verheug ik mij. Met de primaire dijkverbeteringsprojecten, zoals de Overdiepse Polder en het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak, heb ik de nodige ervaringen opgedaan die ik graag gebruik voor de aanpak van de regionale keringen.     

25 januari
De waterkring in Raamsdonksveer. Ik heb de algemene presentatie gegeven en collega Kees de Jong die over het watersysteembeheer. Daarna hebben we gezamenlijk de vragen van de aanwezige overwegend agrarische ondernemers beantwoord.

26 januari
ulvenhoutse-bosIn de morgen het bestuurlijk overleg Ulvenhoutse Voorbos waarin de stand van zaken werd besproken van het bos- en waterplan en de voortgang van de PAS. Ook een wandeling met toelichting van twee deskundigen van Staatsbosbeheer door het bos gemaakt. 

In de middag het Avans symposium “Futurefields”. Met onder andere Itzik Amiel, een inspirerend spreker over het (sociale) netwerken met als titel “Power of connection”.

27 januari
Vandaag een klankbordgroep Tweede Kamer verkiezingen van de Unie met de punten die de Unie wil inbrengen bij de Kabinetsformatie en de punten die de Unie gezamenlijk met de VNG en het IPO wil inbrengen.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 69

 

| 10-12-2016 | 09.00 uur |


 


OVER WATER – 69 

 

bordje-einsteinAls waterschapsbestuurder  kijk ik met respect naar hoe het waterschap Peel en Maasvallei heeft nagedacht en actie gaat ondernemen na de wateroverlast in hun gebied in de afgelopen zomer. In een paar maanden tijd hebben ze een actieplan opgesteld om in de toekomst beter voorbereid te zijn op hoge neerslaghoeveelheden in korte tijd. “Code oranje” met als subtitel: “omgaan met klimaatverandering” is, wat mij betreft, een gedegen antwoord op de gebeurtenissen. Met de wetenschap dat wateroverlast nooit helemaal is uit te sluiten, is een gedegen plan gemaakt. Ze beseffen ook dat die aanpak de mogelijkheden en bevoegdheden van een waterschap ver overschrijden. Een gezamenlijke aanpak met gemeenten, bedrijven, boeren, natuurorganisaties, de provincie en particulieren is geboden. Waterschap Peel en Maasvallei gaat aan de slag. Mijn complimenten.

Soms ben ik, als raadslid, stik jaloers. Dit keer op wat er gebeurt in de gemeente Tilburg en wel op hoe die gemeente een “klimaatadaptieve herinrichting Kruidenbuurt (fase 2)” aanpak heeft ontworpen. Helaas is het niet op de website van de gemeente Tilburg te vinden. Ook daar valt dus nog het nodige te verbeteren. Dat laat onverlet dat Buro Bergh een schitterend en vooruitstrevend ontwerp heeft gemaakt voor de herinrichting van de Kruidenbuurt waarbij de facetten van een klimaatadaptieve aanpak, zoals omgang met water en hittestress, vrijwel volledig aan bod komen. Dit is wijkklaar maken voor de toekomst.

In de visie en het plan voor de kruidenbuurt zijn doelstellingen verwoord en uitgewerkt:

  • verminderen kwetsbaarheid voor hitte, wateroverlast en droogte
  • behouden en versterken stedenbouwkundige structuur
  • contact houden met het oude landschap
  • vergroten waarde van het groen
  • vergroten sociale contacten.

Wat mij betreft een voorbeeld om na te streven.

6 december
In de morgen een overleg met de twee collega’s, die ook een gebiedsportefeuille hebben. Samen met de ondersteunde beleidsambtenaren hebben we gesproken over de inhoud in 2017 van de bestuurlijke overleggen met de waterwethouders van de inliggende gemeenten. 

In de middag een overleg ter voorbereiding van de informatieavond op 15 december van het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak.

Daarna een portefeuillehouderoverleg ter voorbereiding van het bestuurlijk overleg met de gemeente Loon op Zand.

Aan het slot van de middag een overleg met de DB collega’s ter voorbereiding van de vergadering van het algemeen bestuur van 7 december.

7 december
De Algemeen Bestuursvergadering (AB) met een stevige discussie over een aanvraag uitvoeringskrediet cofinanciering POP 3 Water. Hoewel ik bij dit stuk niet de portefeuillehouder was, vond ik het toch nodig om als DB lid er op een bepaald moment een bijdrage aan te leveren, omdat het bestedingsdoel van de POP 3 subsidie de realisering is van 5 kilometer beekherstel, een stuk EVZ en 5 vispassages in het gebied Tilburg West waarvoor ik wel verantwoordelijk ben. Met name de opmerking van de VVD dat besteding een “blackbox” was prikkelde mij, omdat de realisering van dit soort zaken een onderdeel is van het waterbeheersplan dat door het AB met steun van de VVD is vastgesteld. Het DB en ik doen dus wat ons is opgedragen. Een element in de discussie was dat subsidieregelingen als POP 3 ingewikkeld zijn en vereenvoudiging behoeven. Die opvatting heb ik ook, maar dat laat onverlet dat als ik een goed herinrichtingsplan, zoals het onderhavige, kan realiseren met circa 75 % subsidie, ik dit niet laat lopen. Zeker niet als een gemeente als Tilburg alle zeilen bijzet om samen met ons waterschap dit soort zaken tijdig te realiseren zodat ook wij trachten de waterdoelen, die veelal door de hogere overheden zijn geformuleerd, zoals de KRW, kunnen halen. Voor mij is de discussie wel een opdracht om niet alleen de plannen in Tilburg West te realiseren, maar ook de discussie aan te gaan met subsidieverstrekkers over de complexiteit van de subsidieregelingen. 

8 december
crownVandaag het regionaal overleg Hart van Brabant Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting in het Crown Business Center te Rijen. Van binnen en van buiten, voor een modern gebouw, best mooi. Binnen zijn op de muren veel inspirerende teksten van de groten der aarde te lezen. Voor mij was de meest toepasselijke: “The important thing is not to stop questioning” van Albert Einstein

Mijn bijdrage betrof de voor het waterschap belangrijke punten als:

  • de stand van zaken PAS
  • de stand van zaken Natuurnetwerk Hart van Brabant
  • de verduurzaming woningvoorraad, (aandacht voor waterberging, groene daken en hittestress)
  • de kwaliteitsafspraken verbetering Landschap
  • het provinciaal Milieu en waterplan.

9 december
Een klankbordgroep bij de Unie van waterschappen over inbreng van de Unie bij de komende verkiezingen en formatie. Kernpunt is de totstandkoming van een gezamenlijke investeringsagenda (binnen het fysieke domein) van rijk, waterschappen, gemeenten en provincies. Samen met de VNG en IPO is gekeken welke inbreng geleverd zal worden aan de onderhandelende partijen. Kernthema’s zijn: klimaatadaptatie (wateroverlast, hittestress), energietransitie, circulaire economie, waterveiligheid, waterkwaliteit, binnenlandse zaken (kosten verkiezingen) en overkoepelend (belastingen). De benadering om bij de aanpak van klimaatadaptatie ook te kijken naar de bouwregelgeving beviel mij zeer. De gezamenlijke investeringsagenda zou medio februari klaar moeten zijn.

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 59

 

| 24-09-2016 | 09.30 uur |


 


OVER WATER – 59

 

19 september
In de morgen een overleg met de projectleiders van het Phario/bioplastic project. Hierin kon ik mijn beroepsmatige kennis over plastics en de productieprocessen inbrengen.

In de middag in het kader van de European Social Innovation Week de workshop “waarom moeilijk doen als het samen kan”.

20 september
2016-09-20 08.55.50DB vergadering met onder andere de agendapunten: de renovatie bedrijfsgebouwen op de RWZI’s Bath, Nieuwveer en Rijen en de nota Bestuurlijke vernieuwing: sturen op hoofdlijnen. Voor mij was het belangrijkste de intentieovereenkomst “inrichting beekherstel en ecologische verbindingszones gemeente Tilburg”, een sluitstuk van een lang bestuurlijk traject. Nu komt de uitvoering. Vanwege de ENECO tour, waardoor Bouvigne slecht bereikbaar was, waren we voor de vergaderlocatie uitgeweken naar het Novotel in Breda. Dat leverde de kennismaking op met wat wielerploegen die dat hotel die dag als uitvalsbasis hadden.

21 september
Een hele dag doorgebracht bij de nationale groendag bijeenkomst te Capelle aan den IJssel met vele interessante lezingen van onder andere Eduardo Marin Salinas van de Urbanisten. Een goed verhaal over een onderzoek in Zwolle waarbij helder werd gemaakt wat investeren in vergroening van de stad aan baten in euro’s opleverden op terreinen van waterberging, WOZ waarden, klimaat/hittestress, volksgezondheid en sociale samenhang. Voor mij een openbaring om te zien dat via een model (TEEB) inzichtelijk kon worden gemaakt wat investeren in groen en water aan maatschappelijke winst kan opleveren. De diverse lezingen gaven mij behoorlijk wat stof tot nadenken. Wat op dit soort bijeenkomsten ook leuk is, zijn de persoonlijke gesprekken die je kan hebben met jonge mensen die met hart en ziel zich inzetten voor een meer ‘groene wereld’. Eén van hen was Sara Reijnders met een pas gestart persoonlijk blog over groene onderwerpen.   

Water kwam ruim aan bod met onder andere een lezing van Dijkgraaf en voorzitter van de Unie van Waterschappen Hans Oosters. Wat mij echter het meest zal bij blijven was een lezing over een dijkverzwaringsproject in Capelle, omdat voor mij helder werd dat ze er in de Randstad soms voor mij niet alleen rare, maar ook ondenkbare methoden op nahouden om draagvlak bij de gemeente of de burgerij te bereiken. Zo betaalde het waterschap de taxatiewaarden van 19 bomen die gekapt werden. Hierbij moet bedacht worden dat deze bomen illegaal waren. Want de keur (een watersch2016-09-21 09.32.28apsverordening met de kracht van een wet), ook van het betrokken waterschap, verbiedt al sinds jaar en dag bomen op een dijk/waterkering. Veel geld storten in een gemeentelijk groenfonds voor de kap van illegale bomen is voor mij ondenkbaar! Overtreding van wetgeving kan nooit leiden tot betaling van ‘schade’. De betaling had andersom moeten zijn wegens het illegaal beschadigen van een waterkering door boomgroei. Dit soort, in mijn ogen, absurde betalingen maken dijkverzwaringen soms onnodig duur. En uiteindelijk moeten de burgers en bedrijven deze ‘meerkosten’ opbrengen.

Capelle aan den IJssel was de winnaar van de titel groenste stad 2016. Soms is bij zo’n bekroonde gemeente nog veel te verbeteren. Hun Stadsplein is totaal verhard. Voor de gelegenheid was de ingang naar de congreslocatie tijdelijk een beetje ‘groen’ gemaakt.2016-09-21 09.33.42

In de avond de bijeenkomst van de werkgroep bestuurlijke vernieuwing.

22 september
In de morgen de bijeenkomst van de Commissie ROV van de regio Hart van Brabant met voor mij als belangrijk agendapunt: de regionale opgaven in relatie tot PAS (programmatische aanpak stikstof) onder andere over het gebied Loonse en Drunense duinen en de Westelijke Langstraat.

23 september
De uniecommissie CWK met als agendapunten onder andere: de ‘visie op de regionale keringen’ en het kennisplatform Risicobenadering, met in de middag een werkbijeenkomst.

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 51

 

| 29-07-2016 | 10.40 uur |


 


OVER WATER – 51

 

KADERRICHTLIJN WATERDOELSTELLINGEN

 

Op 13 juni is er een onderzoeksrapport verschenen met de titel; “Zover het eigen instrumentarium reikt”. Het is een onderzoek naar de positie van de provincie Noord-Brabant en de Noord-Brabantse waterschappen bij de realisatie van de kaderrichtlijn waterdoelstellingen met bijzondere aandacht voor de omgevingswet. Het rapport is wat mij betreft nuttig voor iedere waterschap- of provinciebestuurder. Ik beveel dan ook aan dit rapport te lezen. Hierbij is het belangrijk te focussen op de eigen taak, maar ook op wat de mogelijkheden tot beïnvloeding zijn. Wat mij betreft hoort daar ook de vraag bij in hoeverre de kaderrichtlijnwater (KRW) technisch/financieel/economisch haalbaar is? En als het antwoord nee zou zijn, de vraag hoe en wanneer gaan we dit bestuurlijk in discussie brengen?

In de samenvattende pagina’s wordt op pagina 90 verwezen naar hoofdstuk V, waar is ingezoomd op de vraag of ten aanzien van het stikstofdossier een op slot risico kan bestaan of ontstaan bij vergunningverlening of het vaststellen van maatwerkvoorschriften. Wat betreft de vergunningverlening is geconstateerd dat voor de landbouw de mestverwerkinginstallaties onder de vergunningsplicht vallen. De stikstofproblematiek, voor zover afkomstig uit de landbouw, wordt voornamelijk veroorzaakt door niet-vergunningsplichtige activiteiten die algemeen gereguleerd worden. Omdat de provincie en waterschappen ten aanzien van deze activiteiten geen ‘go of no-go-beslissing’ kunnen nemen, zal zich ten aanzien van deze activiteiten in beginsel geen ‘op slot-risico’ voordoen. 

Wat mij het meest verontrust is de volgende passage (pagina 90) : “Met name een vergunning voor een bestaande activiteit (vanwege het verlopen van de huidige vergunning) waarbij een belasting wordt toegelaten die boven de in het waterplan voor het waterlichaam verankerde stikstofwaarde is gelegen, kan een probleem vormen wanneer de kwaliteit van het oppervlaktewater onvoldoende is en niet kan worden aangetoond dat de betreffende waarde en daarmee de vereiste fysisch chemische kwaliteit wel gehaald zal gaan worden.. In een dergelijk geval is verdedigbaar dat de vergunningverlening het realiseren van de KRW doelstelling in de weg kan staan, waarmee vervolgens verdedigbaar is dat de vergunning moet worden geweigerd. Er is in derhalve wel sprake van een ‘op slot-risico’, vooral omdat er in bepaalde waterschappen inderdaad vergunningen zijn en worden afgegeven die lozingen toestaan die leiden tot stikstofconcentraties die substantieel boven de KRW stikstofwaarde van de betreffende waterlichamen liggen”. Een ‘op slot-risico’ voor een bestaande activiteit kan enorme gevolgen hebben ook op de werkgelegenheid! Gecombineerd met de PAS doelstellingen/maatregelen (ik schreef daar eerder op 22 maart over) liggen hier reële risico’s voor economische schades als er te weinig invulling wordt gegeven aan de KRW doelstellingen en de terugdringing van de huidige stikstofbelasting van het milieu. Wel zal, meer dan tot nu toe, naar de haalbaarheid van de doelstellingen gekeken moeten worden. Niets is meer frustrerend dan veel geld uitgeven en de doelstellingen niet te kunnen halen. Vooral het one out, all out is in mijn visie een groot obstakel, waar wat mij betreft de bestuurlijke discussie snel over moet starten om de doelstellingen eventueel aan te passen en het draagvlak voor maatregelen en investeringen te vergroten.

26 juli
In de avond de bijeenkomst van de werkgroep bestuurlijke vernieuwing met als belangrijkste agendapunt: sturen op hoofdlijnen. Hierbij is gekeken naar hoe de huidige wijze van agenderen van de algemeen bestuursvergadering zou kunnen veranderen om meer op hoofdlijnen te gaan besturen. Tevens werden de laatste algemene beschouwingen geëvalueerd.  

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 34

 

| 26-03-2016 | 00.10 uur |


 


OVER WATER – 34

 

Risico’s regenwater
wadi
Afkoppelen van daken en andere verharde oppervlakken is nodig om beter en kosteneffectief om te kunnen gaan met de zwaardere buien die de afgelopen jaren in omvang en frequentie toenemen. Het is nodig om overstorten in oppervlaktewater en wateroverlast in lager gelegen delen van een bebouwde kom te voorkomen. Het is niet zo dat regenwater afkomstig van verharde delen volledig schoonwater is. Het is echter veel minder verontreinigd dan het water dat bij een overstort van het rioolsysteem in het oppervlaktewater terecht komt of het water dat bij een zware bui uit de riolen omhoog gekomen op straat blijft staan.

Regenwater van daken en wegen bevat echter wel zaken als fijnstof dat afkomstig is van bijvoorbeeld de uitlaten van auto’s. Het bevat ook tal van bacteriën afkomstig van honden- en vogelpoep. Ook bevat het lood uit de banden van auto’s of zink van goten en vangrails, alsmede PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) onder andere afkomstig van verbrandingsmotoren. Het is helder: afgekoppeld regenwater is niet van een kwaliteit om in te zwemmen of te spelen. Afkoppelen heeft een meerwaarde maar is niet risicovrij. Het is aan te bevelen om afgekoppeld regenwater bij voorkeur via een vaste voorziening zoals een wadi te infiltreren in de bodem of via een helofytenfilterachtige constructie in oppervlaktewater.

22 maart
Samen met DB collega Jacques van der Aa naar het PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) symposium geweest in het Provinciehuis in Den Bosch. Een heel informatieve bijeenkomst. Maar die ook laat zien dat er op het gebied van de beperking van de stikstofuitstoot (stikstofnitraat, stikstofnitriet, ammonia en stikstofoxiden) nog heel veel moet gebeuren en dat de druk om tot daden te komen hoog is. Op basis van de natuurbeschermingswetgeving is feitelijk in veel gebieden geen ontwikkeling van nieuwe economische activiteiten die leiden tot extra uitstoot meer mogelijk. De provincie erkende, bij monde van één van de presentatoren, dat door het (beperkt) toestaan van een aantal nieuwe activiteiten deze stikstofuitstoten een hypotheek wordt genomen op de toekomst. Vandaar dat een fors aantal maatregelen tussen nu en 2021 genomen moeten worden om de belasting/gevolgen van/op een aantal Natura 2000 gebieden terug te brengen. Voor het werkgebied van het waterschap Brabantse Delta zijn er ingrijpende maatregelen nodig voor de N 2000 gebieden Westelijke Langstraat en de Loonse en Drunense duinen (deels waterschap de Dommel). Ik kan als gebiedsportefeuillehouder mijn borst nat maken. Maar de maatregelen zijn nodig, omdat anders veel gebieden rond deze N 2000 gebieden in 2021 economisch op slot gaan.

immobilisaat

Foto: BAG B.V. te Susteren: aanleg fietspad Veldhoek- Ruurlo, website: http://www.bagbv.nl/

23 maart
Soms bezoek je een seminar waarbij je als gemeenteraadslid en als dagelijks bestuurder van een waterschap van de ene verbazing in de andere valt. Zo’n seminar was “van reststof naar bouwstof”.  Het seminar werd georganiseerd door Immobilisatie. De dagvoorzitster was Noortje Schrauwen die verbonden is aan Grondstofjutters, een organisatie waarbij de circulaire economie de leidraad is. Er waren vele interessante sprekers waaronder Chris Schuurbiers van de Inspectie Leefomgeving en Transport en Jurgen Lutterman van SGS Intron, de certificeerder.

Immobilisaten hebben mijn belangstelling, omdat zij rest-/afvalstoffen bevatten die door immobilisatie uiteindelijk weer middels constructies in het milieu worden gebracht. Op basis van de presentaties van deze twee heren kwam ik tot de conclusie dat het fabricageproces en de immobilisaten als producten duurzaam en milieutechnisch verantwoord tot stand komen. Wetgeving en de certificering lijken afdoende om in hoge mate erop te kunnen vertrouwen dat het in de bouw toe te passen product betrouwbaar tot stand komt.

Toepassing lijkt een geheel ander verhaal. De Inspectie Leefomgeving en Transport controleert en handhaaft tot en met de totstandkoming van het immobilisaat. De controle en handhaving daarna is aan het betreffende bevoegd gezag (gemeenten en waterschappen). Op mijn vraag hoe de overdracht van de handhaving van de Inspectie Leefomgeving en Transport naar de gemeenten of de waterschappen geregeld was of plaatsvond kwam van Chris Schuurbiers met het verbijsterende antwoord: niet! Overdracht van de handhaving was niet geregeld en het vond ook niet plaats. Let wel: we hebben het over producten die tot 25 % ernstig verontreinigd afval kunnen bevatten. Als het immobilisaat als product bereid is, is het formeel geen afval meer maar bouwstof! In de zaal waren een fors aantal handhavers, in dienst van de omgevingsdiensten (van Groningen tot Zeeland, inclusief West-Brabant) aanwezig. Zij bevestigden deze feiten.

De presentatie van Chris Schuurbiers bevatte een aantal voorbeelden van wat er bij de toepassing van de immobilisaten milieutechnisch fout kon gaan. Als uitgehard product zijn de toepassingen milieutechnisch verantwoord. Maar soms liggen de vers gestorte immobilisaten dagen onafgedekt uit te harden. In net aangebrachte en nog niet uitgeharde toestand lijkt het materiaal dan op gewone grond die voor kinderen uitnodigend kan zijn om op of in te spelen. Omdat bij de uitharding soms grote hoeveelheden water worden gebruikt kan dit, zolang het materiaal niet is uitgehard, uittreden waarbij uitgeloogde verontreinigingen in het riool of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Handhaving is hier nodig, maar dan moet een gemeente of een waterschap wel weten waar dergelijk materiaal wordt gebruikt. Nu wordt het gebruikt (circa 600.000 ton per jaar oplopend tot 1.000.000 ton in 2020) in tal van toepassingen (wegen, fietspaden, funderingen, parkeerplaatsen, vloeistofdichte vloeren, sportvelden, keerwanden, kades enz.). Ook vind er geen registratie plaats waar dergelijke materialen zijn gebruikt. Dit terwijl de totale branche (zes gecertificeerde bedrijven) zegt dat graag te willen. Hier ligt een taak voor de landelijke overheid dit te regelen.

Over de kansen daartoe hielp handhaver Chris Schuurbiers ze snel uit de droom. ‘Ze vinden in politiek Den Haag dat de milieuwetgeving af is met de omgevingswet’, was zijn reactie. De politiek wil ook geen lastenverzwaring voor het bedrijfsleven. Curieus was dat de zes bedrijven waar het over ging het zelf wel willen. Registratie waar welk immobilisaat is gebruikt, is om in de toekomst, als het door aannemers tot stand gebrachte product aan het eind van zijn levensfase is gekomen, dit product verantwoord te kunnen slopen en her te gebruiken. Dat is pas een werkelijke invulling van een duurzame circulaire economie.

Misschien is het goed als gemeenten en waterschappen, dus Unie en VNG in Den Haag, gaan bepleiten dat registratie van wat eens risicovolle afvalstoffen waren, ook als toegepast immobilisaat noodzakelijk en bedrijfseconomisch verantwoord is.

Veel informatie over immobilisaten is te vinden op de website van Immobilisatie.  

In de avond de Algemeen Bestuursvergadering met agendapunten als de geactualiseerde communicatievisie, het projectplan en peilwijziging natte natuurparel lage Vuchtpolder en een uitvoeringskrediet voor het project Cruislandse Kreken fase 2.

24 maart
In de middag een vergadering van de bestuurlijke stuurgroep dijkversterking 14A Geertruidenberg en Amertak met onder andere de wethouders van de gemeenten Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout en vertegenwoordigers van Rijkswaterstaat en de provincie.

Louis van der Kallen