(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 29: GROTE LEUGENS

 

| 03-05-2015 | 11:30 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 29: GROTE LEUGENS

  

oestersDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.   

In het kader van het schriftelijk overleg over de ontwerp-rijksstructuurvisie hebben Tweede Kamer fracties aanvullende schriftelijke vragen gesteld, die door de Minister van Infrastructuur en Milieu, Schultz van Haegen, aanvullend zijn op 9 maart 2015 beantwoord

Soms denk je: waar halen ze het vandaan! Zouden rechtgeaarde parlementariërs de antwoorden van de minister geloven of nemen ze het voor zoete koek aan, omdat de minister van dezelfde club (de VVD) is?

Zo vroeg de VVD zich af of na het verzilten er extra betaald zou moeten worden voor zoet water?

De minister stelde: “Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat de prijzen voor zoet water in de toekomst zullen stijgen.” In het antwoord wordt tevens herhaald dat de leverzekerheid zal stijgen en er een betere kwaliteit beschikbaar komt. In Natte 5 ben ik op deze fabel al in gegaan: niks verbetering van de leverzekerheid en alleen een kwaliteitsverbetering ten aanzien van het chloridegehalte, maar ook een verhoogde kans op bruinrot. Voor de gemiddelde (poot)aardappelteler een regelrechte nachtmerrie.

In het antwoord betoogt de minister dat op basis van de hogere leverzekerheid en de betere kwaliteit voor de landbouw “jaarlijks circa 86 miljoen euro aan extra baten zijn berekend”. Zij en haar ambtenaren moeten wel een hele dikke duim hebben om in deze extra opbrengst te geloven.

Wat de dikke duim overstijgt is het ministeriële antwoord op het VVD verzoek de “nieuwe inkomsten van de Rijksoverheid via bijvoorbeeld de afdracht van visserijrechten of de waarde van Rijksvastgoed te kwantificeren”.

Het antwoord: “Eventuele nieuwe inkomsten voor het rijk zijn door zo veel onzekerheden omgeven dat deze niet te kwantificeren zijn. Vooralsnog zijn geen andere nieuwe rijksinkomsten voorzien dan de in de vraag genoemde voorbeelden.”

In Natte 19 heb ik geschreven over het rapport “Verdienpotentieel zout-Volkerak-Zoommeer” van Royal Haskoning. Dit rapport laat zien dat verzilting een groot voordeel betekent voor de schelpdierenteelt en daardoor ook voor de verpachter: het Rijk. In dit rapport worden de extra inkomsten van het Rijk en de besparingen, zoals het niet meer hoeven bouwen van een derde kolk bij de Krammersluizen, keurig gekwantificeerd (de besparing voor het Rijk van onder andere de derde kolk is 74 miljoen). Hoezo de opbrengsten en besparingen niet kunnen kwantificeren? Voor mij een dikke leugen. 

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 26: WAT IS DE WAARHEID – 6

 

| 11-04-2015 | 11:00 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 26

 

Wat is de waarheid? – 6   

 

quaggaDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.   

In het kader van het schriftelijk overleg over de ontwerp-rijksstructuurvisie hebben Tweede Kamer fracties aanvullende schriftelijke vragen gesteld, die door de Minister van Infrastructuur en Milieu, Schultz van Haegen, aanvullend zijn op 9 maart 2015 beantwoord.

In deze aanvullende beantwoording gaat een heel hoofdstuk over de waterkwaliteit met een aantal aardige teksten, zoals: “De Commissie voor de milieueffectrapportage heeft geadviseerd om in een aanvulling op het MER een nadere, meer gekwantificeerde beschouwing te geven van de negatieve en positieve gevolgen voor de natuur. Deze aanvulling wordt conform het advies opgesteld. Het advies van de commissie laat onverlet dat met beperkt getij op de Grevelingen zout water in het Volkerak-Zoommeer met beperkt getij de waterkwaliteit op orde kan komen.”

In deze tekst is het gebruik van het woordje ‘kan’ opvallend. Het ministerie erkent met het gebruik van het woordje ‘kan’ dat ook met verzilting het bereiken van de KRW doelen niet zeker is. Want anders stond er wel het woordje ‘zal’.  

Een andere opvallende tekst is die op pagina 11 en 12:

“Op grond van de monitoring in de afgelopen jaren kan een prognose worden opgesteld of de maatstaven voor de KRW kunnen worden gehaald. Die monitoring wordt voortgezet en biedt ruimte voor bijstellen van maatregelen zoals het Nitraatactieprogramma. De stand van zaken is dat in de huidige zoete situatie de prognose is dat de gehaltes aan stikstof en fosfaat in het Volkerak-Zoommeer tot 2021 te hoog blijven om te voldoen aan de eisen voor stilstaande zoete meren. De aspecten waterflora, macrofauna en vis voldoen nu niet en volgens de prognose ook niet in 2021. Voor algen en doorzicht laten de meest recente meetgegevens zien dat weliswaar op dit moment voldaan wordt aan de maatstaven van de KRW, maar dat dit vermoedelijk te danken is aan de opkomst van de quaggamossel. Omdat het volgens deskundigen onzeker is hoe het meer zich zonder ingrijpen zal ontwikkelen zijn in het MER twee scenario’s gehanteerd met meer/minder succes van de quaggamossel. Als de quaggamossel zich permanent en in voldoende mate kan vestigen kunnen de aantallen algen en het doorzicht blijvend verbeteren. Bij het scenario waarbij de quaggamossel in aantal terugloopt, lukt dit niet of onvoldoende. In beide scenario’s blijft het uitvoeren van emissiebeperkende maatregelen de komende jaren nodig.”  

In deze tekst is de erkenning te vinden dat voor algen en het doorzicht het Volkerak-Zoommeer voldoet aan de maatstaven van de KRW. Helder is ook voor ondergetekende dat op het terrein van de nutriënten zoals fosfaten en nitraten de KRW doelstellingen in 2021 en vermoedelijk ook in 2027 niet zonder extra maatregelen gehaald zullen worden. Maar dat is voor misschien wel 90 % van de KRW wateren in Nederland het geval. Die gaan we dan toch niet allemaal verzilten?

Er is wel al veel gebeurd en de gehaltes nutriënten zijn al fors gedaald (zie ook Natte 15). Ondergetekende erkent dat nadere emissiebeperkende maatregelen nodig zijn om de KRW doelen te bereiken. Wel betwijfel ik ten zeerste of de KRW doelen voor het volle landje Nederland ooit bereikbaar zouden kunnen zijn. Onze deltawateren zijn het afvoerputje van Europa en de KRW doelen zijn meer fictie dan realiseerbaar. Misschien zou onze overheid ook moeten gaan werken aan de aanpassing van die KRW doelen die voor ons kleine volle landje onhaalbaar zijn in plaats van arbeid en geld steken in de verzilting van een grote zoetwatervoorraad. 

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 25: WAT IS DE WAARHEID? – 5

 

| 04-04-2015 | 17:15 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 25

 

Wat is de waarheid? – 5  


Nieuwe Waterweg_StormvloedkeringDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.
 

In het kader van het schriftelijk overleg over de ontwerp-rijksstructuurvisie hebben de Tweede Kamer fracties van de VVD, de PvdA, de SP en het CDA schriftelijke vragen gesteld, die door de Minister van Infrastructuur en Milieu, Schultz van Haegen, zijn beantwoord.  

Vaak komt het in het politieke bedrijf neer op: wie krijgt, als doelen niet gehaald worden, de ‘zwarte Piet’ en wie draait dan op voor de kosten.

De minister stelt in haar antwoord op pagina 2,1 aangaande de mogelijke gevolgen van de verzilting van het Volkerak-Zoommeer: “Alleen in West-Brabant zullen in gebieden met ‘zoete’ KRW-doelen deze mogelijk niet volledig gehaald worden. Daar staat tegenover dat in gebieden met ‘brakke’ doelen de haalbaarheid juist verbetert.”.

Als je beseft dat het niet halen van de KRW doelen na 2027 een forse boete vanuit Brussel kan opleveren, besef je dat die boete en de mogelijke extra kosten om de ‘zoete’ KRW doelen alsnog te halen voor het waterschap Brabantse Delta en haar belastingplichtigen zullen zijn. Terwijl de maatregel juist de mogelijke kosten voor de beheerder van het Volkerak-Zoommeer terugdringt en de beheerder is dus het Rijk! Want de mogelijkheden om de ‘brakke’ doelen te halen “verbetert” immers.  

Soms is het verbazingwekkend hoe lichtzinnig er wordt omgegaan met het belang van zoet water voor Nederland in haar totaliteit. De CDA fractie stelde in dit kader de vraag: “of er uit de berekeningen blijkt dat het zout maken van het Volkerak-Zoommeer geen effecten heeft op de zoetwatervoorziening van het hoofdwatersysteem?”  Dit met name in het kader van de klimaatverandering en de voorgenomen verdieping van de Nieuwe Waterweg. Ondergetekende heeft reeds eerder in deze reeks (Natte 6 en 17) geschreven over de effecten van onder andere de Nieuwe waterweg.

Het antwoord van de minister is wat mij betreft verbijsterend: “de effecten van de verdieping van de Nieuwe Waterweg worden momenteel in het kader van de stresstest onderzocht. Daarbij worden ook het tegengaan van de effecten van klimaatverandering en het zout maken van het Volkerak-Zoommeer betrokken”. Voor mij de omgekeerde wereld.

De landsregering neemt met het vaststellen van de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” zich eerst voor het Volkerak-Zoommeer te verzilten en gaat daarna pas onderzoeken wat dit kan betekenen voor het totale zoetwatersysteem. Ondertussen dienen de omliggende gebieden alvast rekening te houden met verzilting van het Volkerak-Zoommeer en worden alvast tal van maatregelen genomen. Een beetje raar is dat wel!

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 24: WAT IS DE WAARHEID -4

 

| 28-03-2015 | 00:10 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 24

 

Wat is de waarheid? – 4

 

roode vaart 2De landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten. 

In het kader van het schriftelijk overleg over de ontwerp-rijksstructuurvisie hebben de Tweede Kamer fracties van de VVD, de PvdA, de SP en het CDA schriftelijke vragen gesteld, die door de Minister van Infrastructuur en Milieu, Schultz van Haegen, zijn beantwoord.

Op pagina 6 van het antwoord gaat de minister in op het scenario “waarbij de quaggamossel zich permanent en in voldoende mate kan vestigen in het Volkerak-Zoommeer”. Zij erkent dan dat “de waterkwaliteit blijvend kan verbeteren.” Zij geeft daarbij aan dat bij een scenario waarbij de quaggamossel in aantal terugloopt de overlast aan blauwalgen kan toenemen. Dat is een open deur! Wat je in de visie van Ons Water moet doen is het de quaggamossel makkelijk maken zich te vestigen door bijvoorbeeld harde ondergronden toe te voegen aan zijn biotoop waarop hij zich graag hecht. 

Op pagina 6 merkt de VVD fractie op dat het scenario dat er niets zal gebeuren niet ondenkbaar is. “De financiering is immers nog niet rond.”

In het antwoord op pagina 7 stelt de minister dat “Als er geen financiering komt dan blijft de verwezenlijking van het ontwikkelperspectief (voorlopig) beperkt tot realisatie van de projecten Flakkeese spuisluis en Roode Vaart (1e fase) en uitvoering van de deltabeslissing Zoetwater.”

Verzilting is dus nog lang geen gelopen race! 

De VVD-fractie wilde op pagina 7 graag weten “op welke wijze de waterkwaliteit van het Volkerak-Zoommeer op peil blijft zolang het zoet is”. Het antwoord is deels verbijsterend en zeker openhartig: “Zolang het Volkerak-Zoommeer zoet is zal Rijkswaterstaat de afspraken nakomen die zijn opgenomen in het Waterakkoord Volkerak-Zoommeer (2001) over het chloridegehalte in het meer. Om dit te kunnen doen is groot onderhoud aan het zoet-zout scheidingssysteem in het Krammersluizencomplex nodig. Dit is enige jaren uitgesteld in afwachting van een besluit over een zoet of zout Volkerak-Zoommeer. Hierdoor is er sprake van een grotere lek van zout door deze sluizen.” Hier erkent de minister feitelijk dat Rijkswaterstaat zich de afgelopen jaren niet heeft gehouden aan het afgesloten Waterakkoord. Er is weliswaar getracht om de in de zomer oplopende chloridegehaltes te beteugelen met extra doorspoelen met zoet water uit het Hollands Diep maar dat was er niet altijd in voldoende mate en dan liepen de chloride gehaltes alsnog op.

Als bewijs hiervan een citaat uit Milieueffectrapport waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer (april 2012) pagina 87/88: “In het “droge” jaar 2003 werd door het stopzetten van de inlaat voor doorspoeling de norm voor het chloridegehalte bij de meetpunten Bathse Brug en mond van het spuikanaal herhaaldelijk overschreden.”. Dit laat ook zien wat de term “enige jaren uitgesteld” betekent in het antwoord van de minister. Minimaal 10 jaar!!

Positief in het antwoord is dat de minister toezegt te gaan onderzoeken of naast het herstel van het zoet-zoutscheidingssysteem “het mogelijk is via extra doorspoelen van het meer voorafgaande aan het groeiseizoen, het zoutgehalte in het Volkerak-Zoommeer omlaag te brengen”. 

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 20: WAT IS DE WAARHEID?

 

| 28-02-2015 | 11:00 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 20

Wat is de waarheid? 

 

oestersDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten. 

In het kader van het schriftelijk overleg over de ontwerp-rijksstructuurvisie hebben de Tweede Kamer fracties van de VVD, de PvdA, de SP en het CDA schriftelijke vragen gesteld, die door de Minister van Infrastructuur en Milieu, Schultz van Haegen, zijn beantwoord.

In de komende afleveringen van (natte/zoute) droom of nachtmerrie zal ik de inhoud van die antwoorden nader beschouwen.  

Op pagina 2 van het antwoord is gesteld: “De uitgevoerde analyses in het kader van de MKBA leiden wel tot de conclusie dat er substantiële mosselbaten zijn omdat het terugbrengen van getij op de Grevelingen en zout en getij op het Volkerak-Zoommeer kweekcondities voor schelpdieren (met name mosselen en oesters) creëert, die vergelijkbaar zijn met die van vóór de Deltawerken.” De vraag is of dit waar kan zijn? Voor de Deltawerken was het zoutgehalte  van de Oosterschelde, de Krammer, het Vokerak en wat nu het Zoommeer is, aanzienlijk lager. Ook was het water voedselrijker omdat zoet voedselrijk Rijn en Maas water deze wateren bereikte en voor een zoet/zout overgangsmilieu zorgde. Het komt mij voor dat hier de wens de vader van de gedachte is.  

Op pagina 4 van het antwoord is gesteld: “De zoetwatermaatregelen maken onderdeel uit van het pakket maatregelen behorend bij Deltabeslissing Zoetwater. Deze maatregelen zijn geprogrammeerd en geagendeerd in het kader van het Deltafonds. Daarbij is alleen sprake van een financiële bijdrage van regionale overheden en dus niet van een separate bijdrage van ondernemers.” Dit is een deels misleidend antwoord. Als regionale overheden een bijdrage leveren, zal die zich altijd vertalen naar hogere belastingen. Soms is dat zelfs één op één het geval. Bijvoorbeeld hoe een eventuele bijdrage door het waterschap vertaald zou worden in de tarieven. Als het waterschap in het kader van de zoetwatervoorziening voor de landbouw geld investeert, zal dat rechtstreeks en volledig doorwerken in de tarieven (hectareheffing) voor de landbouwers. Dus ook al betaalt het waterschap, uiteindelijk betalen dan de landbouwondernemers dit voor de volle 100 % terug. Dus dat ondernemers geen ‘separate’ bijdrage leveren is op papier juist, maar in harde euro’s op termijn feitelijk een onwaarheid.  

Op pagina 5 van het antwoord is gesteld: “De waterkwaliteit in de Grevelingen verbetert autonoom niet. Voor het Volkerak-Zoommeer is er de afgelopen jaren wel sprake van een lichte verbetering van de waterkwaliteit. Dat komt door de dalende nutriëntenbelasting (fosfaat en stikstof) vanuit de omringende wateren en gebieden. Deze daling is het gevolg van de uitvoering van de Nitraatrichtlijn en de emissiewetgeving die onder de Kaderrichtlijn Water valt. De prognose is echter dat de gehaltes aan nutriënten in het Volkerak-Zoommeer in ieder geval tot 2021 te hoog blijven om te voldoen aan de eisen die de Kaderrichtlijn Water aan stilstaande zoete meren stelt.” Het antwoord klopt, maar toch is enige relativering op zijn plaats. Impliciet erkent het antwoord dat de gehaltes aan nutriënten vermoedelijk blijven dalen. Bij de waterkwaliteit is echter geen sprake van “een lichte verbetering van de waterkwaliteit” maar van een forse! (zie natte 15). Het is juist dat de kans groot is dat tot 2021 de KRW eisen niet gehaald zullen worden. Maar dat is voor misschien wel 90 % van de KRW wateren in Nederland het geval. Die gaan we dan toch niet allemaal verzilten?? 

Louis van der Kallen

 


HOE DOM MAG EEN MINISTER ZIJN?

 


HOE DOM MAG EEN MINISTER ZIJN?

 

Hoeveel ziekenhuizen mogen er nog gebouwd worden in laag gelegen gebieden met de noodaggregaat in de kelder? Hoeveel gemeenten mogen nog uitbreiden in het bed van de Maas en de honderden miljoenen euro’s aan dijkverbeteringprojecten op het bordje schuiven van de waterschappen en het Rijk? Hoeveel gemeenten mogen nog uitbreiden in gebieden die daar volstrekt ongeschikt voor zijn en alleen met blijvend hoge kosten voor de waterschappen met gemalen en dijkverhogingen om de bewoners droog te kunnen houden? Een recent voorbeeld hier van is Almere.

Minister Schultz van Haegen wil een ‘moderne’ watertoets zonder overleg plicht. Dit gaat de burger op termijn weer veel geld kosten. Gemeenten zijn experts in het afschuiven van de (verborgen) kosten van hun uitbreidingen en bouwplannen en als de beelden van ondergelopen straten, huizen en kelders op de TV en in de krant verschijnen roept iedereen moord en brand en mag het Rijk (dus wij allemaal) of de waterschappen (dus iedereen in het waterschapsgebied) de kosten dragen. Een watertoets zonder harde verplichtingen is vrijwel nutteloos. Gemeenten trekken er zich in de praktijk weinig van aan. Het was vast naïef maar van een liberale VVD minister had ik als het over de veiligheid en geld gaat iets anders verwacht. Maar het liberale optimisme en de dereguleringswaanzin heeft ook hier weer de overhand. Waarom zou ik mij iets aantrekken van de adviezen en bemerkingen in een door buitenlanders geschreven onafhankelijk OECD studie “Water Governance in the Netherlands”?  Over dit rapport stelde ik vragen aan het DB van het waterschap. Die rapportage maakte tal van opmerkingen over de relatie tussen de bescherming tegen wateroverlast en de Nederlandse praktijk in de ruimtelijke ordening. Hun advies was om de watertoets een vaste plaats te geven in het toetsen van ruimtelijke plannen en de positie van de waterschappen op dit vlak te versterken. In een NRC commentaar op 30 augustus over dit toen nog mogelijke ministeriële voornemen is te lezen: “Niet elke deregulering is een verbetering, voorzichtig uitgedrukt.” Zoals een NRC commentaar behoort te zijn, netjes uitgedrukt. Ik ben echter niet altijd diplomatiek. Voor mij is dit ministeriële voornemen gewoon oer DOM.

Dat de VNG als vertegenwoordiger van de gemeenten op het gebied van ruimte voor de rivier recent een handtekening onder een bestuurovereenkomst zette, is niet meer dan een schaamlap of het spreekwoordelijke WC papiertje. De VNG bindt gemeenten en hun raden op geen enkele wijze. Wederom oer DOM, DOM!