OVER WATER – 101

 

| 20-07-2017 | 11.30 uur |


 

OVER WATER – 101

 

TEGELTAKS
De fusie gemeente Altena, die 1 januari 2019 gevormd gaat worden door samenvoeging van de huidige gemeenten Aalburg, Woudrichem en Werkendam, maakt nu al wat tongen los met het vooruitzicht dat elke tuinbezitter die kiest voor tegels in plaats van planten dat in zijn portemonnee gaat voelen. Deze maatregel past helemaal in het bewustwordingsproces dat nodig is om de steeds vaker wateroverlast gevende hoosbuien middels een optimaal gebruik van grond en riolering te kunnen verwerken. De overheden kunnen het niet oplossen zonder de burger! De burger is echt aan zet en elke burger kan zelf een steentje bij dragen. Of eigenlijk juist minder steentjes! De burger is met zijn bebouwing- en verhardingsdrang immers zelf een belangrijke veroorzaker van het wateroverlast probleem. 

In januari 2017 is verschenen “Het nut van stedelijk waterbeheer” met als subtitel “Monitor gemeentelijke watertaken 2016”, een uitgave van de stichting RIONED. Hierin was te lezen dat steeds meer gemeenten hun inwoners gaan verplichten om regenwater op het eigen terrein te houden en niet op de riolering te lozen. Nu doen in Nederland al ruim 30 gemeenten dit. Steeds vaker worden de maatregelen genomen na ernstige wateroverlast door overvloedige regenval die tot grote schades hebben geleid. Sommige gemeenten gebruiken de modelverordening van de VNG en die gaat best ver. Wie niet meewerkt aan het afkoppelen van de regenpijp kan dan te maken krijgen met drie maanden cel of een boete van € 4.050,–. De verplichting tot afkoppelen geldt dan vaak voor aangewezen gebieden. In de praktijk lozen vrijwel alle huis- en perceeleigenaren het overtollige regenwater van hun perceel op de riolering. Dit terwijl zij sinds 2009 in principe zelf verantwoordelijk zijn om het regenwater op eigen terrein te verwerken. Dit blijkt een wettelijke verplichting, waar de meeste huiseigenaren zich niet van bewust zijn. Soms is verwerken/bergen op het perceel niet mogelijk of moeilijk, denk aan binnensteden of geheel bebouwde percelen. Toch zal men er rekening mee moeten gaan houden dat in de toekomst ook zij hun regenwaterprobleem meer zelf op moeten gaan lossen. Zeker als zij aantoonbaar medeveroorzaker zijn van wateroverlast in lager gelegen percelen/straten of wijken. De nu voorgestelde ‘tegeltaks’ is een mogelijk alternatief, dat uitwerking verdient. Inclusief ontheffingenbepalingen voor burgers die op hun eigen perceel een adequate ‘waterberging’ realiseren.

Oplossen of betalen voor de extra belasting van het riool, zoals de toekomstige gemeente Altena, nu voorstelt kan wel eens de toekomst worden. De meeste huiseigenaren kunnen zelf maatregelen treffen om de wateroverlast, deels afkomstig van hun perceel, tegen te gaan bijvoorbeeld door het plaatsen van een regenton. Tuincentra en loodgieters varen er wel bij. Zaken als de Praxis en de Gamma zien dan ook in 2016 forse omzetstijgingen van regentonnen, waterreservoirs, enzovoorts. Ook kunnen eigenaren van bebouwingen zelf meer structurele maatregelen nemen, zoals door het lager dan het huis aanleggen van opritten en terrassen, zodat zij kunnen dienen als tijdelijke waterberging bij extreme regenval. Ook de aanleg van groen in de tuin in plaats van verharde oppervlakken of het aanleggen van een grindbed of drainagekuil kunnen een forse bijdrage leveren aan de beperking van wateroverlast.

Een welkome gast op Bouvigne: een Nijlganzen familie.

18 juni
DB met als agendapunten onder andere: de werkwijze kredietvotering investeringen, energiestrategie West-Brabant, een aanvullend voorbereidingskrediet actieplan veiligheid en een voorstel tot kredietverlaging Westelijke Langstraat. Het krediet uit 2006 wordt opgesplitst en deels afgesloten (de voorbereidingsfase) en een nieuw krediet geopend (realisatiefase) waarbij 2.100.000 euro vrijvalt. Een forse besparing mede als gevolg van de vorige week getekende samenwerkingsovereenkomst Westelijke Langstraat tussen de provincie Noord-Brabant, het waterschap Brabantse Delta, de gemeente Waalwijk en Staatsbosbeheer, en de ondertekening van de realisatieovereenkomst aanpassing waterhuishouding Waalwijk tussen de provincie Noord-Brabant en het waterschap Brabantse Delta. Ik ben blij dat ik als portefeuillehouder hierbij, zowel in de vorige bestuursperiode als in deze, een rol heb mogen spelen bij het totstandkomen van deze besparing. Hier past mijn dank aan alle betrokkenen. 

20 juni
Een gesprek met iemand die voor de gemeente Bergen op Zoom  een notitie schrijft over ‘groene daken’.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 68

 

| 03-12-2016 | 20.30 uur |


 


OVER WATER – 68 

 

Deze keer heb ik gelezen: “Samen werken aan een veilige en mooi Maas, het klimaat verandert” en “Samen werken aan een veilige en mooi Maas, regionaal voorstel Maas 2016”. Twee stukken die het lezen waard zijn. Het betreft de omschrijving van zes zogenoemde koploperprojecten tussen Eijsden en Geertruidenberg. De stukken zijn voor iedere bestuurder van gemeenten langs een rivier het lezen waard omdat ze prachtig laten zien hoe rivierverruiming, dijkversterking en gebiedsontwikkelingen gecombineerd kunnen worden en uitgevoerd met veel extra geld uit Haagse potjes.

28 november
Bestuurlijk overleg met wethouder Jan-Willem Stoop van de gemeente Drimmelen.  Agendapunten waren onder andere: het buurtwaterfonds, de handreiking kinderboerderijen en klimaatbestendig waterbeheer, de keuzewijzer stadswateren, de samenwerking in het watersysteem en de waterketen, de verbetering van de regionale waterkeringen met bijzondere aandacht voor het tracé rond de haven van Terheijden en de aanpak van de wateroverlast in het bemalingsgebied Zonzeel middels een gezamenlijke aanleg van een EVZ (ecologische verbindingszone).

29 november
groen-beursEen gezamenlijke evaluatiebijeenkomst/versnellingsatelier van DB, directieteam en een aantal betrokken medewerkers over de participatie in projecten waarbij het waterschap betrokken is. Er valt nog veel te verbeteren. Geleerd heb ik ook. Niet altijd is participatie kansrijk. Projecten moeten wel voor de deelnemers overzichtelijk zijn. Daarna DB vergadering met als agendapunten onder andere: sturen op hoofdlijnen, voortgangsrapportage waterstaatskundige toestand, het projectplan Roode Vaart, de samenwerkingsovereenkomst met de vereniging “Markdal, duurzaam & vitaal”, de nota reikwijdte en detailniveau van de dijksversterking Geertruidenberg en Amertak. 

In de middag een bezoek gebracht aan de beurs “Future Green City” in Den Bosch met een mooi lezingenaanbod. Stands die mij opvielen waren: van www.roofupdate.nl (veel voorbeelden van groene, energie en waterdaken), www.duragreen.nl (met o.a. voorbeelden geluidsschermen vergroenen) en www.hydrorock.com (over het voorkomen van wateroverlast en verdroging met ecologisch verantwoorde oplossingen). Maar zeker de stand van de Nationale Bomenbank.
oude-eikHet bezoek aan de stand en de website gaven mij het gevoel dat de conclusie van Rijkswaterstaat dat de monumentale zomereik in de middenberm van de A58 bij Ulvenhout omgehakt zou moeten worden vanwege de toekomstige verbreding van de snelweg, wel makkelijk genomen lijkt. Volgens Rijkswaterstaat is de 140 jaar oude eik boven en onder de grond onderzocht op conditie, stabiliteit en breukgevoeligheid. Uit dat onderzoek bleek dat de eik het uitgraven en verplaatsen niet zou overleven. Als ik kijk naar de verplaatsing van twee linden bij de A2 verbreding bij Den Bosch (150 tot 200 jaar oud met een totaal gewicht van kluit, bomen en kluitverpakking van ongeveer 200 ton), dan denk ik onze ‘Anneville’ verdient een reddingspoging!

30 november
In de morgen een ontbijtbijeenkomst in de Blokstallen te Bergen op Zoom, georganiseerd door de stichting in oprichting Timelaps die in het jaar 2019 het denken over de toekomst van de regio met tal van bijeenkomsten centraal wil stellen. Het is altijd goed over de (verre) toekomst na te denken. Als waterschap doen wij dat op zaken als waterveiligheid, zeker waar we nu al aan het werk zijn om tegen 2050 te kunnen voldoen aan de uitdagingen waar we dan voor gesteld worden. Aan mijn ontbijttafel was het voor de disgenoten wel moeilijk om het droomniveau te ontstijgen. Hierbij moest ik mijzelf ook de vraag stellen: wat is nu een droom en kan dan werkelijkheid zijn? Wat waren de gedachten over de toekomst in 1980 en hoe is de werkelijkheid nu? Voor mij is het uitgangspunt in dit soort discussies toch altijd: hoe kunnen we de maatschappij een zetje in de goede richting geven (groener, waterbewuster, beperken van hittestress en wateroverlast) en wat kan mijn bijdrage hier aan zijn en wat is de rol van een functionele democratie als het waterschap hierbij?

1 december
Een middag STOWA in de Mariënhof te Amersfoort. De STOWA bestaat 45 jaar en dat is een reden om eens goed te laten zien wat zij aan kennisontwikkeling voor de waterschappen doen. Dat gebeurde in de prachtige ambiance van de Mariënhof een gebouw dat de geschiedenis ademt. Er waren presentaties/discussies over: de aanpak van nieuwe stoffen, energie- en grondstoffenterugwinningen en over wateroverlast. Wat mij het meeste trof was de discussie over ‘nieuwe stoffen’ die pas recent de aandacht krijgen die ze verdienen. Ik schreef er vaker over o.a. over bijvoorbeeld dat medicijnresten in onze zuiveringen  bij kunnen dragen aan de ontwikkeling van resistente bacteriën. Het verbaast mij dat men zich keer op keer laat verleiden tot discussies over normeringen. Alsof we voor de ruim 100.000 verschillende stoffen die nu al in het afvalwater voorkomen normen kunnen stellen en die dan ook stuk voor stuk tegen redelijke kosten kunnen meten en reduceren. Met oxidatie en actieve koolabsorptie kunnen voor sommige van de nu gemeten stoffen soms bemoedigende resultaten worden behaald. Maar is dat genoeg? In mijn beleving zijn het grotendeels zinloze discussies tussen bestuurders en politici die zelden kaas hebben gegeten van de aard en mogelijke effecten van die meer dan 100.000 stoffen die we nu al in afvalwater detecteren. Voor mij is het helder: uitgangspunt zou de nul norm moeten zijn. En het rare is die is haalbaar! In 2004 werd door het waterschap Rijn en IJssel te Varsseveld een zuivering uitgerust met membraantechnologie om van de Boven Slinge weer een gezond water te maken. Dat lukte deels door deze super zuivering. Helaas bouwde het waterschap deze zuivering weer om tot een conventionele zuivering met nabezinktanks. Bij het gebruik van membraantechnologie kan men echt alle stoffen uit het water halen tot de nul norm. Die technologie heeft zich de afgelopen jaren enorm ontwikkeld en is mede daardoor steeds goedkoper geworden en kan nog verder ontwikkeld worden. De winst voor de ecologie en de volksgezondheid is potentieel groot. Maar deels niet in geld te berekenen. Ik zou graag zien dat de STOWA en de waterschappen deze ‘ideale’ oplossing voor alle verontreinigingen samen met de membraanindustrie verder zouden ontwikkelen. Aan het einde van de middag was er een inspirerende presentatie van Anjo Travaille van Bovenkamers over gedragsbeïnvloeding.

In de avond heb ik de fractievergadering van Ons Water/ West-Brabant Waterbreed bijgewoond ter voorbereiding van het AB van 7 december.

2 december
Vandaag de Unie commissie waterkeringen ten stadhuize van Dordrecht met als agendapunten onder andere: de procesbegeleiding beoordeling waterkeringen, de visie op de regionale keringen, de basiseisen zorgplicht waterkeringen, het landelijk draaiboek beoordeling primaire waterkeringen en een communicatieplan. Daarna was er een thema sessie waarbij ik koos voor een discussie over het plan Spaargaren. We publiceerden daar eerder over.

Het verbaast mij keer op keer dat men net doet of het plan van sluizen in de Nieuwe Waterweg iets nieuws is. Reeds in de jaren zestig werd er al geschreven over het stoppen van het zoetwaterlek (800 kubieke meters per seconde) in de Nieuwe Waterweg. Ik verwijs dan graag naar: “De waterhuishouding van Nederland” (een nota samengesteld door Rijkswaterstaat, uitgegeven door de Staatsuitgeverij in 1968) en naar: “De toekomstige drinkwatervoorziening van Nederland” (een rapport van de centrale commissie voor de drinkwatervoorziening 1965, uitgeven door de Staatsuitgeverij in 1967). Er is, zo blijkt, vaker niets nieuws onder de zon. Helaas wordt er veel gepraat in dit land en te zelden iets uitgevoerd. Doorschuiven is een politieke kwaal van alle tijden, waarna een nieuwe lading gekozenen zonder kennis van de geschiedenis weer ‘mooie’ verhalen vertellen zonder zich te verdiepen in onze geschiedenis of de onderwerpen waarover gepraat of besloten wordt. En zij zich daarna afvragen waarom de bevolking geen vertrouwen meer in hen heeft. 

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER- 61

 

| 08-10-2016 | 10.00 uur |


 


OVER WATER – 61

 

Klimaat Actieve Stedenband Twente

best dag enschede 02Deze week heb ik het aardige boekwerkje KAS stromen gelezen met tal van voorbeelden hoe de steden Almelo, Hengelo en Enschede in Twente hun waterproblemen omvormen tot uitdagende waterkansen.

  • Een zandwinplas voor koude winning in de zomer
  • Waterprojecten die de leefbaarheid van een dorp verbeteren
  • Een waterboulevard als opmaat naar duurzame initiatieven en een circulaire economie
  • Scheiding van afval- en hemelwater
  • Een wijk als proeftuin
  • Een app tegen wateroverlast om beelden en feiten makkelijk te melden
  • Overkluisde beken weer aan de oppervlakte brengen
  • Van kleur verschietende stadsdaken (van rood naar groen)

4 oktober
Vergadering van het DB met als agendapunten onder andere: de samenwerkingsovereenkomst Vitaal Leisure Landschap Hart van Brabant, partiële herziening algemene regels grondwaterwater en de beleidsregel agrarische beregening uit grondwater bij schaarste, ontwerp projectplan Rillaersebaan Goirle. In de middag portefeuilleoverleggen over een wijkinitiatief in Dongen (omlegging Donge) en over het komende bestuurlijk overleg met de gemeente Gilze en Rijen.

6 oktober
Het jubileumcongres 10 jaar Bouw & Infra Park te Harderwijk. Na de opening en een verhaal van de fietsende wethoudster Christianne van der Wal (economische zaken van de gemeente Harderwijk) over de schier onbegrensde mogelijkheden van Harderwijk, was Prof. Dr Tobias Just aan de beurt over stadsontwikkeling. Hij begon in Duits. Maar werd er al snel aan herinnerd dat een accent was toegestaan, maar Nederlands de bedoeling was. Wat volgde was een complete conférence over Nederlanders en Duitsers en hun gewoonten. Degenen die mij kennen weten dat ik erfelijk belast ben met een zekere terughoudendheid als het Duitsers en hun land betreft. Maar deze ‘Duitser’ wist zelfs bij mij warme gevoelens en een lach te kweken. Groot was dan ook mijn opluchting dat het een als Duitser vermomde Nederlander betrof met een prachtige amusante voorstelling. Een prachtige start van een congres.

Daarna was het de beurt aan Joost Nicasie van Areaal Advies met een andere kijk op leegstand en hoe deze aan te pakken, met mooie voorbeelden van hoe verpauperde panden te revitaliseren.

Jan Willem van de Groep was de volgende spreker over de veranderingen en uitdagingen waar de bouwsector voor staat. In zijn ogen: droge voeten, leefklimaat, welvaart, gezondheid en samenleving. Maar vooral goedkoper en beter bouwen. Als sprekend voorbeeld vergeleek hij de ‘kwaliteiten’ van een voordeur met die van een koelkast. Van vele malen duurder tochtgat tot een makkelijk lopende luchtdicht afsluitende lichtgewicht. Hoe betrekken we de ‘Siemensen’ van deze wereld bij de hoognodige innovaties in de bouw?

De middag werd afgesloten door de dagvoorzitter Peter Reijers met een onderhoudend en humoristisch betoog over communicatie en dan vooral gefocust op de verschillen tussen mannen en vrouwen.

In de avond de fractie vergadering van Ons Water/West-Brabant Waterbreed.  

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 49

 

| 16-07-2016 | 12.30 uur |


 


OVER WATER – 49 

 

12 juli
stuwEen bijeenkomst met het voltallige college van Breda over waterzaken, zoals de discussienota’s Zoete Delta en het Bredaas waterkompas en de plannen voor het voormalig CSM-terrein, Corbion en Emer-zuid. In het gesprek heb ik de leden van het college van B&W onder andere gewezen op de watergerelateerde mogelijkheden, die hun rijke cultuurbezit en de vestingrelicten van Breda bieden en op de kansen voor Breda voortkomend uit de provinciale plannen ten aanzien van de Zuiderwaterlinie.

Later op de middag een gesprek met twee ambtenaren van Rijkswaterstaat over het project A27 Houten-Hooipolder.

13 juli
In de morgen een presentatie van Victor Witter over de dijkverbeteringen van 1953 tot heden.

Aan het begin van de avond een coalitieoverleg over de agendapunten van het AB. Daarna het AB met als hoogtepunt de Kadernota 2017 – 2020. De schriftelijke inbreng in van de fractie Ons Water/Waterbreed was:

De fractie Ons Water / Waterbreed heeft de Kadernota 2017-2026 met genoegen gelezen en bediscussieerd. We willen het DB en de organisatie bedanken voor hun inzet en betrokkenheid die hebben geleid tot een goed leesbaar document van hoge kwaliteit. Het voeren van ‘Koersvast en financieel bestendig’ beleid wordt door onze fractie ten volle onderschreven. We kijken met een positief gevoel terug op de rol die we als AB ‘aan de voorkant’ hebben kunnen vervullen. Onze inbreng tijdens de beeldvormende en oordeelvormende sessies zien we terug in de Kadernota. Daarmee vormt deze Kadernota een goed voorbeeld van de manier waarop het AB proactief en op hoofdlijnen sturing kan geven.

Financieel bestendig
In de algemene beschouwingen van 2014 en 2015 heeft onze fractie nadrukkelijk aandacht gevraagd voor duurzaam financieel beleid. Het doet ons dan ook deugd dat dit een belangrijk onderdeel vormt van de Kadernota 2017-2026. We zetten hiermee een belangrijke stap in de zoektocht naar evenwicht in het spanningsveld tussen Opgaven – Schulden – Tarieven.

Tarieven
De geschetste ontwikkeling van de tarieven is aanvaardbaar en pakt voor de meeste voorbeeldaanslagen gunstiger uit dan in de vorige Kadernota. Het is een goede keuze de nog niet gereserveerde incidentele baten in te zetten om de tarieven op een aanvaardbaar niveau te houden.

Schulden
De groei van de schuldpositie wordt ten opzichte van voorgaande jaren getemperd. Van de onderzochte varianten komt het verhogen van de activeringsgrens in combinatie met het naar de exploitatie brengen van de bouwrente als beste uit de bus. Onze fractie kan instemmen met de voorkeursvariant. We vragen wel opnieuw aandacht voor de absolute schuldpositie, naast het algemeen geaccepteerde kengetal netto schuldquote.

Opgaven
De fractie Ons Water / Waterbreed wil geen concessies doen aan de wijze waarop ons waterschap haar kerntaken vervult. Veiligheid heeft de hoogste prioriteit en het bestaande niveau voor het watersysteem, de zuiveringstaak en de dienstverlening wordt gehandhaafd. Het investeringsvolume is niet neerwaarts aangepast en daar kunnen wij mee instemmen. Mogelijk moeten wel scherpe keuzes gemaakt worden over welke investeringen we prioriteit geven om ons beleid daadwerkelijk koersvast te kunnen noemen.

Koersvast
Ons Water / Waterbreed is voorstander van het voortzetten van het beleid zoals dat is opgenomen in het bestuursakkoord en het Waterbeheerplan 2016-2021. We zijn goed op weg, maar er moet ook nog veel gebeuren. Het AB heeft een aantal aandachtspunten meegegeven die in de Kadernota zijn verwerkt. Onze fractie merkt daarover het volgende op.

Waterkwaliteit
Om de waterkwaliteit verder te verbeteren, vragen we het DB eerst intern te kijken en te onderzoeken of verbeteringen aan de RWZI’s mogelijk zijn. De werking van onze zuiveringen is vaak nog gebaseerd op traditionele technieken die al decennia in gebruik zijn. Het toepassen van nieuwe technieken, zoals het Fuzzy Filter, kan een belangrijke bijdrage leveren aan de waterkwaliteit. De drie RWZI’s die nu worden aangepakt zijn een goede eerste stap. De waterkwaliteit wordt ook beïnvloed door het doen en laten van anderen. We vragen het DB richting deze partijen als volgt te handelen: de koplopers worden gehuldigd (bonus), het peloton wordt gemotiveerd (stimulerende middelen) en de gelosten worden uit de koers gehaald (handhaving).

Medicijnresten
Die stimulerende middelen mogen uiteraard niet in het oppervlaktewater terecht komen. Naar verwachting groeit het probleem van medicijnresten en we ondersteunen de proactieve en actieve houding die in de Kadernota wordt voorgesteld. De inzet van ons waterschap moet wel zijn dat de kosten gedragen worden door de degene die het probleem veroorzaakt: ‘de vervuiler betaalt’.

Beregeningsbeleid
Het beregeningsbeleid staat op hoofdlijnen vast. Waar de betrokkenen vragen om maatwerk, moet ons waterschap bereid zijn dat te leveren. Het mag in het algemeen niet zo zijn dat ondernemers door regelgeving belemmerd worden in hun bedrijfsvoering, als deze regelgeving op dat moment en op die locatie geen bijdrage levert aan nagestreefde doelen. We roepen het DB op het overleg met gebiedspartijen over het beregeningsbeleid voort te zetten en maatwerk te leveren waar dat kan.

Impact klimaatverandering
zware regenOnze grootste zorg is de klimaatverandering en de gevolgen die dit heeft voor ons waterschap. We zijn er als waterschap voor verantwoordelijk dat de risico’s op wateroverlast beperkt blijven, volgens de regels die in de provinciale verordening en in de peilbesluiten zijn vastgelegd. De stelling dat onze verwachtingen gebaseerd zijn op een actueel scenario, lijkt te worden ingehaald door de werkelijkheid. In 2015 is op diverse plaatsen in ons werkgebied grote schade ontstaan door wateroverlast. De extreme neerslag medio juni 2016 is aan ons voorbij gegaan, maar in Oost-Brabant en Limburg is de gewasschade niet te overzien en dreigt faillissement voor gedreven agrarische ondernemers. Hoewel we nog steeds spreken over incidenten, doen deze extreme situaties zich steeds vaker en heftiger voor.  Wat kan ons waterschap doen om in te spelen op zware buien die in korte tijd veel neerslag geven? Het is een algemene denklijn dat we vanwege de hoge kosten het watersysteem niet in kunnen richten, zodanig dat het bestand is tegen deze extremen. Onze fractie wil niet direct deze denklijn ter discussie stellen, maar vraagt het DB wel om een nadere kwantitatieve onderbouwing hiervan.  Deze gegevens kunnen het DB en het AB ondersteunen bij het prioriteren van investeringen. Scherpe keuzes kunnen noodzakelijk zijn om ons watersysteem robuuster te maken. In de Kadernota wordt geraamd dat de netto lasten voor het watersysteem in 2017 en 2018 met 7%, respectievelijk 6% stijgen. Daarna vlakt de stijging sterk af naar gemiddeld 2% in de periode 2020-2026. Onze fractie vraagt zich af of dat wel voldoende is, gezien de grote uitdagingen waar we voor staan. We hebben vertrouwen in de watergebiedprogramma’s, waar samen met gebiedspartners wateropgaven gerealiseerd worden. We weten dat er gesprekken gevoerd worden met gebiedspartners, onder andere in de vorm van de sterk door ons bepleite huiskameroverleggen. De uitwerking van de vangst van deze bijeenkomsten tot concrete maatregelen in het veld mag niet lang op zich laten wachten. We roepen het DB op de kennis en ideeën van inwoners, agrariërs en gebiedspartijen actief te ontsluiten en in te zetten voor het robuuster maken van het watersysteem. Vaak kan met een beperkte financiële inzet tot een verbetering van het watersysteem gekomen worden. Die kansen mogen we niet laten liggen! Ook het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer kan een bijdrage leveren. We vragen het DB op korte termijn met de provincie en andere waterschappen tot afspraken te komen over extreme neerslagsituaties, die buiten de bestaand normen voor de aanpak van wateroverlast vallen. We worden hier als AB graag over geïnformeerd. Twee mogelijke maatregelen die schade door extreme neerslag kunnen beperken willen we met name noemen. Ten eerste het inzetten van vaak lager gelegen natuurgebieden voor het tijdelijk bergen van water. De inzet van natuurgebieden voor dit doel vermindert de economische schade en past in het streven naar multifunctioneel gebruik van gronden. Onze fractie roept het DB op deze maatregel waar mogelijk op te nemen in de watergebiedprogramma’s. Ten tweede kan in het maaibeleid een slag gemaakt worden, door dit in overleg met de grondeigenaren efficiënt en effectief uit te voeren. De afvoercapaciteit van watergangen moet jaarrond op orde zijn en het slootvuil moet op een goede manier verwerkt kunnen worden.

Tot slot
Onze fractie kan instemmen met de Kadernota 2017-2026. Dat betekent niet dat we achterover kunnen leunen. Ons mooie waterschapswerk vraagt voortdurend aandacht en is nooit klaar!”

Onze bijdrage aan het mondelinge debat was:

De fractie Ons Water / Waterbreed bespeurt in de algemene beschouwingen van onze collega fracties een grote mate van eensgezindheid. We waarderen het dat we er als bestuur, samen met onze medewerkers, de schouders onder willen zetten. In deze eerste termijn brengen we kort een aantal speerpunten naar voren.

Wateroverlast
Eén van onze kerntaken is voldoende water, niet te veel en niet te weinig, van goede kwaliteit. We hebben de afgelopen weken de rampzalige gevolgen van extreme neerslag in het zuidoosten van ons land kunnen zien. In ons werkgebied zijn we er relatief goed vanaf gekomen. Dit keer wel. De inspreker heeft ons laten zien dat ook in ons werkgebied niet iedereen droge voeten heeft. We weten inmiddels dat deze ‘incidenten’ regelmatig terug zullen keren en feitelijk geen incidenten meer zijn. U deelt onze zorg en werkt aan een strategie rond extreme neerslag. We horen graag van u wanneer u deze strategie met het AB kunt delen.

Kosten robuuster watersysteem
We hebben u gevraagd te kwantificeren wat het betekent het watersysteem robuuster te maken. Hierop hebben we in uw schriftelijke reactie nog geen antwoord mogen ontvangen. Dit is naar onze mening wel noodzakelijk, omdat we niet per se het uitgangspunt kiezen dat ‘aanpassen van het watersysteem onbetaalbaar is’. Op basis van feiten en cijfers willen we weloverwogen keuzes kunnen maken, om ook in de toekomst aan de normen te kunnen blijven voldoen.

Natuurgebieden als waterberging
Eén van de keuzes die we in ieder geval willen maken, is het multifunctioneel inzetten van gronden om schade door wateroverlast te beperken. Voor het bergen van water in natuurgebieden moet wat ons betreft het ‘ja, tenzij’ principe gelden. Dat betekent dat de natuurgronden, die de laagste economische waarde hebben, altijd worden ingezet voor waterberging als gronden met een andere functie, dat kan zijn stedelijk of agrarisch, daar profijt van hebben.

Maaibeleid
We zijn er van overtuigd dat in de werkzaamheden in het veld nog winst te behalen valt, om de afvoercapaciteit van het watersysteem te verbeteren. Er moet op tijd en goed gemaaid worden. Als de Flora en Faunawet een belemmering vormt om tijdig te maaien, moet een ontheffing aangevraagd worden. Uitstellen van werkzaamheden mag geen automatisme zijn, er moet per gebied maatwerk geleverd worden dat leidt tot het juiste evenwicht tussen de waterafvoerende functie van een watergang en de ecologische waarde. Ecologisch maaibeheer kan naar onze mening alleen worden toegepast als dat geen negatieve invloed heeft op de afvoercapaciteit. Daarbij moet niet alleen naar de theoretische normen worden gekeken, maar juist naar de praktische situatie. We roepen het DB op hierover in overleg te gaan met aanliggende grondeigenaren. Terecht merkt u op dat in het werkgebied veel kennis en ervaring voorhanden is, die benut moet worden.

Peilbesluiten
We merken in enkele gebieden dat de peilbesluiten niet meer aansluiten bij de praktijk. Dat wordt bijvoorbeeld in gebieden rond Sprang-Capelle / Waalwijk en Hoeven veroorzaakt door bodemdaling. We vragen het DB om een overzicht van de verschillende peilbesluiten met de datum waarop deze volgens planning herzien zullen worden. Daarnaast vragen we het DB om een quick-scan van de peilbesluiten om te bepalen of het voor bepaalde gebieden noodzakelijk is het herzien van de peilbesluiten naar voren te halen.

Waterkwaliteit
We hebben in de algemene beschouwingen onze zorg uitgesproken over de waterkwaliteit. Deze zorg lijkt door ons allen gedeeld te worden. Er zijn al veel inspanningen gepleegd en we zijn op de goede weg. Een tandje erbij mag, zowel binnen het waterschap als richting andere partijen, maar niet door extra wet- en regelgeving bovenop de nationale wetgeving. Terecht geeft u aan dat sprake moet zijn van een gelijk speelveld. We vragen het DB in te blijven zetten op het belonen van de voorlopers. Goed voorbeeld doet immers volgen en dat brengt de grote middengroep op een hoger niveau. Handhaving van bestaande wet- en regelgeving moet er voor zorgen dat de rotte appels uit de mand gehaald worden. De goeden mogen niet onder de kwaden leiden.

De fractie ging akkoord met de kadernota 2017 – 2020.

14 juli
In de morgen een fotosessie met het team Dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak

suikerunieIn de middag het symposium “Samen duurzaam vooruit” bij de Suikerunie in Stampersgat.

Met een keur van sprekers. Voor mij opvalt waren Marco Waas van Akzo-Nobel die voorbeelden liet zien dat landbouwproducten heel goed verwerkt kunnen worden in chemische producten. Dit leidde wel tot enige discussie over ‘voedsel’ in de chemie. Als of dat iets nieuws zou zijn. Al honderden jaren worden ‘voedsel producten’ als visolie, lijnzaadolie, sojaolie en zonnebloemolie gebruikt om verven van te maken. Ik vind het keer op keer bijzonder dat biobased wordt gebracht als iets nieuws. Vroeger waren alle verpakkingsmiddelen en kleding gemaakt van natuurproducten dus biobased. De economie was dus biobased. Zoals wel vaker, we geven het een nieuwe naam en we doen er ‘duur’ mee. Een andere opvallende spreker was voor mij Joris Baecke. Hij was degene die het belang van water benoemde. De opmerking die mij het meest aan het nadenken zette kwam van Taco Kingma van Friesland Campina. De gemiddelde leeftijd van boeren in de wereld zou, volgens hem, 56 jaar zijn. In Japan zelfs 65 jaar. Als dat werkelijk zo is, vind ik dat buitengewoon zorgelijk. Het boerenleven, het produceren van voedsel, moet wel aantrekkelijk blijven voor jongeren. 

In de avond een buurtbijeenkomst in Bergen op Zoom over de herinrichting van drie straten en de aandacht voor waterberging., waarbij getracht gaat worden bewoners te verleiden hun tuinen, die vanwege te vervangen leidingen overhoop gehaald worden, bij het opnieuw inrichten deze te vergroenen en minder te verharden.

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 34

 

| 26-03-2016 | 00.10 uur |


 


OVER WATER – 34

 

Risico’s regenwater
wadi
Afkoppelen van daken en andere verharde oppervlakken is nodig om beter en kosteneffectief om te kunnen gaan met de zwaardere buien die de afgelopen jaren in omvang en frequentie toenemen. Het is nodig om overstorten in oppervlaktewater en wateroverlast in lager gelegen delen van een bebouwde kom te voorkomen. Het is niet zo dat regenwater afkomstig van verharde delen volledig schoonwater is. Het is echter veel minder verontreinigd dan het water dat bij een overstort van het rioolsysteem in het oppervlaktewater terecht komt of het water dat bij een zware bui uit de riolen omhoog gekomen op straat blijft staan.

Regenwater van daken en wegen bevat echter wel zaken als fijnstof dat afkomstig is van bijvoorbeeld de uitlaten van auto’s. Het bevat ook tal van bacteriën afkomstig van honden- en vogelpoep. Ook bevat het lood uit de banden van auto’s of zink van goten en vangrails, alsmede PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) onder andere afkomstig van verbrandingsmotoren. Het is helder: afgekoppeld regenwater is niet van een kwaliteit om in te zwemmen of te spelen. Afkoppelen heeft een meerwaarde maar is niet risicovrij. Het is aan te bevelen om afgekoppeld regenwater bij voorkeur via een vaste voorziening zoals een wadi te infiltreren in de bodem of via een helofytenfilterachtige constructie in oppervlaktewater.

22 maart
Samen met DB collega Jacques van der Aa naar het PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) symposium geweest in het Provinciehuis in Den Bosch. Een heel informatieve bijeenkomst. Maar die ook laat zien dat er op het gebied van de beperking van de stikstofuitstoot (stikstofnitraat, stikstofnitriet, ammonia en stikstofoxiden) nog heel veel moet gebeuren en dat de druk om tot daden te komen hoog is. Op basis van de natuurbeschermingswetgeving is feitelijk in veel gebieden geen ontwikkeling van nieuwe economische activiteiten die leiden tot extra uitstoot meer mogelijk. De provincie erkende, bij monde van één van de presentatoren, dat door het (beperkt) toestaan van een aantal nieuwe activiteiten deze stikstofuitstoten een hypotheek wordt genomen op de toekomst. Vandaar dat een fors aantal maatregelen tussen nu en 2021 genomen moeten worden om de belasting/gevolgen van/op een aantal Natura 2000 gebieden terug te brengen. Voor het werkgebied van het waterschap Brabantse Delta zijn er ingrijpende maatregelen nodig voor de N 2000 gebieden Westelijke Langstraat en de Loonse en Drunense duinen (deels waterschap de Dommel). Ik kan als gebiedsportefeuillehouder mijn borst nat maken. Maar de maatregelen zijn nodig, omdat anders veel gebieden rond deze N 2000 gebieden in 2021 economisch op slot gaan.

immobilisaat

Foto: BAG B.V. te Susteren: aanleg fietspad Veldhoek- Ruurlo, website: http://www.bagbv.nl/

23 maart
Soms bezoek je een seminar waarbij je als gemeenteraadslid en als dagelijks bestuurder van een waterschap van de ene verbazing in de andere valt. Zo’n seminar was “van reststof naar bouwstof”.  Het seminar werd georganiseerd door Immobilisatie. De dagvoorzitster was Noortje Schrauwen die verbonden is aan Grondstofjutters, een organisatie waarbij de circulaire economie de leidraad is. Er waren vele interessante sprekers waaronder Chris Schuurbiers van de Inspectie Leefomgeving en Transport en Jurgen Lutterman van SGS Intron, de certificeerder.

Immobilisaten hebben mijn belangstelling, omdat zij rest-/afvalstoffen bevatten die door immobilisatie uiteindelijk weer middels constructies in het milieu worden gebracht. Op basis van de presentaties van deze twee heren kwam ik tot de conclusie dat het fabricageproces en de immobilisaten als producten duurzaam en milieutechnisch verantwoord tot stand komen. Wetgeving en de certificering lijken afdoende om in hoge mate erop te kunnen vertrouwen dat het in de bouw toe te passen product betrouwbaar tot stand komt.

Toepassing lijkt een geheel ander verhaal. De Inspectie Leefomgeving en Transport controleert en handhaaft tot en met de totstandkoming van het immobilisaat. De controle en handhaving daarna is aan het betreffende bevoegd gezag (gemeenten en waterschappen). Op mijn vraag hoe de overdracht van de handhaving van de Inspectie Leefomgeving en Transport naar de gemeenten of de waterschappen geregeld was of plaatsvond kwam van Chris Schuurbiers met het verbijsterende antwoord: niet! Overdracht van de handhaving was niet geregeld en het vond ook niet plaats. Let wel: we hebben het over producten die tot 25 % ernstig verontreinigd afval kunnen bevatten. Als het immobilisaat als product bereid is, is het formeel geen afval meer maar bouwstof! In de zaal waren een fors aantal handhavers, in dienst van de omgevingsdiensten (van Groningen tot Zeeland, inclusief West-Brabant) aanwezig. Zij bevestigden deze feiten.

De presentatie van Chris Schuurbiers bevatte een aantal voorbeelden van wat er bij de toepassing van de immobilisaten milieutechnisch fout kon gaan. Als uitgehard product zijn de toepassingen milieutechnisch verantwoord. Maar soms liggen de vers gestorte immobilisaten dagen onafgedekt uit te harden. In net aangebrachte en nog niet uitgeharde toestand lijkt het materiaal dan op gewone grond die voor kinderen uitnodigend kan zijn om op of in te spelen. Omdat bij de uitharding soms grote hoeveelheden water worden gebruikt kan dit, zolang het materiaal niet is uitgehard, uittreden waarbij uitgeloogde verontreinigingen in het riool of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Handhaving is hier nodig, maar dan moet een gemeente of een waterschap wel weten waar dergelijk materiaal wordt gebruikt. Nu wordt het gebruikt (circa 600.000 ton per jaar oplopend tot 1.000.000 ton in 2020) in tal van toepassingen (wegen, fietspaden, funderingen, parkeerplaatsen, vloeistofdichte vloeren, sportvelden, keerwanden, kades enz.). Ook vind er geen registratie plaats waar dergelijke materialen zijn gebruikt. Dit terwijl de totale branche (zes gecertificeerde bedrijven) zegt dat graag te willen. Hier ligt een taak voor de landelijke overheid dit te regelen.

Over de kansen daartoe hielp handhaver Chris Schuurbiers ze snel uit de droom. ‘Ze vinden in politiek Den Haag dat de milieuwetgeving af is met de omgevingswet’, was zijn reactie. De politiek wil ook geen lastenverzwaring voor het bedrijfsleven. Curieus was dat de zes bedrijven waar het over ging het zelf wel willen. Registratie waar welk immobilisaat is gebruikt, is om in de toekomst, als het door aannemers tot stand gebrachte product aan het eind van zijn levensfase is gekomen, dit product verantwoord te kunnen slopen en her te gebruiken. Dat is pas een werkelijke invulling van een duurzame circulaire economie.

Misschien is het goed als gemeenten en waterschappen, dus Unie en VNG in Den Haag, gaan bepleiten dat registratie van wat eens risicovolle afvalstoffen waren, ook als toegepast immobilisaat noodzakelijk en bedrijfseconomisch verantwoord is.

Veel informatie over immobilisaten is te vinden op de website van Immobilisatie.  

In de avond de Algemeen Bestuursvergadering met agendapunten als de geactualiseerde communicatievisie, het projectplan en peilwijziging natte natuurparel lage Vuchtpolder en een uitvoeringskrediet voor het project Cruislandse Kreken fase 2.

24 maart
In de middag een vergadering van de bestuurlijke stuurgroep dijkversterking 14A Geertruidenberg en Amertak met onder andere de wethouders van de gemeenten Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout en vertegenwoordigers van Rijkswaterstaat en de provincie.

Louis van der Kallen     

 


OVER WATER – 32

 

| 12-03-2016 | 01.00 uur |


 


OVER WATER – 32

 

9 maart
Een thema AB over over (burger)participatie. Het thema begon met een inspirerend Youtube filmpje, gemaakt in opdracht van het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden door Jan Willem Zeelenberg. Waarom doen we het? Wat verwachten we er van? Hoe willen we het vormgeven? Het is moeilijker dan menigeen denkt. Een begin van de antwoorden is voor mij gelegen in: het is onvermijdelijk, we hebben elkaar nodig, we hebben dezelfde belangen (veiligheid, schoon water), we versterken ermee de betrokkenheid en vergroten het draagvlak voor de invulling van onze taken. We moeten wel beseffen dat we dan ook oog moeten hebben voor de belangen van de deelnemers en niet alleen voor onze taken en wat dat kost. Mijn ervaringen tot nu toe met participatie van burgers en overheden is niet zonder drempels. Het principe van Rutte 1 was: “Je gaat er over of niet”, terug naar je kerntaken. Nu zouden we met (burger)participatie in ons achterhoofd moeten gaan voor ‘grensontkennend samenwerken’. Kortom we moeten bereid zijn ons bijna overal mee te bemoeien. Een hele overgang. Dat wordt het zeker als je onze Commissaris van de Koning zou moeten volgen met zijn term “eigenschaligheid”. Werk dat maar eens uit als het over dijkverbeteringen gaat. Maar we schijnen er niet aan te ontkomen. We moeten in gesprek met burgers en andere overheden. Zeker als ze ons benaderen met voorstellen over zaken die (mede) gaan over water. Mij past het wel want ik ga graag in gesprek met burgers.

vispas2016_NEWWe konden ons verdiepen op vijf mogelijke participatie onderwerpen: bioplastic uit afvalwater, beheer en onderhoud door derden, vluchtelingen en het waterschap, wateroverlast in stad en platteland en overheidsparticipatie. Ieder kon deelnemen in twee rondes bij twee onderwerpen. Ik koos als eerste onderwerp voor ‘vluchtelingen en het waterschap’. De collega’s die ook voor dat onderwerp kozen waren deels te verwachten: afkomstig uit de PvdA fractie, de fractie van Water Natuurlijk, een FNV’er uit bedrijfgebouwd, een agrariër en ondergetekende. We zagen kansen voor vluchtelingen om iets op te steken en voor ons om meer te leren over culturen en samenlevingen die meer gericht zijn op waterschaarste dan de onze. Mijn stelling in de discussie was: “in iedere auto van een beverrattenbestrijder is een stoel vrij.” Als het gaat om de regels, want vluchtelingen mogen haast niks zolang ze geen status hebben, was het gevoelen dat, zoals de sommige pastoors het soms zeggen, het makkelijker is om vergeving te vragen dan om toestemming. Onze regels zijn soms absurd. Ik schreef eerder over op mijn facebook pagina over het verhaal van een vluchteling, die vanuit het kamp Heumensoord graag met een hengel aan de Waalkade zit en bij gebrek aan iets anders probeert de gang van zaken in de stad te doorgronden. Hij doet iets wat niet mag. Vissen zonder vergunning! Niet omdat hij geen vergunning zou willen hebben, hij is er zelfs om geweest, maar om een vergunning te halen moet je niet alleen geld hebben, maar ook een burgerservicenummer. Hij heeft alleen een V-nummer en daarmee kan je geen visvergunning aanvragen, ook al heb je het geld bij elkaar gekregen. Welkom in Nederland! Dus als er bij het waterschap vluchtelingen een voor hen zinvolle dagbesteding kunnen vinden zijn ze welkom ook als we de regels iets moeten buigen. Mijn hele discussie groep was het daarmee eens.

Voor de tweede ronde sloot ik aan bij het onderwerp; bioplastic uit afvalwater. Niet zo gek voor iemand die tientallen jaren werkzaam is geweest in de R&D op een kunstharsfabriek. Mijn conclusie was dat we nog een lange weg te gaan hebben. Een kilo bioplastic uit afvalwater maken levert nog geen levensvatbaar productieproces op. Noch is het helder dat je een product hebt dat te verwerken is tot een verkoopbaar eindproduct. Hier zal in kennis, durf  en geld geïnvesteerd moeten worden. Maar de vraag is dan hoe en door wie? Mijn uitgangspunt: Heb lef!

10 maart
De gehele dag een symposium bijgewoond over “onbegrensde samenwerking” georganiseerd door het Water Governance Centre. Een leerzame bijeenkomst die bijgewoond werd door 130 overwegend grijze mannen en wat vrouwen en welgeteld 2 studenten. Een verhouding die het ergste doet vrezen voor de toekomst. Ik woonde 3 werkbijeenkomsten bij: “sociale innovatie”, “partnerschap in de regio” en “institutioneel is elke samenwerking mogelijk, het ontbreekt aan lef”.

Zelf heb ik het meest genoten van Stefan Kuks (watergraaf van het waterschap Vechtstromen en bijzonder hoogleraar innovatie aan de TU Twente). Hij maakte helder dat de tijd van de Trias Politica ver achter ons ligt. In zijn benadering is er zeker sprake van zeven machten in het politiek systeem. Hij vulde de Trias (de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechtelijke macht) aan met de macht van de ambtenaren, de macht van de lobbyisten, de macht van de adviseurs en de macht van de media. In zijn verhaal gaf hij mij ook een verklaring voor de uitslag die ik boekte bij de waterschapsverkiezing in Bergen op Zoom (37,7 %). In gemeenteraadstermen 13 zetels. De kiezer kiest bij waterschapsverkiezingen niet voor liberale, christen democratische of socialistische dijken, maar voor deskundigheid was zijn stelling. Daarom is verklaarbaar waarom (als de uitslag van de waterschapsverkiezing vergeleken wordt met die van de Staten die op dezelfde dag gehouden werden) zelfs circa 800 Bergse VVD stemmers bij de waterschapsverkiezing, ondanks dat ze ook op de VVD konden stemmen, op Ons Water, mijn waterpartij, stemden. Die kiezers gaven volgens Kuks het signaal dat zij geen behoefte hebben aan een verpolitiekt waterschap, maar kiezen voor een waterschap dat bestuurd wordt door experts, zoals dat honderden jaren het gebruik was. Nu is het aan de landsregering om het onzalige besluit van het lijstenstelsel bij de waterschapsverkiezing, en daarmee de deur open zette voor de politiek in de waterschapswereld, terug te draaien.

Bij het afscheid kreeg ik het boekje “Building blocks for good water governance” uitgereikt.
Voor de komende weken weer wat leesvoer.

Louis van der Kallen     

 


OVER WATER – 31

 

| 05-03-2016 | 09.20 uur |


 


OVER WATER – 31

 

1 maart
‘s Morgens de DB vergadering met als eerste agendapunt een presentatie door Harry ter Braak van WagenaarHoes over de strategische heroriëntatie van Aquon, een samenwerkingsverband van negen waterschappen voor water gerelateerd onderzoek en advisering. De resultaten waren de afgelopen jaren niet wat van de samenwerking mocht worden verwacht. Er blijkt een toekomst! Er kunnen zaken beter en er hadden zaken vanaf de start beter gekund. Als ik even de pet opzet van raadslid van de gemeente Bergen op Zoom denk ik: laten we maar snel een dergelijk onderzoek ook doen naar de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. Daar lopen nu de verliezen de spuigaten uit en ik sluit niet uit dat daar dezelfde soort zaken beter kunnen als nu geconstateerd word bij start van Aquon. Ook daar zou het misschien dienstig zijn om als deelnemende organisatie de rol van eigenaar en gebruiker van elkaar los te koppelen.

regen2Andere onderwerpen waren onder andere: duurzame vergisting, de natte natuurparel Lage Vuchtpolder, de actualisatie van de communicatievisie en ook de aanpak van wateroverlast. Voor mij was er ook een leerpunt bij die stukken. Het KNMI maakt zelfs een weersverwachting voor het komende voorjaar! De kans op een natter dan normaal voorjaar wordt op zo’n 70 % geschat en dat is allemaal te danken aan de zeer sterke El Niño van 2015/2016 die eind november heeft gepiekt.

In de avond een bijeenkomst van de werkgroep bestuurlijke vernieuwing waarin vooral de bijeenkomst met de fractievoorzitters op 16 maart werd voorbereid, de eerste BOB discussie op 17 februari werd geëvalueerd en gediscussieerd werd over hoe het onderwerp besturen op hoofdlijnen aan te pakken.

Deze week heb ik ook het boek “Bouwen aan de delta” gelezen, waarin alle inzendingen voor de Prof. Dr. Ir. J.F. Agemaprijs 2015 werden toegelicht. Een lezenswaardig inspirerend boek. Met mooie voorbeelden hoe er op tal van plekken in vooral Nederland, maar ook in de rest van de wereld door Nederlanders en Nederlandse bedrijven gewerkt wordt aan vaak multifunctionele waterbouwkundige werken.

Louis van der Kallen     

 


OVER WATER – 9

 

| 05-09-2015 | 10:30 uur |


 

De tweede helft van juli en een groot deel van augustus is bij het waterschap het zomerreces. Bestuurlijk is dat een rustige tijd. Buiten een enkele bijeenkomst over de Overdiepse Polder is er bestuurlijk dan weinig te doen. Voor mij de tijd om vooral met stukken lezen de achterstand in te halen. 

25 augustus
De eerste DB vergadering na het reces. Deze stond in het tekenen van de kadernota (de voorbereiding van de begroting voor 2016 en het vormgeven van de in het bestuursakkoord geformuleerde doelstellingen). Hierbij is het belangrijk de tariefstijgingen te beperken en tegelijkertijd te komen tot een meer duurzaam financiële toekomst (beperken schuldenlast). Door de grote noodzakelijke en wettelijke investeringen om zowel de KRW als de dijkverbeteringen te realiseren is de druk op de tarieven en de toename van de schulden een continue punt van zorg en aandacht. Na het DB, een overleg over de projecten in de gemeente Oosterhout en een overleg over de aanpak van de dijkverbeteringen en alternatieven rond Geertruidenberg en de Amertak.

27 augustus
De gehele dag een masterclass over de nieuwe normering van de waterveiligheid te Utrecht bijgewoond georganiseerd door de STOWA en Rijkswaterstaat. Met lezingen van: Matthijs Kok van het HKV Lijn in Water (advies/onderzoek bureau), Annemiek Roeling- Fauvel van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Leontien Barends van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard  en van Erik Kraaij van het hoogwaterbeschermingsprogramma. Na een lange dag van lezingen en discussies toog ik naar huis met een heus bewijs dat ik aan de masterclass had deelgenomen. Ondertekend door de directeur van de STOWA en door de directeur Veiligheid en watergebruik RWS-Water, Verkeer en Leefomgeving. Ik ben deze dag weer een stuk wijzer geworden als het gaat over de nieuwe veiligheidsnormen en als het gaat over de bescherming tegen hoog water. Ik kan de masterclass aan de collega’s zeker aanbevelen.

Wierickerschans-na-verbouwing

Wierickerschans

28 augustus
Het PAL symposium bijgewoond, georganiseerd door de Zuid-Hollandse Provinciale Adviescommissie voor de Leefomgevingskwaliteit. Dit keer stond het Groene Hart centraal. Het werd gehouden in het Fort Wierickerschans nabij Bodegraven. Het fort en de omgeving zijn al een bezoek waard. Er waren een viertal sprekers. Paul Langeweg (vereniging Deltametropool), Nico Pieterse (Planbureau voor de Leefomgeving), Chris Kalden (Stichting Groene Hart en Jan Zeeman van Zeeman textiel en Landal Greenparks Reeuwijkse Plassen.

Als waterschapsbestuurder en als gemeenteraadslid bezoek ik vaak dit soort symposia om te leren van de goede voorbeelden en denkwerelden van anderen. Ook van wat er gebeurt met en in het Groene Hart kan leerzaam zijn voor mijn functioneren als waterschapsbestuurder. Het meest leerzaam vond ik de lezing van Nico Pieterse, die inging op de bodemdaling in het Groene Hart, voor een belangrijk deel veroorzaakt door het waterbeheer (het eeuwenlang zorgen voor voldoende droge voeten). Pakweg de afgelopen duizend jaar is de bodem in delen van het Groene Hart met circa 5 meter gedaald. Voor de komende 35 jaar is de verwachting tot 90 centimeter (0,25 tot 3 centimeter per jaar). Dat leidde de afgelopen jaren tot stevige wateroverlast. Bijvoorbeeld in het dorp Kockengen waar de bodemdaling 3 á 4 centimeter per jaar is. Op termijn een haast onmogelijke opgave voor de waterschappen.

Zijn lezing was voornamelijk gebaseerd op het rapport “Het Groene Hart in Beeld” van het Planbureau voor de Leefomgeving waar Nico Pieterse een medeauteur van is. Wat op mij de meeste indruk maakte was de stijging van de kosten voor het beheer van het gebied veroorzaakt door de bodemdaling. De kosten voor: het verpompen, de stuwen, de nutsvoorzieningen, de keringen, de wegen, de huizen en rioleringen stijgen fors. Maar ook en vooral de kosten van de uitstoot van CO2, als deze in geld uitgedrukt zouden worden, zijn fors (tot € 28.000 per hectare tot het jaar 2100). Wat mij opviel in het debat over de toekomst van het gebied was dat niemand inging op de stijgende kosten. In mijn ogen maken die stijgende kosten het haast onmogelijk maken om als melkveebedrijf daar te blijven functioneren op een wijze die nu het landschap zo aantrekkelijk maakt. Kernopgave voor het gebied zal moeten worden het stoppen van de bodemdaling. Als dat niet gebeurt, is al het gepraat over de toekomst in termen van behoud van wat er is voor de (politieke) bühne. Dan zal blijken: na mij de zondvloed.

Soms is het ook lachen op z’n bijeenkomst. De ondernemer Jan Zeeman liet in een lezing, doorspekt met humor, zien wat zijn gedachten waren voor het gebied en het ondernemerschap in het algemeen. Als goede bijbelvaste protestant gaf hij het voorbeeld: Hij ‘kleedde de naakte, zij het tegen een kleine vergoeding’. Ook in het Groene Hart viel voor de ondernemer ook in de toekomst geld te verdienen! 

30 augustus
Vandaag naar de open dag geweest van het waterschap en naar de filmpremière van “Het water en de stad” een film van Marijke van der Putten. De film vertelde uitermate vriendelijk de geschiedenis van Breda en het water (de Mark). Het had van mij wel wat kritischer gemogen. De Heren van Breda en hun rechtsopvolgers, de vroede vaderen, waren tot voor kort niet zo betrokken bij de Mark en de kwaliteiten van haar wateren. Noch waren ze van het meebetalen aan het bevaarbaar houden van de Mark of het verdedigen tegen het water dat soms vanuit zee de stad bedreigde. Maar de film is zeker het bekijken waard.

Bij het verlaten van het terrein werd ik vriendelijk uitgezwaaid door een jongedame, met een glimlach van oor tot oor, die me vroeg of ik wel wist dat er nog een open dag aan zat te komen. Ik antwoordde dat ik als portefeuillehouder van de Overdiepse Polder zeker wist dat er op 12 september daar een open dag was. Ze kleurde een beetje rood en de man van de beveiliging moest er ook om lachen. Ingehuurd of niet ze zette zich met enthousiasme in voor haar taak. 

Louis van der Kallen

 


VRAGEN OECD STUDIE – 0049

 


 

Bergen op Zoom, 1 juni 2014

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft: Vragen OECD studie, kenmerk 0049

 

Geacht Dagelijks Bestuur,

Recent is verschenen de OECD studie “Water Governance in the Netherlands, Fit for the future.  In deze brief zal steeds naar aanleiding van een aantal citaten uit dat rapport een aantal vragen/overwegingen door de fractie Ons Water/Waterbreed onder uw aandacht gebracht worden.

Bewustwording

Pagina 68
Raising awareness about flood risks seeks to influence behavior in various ways and can take a number of forms. The focus on emergency preparedness in the multi-layer safety approach can make an important contribution, as emergency simulations both raise awareness and identify potential gaps for improvement.”

Pagina 69
“In general, the property market does not currently reflect flood risks (e.g. via differentiated property prices reflecting various levels of exposure to flood risk), nor are property owners or renters systematically informed about flood risk in the course of property transactions, as is common practice in some other OECD countries. In addition to current efforts to raise awareness (e.g. information provision and awareness-raising campaigns) of flood risk, the government could put in place policy instruments that systematically inform citizens about the flood risk they face and thereby influence their decisions related to exposure and vulnerability.”

Pagina 129
“The private sector can also contribute to better water governance if it is aware of where its responsibilities begin and end. New governance approaches should aim to increase citizens awareness about water management and empower to carry out their responsibilities in this field.”

Pagina 150
A mechanism to provide for informed public debate about the acceptable level of flood risk could be established. It could serve multiple purposes, including raising public awareness of flood risk, solidifying the willingness to pay for current and future flood protection to achieve high levels of safety in recognition of the associated costs, and reinforcing the social contract to commit to a safe Netherlands today and in the future that can secure steady financial flows for flood protection.”

Bovenstaande citaten laten zien dat volgens de opstellers van het rapport het bewustzijn van de risico’s van overstromingen bij inwoners van ons land te gering is.

Het rapport beveelt nadrukkelijk aan onze inwoners meer bewust te maken van de risico’s van overstroming. Het bevreemdt ons dan ook dat de titel van het waterschapsnieuws (uitgave mei 2014) was: “We voelen ons veilig in Nederland, dat kunnen we samen zo houden”.

Een dergelijke titel past naar de opvatting van de fractie Ons Water/Waterbreed niet in een aanpak gericht op verhoging van het bewust zijn van onze ingezetenen ten aanzien van de risico’s van overstromingen. Wat zijn de plannen van uw DB om dat bewustzijn te verbeteren?

Bescherming wateroverlast/Ruimtelijke Ordening

Pagina 21
“As a consequence, ongoing spatial development, at times in highly unfavourable locations from a water management perspective, increases exposure to flood risk, leading to the escalation of costs of water management, today and in the future.”

Pagina 22
“As mentioned above, those who create liabilities (e.g. building in flood-prone areas or polluting freshwater) do not pay the costs associated with their actions (additional costs for protection against flood).”

Pagina 80
“Long-term scenarios for protection from sea level rise. Some experts have already questioned the economic sustainability of the prevailing policies if sea levels rise above a certain threshold. The costs may become prohibitive and alternative options may be considered. Does it make sence to aggregate population and assets in the Randstad? Or could other, less vulnerable locations be considered for some people and/or activities?”

Pagina 109
“Regional water authorities have no competence to stop harmful developments or to encourage municipalities to take adequate measures to safeguard water interests. The responsibility for financing measures aimed at reducing water nuisance and flooding in such cases is also unclear.”

Pagina 112
“Problems still arise with integrated project procedures, especially in cases where spatial planning an water goals clash.”

Pagina 113
“Integrated projects can be hindered by the mismatch between long-term safety goals, short-term economic profits, and development and land-use goals.”

Pagina 152
“Currently, there is an absence of incentives to change the trend of increasing exposure to flood risk. The trend of increasing exposure to flood risk is driven by on going spatial development, at times in highly unfavourable locations, from a water management perspective. This leads to the escalation of costs, today and in the future.”

Pagina 153
“The distribution of the costs and benefits of spatial development perpetuates the ‘snowball’ effect, driving up the long-term cost of water management. Once spatial development has taken place, path dependency restricts the available risk management options, as alternatives to risk prevention become increasingly less feasible, either economically or politically.”

Pagina 155
“decisions about spatial development have direct consequences for water and flood management and the associated cost. At present, residential and commercial development continue to expand their claims to public space in low-lying areas. These spatial developments are among the key cost drivers for water management, locking in futere financial liabilities.”

Pagina 163
“As an instrument to assess the impact on water management of spatial development, the Water Assessment could be strengthened and made more effective in influencing spatial development decisions.

Bovenstaande citaten laten zien dat volgens de opstellers van het rapport de invloed van de waterschappen bij de ruimtelijke planvoorbereiding en ruimtelijke beslissingen volstrekt onvoldoende is c.q. onvoldoende geborgd is in bevoegdheden om tot goede integrale ruimtelijke beslissingen te komen. De waterbelangen worden bij tal van ruimtelijke beslissingen en plannen, naar de opvatting van de opstellers van het rapport, onvoldoende tot hun recht gebracht.

De fractie van Ons Water/Waterbreed herkent zich in hoge mate in deze waarneming, door onafhankelijke buitenlandse deskundigen. Wat is uw DB van plan, eventueel in Unie verband, om deze zienswijze op de landelijke politieke agenda te krijgen?

Verantwoording/financiering

Pagina 24
“Provide and oversee a harmonised accounting of expenditure for water management across water management functions in order to improve transparency in tracking water management expenditures and cost recovery. An independent review, commissioned by and reporting to ministers, could help shed light on relative and absolute effeciency, accountability and oversight for the full breadth of water services.”

Pagina 43
“Performance targets could be defined and monitored by a third party to make sure opportunities in both areas (afvalwater verzamelen en zuiveren) are fully exploited.”

Pagina 109
“Regional water authorities have no competence to stop harmful developments or to encourage municipalities to take adequate measures to safeguard water interests. The responsibility for financing measures aimed at reducing water nuisance and flooding in such cases is also unclear.”

Pagina 113
“Thus far, the management of trade-offs between water, spatial planning, coastal defence, urban development, nature conservation, tourism and recreation has been largely relying on a project-based approach.”

Pagina 113
Planning systems should also incorporate information about water costs and risks inherent to different proposals and projects. Specifically, parts of the costs imposed by land-use decisions should accrue to the decision-making agency as well as to the land users.”

Pagina 155
“decisions about spatial development have direct consequences for water and flood management and the associated cost. At present, residential and commercial development continue to expand their claims to public space in low-lying areas. These spatial developments are among the key cost drivers for water management, locking in futere financial liabilities.”

Pagina 155
“The distribution of the costs and benefits of spatial development perpetuates the ‘snowball’ effect. For example, spatial developments may bring significant added value for a specific municipality or region, but may drive up the costs of flood protection for the Netherlands as a whole. Municipalities and provinces reap the benefits of spatial developments, while the regional water authorities and the central government bear the costs.”

“It illustrates the significance of spatial planning decisions for water management, and their impact on the long-term financial sustainability of the system.”

Pagina’s 162/163
“In general, short-term profits from spatial development tend to prevail over long-term water management objectives. This can result in both increased cost of water and flood management, but also increased expected damages in the case of a flood event. There is a need to align incentives, so that those who benefit from spatial development also pay the associated costs.” 

Pagina 234
“the beneficiaries of spatial development typically do not pay the full cost associated with mitigation measures for water management”

Bovenstaande citaten laten zien dat volgens de opstellers van het rapport de kosten van het totale waterbeheer onvoldoende transparant inzichtelijk zijn en dat harmonisatie van de verslaglegging hierbij behulpzaam kan zijn.  

Tevens is op basis van deze citaten te stellen dat de waterschappen vaak geconfronteerd worden met kosten die feitelijk door de besluiten van andere overheden veroorzaakt worden en dat deze kosten geen rol spelen bij de besluitvorming binnen deze overheden. Hierbij is het soms zo dat elders geld wordt verdiend, terwijl de kosten op het bordje komen van het waterschap. Op welke wijze is uw DB, eventueel in Unie verband, van plan om de kosten van het waterbeheer meer inzichtelijk te maken zodat deze op zijn minst worden betrokken bij de besluitvorming over ruimtelijke plannen en zo mogelijk de extra kosten worden gedragen door degene die baat hebben bij die ruimtelijke plannen.   

Zoet water

Pagina 57
“In the past, water supplies have been abundant and the abstraction regimes used in the Netherlands have focused on ensuring flood safety an protecting water quality. However, there is a growing risk of shortage due to a lack of water and increasing salinity as sea water intrudes into the delta and saline groundwater rises.”

“According to Jeuken et al. (2012), estimates of economic loss to the Dutch agricultural sector may reach EUR 700 million in a ‘dry year’ (frequency of 1/10 years) and EUR 1800 in an ‘extreme dry year’(frequency of 1/100 years)”

Pagina 126
“Water safety measures for the implementation of the Delta Programma tend to take the bigger share of financial resources at hand, leaving projects related to securing freshwater supply under-funded or on hold.”

Pagina 170
“While simple in its structure, adoption of water-sharing arrangements in the Netherlands would require some significant administrative changes. The timeliness of the current Delta Programme means that there is an opportunity to introduce water-sharing regimes gradually.”

Pagina 187
“In fact, since 2006, the quality of the Volkerak-Zoommeer has unexpectedly improved due to the introduction of the quagga mussel that filters the water and removes algae. Whether the improvement of water quality is structural or just temporary is highly uncertain (MER, 2012). In addition, a lack of consensus regarding who should pay for the measures for the Volkerak-Zoommeer has also contributed to the persistent delays in the decision making.” 

In bovenstaande citaten wordt aandacht gevraagd voor de wijze waarop bij zoetwatertekorten de prioriteiten worden gesteld. Er wordt gepleit voor de invoering van een systeem van zoetwater toewijzing, waarbij meer rekening wordt gehouden met de economische/financiële belangen en risico’s bij zoetwatertekorten.

Deelt uw DB deze zienswijze van de onafhankelijke rapporteurs en op welke wijze is uw DB, eventueel in Unie verband, van plan deze opvatting onder de aandacht te brengen van de landelijke beleidsmakers? 

Tot slot wil de fractie van Ons Water/Waterbreed uw DB nadrukkelijk wijzen op het  vermelde citaat op pagina 187.  Wij verzoeken uw DB het vermelde feit, dat de waterkwaliteit van het Volkerak-Zoommeer sinds 2006 is verbeterd, nadrukkelijk onder de aandacht te brengen van de beslissers inzake de mogelijke verzilting van het Volkerak-Zoommeer. Hier kan een gegronde reden zijn om terughoudend te zijn met de verzilting. Als het Volkerak-Zoommeer verzilt wordt gaat een enorme zoetwater capaciteit verloren en dat met een toekomst in beeld van oplopende zoetwatertekorten. 

In afwachting van uw beantwoording,

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen

 


GEMEENTERAAD VAN BERGEN OP ZOOM INZ. INTERPELLATIE SAMEN MET DHR. WITHAGEN – A020

 


 

Interpellatie

 

Water in de nieuwe verbrede zin

 

De gemeente Bergen op Zoom heeft in brede zin met het water te maken.

Eind 2006/begin 2007 is het grote onderzoek naar de kwaliteit van het water in het Krammer/Volkerak/Zoommeer klaargekomen en gepubliceerd. Als remedie voor de kwaliteit werd vanuit Rijkswaterstaat en de Universiteit van Amsterdam geadviseerd “bewegend verzilten”. Dit is ter kennis van de raad gebracht met de opmerking dat het college vierkant achter de optie “bewegend verzilten” staat. De raad heeft hierover nooit gedebatteerd of besloten en de gemeenteraad is tot op heden niet geïnformeerd over de reden van dit collegestandpunt.

1. Waarop is dit collegestandpunt “bewegend verzilten” van het Krammer/Volkerak/Zoommeer systeem gebaseerd?

2. Zijn alle voordelen/nadelen van een zout Krammer/Volkerak/Zoommeer in kaart gebracht?

3. Zo ja, kan de gemeenteraad daar kennis van nemen?

4. Wat zijn de risico’s van een zout Krammer/Volkerak/Zoommeer en daarvan afgeleid een eventueel zoute Binnenschelde?

5. Wat betekent bijvoorbeeld een toenemen van de bestaande zoute kwel in het zuidelijk deel van de Auvergnepolder voor het boeren daar of voor eventuele bedrijfsontwikkelingen daar, o.a. bijvoorbeeld op de kosten van het bouwen?

6. Is geanalyseerd wat de extra onderhoudskosten zijn, veroorzaakt door de meer zoute en dus meer corroderende neerslag en vochtige wind voor bouwwerken en chemische installaties?

7. Is vastgelegd welke zoutnorm er gehaald zal moeten worden?

8. Op welke wijze is gegarandeerd dat deze gehaald wordt en voldoende zal zijn om de huidige algenproblematiek op te lossen en tegelijkertijd in het blijvend nutriëntrijke water zout minnende algen- c.q. zeegrasproblematiek te voorkomen?

9. Wie is verantwoordelijk c.q. de drager van mogelijke schadeclaims als gevolg van de verzilting c.q. toenemende zoute kwel, bijvoorbeeld voor niet afdoende op een zoute kwel berekende funderingen of materiaalgebruik?

10. Op basis van welke specifiek op Bergen op Zoom gerichte adviezen is het college gekomen tot acceptatie c.q. omarming van de zoute variant?

11. Heeft het college acties ondernomen, en zo ja welke, om meer zoete varianten onderzocht te krijgen dan alleen de onderzochte doorspoelvariant?

12. Heeft het college gebruik gemaakt van de inspraakmogelijkheid op de aanvullende Startnotitie Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer? Zo ja, is deze voor de gemeenteraad beschikbaar?

In de planologische kernbeslissing “Ruimte voor de rivier” heeft het Rijk o.a. bepaald dat in geval van wateroverlast in de rivieren het water wordt gebufferd in het Krammer/Volkerak/Zoommeer tot een hoogte van ca. plus 2 meter.

13. Het gemaal Hazen loost het overtollige water van o.a. de Augustapolder en Borgvliet via de Plaatvliet op het Schelde/Rijnkanaal. De vrije afschot is 40 cm. Bij een hoogte van meer dan 40 cm moet de Plaatvliet nu reeds gesloten worden. Hoe vaak is de afgelopen jaren de sluis van de Plaatvliet gesloten?

14. Hoe gaat het college dit toekomstig probleem oplossen?

15. De Zoom loost rechtstreeks op de binnenhaven zowel water uit het buitengebied als uit de binnenstad. Hoe gaat dit als de 2 meter-schijf op het buitenwater staat?

16. Van de sluisdeuren werken alleen nog de twee buitenste. Als deze 2 meter-schijf op het buitenwater komt, hoe beveiligen we onze binnenhaven?

17. Het gemaal De Palz houdt de Auvergnepolder (Halsteren/Lepelstraat) droog. Is de opvoerhoogte van het gemaal voldoende voor de extra 2 meter?

18. Zou een debat in de raad over de positie van de Auvergnepolder bij “Ruimte voor de rivier” niet noodzakelijk zijn?  Ook zouden dan de bewoners en gebruikers worden ingelicht.

In het Europese stroomgebiedverhaal, dat bepalingen gaat geven voor de kwaliteit en kwantiteit van het water, ligt Bergen op Zoom ten westen van de Zoom in het stroomgebied De Schelde. Daarmee is de gemeenteraad in een bijzonder dilemma geraakt. We krijgen informatie van het waterschap over het stroomgebied de Maas. We worden uitgenodigd voor voorlichtingsavonden, maar het gaat bij ons ook om het stroomgebied De Schelde.

19. Praten we dan rechtstreeks mee als gemeente? We zijn tenslotte de grootste gemeente in dat Nederlandse deel van het stroomgebied De Schelde.

20. Waarom is het Waterschap Brabantse Delta wel betrokken bij het overleg inzake het stroomgebied De Schelde en Bergen op Zoom niet?

De gemeente krijgt te maken met nieuwe watertaken.

In 2008 treedt de Wet gemeentelijke watertaken in werking. Deze regelt de verbrede rioolheffing waarmee gemeenten waterproblemen in gebouwd gebied moeten aanpakken. Op het bordje van de gemeenten ligt dan een combinatie van de zorg voor riolering, waterkwaliteit, grondwaterproblematiek en wateroverlast door hevige regenval en het bieden van ruimte aan water.

21. Er ligt deze vergadering een Gemeentelijk Rioleringsplan voor. Had deze nieuwe wet niet moeten worden meegenomen? Wat betekent een en ander voor Bergen op Zoom?

In 2009 treedt de nieuwe Waterwet in werking. Hierin worden alle weten die betrekking hebben op waterbeheer samengebracht. Tot en met dat jaar kunnen gemeenten nog het bestaande rioolrecht heffen. Vanaf 2010 moet ook Bergen op Zoom over gegaan zijn op de nieuwe verbrede rioolheffing.

22. In de waterstukken die vanavond aan de raad voorliggen, wordt over de nieuwe Waterwet niet gesproken. Hoe gaat Bergen op Zoom dit aanpakken? Hoe gaat dit doorwerken op de financiering?

23. Waarom heeft het college “water” niet majeur op de agenda van de raad geplaatst?

24. Is kiezen voor zout geen raadsbesluit waardig?

25. Hoe worden de “water”-contacten/afspraken met de provincies Noord Brabant en Zeeland bestuurlijk onderbouwd?

26. Hebben de belanghebbenden en de gemeenteraad van Bergen op Zoom geen recht op kennis van alle plannen?

27. Hoe gaan we financieel het een en ander oplossen?

Indieners interpellatieverzoek:

 

Leo Withagen                                                          Louis van der Kallen

CDA                                                                          BSD