OVER WATER – 67

 

| 26-11-2016 | 00.05 uur |


 


OVER WATER – 67 

 

Op de inspiratiedag innovatie van de Unie van vorige week kreeg ik het boekje “Waterinnovaties in Nederland” uitgereikt met tal van voorbeelden van vernieuwingen in het hoe om te gaan met water, ingedeeld in thema’s als: water en voedsel, waterveiligheid, water en energie, waterkwantiteit, de waterketen, waterkwaliteit, watergorvernance, ecologie, stedelijk water, water en ICT en maritiem. Het boekje is zeker het lezen waard en kan een inspiratiebron zijn bij het komen tot vernieuwingen in het werken met water. De voorbeelden zijn ook te vinden op www.waterwindow.nl

21 november
keenesluis-01In mijn hoedanigheid als portefeuillehouder cultuurhistorie heb ik een bezoek gebracht aan de Keenesluis, waar Ineke Peters-van de Weijgaert door gedeputeerde Henri Swinkels de gouden duim kreeg uitgereikt voor haar inspanningen de Keenesluis in zijn glorie te herstellen. We werden in een keet in de achtertuin van Ineke vergast op Keenethee en Keenekoek, streekproducten om de aandacht te vestigen op het belang van de restauratie van de Keenesluis. Ineke hield een gloedvolle presentatie en leidde het gezelschap daarna naar de naast haar woning gelegen Keenesluis. Het waterschap Brabantse Delta is eigenaar van de Keenesluis en is bereid een basis restauratie uit te voeren. De Stichting Beleef de Keenesluis wil echter meer en daarvoor is veel geld nodig en is men op zoek naar middelen. keeenesluis-02Helder is dat de basis restauratie ter conservering van de Keenesluis voor het waterschap al een hele opgave is, die buiten de kerntaken van het waterschap valt. Voor het ‘meer’ wordt dan ook gekeken naar andere bronnen, zoals de gemeente (de Keenesluis is een gemeentelijk monument) en de provincie en anderen. Stichting Beleef de Keenesluis is dan ook op zoek naar sponsors en ondersteuners. Kijk eens op hun website en/of like hen op facebook. Tijdens het bezoek heb ik ook kennisgemaakt met Gerhard Mark van der Waal van de stichting Water Heritage, een stichting die zich sterk maakt voor historische waterobjecten, zoals de Keenesluis.

22 november
Een portefeuillehoudersoverleg over onder andere de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak ter voorbereiding van het bestuurlijk overleg met de wethouders van de betrokken gemeenten.

23 november
Overdag heb ik bijna 5 uur geluisterd naar het “wetgevingsoverleg water” van 14 november 2016 tussen leden van de 2e Kamer en de minister. Voor onze regio zijn vooral van belang wat gezegd is tussen de tijdspanne 3.18 uur en 3.43 uur. Ik beveel het regionale bestuurders van harte aan dit deel van het overleg te beluisteren. Kort en goed komt het er op neer dat er ten aanzien van het Volkerak-Zoommeer wel procesafspraken kunnen worden gemaakt, maar nog geen uitvoeringsplannen. Het verzilten van het Volkerak-Zoommeer valt bij de acties in het kader van de KRW, volgens de minister, uit de planning omdat de maatregel “niet kosteneffectief is”. Ook spelen mee de hoge kosten en het tekort aan (regionale) financiering. Realisatie voor 2027 wordt daarmee onwaarschijnlijk. Er werden over de Grevelingen, noch over het Volkerak-Zoommeer moties ingediend. De gereserveerde 30 miljoen blijven wel beschikbaar. De aanwezige 2e Kamerleden deelden de conclusie van de minister dat het financiële gat voor beide watersystemen te groot is om nu al tot de planvoorbereiding voor de realisering over te gaan. 

In de avond een themabijeenkomst van het AB over klimaatadaptatie met onder andere een presentatie van de aanpak van de Dommel door een medewerker van de Dommel en een toelichting van een medewerkster van de gemeente Tilburg over klimaatadaptatie. Hoofdonderwerpen waren de samenwerking in de waterketen tussen gemeenten en het waterschap, de ruimtelijke adaptatie en de zoetwaterbeschikbaarheid.

24 november
Een portefeuillehoudersoverleg ter voorbereiding van het bestuurlijk overleg met de gemeente Drimmelen

tu-delft-01In de middag een lezingenmiddag bezocht bij de TU Delft, faculteit Bouwkunde over “Integral and Adaptive Planning of Deltas.” Bij het betreden van het monumentale gebouw valt gelijk de
gastvrije uitstraling op. Het gehele gebouw is vrij toegankelijk. Ik was te vroeg en heb dan ook de gelegenheid te baat genomen het gebouw te verkennen en een college deels bij te wonen. Een verademing als je dit vergelijkt met de gebouwen waar de gemiddelde overheid in gehuisvest is. Soms lijkt het dan of Fort Knox betreed wordt en of je alle goud en overheidsgeheimen wilt stelen. De lezingen gingen niet over de Nederlandse delta, maar over delta’s in Vietnam, Indonesië en Bangladesh/India. tu-delft-02Op mij maakte de lezing van Leon Hermans de meeste indruk, omdat deze liet zien dat een adaptieve aanpak vooral een ontwikkelingsaanpak zou moeten zijn. De aanpak van delta’s in West-Europa is vooral een conserverende, terwijl kenmerkend voor een delta juist de dynamiek is van zowel de natuur als de menselijke invloed daarop. Voor meer informatie over dit onderwerp verwees hij naar: http://strategic-delta-planning.unesco-ihe.org/

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 55

 

| 27-08-2016 | 15.30 uur |


 


OVER WATER – 55

 

STOF TOT NADENKEN

aardbevingStof tot nadenken is voor mij vaak het combineren van zaken die ik lees of hoor. Soms op dezelfde dag. Afgelopen donderdag was zo’n dag. Bij het lezen van BNdeStem die morgen trof mij het bericht met de kop: “Seismologen vrezen woede van Italianen”.

Nu kennen we de Italianen als een soms heetgebakerd en emotioneel volk. Bij de beving die in 2009 L’Aquilla trof liepen de emoties tegen wetenschappers, die de aardbeving niet voorzagen, zo hoog op dat zij in eerste instantie voor de rechter werden gesleept en aanvankelijk werden veroordeeld tot straffen tot zes jaar. Gelukkig werden deze onfortuinlijke wetenschappers na een lang vervolgproces alsnog vrijgesproken. Wetenschappers/experts kunnen met de kennis van vandaag helaas geen betrouwbare voorspellingen doen over aardbevingen. Toch laat het voorval zien dat ‘deskundigen’ niet altijd meer op het vertrouwen van het publiek, de burger, meer kunnen rekenen.

Later op de dag woonde ik de netwerkbijeenkomst bij van de Noord-Brabantse Waterschapsbond. Hier noteerde ik de volgende opmerking van watergraaf Peter Glas van waterschap de Dommel: “Als je het water ‘verprutst’, pleeg je een misdaad”.  Dat belooft wat. Ik zie het al voor me. Waterschapsbestuurders die verantwoordelijk worden gehouden voor wateroverlast. Of gemeentebestuurders die aangeklaagd worden voor dood door schuld bij oversterfte door een hittegolf onder suikerpatiënten, ouderen, zwaarlijvigen en trimmers die ondanks de hitte gaan sporten. Want we weten dat de huidige inrichting van de openbare ruimte niet optimaal is om hittestress in de stedelijke gebieden te voorkomen. De mooiste opmerking vond ik die over steden als ‘intensieve menshouderij’, waarbij de stedelijke gebieden de waterproblemen over de ‘schutting gooien’ naar het (agrarisch) buitengebied. Er wordt door overheden nog redelijk veel op watergebied en stedelijke inrichting en onderhoud ‘verprutst’. Als de burger en de rechter dat tot een misdaad gaan verklaren zullen er heel wat bestuurlijke ‘misdadigers’ in de cel belanden. Gelukkig is de gemiddelde Nederlander iets nuchterder dan de gemiddelde Italiaan. Maar op zich is met het ter verantwoording roepen van bestuurders niets mis. 

25 augustus

jeroen boschDe netwerkdag NBWB met het thema “Water en Stad”, met onder andere een lezing van Kees van Leeuwen van KWR City Bleuprint. En een verhaal van Peter Glas, watergraaf van waterschap De Dommel die een wel heel bijzondere uitleg gaf over het middenpaneel van het schilderij “Tuin der Lusten” van Jeroen Bosch. Het water in het midden zou de Maas zijn. Het water dat aan de linkerzijde in de Maas stroomt is de Aa. Het water dat aan de rechterzijde in de Maas stroomt is de Dommel. Het provinciehuis staat op de waterbol in het midden. En de lustige activiteiten van de waternimfen vinden plaats in het waterrijke Bossche Broek. In het Jeroen Bosch jaar vind ik dit een prachtige uitleg van een doek dat zich helaas in het Prado te Madrid bevindt.

Wat ik heel leuk vond was de demonstratie van de opblaasbare waterkering bij het Van Abbemuseum, zie hieronder.

Louis van der Kallen 

waterkering 01

 

waterkering 02

 


OVER WATER – 52

 

| 06-08-2016 | 10.00 uur |


 


OVER WATER – 52 

 

bolle akkerEen boekwerkje dat ik gelezen heb is het maatregelenboek “optimalisatie bodem en water“, “praktische tips voor bodem en water in de agrarische bedrijfsvoering”, een uitgave van landbouw op peil. Hierin staan veel praktische suggesties voor maatregelen die agrariërs zelf kunnen treffen om de bedrijfsvoering, ook bij een veranderend klimaat, rendabel te houden. De suggesties zijn zowel gericht op water vasthouden, als op voorkoming van langdurig water op het land, van bolle (akker)percelen, grondverbetertechnieken tot drainage technieken, inclusief zaken als ‘boeren-berging’, grondwatergestuurd peilbeheer, egaliseren en vlaklegging, verbeteren bodembiologie, enzovoorts. Kortom voor iedere waterschapsbestuurder, die met landgebruikers als boeren wilt samenwerking om te komen tot een klimaatadaptief beleid, een boekwerkje dat je gelezen moet hebben.  

Deze week ook gelezen een boek met de fraaie titel “Ambtenaren!” met de subtitel: “200 jaar werken aan Nederland in 100 portretten”. Voor bestuurders van provincies, gemeenten en waterschappen het lezen waard. Water komt ruim aan bod. Ook de waterschappen zijn terug te vinden in de portretten. Twee wil ik in het bijzonder vermelden. Hendrik Jan Eggink met de titel: “Schoon water in onze sloten en beken”, en Jan Kienhuis met de titel: “Metamorfose van de waterschappen”. Het boek is een Sdu uitgave. 

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 45

 

| 18-06-2016 | 17.30 uur |


 


OVER WATER – 45

 

GEEN STROOIZOUT MAAR ‘SAP’?
bermgras maaienDe wegen niet strooien met zout, maar met sap uit bermgras. Het lijkt een onwaarschijnlijk scenario, maar soms kan een wild idee mogelijkheden bieden om de verzilting door strooizout terug te dringen. Samen met de TU Delft en de aannemers Van Gelder en Van Bodegom gaat de provincie Noord-Holland onderzoeken of het mogelijk is om wegen niet te strooien met zout, maar met sap uit bermgras. Komende winter wordt er een kleine praktijkproef gedaan bij provinciale steunpunten en bij enkele provinciale bushaltes. Het begon allemaal toen Hillebrand Breuker, een projectleider bij de provincie Noord-Holland, proefde hoe zout het sap was dat overbleef na het persen van bermgras. Omdat de afdeling van Breuker ook verantwoordelijk is voor de gladheidbestrijding, was de link snel gemaakt. TU Delft gaat onderzoeken of het grassap kan werken als gladheidbestrijding. Dat gebeurt met een relatief eenvoudige proef. Er worden grote ijsklonten gemaakt en daar wordt grassap en strooizout op gegoten. Daarna wordt op vaste tijden gemeten hoeveel vloeistof eraf komt. Zo kan in beeld worden gebracht hoe goed de dooiwerking is ten opzichte van normaal strooizout.

Voor mij als waterschapsbestuurder zijn dit prachtige proeven. Hiermee wordt mogelijk een toepassing gevonden voor bermmaaisel en tegelijkertijd kan de verzilting als gevolg van strooizout worden teruggedrongen. Er komt, bij de toepassing van dit sap, geen nieuw zout meer in het watersysteem en het zout wat in de bodem zit wordt, via de gemaaide planten, opnieuw gebruikt en zal door afvloei ook langzaam uit het water- en bodemsysteem verdwijnen. Dat kan op de lange termijn betekenen dat het sap uit bermmaaisel minder zout wordt en op den duur minder bruikbaar. Dan zal uiteindelijk toch weer tot het (deels) toepassen van strooizout moeten worden overgegaan. Maar iedere vermindering van het gebruik van strooizout is, ook al is het tijdelijk, belangrijk. Ik zie uit naar de resultaten, om het dan mogelijk ook in het werkgebied van ons waterschap toe te kunnen gaan passen. Voor meer informatie lees het artikel op de website van de provincie Noord-Holland.

13 juni
best dag enschede 01Vandaag de gehele dag doorgebracht in Enschede en omgeving op de bestuurdersdag van de Unie georganiseerd door het waterschap Vechtstromen. De start van het officiële programma was een lied gezongen door Ellen ten Damme, grotendeels bestaande uit de tekst van het gedicht van Hendrik Marsman “Herinnering aan Holland”

“Denkend aan Holland
zie ik breede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,

rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hooge pluimen
aan den einder staan;

en in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,

boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een grootsch verband.

de lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,

en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.”

Het werd in het jaar 2000 gekozen tot ‘Gedicht van de Eeuw’ in Nederland.

Ik ben wel vaker naar de jaarlijkse bestuurdersdag geweest, maar dit was voor mij wel de meest inspirerende opening! Daarna werden we welkom geheten door Burgemeester Onno van Veldhuizen, die meesterlijk omging met de plagende vragen over FC Twente. Hij memoreerde dat Enschede de laatste grote stadsbrand 1862 (in vredestijd) in Europa en de vuurwerkramp hadden door staan en te boven waren gekomen. In welke divisie dan ook, nu zou er weer iets moois uit voortkomen. Hij besloot met “Sta op als je voor Twente bent”. Mijn complimenten. Pas 8 maanden burgervader in Enschede en al helemaal thuis.

In de ochtend kwam ook Anne Buningh, studente aan de Universiteit van Twente, aan het woord over hoe jongeren te betrekken bij het waterschap. Het was een goed verhaal. Alleen alle ‘grijze duiven’ in de zaal vergelijken met de groten der aarde, was wel een tikkeltje overdreven.

Daarna was er een presentatie van futuroloog Wim de Ridder. Hij ging in op de toekomst van het waterschap en het waterbeheer. Op 4 februari dit jaar had ik ook het genoegen naar hem te mogen luisteren op het Rioned symposium. Er waren veel herkenningspunten. Hij voorzag een geautomatiseerde ziektediagnose op basis van ons afvalwater. Hij riep de zaal op ‘door te gaan met vernieuwen totdat iedereen zijn eigen afvalwater hergebruikt’. Hij voorzag dat de waterschappen zich zouden kunnen ontwikkelen tot regisseur van de digitalisering van het gemeentelijk waterbeheer.

In de middag koos ik voor de excursie naar de waterberging Kristalbad. Een 40 hectaren grote waterberging tussen de steden Enschede en Hengelo. Een prachtig project van het voormalige waterschap Regge en Dinkel, dat het best omschreven wordt met de woorden: “Schakel tussen stad en land , droog en nat”, te lezen op de informatieborden. In deze waterberging worden tal van (neven)doelen gerealiseerd, zoals stedelijke uitloopgebied, EVZ, recreatiegebied en nazuivering van het effluent van een afvalwaterzuivering die afwatert in de Elsbeek. De Elsbeek loopt uiteindelijk door Hengelo en in het verleden verspreidde deze geuroverlast. Onderstaande foto’s laten een mooi geslaagd project zien dat, als het moet, 200.000 kubieke meter water kan bergen. Het mooiste vond ik dat, door compartimentering, er zelfs een soort van eb en vloed kan worden gecreëerd waardoor er een bijzondere biotoop is ontstaan. Mede hierdoor zijn er al meer dan 160 vogelsoorten waargenomen. Ondanks de weersvoorspellingen, werd het een zonnige wandeling die begon bij het Twente kanaal en eindigde bij de Hengelose kant van het Kristalbad waar de Elsbeek de berging, nagezuiverd en wel, weer verliet.

Bij het vertrek kreeg ik een tasje mee met folders en een boekwerk over het Kristalbad, een lezenswaardig boek. Ik trof ook aan een door het waterschap Vechtstromen uitgegeven waterbelevingskaart met tal van te bekijken toeristische objecten, zoals: zwemplassen, landgoederen, bouwkundige waterbezienswaardigheden (sluizen, watermolens, stuwen en gemalen). Een voorbeeld om na te volgen. Ik heb het dan ook de volgende dag gelijk laten zien aan onze afdeling communicatie.

Louis van der Kallen

best dag enschede 02 best dag enschede 03 best dag enschede 04

 

 


OVER WATER – 40

 

| 14-05-2016 | 13.30 uur |


 


OVER WATER – 40

 

10 mei
In de ochtend de dagelijks bestuursvergadering met als agendapunten onder andere: de huidige versie van de kadernota 2017-2026 (komt de volgende keer weer op de agenda), de keuze tot het voorkeursalternatief waterveiligheid Laakse Vaart, Kibbelvaart en Leurse Haven (de keuze is twee keersluizen), het vaststellen van het ruimtelijk kwaliteitskader voor de regionale waterkeringen, een actualisatie van de algemene regels en beleidsregels keur, de keuze van het onderwerp voor een artikel 109a onderzoek (diffuse bronnen) en een risicoanalyse in relatie met het weerstandsvermogen.

In de avond een groepsgesprek tussen AB/DB leden en de door de RKC van het waterschap ingehuurde onderzoekers die voor de RKC een onderzoek doen naar het aanbestedingsbeleid de uitvoering daarvan.

11 mei
Aan het begin van de avond de fractievergadering, waarin nog eens uitgebreid is gesproken over het vertrek van Kees Coppens uit het DB en zijn opvolging daarna werd de agenda voor het AB van 18 mei doorgenomen. Daarna de thema AB met als agendapunt een beeldvormende sessie over verbonden partijen. Het AB werd bijgepraat over: de belastingsamenwerking West-Brabant, de SNB, het Waterschapshuis en de strategische herijking Aquon.

12 mei
jules deelder 04Vandaag de “Dag van de Brabantse omgevingsvisie” in het congrescentrum 1931 in Den Bosch. In de eerste presentatie vertelde een medewerker van de provincie dat de op te stellen omgevingsvisie voor Brabant een praktijk gerichte omgevingsvisie moest worden, waarin ‘de mens centraal staat’. Voor mij een beetje raar. Want het hoort, als het gaat om de omgeving van de ‘mens’, net zo zeer over de flora, fauna en het landschap te gaan. Via “Denken, Dromen, Durven, Doen” moet er een uitzicht ontstaan op 2040. Meer informatie is te vinden op www.omgevingsvisieNB.nl. Zelf heb ik het niet zo op politici of ambtenaren die aan het dromen moeten slaan over hun werk. Ik schreef er eerder over.

De tweede presentatie was door Derk Loorbach van Dutch Research Institute For Transitions (DRIFT). Hij hield een inspirerend verhaal over de “Omgeving in Transitie” van beleid naar de politiek van de ruimte. Hij memoreerde als ‘nadenker’ de Jules Deelder ‘de wat maakt het uit joh-motie’ in de Rotterdamse gemeenteraad. Hij pleitte voor het meer ruimte maken voor experimenten en de totstandkoming van een strategisch innovatie programma om:

  • ruimte te behouden
  • ruimte te bieden
  • en ruimte te maken.

Dit allemaal over de huidige politieke cycli heen. Deze zijn te kort en leiden tot een korte termijn denken, daar waar een lange termijn nodig is.

Daarna waren er nog werkbijeenkomsten, waarin veel gedroomd werd over wat de nieuwe omgevingswet mogelijk zou maken en wat de aanwezigen, vooral gemeentelijke ambtenaren aan verwachtingen hadden van ‘de Brabantse omgevingsvisie’. Op de concrete vraag wat is jullie verwachting, antwoordde in één van de werkbijeenkomsten waar ik aanwezig was 85 % “vrijheid”. Ik zag bijna dezelfde euforie als op een gemeentelijke bijeenkomst van politici over de omgevingswet. Ik schreef daar eerder over. Dit vind ik zorgelijk. 

Ik heb er niet zoveel vertrouwen in. Het lijkt op eerst het zoet, we gaan weer bouwen en produceren met alle milieunadelen van dien, daarna komt het zuur. In de politiek is dat niet de betrouwbare volgorde. Politici delen graag cadeautjes uit ‘het zoet’ en laten het zuur vaak aan de volgende generatie bestuurders met vaak de gedachte ‘na mij de zondvloed’ of ‘wie dan leeft die dan zorgt’. Een soort Belgisch scenario. Hier is het lange termijn denken waar Derk Loorbach voor pleitte echt nodig.

Louis van der Kallen

  


OVER WATER – 32

 

| 12-03-2016 | 01.00 uur |


 


OVER WATER – 32

 

9 maart
Een thema AB over over (burger)participatie. Het thema begon met een inspirerend Youtube filmpje, gemaakt in opdracht van het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden door Jan Willem Zeelenberg. Waarom doen we het? Wat verwachten we er van? Hoe willen we het vormgeven? Het is moeilijker dan menigeen denkt. Een begin van de antwoorden is voor mij gelegen in: het is onvermijdelijk, we hebben elkaar nodig, we hebben dezelfde belangen (veiligheid, schoon water), we versterken ermee de betrokkenheid en vergroten het draagvlak voor de invulling van onze taken. We moeten wel beseffen dat we dan ook oog moeten hebben voor de belangen van de deelnemers en niet alleen voor onze taken en wat dat kost. Mijn ervaringen tot nu toe met participatie van burgers en overheden is niet zonder drempels. Het principe van Rutte 1 was: “Je gaat er over of niet”, terug naar je kerntaken. Nu zouden we met (burger)participatie in ons achterhoofd moeten gaan voor ‘grensontkennend samenwerken’. Kortom we moeten bereid zijn ons bijna overal mee te bemoeien. Een hele overgang. Dat wordt het zeker als je onze Commissaris van de Koning zou moeten volgen met zijn term “eigenschaligheid”. Werk dat maar eens uit als het over dijkverbeteringen gaat. Maar we schijnen er niet aan te ontkomen. We moeten in gesprek met burgers en andere overheden. Zeker als ze ons benaderen met voorstellen over zaken die (mede) gaan over water. Mij past het wel want ik ga graag in gesprek met burgers.

vispas2016_NEWWe konden ons verdiepen op vijf mogelijke participatie onderwerpen: bioplastic uit afvalwater, beheer en onderhoud door derden, vluchtelingen en het waterschap, wateroverlast in stad en platteland en overheidsparticipatie. Ieder kon deelnemen in twee rondes bij twee onderwerpen. Ik koos als eerste onderwerp voor ‘vluchtelingen en het waterschap’. De collega’s die ook voor dat onderwerp kozen waren deels te verwachten: afkomstig uit de PvdA fractie, de fractie van Water Natuurlijk, een FNV’er uit bedrijfgebouwd, een agrariër en ondergetekende. We zagen kansen voor vluchtelingen om iets op te steken en voor ons om meer te leren over culturen en samenlevingen die meer gericht zijn op waterschaarste dan de onze. Mijn stelling in de discussie was: “in iedere auto van een beverrattenbestrijder is een stoel vrij.” Als het gaat om de regels, want vluchtelingen mogen haast niks zolang ze geen status hebben, was het gevoelen dat, zoals de sommige pastoors het soms zeggen, het makkelijker is om vergeving te vragen dan om toestemming. Onze regels zijn soms absurd. Ik schreef eerder over op mijn facebook pagina over het verhaal van een vluchteling, die vanuit het kamp Heumensoord graag met een hengel aan de Waalkade zit en bij gebrek aan iets anders probeert de gang van zaken in de stad te doorgronden. Hij doet iets wat niet mag. Vissen zonder vergunning! Niet omdat hij geen vergunning zou willen hebben, hij is er zelfs om geweest, maar om een vergunning te halen moet je niet alleen geld hebben, maar ook een burgerservicenummer. Hij heeft alleen een V-nummer en daarmee kan je geen visvergunning aanvragen, ook al heb je het geld bij elkaar gekregen. Welkom in Nederland! Dus als er bij het waterschap vluchtelingen een voor hen zinvolle dagbesteding kunnen vinden zijn ze welkom ook als we de regels iets moeten buigen. Mijn hele discussie groep was het daarmee eens.

Voor de tweede ronde sloot ik aan bij het onderwerp; bioplastic uit afvalwater. Niet zo gek voor iemand die tientallen jaren werkzaam is geweest in de R&D op een kunstharsfabriek. Mijn conclusie was dat we nog een lange weg te gaan hebben. Een kilo bioplastic uit afvalwater maken levert nog geen levensvatbaar productieproces op. Noch is het helder dat je een product hebt dat te verwerken is tot een verkoopbaar eindproduct. Hier zal in kennis, durf  en geld geïnvesteerd moeten worden. Maar de vraag is dan hoe en door wie? Mijn uitgangspunt: Heb lef!

10 maart
De gehele dag een symposium bijgewoond over “onbegrensde samenwerking” georganiseerd door het Water Governance Centre. Een leerzame bijeenkomst die bijgewoond werd door 130 overwegend grijze mannen en wat vrouwen en welgeteld 2 studenten. Een verhouding die het ergste doet vrezen voor de toekomst. Ik woonde 3 werkbijeenkomsten bij: “sociale innovatie”, “partnerschap in de regio” en “institutioneel is elke samenwerking mogelijk, het ontbreekt aan lef”.

Zelf heb ik het meest genoten van Stefan Kuks (watergraaf van het waterschap Vechtstromen en bijzonder hoogleraar innovatie aan de TU Twente). Hij maakte helder dat de tijd van de Trias Politica ver achter ons ligt. In zijn benadering is er zeker sprake van zeven machten in het politiek systeem. Hij vulde de Trias (de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechtelijke macht) aan met de macht van de ambtenaren, de macht van de lobbyisten, de macht van de adviseurs en de macht van de media. In zijn verhaal gaf hij mij ook een verklaring voor de uitslag die ik boekte bij de waterschapsverkiezing in Bergen op Zoom (37,7 %). In gemeenteraadstermen 13 zetels. De kiezer kiest bij waterschapsverkiezingen niet voor liberale, christen democratische of socialistische dijken, maar voor deskundigheid was zijn stelling. Daarom is verklaarbaar waarom (als de uitslag van de waterschapsverkiezing vergeleken wordt met die van de Staten die op dezelfde dag gehouden werden) zelfs circa 800 Bergse VVD stemmers bij de waterschapsverkiezing, ondanks dat ze ook op de VVD konden stemmen, op Ons Water, mijn waterpartij, stemden. Die kiezers gaven volgens Kuks het signaal dat zij geen behoefte hebben aan een verpolitiekt waterschap, maar kiezen voor een waterschap dat bestuurd wordt door experts, zoals dat honderden jaren het gebruik was. Nu is het aan de landsregering om het onzalige besluit van het lijstenstelsel bij de waterschapsverkiezing, en daarmee de deur open zette voor de politiek in de waterschapswereld, terug te draaien.

Bij het afscheid kreeg ik het boekje “Building blocks for good water governance” uitgereikt.
Voor de komende weken weer wat leesvoer.

Louis van der Kallen     

 


OVER WATER – 7

 

| 23-07-2015 | 10:00 uur |


 

 

10 juli
Een BBQ voor de fractie en steunfractieleden van Ons Water/Waterbreed op de boerderij van onze fractievoorzitter Niels Mureau te Wagenberg. 

12 juli
Vandaag bebig jumpn ik naar de Big Jump (springen voor proper water) op de grens van Nederland en België geweest bij de brug over de Mark bij Meersel-Dreef, georganiseerd door de Natuurvereniging Mark en Leij. De Big Jump is een evenement waarbij over heel Europa mensen in het water springen om aandacht te vragen voor schoner/proper water. Vanuit het AB deden Karin van den Berg en oud AB lid Joop van Riet mee. Mede om deze sportievelingen aan te moedigen waren DB collega Jacques van der Aa en ik aanwezig. Circa 90 personen gingen voor de gelegenheid te water. 

13 juli
PHO’s (portefeuillehouderoverleggen) over de Westelijke Langstraat, de Overdiepse Polder en bijpraten over de projecten in de gemeenten: Goirle, Drimmelen, Geertruidenberg, Tilburg en Waalwijk. Voorbereiden DB vergadering.

14 juli
DB vergadering met o.a. de kadernota, een tweetal kredieten, het ontwerp waterbeheersplan en de begroting 2016 van de gemeenschappelijke regeling muskusrattenbestrijding.

15 juli
Het AB met o.a. de gewijzigde financiering vervanging bedrijfsauto’s wat de nodige discussies opleverde en het eerste uitvoeringskrediet ten behoeve van de verbetering van de regionale keringen met voor mij het leermoment dat bij de bestuurlijke overleggen met de gemeenten in mijn gebied (Waalwijk, Geertruidenberg en Drimmelen) nadrukkelijk de koppelkansen met (gemeentelijke) projecten aan bod dienen te komen.

20 juli
Een werkbezoek gebracht aan de lacune in de dijk bij Terheijden langs de Mark ter hoogte van de timmerfabriek aan de Bredaseweg. Hier werd ik rondgeleid door de eigenaar/directeur en een werkbezoek aan de boerderijen van de familie de Bont in de Overdiepse Polder. Hierbij heb ik, net als bij het gesprek met een boer op 9 juli in de polder, gesproken over hun ervaringen met de realisering van het project. Uiteraard zijn zowel de plussen als de minnen aan bod gekomen. De klachten van beide boeren hebben veel gemeen. Dat vergt dan ook de nodige aandacht. Wat leuk was dat ik een rondleiding kreeg op het bedrijf waarbij het waarom van de keuzen uitgebreid gemotiveerd werd. Uit de rondleiding bleek de trots en de liefde voor het bedrijf, de dieren en de omgeving. Een voorbeeld voor velen lijkt mij de manier waarop in dit bedrijf met de mest wordt omgegaan. De dunne en dikke delen worden gescheiden en de dikke fase in het bedrijf hergebruikt op een wijze die navolging verdient. De bedoeling is om ook de dunne fase verder te bewerken waardoor deze geschikt wordt voor export. Fijn was het aanbod om beschikbaar te zijn voor (internationale) rondleidingen. 

watermolenSoms wordt je als waterschapsbestuurder verrast door een burger die je uitnodigt om een cadeautje in ontvangst te nemen. Hij deed mij een plezier met een zelf gemaakt model van een watermolen. Ik ben dan ook bij de heer van der Graaf op bezoek geweest om de kleurrijke van klei vervaardigde watermolen in ontvangst te nemen. De molen krijgt, in afwachting van een bestemming, een plaatsje in mijn huis.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 6

 

| 12-07-2015 | 09:00 uur |


 

29/30 juni
Twee dagen heisessie in landgoed de Rosep te Oisterwijk. Inhoud: teambuilding, verwerken van de ergernissen, bij de onderhandelingen over een nieuw bestuursakkoord opgedaan, begin maken van het meer concreet maken van de daarin gemaakte afspraken.

2 juli
PHO (portefeuillehouderoverleg) over de Waalwijkse plannen voor een nieuwe insteekhaven. En even bijpraten inzake de Overdiepse Polder. Later op die dag overleg met twee wethouders en enkele ambtenaren van de gemeente Waalwijk over die plannen en de rol van ons waterschap daarbij. Het voelde vertrouwd. Het onderwerp was al in mijn vorige periode als DB lid voorbij gekomen. Het is fijn dat er nog gemeenten zijn die vooruit kijken en nieuwe economische ontwikkelingen willen faciliteren. Een nieuwe haven graven, die een dijk doorbreekt, betekent ook voor het waterschap werk aan de winkel. Niet alleen om de veiligheid te verzekeren, maar ook om bij de nieuwe situatie de waterafvoer goed te regelen.

3/5 juli
Inlezen en voorbereiden van het bestuurlijk overleg met de gemeente Gilze en Rijen. Ook hier speelt het één en ander. 

6 juli
In de middag twee gesprekken met wethouders van de gemeente Gilze en Rijen. Met wethouder Starreveld over de samenwerking bij wat er moet gebeuren in het watersysteem en de afvalwaterketen en een gesprek met wethouder van der Veen over de voortgang van de realisering van de ecologische verbindingszone voor de boomkikker.
Vroeg in de avond een gesprek samen met collega Jaap van Dam van het algemeen bestuur (AB) over het waterschap voor de radio zuidwest.
Daarna een gesprek met collega raadsleden bij het natuurpodium Brabantse Wal in de Stayokay over de realisering en invulling van het bezoekerscentrum met o.a. aandacht voor de natuurontwikkeling en de waterwinning in dit gebied.

7 juli
fractievergaderingVergadering van de fractie Ons Water/Waterbreed in een tuin te Sprang-Capelle van fractielid en agrarisch ondernemer Wim Spierings, die na een val en ziekenhuisopname op deze wijze weer paraat kon zijn.

8 juli
Thema AB over de kadernota waarbij de AB leden kleur moesten bekennen en moesten laten zien wat voor accent er gelegd moet worden bij de vormgeving van een duurzaam financieel beleid. Er moest gekozen worden tussen de meeste aandacht voor: de heffingen, de wettelijke taken/ambities of voor beperking van de schulden. Ik was nieuwsgierig of ik, net als bij de heisessies voor het DB, als enige zou kiezen voor beperking van de schulden. Van de ongeveer 30 aanwezige AB leden en steunfractieleden waren er slechts twee (ik en fractiegenoot de Ger de Neve) die kozen voor beperking van de schulden. Alle anderen kozen voor beperking van de heffingen of voor de wettelijke taken/ambities. Van belang is te beseffen dat er een samenhang is tussen die accenten. Als we de wettelijke taken als dijkverbeteringen en zuivering als minimale norm nemen zal het duidelijk zijn dat de investeringen daarin nu (middels de heffingen) of straks (gefinancierd met leningen) betaald zullen moeten worden.

9 juli
In de morgen een gesprek met één van de boeren in de Overdiepse Polder over zijn ervaringen met de realisering van het project. In de middag heb ik een presentatie gegeven over het project Overdiepse Polder aan een 22 Chinese topambtenaren belast met waterbeheer in de provincie Jiangsu.

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 25: WAT IS DE WAARHEID? – 5

 

| 04-04-2015 | 17:15 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 25

 

Wat is de waarheid? – 5  


Nieuwe Waterweg_StormvloedkeringDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.
 

In het kader van het schriftelijk overleg over de ontwerp-rijksstructuurvisie hebben de Tweede Kamer fracties van de VVD, de PvdA, de SP en het CDA schriftelijke vragen gesteld, die door de Minister van Infrastructuur en Milieu, Schultz van Haegen, zijn beantwoord.  

Vaak komt het in het politieke bedrijf neer op: wie krijgt, als doelen niet gehaald worden, de ‘zwarte Piet’ en wie draait dan op voor de kosten.

De minister stelt in haar antwoord op pagina 2,1 aangaande de mogelijke gevolgen van de verzilting van het Volkerak-Zoommeer: “Alleen in West-Brabant zullen in gebieden met ‘zoete’ KRW-doelen deze mogelijk niet volledig gehaald worden. Daar staat tegenover dat in gebieden met ‘brakke’ doelen de haalbaarheid juist verbetert.”.

Als je beseft dat het niet halen van de KRW doelen na 2027 een forse boete vanuit Brussel kan opleveren, besef je dat die boete en de mogelijke extra kosten om de ‘zoete’ KRW doelen alsnog te halen voor het waterschap Brabantse Delta en haar belastingplichtigen zullen zijn. Terwijl de maatregel juist de mogelijke kosten voor de beheerder van het Volkerak-Zoommeer terugdringt en de beheerder is dus het Rijk! Want de mogelijkheden om de ‘brakke’ doelen te halen “verbetert” immers.  

Soms is het verbazingwekkend hoe lichtzinnig er wordt omgegaan met het belang van zoet water voor Nederland in haar totaliteit. De CDA fractie stelde in dit kader de vraag: “of er uit de berekeningen blijkt dat het zout maken van het Volkerak-Zoommeer geen effecten heeft op de zoetwatervoorziening van het hoofdwatersysteem?”  Dit met name in het kader van de klimaatverandering en de voorgenomen verdieping van de Nieuwe Waterweg. Ondergetekende heeft reeds eerder in deze reeks (Natte 6 en 17) geschreven over de effecten van onder andere de Nieuwe waterweg.

Het antwoord van de minister is wat mij betreft verbijsterend: “de effecten van de verdieping van de Nieuwe Waterweg worden momenteel in het kader van de stresstest onderzocht. Daarbij worden ook het tegengaan van de effecten van klimaatverandering en het zout maken van het Volkerak-Zoommeer betrokken”. Voor mij de omgekeerde wereld.

De landsregering neemt met het vaststellen van de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” zich eerst voor het Volkerak-Zoommeer te verzilten en gaat daarna pas onderzoeken wat dit kan betekenen voor het totale zoetwatersysteem. Ondertussen dienen de omliggende gebieden alvast rekening te houden met verzilting van het Volkerak-Zoommeer en worden alvast tal van maatregelen genomen. Een beetje raar is dat wel!

Louis van der Kallen

 


ZIENSWIJZE

 

| 13-11-2014 | 14:00 uur |


ZIENSWIJZE

 

volkerak zoommeer

Onderstaand mijn inbreng van 12 november 2014 bij de bespreking van de concept waterschapszienswijze op de Ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer. Met als resultaat dat de concept waterschapszienswijze wordt aangepast en later deze maand opnieuw wordt besproken in het algemeen bestuur van het waterschap.

Mevrouw de dijkgraaf,

De fractie Ons Water/ West-Brabant Waterbreed zal zich in onze bijdrage focussen op de mogelijke gevolgen voor ons waterschap van een eventuele verzilting van het Volkerak-Zoommeer. We gaan derhalve niet in op de redenen van het wel of niet verzilten van die buitenwateren, want wij als bestuur van het waterschap gaan daar niet over. Het waterschap is een territoriale overheid en ons AB en DB, alsmede onze ambtenaren hebben sec de belangen van ons waterschap en haar ingezetenen en de ingelegen (agrarische)bedrijven te behartigen. De fractie van Ons Water/ West-Brabant Waterbreed verwacht van ieder van onze ambtenaren en van het DB, als hij of zij het waterschap vertegenwoordigt een focus op de belangen van ons waterschap in al haar facetten. Die focus ziet onze fractie niet altijd terug in de uitingen van ons DB in de media of in de bijdragen aan de stukken die inzake het Volkerak-Zoommeer in de openbaarheid zijn gekomen. Ook waterschappen kennen een hoge mate van autonomie in de uitvoering van haar beleid.

Ten aanzien van de gevolgen voor het waterschap, die mijn fractie graag terug zou willen zien in de zienswijze van het waterschap, zijn wat ons betreft de volgende thema’s van belang:

  • de beperking van de verzilting van oppervlaktewateren binnen het territoir van ons waterschap
  • de beperking van de verzilting van grondwater en gronden binnen het territoir van ons waterschap
  • de leverzekerheid van (landbouw)water in termen van kwantiteit en kwaliteit
  • en de gevolgen voor de waterschapslasten.

De verzilting
Wat in alle door de fractie van Ons Water/West-Brabant Waterbreed gelezen stukken:

  • Ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer.
  • Milieueffectrapport bij de Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer (oktober 2014).
  • MKBA bij Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer.
  • Verbonden Toekomst.
  • Deltaprogramma 2015 Werk aan de Delta.
  • Projectnota Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer.
  • Zoetwater rapportage 2012.
  • Natuureffectenstudie bij de Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer. deel 1 en 2.
  • Joint Fact Finding zoet water.
  • Milieueffectrapportage Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer april 2012,
    opvalt is dat de onderzoekers/opstellers geen enkele moeite hebben gedaan om qua verziltingseffect van een zout Volkerak-Zoommeer een nulsituatie in kaart te brengen. Terwijl dit voor de inschatting van de verziltingseffecten van een mogelijk toekomstige zout Volkerak-Zoommeer van groot belang is om de gebruikte modellen te valideren en een hoger realiteitsgehalte te geven. In de literatuuropgaven in de stukken hebben wij niets gevonden van vóór de aanleg van de compartimenteringsdammen. Terwijl dergelijke informatie wel te vinden is.

Als voorbeeld het “Rapport van de centrale commissie voor de drinkwatervoorziening 1965” met de mooie titel: “De toekomstige drinkwatervoorziening van Nederland.”, gedrukt door de Staatsdrukkerij in 1967. Ik zou zeggen een betrouwbare bron van informatie. En dat de opstellers wisten waarover ze schreven werd mij door de volgende zin al duidelijk (pagina 73): “Om bij de Parksluizen aan de Rotterdamse Waterweg bij vloed nog water in te kunnen laten met een relatief laag chloridegehalte zou ten minste een hoeveelheid van 700 m3/sec rivierwater langs de Waterweg moeten worden afgevoerd.”. Dat stond in een rapport van bijna 50 jaar geleden! Nu met de kennis van de stijgende zeespiegel en de betere meetmethoden en computermodellen komen de geleerde dames en heren tot de conclusie dat 800 m3/sec. nodig is. De commissie van toen onder voorzitterschap van Mr. E.H.J. Baron van Voorst tot Voorst waren geen domme jongens. Uit deze rapportage blijkt dat in 1965 (figuur 24, pagina 72) het boezemwater tot ongeveer de westelijke stadsgrens van Steenbergen meer dan 5000 mg Cl/per liter bevatte. Tot een lijn die in een boog liep van Ossendrecht over Heerle, Kruisland, Stampersgat, Fijnaart en Willemstad bevatte het boezemwater 2000/5000 mg Cl/per liter. Tot een lijn die globaal liep van westelijk Roosendaal over Oud Gastel naar Klundert bevatte het boezemwater 500/1000 mg Cl/per liter. Deze gegevens zijn ook te vinden in “De waterhuishouding van Nederland” een rapportage uit 1968 (figuur 6, pagina 19). Natuurlijk weet onze fractie dat er toen geen bellenschermen functioneerden, maar dat er wel geschut werd om de zoutlekkage te beperken. Dus mogelijk zijn er ook zoute kwel effecten op een aanzienlijk grotere afstand dan enkele honderden meters!

Wij vinden de opmerking op pagina 154 van de MKBA dan ook volstrekt onvoldoende onderbouw, te weten: “Door een zout Volkerak-Zoommeer neemt het chloridegehalte van het kwelwater toe in een zone van enkele honderden meters tot maximaal 1,5 km, grenzend aan het Volkerak-Zoommeer. Door de aanwezigheid van kwelsloten kan oppervlaktewater met verhoogde chloridegehalten worden afgevangen en afgevoerd, waardoor geen nadelige gevolgen optreden voor de landbouw.”.

In het besef dat voor de land- en tuinbouw water nodig is met chloridegehaltes beneden de 300 mg per liter moge het duidelijk zijn dat verzilting van het Volkerak-Zoommeer de land- en tuinbouw potenties in het werkgebied van de Brabantse Delta aanzienlijk zou kunnen verslechteren en dat dit een veel grotere zoet water aanvoer nodig kan maken dan tot op heden door Rijkswaterstaat en door ons waterschap wordt voorgesteld. Onze fractie wil benadrukken dat op pagina 144 van de MKBA te lezen is: “Er zijn maar weinig voorbeelden van projecten waarin een ecosysteem wordt aangepast van een zoetwatersysteem naar zoutwatersysteem.”. In dat besef dienen modellen, waarop beslissingen genomen worden, die van groot belang zijn voor onze grond- en watergebruikers, goed en aantoonbaar onderbouwd worden.

De leverzekerheid
In de samenvattingen in de stukken wordt met regelmaat vermeld dat de leverzekerheid van de (landbouw)waterinlaten verbetert als alle voorgenomen maatregelen zijn gerealiseerd. De vraag is altijd in dit soort zaken: wat is de referentie waarmee vergeleken wordt?  In dit geval memoreert onze fractie graag aan de geschiedenis. Het nu volgende is een tekst overgenomen uit het Milieueffectrapport waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer uit april 2012 (pagina 87/88): “Direct na de afsluiting in 1987 werd het Volkerak-Zoommeer doorgespoeld met water uit het Hollandsch Diep (zoet), teneinde op korte termijn te kunnen beschikken over zoet water voor de regionale watervoorziening in de omliggende gebieden. Hierdoor daalde het gemiddelde chloridegehalte van het Volkerak-Zoommeer binnen één jaar tot de gestelde norm van 0,4 g Cl/l. Het handhaven van deze chloridenorm wordt geregeld door middel van een doorspoelbeheer vanuit het Hollandsch Diep. Zoutaanvoer vindt nog plaats als gevolg van schutverliezen, zoute kwel en uitspoeling uit buitendijkse gronden. In 1993 werd de chloridenorm bijgesteld tot 0,45 g/l. Door deze verhoging kon de inlaat vanuit het Hollandsch Diep via de Volkeraksluizen worden beperkt…”.

“In het waterakkoord is in 2001 vastgelegd gedurende het groeiseizoen te sturen op 450 mg cl/l bij de meetlocatie Bathse Brug, met uitzondering van perioden van droogte…..”.

“In het “droge” jaar 2003 werd door het stopzetten van de inlaat voor doorspoeling de norm voor het chloridegehalte bij de meetpunten Bathse Brug en mond van het spuikanaal herhaaldelijk overschreden.”.

Feit is dat het gehanteerde maximale chloridegehalte keer op keer is verhoogd c.q. beperkt in tijd. Maar dat niet alleen. In de “Joint Fact Finding zoet water” is op pagina 20 te lezen: “Het Volkerak-Zoommeer is de laatste jaren aanmerkelijk zouter geworden door de toegenomen zoutlekkage van de Krammersluizen. Het meerjarig zomergemiddelde is 415 mgCl/l. Incidenteel wordt in de zomer de normconcentratie van 450 mgCl/l overschreden. In de zomer van 2011 was de overschrijding langdurig (eind april-half juli, met een maximum van 615 mgcl/l) doordat ten gevolge van de langdurige lage rivierafvoer de doorspoeling moest worden beperkt.”.

Wat vermeld is voor de Krammersluizen, gaat naar onze inzichten ook op voor de Bergse Diepsluis. Rijkswaterstaat koos er dus voor om de zoetwater inlaat te beperken ten voordele van de bestrijding van de verzilting vanuit de Nieuwe Waterweg. Dit ten nadele van onze inlaten en onze boeren. Van de afspraken kwam dus niets terecht. Weg leverzekerheid, niet door een act of God maar door een beslissing van de waterbeheerder. Kijkend naar inlaat tabellen lijkt het of stijgende chloridegehalten de effectiviteit van de graas op de blauwalg door de quaggamossel bij hogere chloridegehalten daalt, omdat naar mijn informatie de quaggamossel bij hogere chloridegehalten zijn schelpen sluit. Zonder dat er voldoende cijfers zijn voor een harde uitspraak lijkt het erop dat in een aantal gevallen de inlaat eerst sloot vanwege te hoge chloridegehaltes en daarna vanwege blauwalgbloei. Voor onze fractie geldt dat, als het gaat om de leverzekerheid ten aanzien van zoutgehalten, men uit dient te gaan van de zoutgehalten in het Volkerak-Zoommeer als men zich zou houden aan de gemaakte afspraken en het achterstallig onderhoud aan de Krammersluizen en de Bergse Diepsluis zou zijn uitgevoerd.

Ten aanzien van de kwantitatieve leverzekerheid is helder dat een waterinlaat via de Roode Vaart verre van zeker is. In tegendeel. Op pagina 30 in de Joint Fact Finding is onder het subkopje ‘Watertekort’ de volgende tekst te vinden:

“Bij een weer zout Volkerak-Zoommeer heeft de zoetwaterinlaat naar het VZM van 25 m3/s een hoge prioriteit omdat deze nodig is voor het beperken van de zoutlekkage door Volkeraksluizen. Zo kan een grote stijging van de chlorideconcentratie bij de inlaat aan het Haringvliet voor drinkwaterproductie worden voorkomen. De zoet waterinlaat vanuit het Hollandsch Diep naar het zoute VZM wordt daarom ingedeeld in categorie 2 van de verdringingsreeks. De andere inlaten vanuit het Hollandsch Diep, dus ook de vergrote inlaat via de Roode Vaart, zijn categorie 4. De hiervan afhankelijke gebieden (MDV-systeem, PAN-polders en Tholen /St. Philipsland) zijn en blijven daarmee afhankelijk van een categorie 4 waterinlaat vanuit het hoofdwatersysteem. Ten opzichte van de huidige situatie met een zoet Volkerak-Zoommeer verandert er voor deze gebieden formeel niets. Wel is de vraag aan de orde of de leveringszekerheid voor deze gebieden in situaties van droogte waarbij de verdringingsreeks in werking treedt wordt beïnvloed (eerder wordt “verdrongen”) door de zoetwatervraag voor zoutlekbestrijding.”

Van een inlaat via een categorie 2 route wordt ons agrarisch bedrijfsleven straks afhankelijk van een categorie 4 inlaat route. Hoezo een verbetering van de leveringszekerheid? Zolang het Volkerak-Zoommeer zoet is en men zich zou houden aan de afspraken en de Krammer Sluizen en de Bergse Diepsluis fatsoenlijk zou onderhouden, was er nu geen sprake van leveronzekerheden door verzilting! Dus DB in de zienswijze dient te komen dat Rijkswaterstaat zich moet houden aan de afspraken qua chloridegehalten en werk moet maken met het onderhoud van de Krammersluizen en de Bergse Diepsluis zeker nu het Volkerak-Zoommeer vermoedelijk tot 2028 zoet blijft.

Dan de feitelijke huidige kwaliteit als het over de blauwalg gaat. Op pagina 38/39 van de MKBA is te lezen: “Sinds 2008 is door de aanwezigheid van de quaggamossel de blauwalgproblematiek afgenomen. In 2012 en 2013 zijn er geen innamestops meer geweest.” Dit lijkt een heldere uitspraak. Het verbaast onze fractie dan ook dat in de “Joint Fact Finding zoet water” op pagina 22 is te lezen: “In 2012 zijn vanaf eind augustus, dus laat in het seizoen, de Brabantse inlaten aan de Eendracht dichtgezet wegens blauwalgen (mondelinge mededeling (………. van een ambtenaar wiens naam ik maar niet noem in het openbaar) van – Waterschap Brabantse Delta.)” . Ik heb nog nooit eerder in openbare stukken van de Rijksoverheid gelezen “mondelinge mededeling van….” Maar als die mededeling in strijd is met een schriftelijke mededeling in een MKBA heb ik daar als volksvertegenwoordiger in dit huis grote moeite mee en word ik argwanend. Wat is de waarheid en hoe kan het dat in een belangrijk stuk als de “Joint Fact Finding zoet water” iets anders staat dan in een MKBA? Wat zijn de feiten? Het antwoord is belangrijk om werkelijk te kunnen beoordelen of de kwantitatieve leverzekerheid straks beter is.

Ook de kwalitatieve zekerheid roept vragen op. Het woord ‘bruinrot’ komt in de stukken maar zelden voor en al helemaal niet in de Ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer. Ook in de MKBA heb ik er tevergeefs naar gezocht. Ook op pagina 157 van de MKBA waar geschreven wordt over de “aanpassing inlaat Oosterhout” lijkt bruinrot niet te bestaan. Curieus is de inhoud van de Zoetwater rapportage 2012. Op pagina 41 is de navolgende tekst te vinden over water dat via Oosterhout in het Mark-Vliet stelsel komt: “Het risico bestaat dat dit water verontreinigd is met de bruinrotbacterie die in Oost-Brabant voorkomt en een bedreiging kan vormen voor de aardappelteelt in West- Brabant.”.

Op pagina 12 van de Zoetwater rapportage 2012 wordt in een omkaderd gedeelte verwezen naar de “nieuwe inzichten weergegeven van waterschap Brabantse Delta met betrekking tot de inzet van Oosterhout.”. Als je dan bijlage 5 van dat stuk leest (pagina 127/132) valt op dat bruinrot in dat stuk niet lijkt te bestaan. Wat ook opvalt is dat de opstellers vermeld zijn, maar, hoewel het stuk deels het karakter heeft van een zienswijze, het stuk niet getekend is door de dijkgraaf noch, dat het naar mijn beste weten, is behandeld in het DB.

De “Joint Fact Finding zoet water” is helder. Bijvoorbeeld uit figuur 2 op pagina 19 blijkt dat de inlaat bij Oosterhout een wezenlijk deel (10 m3/s.) uitmaakt van de beoogde zoetwatervoorziening. Niet helemaal helder is waar die 10 m3/s. vandaan komt. Uit de Amer, het Wilhelminakanaal of allebei? Wat tevens opvalt is dat in de factsheets in de “Joint Fact Finding zoet water” op enkele plaatsen (pagina 47 (PAN-polders) en pagina 51 (Mark-Vliet systeem)) bruinrot als probleem wel wordt aangegeven. Als voorbeeld de tekst op pagina 51: “ De leveringszekerheid in situaties van droogte waarbij de verdringingsreeks in werking treedt wordt mogelijk beïnvloed door de watervraag voor zoutlekbestrijding bij een zout Volkerak-Zoommeer, die een hogere prioriteit krijgt. Wegens extra inlaat vanuit het Hollandsch Diep voor de doorvoer naar Zeeland en PAN-polders en zoutbestrijding wordt het bruinrotprobleem kleiner.”. Men erkent het probleem dus wel!!!!

De fractie van Ons Water/West-Brabant Waterbreed is ronduit verbijsterd dat het bruinrot probleem slechts zijdelings wordt aangestipt en van een aanpak geen sprake lijkt en dat terwijl de levering vanuit Oosterhout voor geheel het kleigebied van West-Brabant van eminent belang is. Wat wij vreemd vinden, en ook een reactie op verwachten, is de inhoud van de genoemde bijlage 5 en de gevolgde procedure (geen DB behandeling/vaststelling). Wat was de status van dat stuk en waarom is daarin niet nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de bruinrot problematiek? Het zal helder zijn dat onze fractie het noodzakelijk vindt dat de bruinrot problematiek prominent wordt opgenomen in de in te dienen zienswijze.

 De waterschaplasten
Naar aanleiding van de inhoud stukken (MKBA en de Projectnota Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer) heeft mijn fractie vragen gesteld over de mogelijk toekomstige jaarlijkse kosten (1,57 miljoen euro) mogelijk voor het waterschap verbonden aan de verzilting van het Volkerak-Zoommeer VZM, kenmerk 0058 en kenmerk 0059. Mogelijk kunnen die vragen nu beantwoord worden. Onze fractie is buitengewoon onaangenaam getroffen door het feit dat er nog geen afspraken zijn over wie opdraait voor deze kosten. Wat wij vreemd vinden is dat, hoewel al uit de Projectnota Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer (een stuk uit 2012) blijkt dat het waterschap na realisering de zorg krijgt voor beheer, exploitatie en onderhoud van de werken, dit gegeven niet is gedeeld met het AB en naar mijn weten ook niet is gedeeld met het DB. Laat staan dat het AB zich hierover en over wie de kosten moet gaan dragen heeft uit gesproken.

De fractie van Ons Water/Waterbreed is van mening dat volgens het vervuiler-betaalt-principe de veroorzaker van de kosten van de verzilting tot in lengte van jaren de daaruit voortkomende lasten zal dienen te dragen. Wij vinden tevens dat dit het standpunt moet zijn in de zienswijze en ingebracht moet worden in de gesprekken die het DB voert met de landsregering of met vertegenwoordigers daarvan.

Louis van der Kallen