OVER WATER – 111

 

| 01-10-2017 | 12.00 uur |


 

OVER WATER – 111

 

Ik zou tevreden moeten zijn over de afgelopen week. In bestuurlijk Nederland en in de nationale media was er veel aandacht voor water en klimaatbestendigheid.

Op Prinsjesdag verscheen het eerste Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Dit Deltaplan bevat veel goede aanzetten. Toch verbaas en erger ik mij steeds meer over het absolute woordgebruik. “Als iedereen meedoet, bouwen we klimaatbestendige wijken.” Het woord ‘klimaatbestendig’ wordt vaak gebruikt. Het woord ‘klimaatbestendig’ is net als de  woorden ‘veilige dijken’ een in-slaap-wieg-woord. “Gaat u maar rustig slapen” de regering, de overheid, de waterschappen ze waken over ons is de boodschap. Op de voorpagina van het VNG Magazine prijkte de tekst: “Deltaplan maakt Nederland klimaatbestendig”. Voor mij pure lariekoek! Geen enkel plan maakt iets. De uitvoering kan wel een aantal situaties verbeteren en in dit geval klimaatbestendiger maken. Klimaatbestendig is in mijn ogen veel te absoluut gesteld. Ook na uitvoering van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie zal er veel werk blijven, omdat keer op keer zal blijken dat weerextremen veel variaties kennen. Tot nu toe richten we watersystemen in op globaal situaties/gebeurtenissen die modelmatig één keer in de 100 jaar voor zouden komen. Maar de afgelopen jaren is in mijn waterschap zelfs een situatie (regenbui) voorgekomen van één keer in de 2000 à 5000 jaar. Met de huidige kennis en budgetten zijn dergelijke situaties niet te voorkomen of zonder ernstige overlast af te wikkelen. Zelfs als budgetten verveelvoudigen gaat dat niet lukken. Daar is het “Gaat u maar rustig slapen” geen oplossing voor. Het praten over klimaatbestendigheid is dan ook, in mijn ogen, fundamenteel fout.

Als waterschapbestuurder loop ik, als het over veilige dijken gaat, tegen dezelfde problemen aan. Dijken bieden nooit absolute veiligheid. In Nederland is de bescherming afhankelijk van de aard van het te beschermen gebied. Meer mensen, meer waarde betekenen een hoger beschermingsgraad. Voor primaire waterkeringen is de beschermingsgraad grof weg tussen één keer per 250 jaar tot één keer per 10.000 jaar. Dat is geen absolute veiligheid. Maar burgers denken bij ‘veilige dijken’ wel beschermd te zijn. Dat gevoel leidt soms tot discussies bij te kiezen varianten voor een dijkverbetering. “Deze variant is toch ook veilig!” Ik zou graag zien dat overheden, beleidsmakers en bestuurders zich onthielden van ‘Gaat u maar rustig slapen’ woordgebruik zoals “veilige dijken’ en “klimaatbestendig”. Dat zou de risico bewustwording bij burgers vergroten en naar ik hoop ook het nemen van de eigen verantwoordelijkheid bij de te nemen maatregelen. 

Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie kent zeven uitstekende ambities, te weten:

  • Kwetsbaarheid in beeld brengen
  • Risicodialoog voeren en strategie opstellen
  • Stimuleren en faciliteren
  • Handelen bij calamiteiten
  • Reguleren en borgen
  • Meekoppelkansen benutten en
  • Uitvoeringsagenda opstellen.

Nu de waterschappen tot 2050 veel werk hebben met dijkverbeteringen, worden er tal van studies gestart om daar kennis voor te vergaren. Eén studie gaat over het effect van voorlanden middels een Projectoverstijgende Verkenning Voorlanden. Een belangrijk onderdeel van een waterkering is het voorland. Het blijkt dat als  voorland wordt meegerekend in de sterkte van een dijk,  kosten kunnen worden vermeden en overlast kan worden beperkt. 

De afgelopen maanden was er meer goed nieuws. Staatssecretaris Dijksma (I en M) informeerde middels een brief de Tweede Kamer in het kader van klimaatverandering en hittestress over de maatregelen die het kabinet hiertegen wil nemen. Ik vraag al jaren aandacht, middels artikelen op mijn websites http://onswater.com/ en http://bsdboz.nl/, voor de gevolgen van hittestress en de aanpak daarvan met tal van voorbeelden. De brief aan de Tweede Kamer is een mooie aanzet tot actie en laat zien dat de rijksoverheid nu eindelijk het belang hier van inziet en tot actie wil overgaan. Nu de lokale overheden nog.

Tot slot van dit stukje over goed nieuws het gegeven dat het waterschap, waar ik dagelijks bestuurder van mag zijn, behoort tot de drie finalisten voor de verkiezing van de “Beste Overheidsorganisatie van het jaar 2017“; een initiatief van de Vereniging voor OverheidsManagement. Voor mij een teken dat ‘water’ en al degenen die dagelijks werken aan de waterveiligheid en optimalisatie van de waterkwantiteit en de waterkwaliteit van ons oppervlaktewater eindelijk die waardering krijgen die zij verdienen. Waterschappen horen erbij en laten zien dat ze goed werk leveren!

26 september
Drie PHO’s over het bestuurlijk overleg met de gemeente Goirle en de gemeente Geertruidenberg en de voorbereiding Stuurgroep Deltaprogramma Maas en de stuurgroep Regionaal Bestuurlijk Overleg Maas en de stuurgroep Deltaplan Hoge Zandgronden.

27 september
Het bestuurlijk overleg Natuurnetwerk Brabant.

In de middag het drielagen overleg Hart van Brabant met een veldbezoek aan de Kruidenbuurt. De Kruidenbuurt is een buurt in Tilburg waar klimaatadaptatie vorm wordt gegeven.

28 september
Overleg met Rijkswaterstaat over de aanpak van de A27. Besproken onderwerpen waren: de vervanging van de bruggen bij Keizersveer, de bestuursovereenkomst, het proces afrit A59, en de planning.

29 september
Stuurgroep Deltaprogramma Maas met als agendapunten onder andere: de adaptieve uitvoeringsstrategie Maas en BO MIRT 2017.

In de middag de stuurgroep Regionaal Bestuurlijk Overleg Maas en de stuurgroep Deltaplan Hoge Zandgronden met als agendapunten onder andere:  governance en uitvoeringsagenda ruimtelijke adaptatie zuid, de voortgang en het versnellen van hoge zandgrond projecten, de toekomstbestendige zoetwatervoorziening op de hoge zandgronden, de nutriëntenproblematiek en de gebiedsgerichte aanpak daarvan.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 47

 

| 02-07-2016 | 10.30 uur |


 


OVER WATER – 47

 

28 juni
In de morgen een heisessie met onder andere individueel en groepsonderzoek (kleurentest) door My Motivation Insights naar onze drijfveren. Mooi om te ontdekken wat je eigen drijfveren zijn en hoe die passen in het team waarin je functioneert.

gea 04

kwalitatieve nieuwbouw aan het water gemeente Geertruidenberg

In de avond een informatieavond over het dijkverbeteringproject Geertruidenberg/ Amertak waar ik de opening verrichtte en voorkwam in een vertoond filmpje over het project. Er was een mooie opkomst en goede indringende discussies over het project, het water en dijkbeheer in de directe omgeving. Als waterschap proberen we nadrukkelijk de burgers en bedrijven te betrekken bij het project en hun ideeën voor het project en mogelijke meekoppelkansen (werk met werk maken) te inventariseren en in het project proberen te passen. Hierbij moet niet uit het oog verloren worden dat het waterschap in de eerste plaats verantwoordelijk is voor de waterveiligheid en voor andere zaken mogelijk andere overheden of bedrijven betrokken moeten worden. Voor meer informatie kijk eens op de waterschapspagina over dit project.

29 juni
In de morgen een werksessie in het kader van het project “water in de tuin” waar centraal stond een voorbeeld project uit te voeren in drie her in te richten straten in Bergen op Zoom.

In de middag de laatste bestuursvergadering van het Regionaal Archief West-Brabant. Per 1 juli treden er een aantal nieuwe gemeenten toe tot deze organisatie en is het waterschap uitgetreden. Ons waterschap heeft nu al haar archieven en dat van al haar rechtsvoorgangers ondergebracht in haar eigen archiefruimte in Bouvigne. Als trotse vader van de co-auteur Alexander van der Kallen van het boek “Opgravingen in Bergen op Zoom” heb ik bij die gelegenheid de collega bestuursleden en de directeur en de notulist een exemplaar uitgereikt van het boek.

30 juni

In de middag het bestuurlijk overleg inzake het dijkverbeteringproject Geertruidenberg/Amertak met de wethouders van de betrokken gemeenten en een vertegenwoordiger van Rijkswaterstaat over de voortgang en planning van het project.

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 37

 

| 15-04-2016 | 20.45 uur |


 


OVER WATER – 37

 

11 april
Gelezen de ‘keuzewijzer stadswater’. Een handzaam boekje als inspiratiebron voor gemeenten bij het ontwikkelen van beleid inzake stedelijk water. 

klooster NieuwkerkIn de middag naar de lancering van de fietsroute “Proef de 5 Trappisten” geweest. De lancering vond plaats in Klooster Nieuwkerk te Goirle. De start vond plaats in aanwezigheid van tal van bestuurders uit Brabant en Vlaanderen. Ik vond de bescheidenheid van een moderne bestuurder als Mario Jacobs (wethouder van Tilburg) leuk. Hij was op de fiets gekomen (circa 10 kilometer) en stalde de fiets buiten het zicht van de verzamelde bestuurders. Ik had hem echter zien aankomen. Wat is mooier dan een fietsroute te openen en zelf op de fiets te komen.

12 april
DB vergadering met onder andere de agendapunten: Brainstorm voorkeursalternatieven, Waterveiligheid deelgebied Midden (Laaksche Vaart, Kibbelvaart en Leurse Haven), jaarstukken Noord-Brabantse Waterschapsbond, Motie TTIP, simuleren buurnatuur en water initiatieven, ontwerp projectplan Molenbeek fase 3 te Roosendaal.

In de avond de werkgroep Bestuurlijke Vernieuwing.

13 april
In de vroege ochtend een overleg van de Bestuurlijke Adviesgroep A27 Houten-Hooipolder. Hierin is de voortgang besproken van de voorbereiding van het tracébesluit met uitleg over een plan van de regio en de provincie voor een aanpak van het knooppunt Hooipolder.

Daarna naar Fort bij Vechten bij Bunnik voor een symposium over grondwater. Het fort is ook zonder een symposium een bezoek waard.

Begin van de avond de fractievergadering van Ons Water en daarna een thema AB over de keuzes die te maken zijn bij de kadernota 2017-2026.

14 april
Een middag heisessie om in het DB de klokken blijvend op één lijn te houden en inspiratie op te doen voor de komende tijd.

15 april
In de morgen een bijeenkomst van de Unie in Den Haag over de bedrijfsvergelijkingen, zoals de waterschapsbelastingen 2016 en de vele rapporten te vinden op http://waterschapsspiegel.nl./ en hoe deze te verbeteren en aan te vullen.

stockholm-ringweg-in-tunnelDaarna de PAL lezing in het provinciehuis van Zuid-Holland met als thema “Stad en ring: vriend of vijand?”. Sprekers waren: Tertius Hanekamp (medewerker Rijksadviseur Infrastructuur en Stad) en Michel Heesen. Vooral het verhaal van Heesen sprak mij aan omdat hij laat zien hoe ‘de snelweg’ werd van een toeristische attractie (jaren vijftig) tot een milieuprobleem. Van utopie (zegen brengend) via optimisme en realisme naar pessimisme. Hoe om te gaan met snelwegen als de A20 en A13 waar het einde van de levensduur in zicht is? Ook de transformatie van ringwegen kwam aan de orde. Als prachtig voorbeeld werd Stockholm genoemd, waar de ringweg deels overdekt is en het dek omgebouwd is tot park. De bekostiging: het heffen van tol! En de stadsbevolking stemde daar in meerderheid voor. De overdekte ringweg levert een forse bijdrage aan de leefbaarheid van een grote stad. Voor ons allen iets ter overweging.

Louis van der Kallen

 


ZEELAND, ZOUT, ZOUTER, HET ZOUTST

 

| 25-11-2015 | 01:15 uur |


 

ZEELAND, ZOUT, ZOUTER, HET ZOUTST

 

Het oorspronkelijke Deltaplan voorzag dan wel in een zoet Zeeuws merengebied, maar uiteindelijk bleven Oosterschelde en Grevelingen geheel zout. Vervolgens stopte de aanvoer van rivierwater. Zeeland lag nog nooit zo sterk in het zout als nu. Alsof dit niet erg genoeg is, beoogt de deltabeslissing Zoetwater (!) om Zeeland buitensporig in de pekel te leggen door beperkt getij op het Grevelingenmeer toe te laten en het zoete Volkerak-Zoommeer (VZM) te verzilten. Zo wordt de indringing van zout nog verder landinwaarts verlegd naar de West-Brabantse rivieren met vrijwel onomkeerbare effecten voor het grondwater.

Welk doel dienen deze rigoureuze en uiterst kostbare ingrepen? 
Waar draagt deze planvorming bij aan waterveiligheid en zoetwatervoorziening en hoe verhoudt zich dit tot het algemeen belang? Ir. Wil Lases vraagt zich in dit artikel af welke argumenten de beleidsmakers hebben om daar geen rekening mee te houden. 

Natuurkrachten
In onze delta zijn we onderhevig aan de invloed van natuurkrachten op land en water en de interactie tussen zee en rivieren. Krachten die vele malen groter zijn dan de mens en die we alleen met inzicht en kennis enigszins kunnen geleiden. Zijn we de redenen voor het aloude visionaire Deltaplan voor de veiligheid en de waterhuishouding vergeten? Is het bewustzijn van de kracht en de macht van het water weggeëbd? Toch zal aan die lijn moeten worden vastgehouden om op lange termijn te kunnen overleven. 

Zoet water is kostbaar
De laatste vier eeuwen zijn onze zeearmen steeds sterker gaan uitschuren en dieper geworden. De verzilting nam daarmee sterk toe. Het zoutgehalte bleef evenwel vanaf de mondingen afnemen naar de Brabantse Wal, waar onder invloed van de rivierafvoeren het zoutgehalte het laagst was. Het zoutgehalte van water varieert van bijna 0 tot 19 gram Cl’/l. Zoet water voor de landbouw heeft een zoutgehalte van 0 tot 0,3 gram Cl’/l. Het maakt slechts 1,5% uit van het gehele interval aan zoutgehaltes. Het zo lang mogelijk zoet houden van oppervlakte- en grondwater is het algemene belang en gaat boven groepsbelangen. De mens leeft op het land van zoet water en wil overleven in de delta. Men moet zich dat goed bewust zijn. Daarbij komt dat zout water zwaarder is dan zoet water en het zoete(re) water gemakkelijk kan verdringen. Zoet water is uiterst gevoelig en een kostbaar goed.

Zelfredzaamheid eilanden gaat verloren
De eilanden konden zich goed redden met de zoetwaterbellen in de duinen en in de werpzanden, die eveneens boven de zeespiegel lagen. Hoe lager het zoutgehalte in de omgeving, hoe omvangrijker die zoetwaterbellen waren en kunnen zijn. Er komt inmiddels geen zoet water meer van de grote rivieren op de Oosterschelde en de Grevelingen. Deze wateren zijn nog nooit zo zout geweest en zouden dat met de bedoeling van het Deltaplan en ook zonder de huidige infrastructuur in geen eeuwen geweest zijn.

Door de deltabeslissing Zoetwater zal het Grevelingenmeer nog wat in zoutgehalte toenemen en het VZM, dat zich al dertig jaar als zoet meer ontwikkelt, wordt volledig ecologisch teniet gedaan met een zoutgehalte van 10 tot 16 gram Cl’/l. Dat is een aanmerkelijk hoger zoutgehalte dan vóór de delta-infrastructuur. Het open water in Zeeland wordt kunstmatig maximaal verzilt, zodat verdringing van het zoetere grondwater langzaam maar zeker plaatsvindt. De vraag naar zoet water op de eilanden en langs de rand van de lagere delen van de Brabantse Wal zal daardoor toenemen. Door afgravingen, zonder respect voor de natuur van het bestaande land, wordt steeds meer bodemweerstand tegen verzilting weggehaald. Dit heeft grote negatieve consequenties voor de mogelijkheden van zoetwaterbellen van enige omvang. Bovendien worden juist in de duinen en de hoog gelegen randen vakantieparken aangelegd, wat niet bevorderlijk is voor de kwaliteit van zoet grondwater en de omvang er van. Het aanleggen van pijpleidingen vanuit het Brabantse om de eilanden van zoet water te voorzien en ’s winters te injecteren in de bodem voor de landbouw is lokaal beperkt haalbaar en niet duurzaam.

Deelbelangen blokkeren het algemeen belang
Terwijl in heel Nederland verzilting als een groot probleem wordt beschouwd, wordt deze in het zuidwesten in hoge mate gestimuleerd onder invloed van zoutlobby’s met relatief beperkte belangen. Landelijk uniformiteit in beleid ontbreekt. Sommige biologen beweren dat getij en zout bij Zeeland horen, maar verhullen de antropogene oorsprong van de zeegaten. De mens zelf gaf er de zee de kans het lage land zwaar aan te tasten. Dit resulteerde in eilandpolders te midden van zeegaten. Het verder binnenhalen van zout en getij is dan ook historisch geografisch onjuist.

Het primaire belang eerst
Het visionaire Deltaplan voorzag in het weer sluiten van de kustlijn voor optimale veiligheid en in versterking van de zoetwaterhuishouding voor de eilanden. Zoete Zeeuwse wateren, waaronder een zoet Grevelingenmeer. Daarmee werd vooruit verdedigd, zowel wat de waterveiligheid betrof als tegen de verzilting. Met de blijvende relatieve zeespiegelstijging zet de verzilting sluipend en ondermijnend door.

Primair van belang is het zoete(re) water naar de kust te brengen om de toenemende verzilting van bodem en oppervlaktewater landinwaarts zoveel mogelijk te vertragen. Daar zou maximaal op gestuurd moeten worden. Er kleven wellicht bepaalde onvolkomenheden aan het Deltaplan in biologische zin, maar deze hoeven niet te leiden tot onnodige tegendraadse ingrepen met schier onomkeerbare effecten.

Ir. W. Lases

 

 


OVER WATER – 17

 

| 14-11-2015 | 10:00 uur |


 

9 november
Aan het eind van de morgen bijpraten over alle lopende zaken in de gemeente Drimmelen.
Daarna doorgereden naar Den Bosch voor het bestuurlijk overleg over de verbreding van de A27. Ik was te vroeg en bij de wandeling in de buurt van het kantoor van Rijkswaterstaat (RWS) aan de Westwal kwam ik in het Oud-Bogardenstraatje in een blinde muur een prachtig reliëf tegen van het Nederlandse Rijkswapen. rijkswapenIn de vergadering zelf deed ik een laatste poging om de aanwezigen duidelijk te maken dat, nu de weg aangepakt wordt, ook de brug bij Keizersveer aangepakt zou moeten worden. Deze brug met zijn bruggenhoofden is voor een snelle afwatering van de Bergse Maas bij hoogwater een sta in de weg. Met de huidige constructie zullen in de toekomst bovenstrooms dure dijkverzwaringen nodig zijn die met een aanpak van de brug dan grotendeels vermeden kunnen worden. Nu lijkt het dat RWS droog (wegen) en RWS nat (rivieren/dijken) niet echt kijken wat voor de BV Nederland op termijn de goedkoopste oplossing is. De eigen potjes zijn heilig. De pech was ook dat de brug bij Keizersveer, hoewel de oudste in het traject A27 Utrecht- Breda, in veruit de beste conditie is. Hoewel van voor de oorlog en verplaatst van Moerdijk naar zijn huidige plek kan hij, in tegenstelling tot de andere bruggen in dit traject, nog zeker tot 2053 zonder groot onderhoud mee. Ze wisten voor de oorlog nog hoe ze bruggen voor een eeuwigheid konden bouwen. Dat was in een tijd dat kwaliteit en duurzaamheid belangrijker waren dat een ‘paar’ dubbeltjes nu besparen. 

10 november
bouvigne 02In de morgen de tweewekelijkse DB vergadering met onder andere een discussie over de procedures bij de aanpak van blauwalgen. Ook al is het ondertussen echt herfst geworden Bouvigne is altijd een prachtige plek om te mogen werken. Het uitzicht van de werkkamer van de bestuursleden op het kasteeltje waar de DB vergaderingen zijn, is ook in de herfst prachtig. 
In de middag een foto sessie in het gebied waar de dijkverzwaring Geertruidenberg/Amertak wordt voorbereid.   

11 november
In de avond eerst coalitie overleg. De Kadernota 2016-2025 en de begroting stonden op de agenda van het Algemeen Bestuur (AB). Plooien tussen de coalitiepartijen worden dan in een beraad vooraf gladgestreken en uitgewisseld, zodat het DB niet voor verrassingen komt te staan.

Dan het AB. Voor mij was het belangrijkste punt niet de begroting of de kadernota, die voor het eerst in jaren met algemene stemmen werden aanvaard. Voor mij was het belangrijkste punt de beëindiging van de deelname aan de gemeenschappelijke regeling Regionaal Archief West-Brabant (RAWB). Toen ik begin 2009 aantrad als DB lid, met in de portefeuille onder andere archieven, waren de archieven van ons waterschap en haar rechtsvoorgangers over een aantal plaatsen in ons gebied en zelfs daarbuiten verspreid. Er was een achterstand van circa 10 jaar ten aanzien van een juiste archivering, was niet altijd de toegankelijkheid goed geregeld en was de opslag soms niet onder de omstandigheden die wet en regelgeving voorschrijven. Kortom we voldeden niet aan de archiefwet! Dat wenste ik aan te pakken en als het kon uiteindelijk tegen lagere jaarlijkse kosten. Door twee ambtenaressen werd het karwei opgepakt. De achterstand werd aangepakt. Bepaald werd wat we wel c.q. niet gingen bewaren. De wettelijke taak werd het uitgangspunt, aangevuld met wat qua erfgoed en cultuurhistorie voor de regio belangrijk was. Want de waterschapsgeschiedenis moest wel in beeld blijven. Bewaarcontracten werden doorgelicht en een eigen ruimte voor het archief werd ingericht conform de wettelijke vereisten. Geleidelijk werd de achterstand ingelopen en de archieven opgeschoond. Contracten werden beëindigd en de spullen werden naar Bouvigne gehaald. De gemeenschappelijke regeling RAWB te Oudenbosch was de laatste plek, buiten Bouvigne, waar in dit geval het archief van één van de rechtsvoorgangers (het voormalige waterschap Land van Nassau) was opgeslagen. Beëindigen van deelname aan die gemeenschappelijke regeling was onder normale omstandigheden een dure aangelegenheid. Toen het RAWB echter aankondigde een fusie aan te gaan met twee grote gemeentelijke archiefdiensten was er een natuurlijk moment om uit te treden. De scoop van het RAWB veranderde aanzienlijk naar een organisatie die minder passend was voor het waterschap.

De wijze waarop derden gebruik maken van de diensten van een archief is bij een waterschap wezenlijk anders en minder kostbaar dan bij een gemeente. Het afscheid werd financieel draaglijker. Per 1 juli 2016 is het dan zover dat niet alleen al onze archieven zich op één plek bevinden (op Bouvigne), maar dat ook het aantal benodigde ambtelijke en bestuurlijke uren benodigd voor de archieven fors is gedaald. We hebben de achterstanden ingelopen en voldoen aan alle vereisten van de archiefwet. De bewaarkosten zijn dan fors gedaald (zonder de RAWB met circa 1 miljoen euro over de periode 2013-2022). Met het afscheid van de RAWB besparen we nog eens circa 70.000 euro per jaar. Hier past een woord van dank naar de betrokken ambtenaren en naar Jan Slenders mijn partijlid die in de circa 15 maanden dat ik uit het DB was teruggetreden het bestuurlijke werk heeft voortgezet. Ik ben tevreden met het mooie resultaat.

12 november
Bestuurlijk overleg gehad met wethouder van der Put van de gemeente Goirle. Agendapunten waren onder andere: inhaalslag handhaving keur en de voortgang in de realisering van EVZ’s (Rillaersebaan en langs de Oude Leij) en de gemeentelijke inzet daarbij.

13 november
In de morgen de Unie commissie Waterkeringen te Amersfoort met als agendapunten onder andere de samenwerking bij de toetsing van primaire waterkeringen, de nieuwe normeringen waterveiligheid en windturbines op/nabij waterkeringen.
In de middag een unie bijeenkomst over ruimtelijke kwaliteit in relatie met de projecten van waterschappen. Onderdeel was een beoordeling van een zestiental projecten van waterschappen. Met enige trots kan ik vermelden dat een project van het waterschap Brabantse Delta, de waterberging Zundert, bij deze beoordeling door de collega waterschapsbestuurders als eerste eindigde. Een mooi compliment voor alle daarbij betrokkenen. 

 

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 9

 

| 05-09-2015 | 10:30 uur |


 

De tweede helft van juli en een groot deel van augustus is bij het waterschap het zomerreces. Bestuurlijk is dat een rustige tijd. Buiten een enkele bijeenkomst over de Overdiepse Polder is er bestuurlijk dan weinig te doen. Voor mij de tijd om vooral met stukken lezen de achterstand in te halen. 

25 augustus
De eerste DB vergadering na het reces. Deze stond in het tekenen van de kadernota (de voorbereiding van de begroting voor 2016 en het vormgeven van de in het bestuursakkoord geformuleerde doelstellingen). Hierbij is het belangrijk de tariefstijgingen te beperken en tegelijkertijd te komen tot een meer duurzaam financiële toekomst (beperken schuldenlast). Door de grote noodzakelijke en wettelijke investeringen om zowel de KRW als de dijkverbeteringen te realiseren is de druk op de tarieven en de toename van de schulden een continue punt van zorg en aandacht. Na het DB, een overleg over de projecten in de gemeente Oosterhout en een overleg over de aanpak van de dijkverbeteringen en alternatieven rond Geertruidenberg en de Amertak.

27 augustus
De gehele dag een masterclass over de nieuwe normering van de waterveiligheid te Utrecht bijgewoond georganiseerd door de STOWA en Rijkswaterstaat. Met lezingen van: Matthijs Kok van het HKV Lijn in Water (advies/onderzoek bureau), Annemiek Roeling- Fauvel van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Leontien Barends van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard  en van Erik Kraaij van het hoogwaterbeschermingsprogramma. Na een lange dag van lezingen en discussies toog ik naar huis met een heus bewijs dat ik aan de masterclass had deelgenomen. Ondertekend door de directeur van de STOWA en door de directeur Veiligheid en watergebruik RWS-Water, Verkeer en Leefomgeving. Ik ben deze dag weer een stuk wijzer geworden als het gaat over de nieuwe veiligheidsnormen en als het gaat over de bescherming tegen hoog water. Ik kan de masterclass aan de collega’s zeker aanbevelen.

Wierickerschans-na-verbouwing

Wierickerschans

28 augustus
Het PAL symposium bijgewoond, georganiseerd door de Zuid-Hollandse Provinciale Adviescommissie voor de Leefomgevingskwaliteit. Dit keer stond het Groene Hart centraal. Het werd gehouden in het Fort Wierickerschans nabij Bodegraven. Het fort en de omgeving zijn al een bezoek waard. Er waren een viertal sprekers. Paul Langeweg (vereniging Deltametropool), Nico Pieterse (Planbureau voor de Leefomgeving), Chris Kalden (Stichting Groene Hart en Jan Zeeman van Zeeman textiel en Landal Greenparks Reeuwijkse Plassen.

Als waterschapsbestuurder en als gemeenteraadslid bezoek ik vaak dit soort symposia om te leren van de goede voorbeelden en denkwerelden van anderen. Ook van wat er gebeurt met en in het Groene Hart kan leerzaam zijn voor mijn functioneren als waterschapsbestuurder. Het meest leerzaam vond ik de lezing van Nico Pieterse, die inging op de bodemdaling in het Groene Hart, voor een belangrijk deel veroorzaakt door het waterbeheer (het eeuwenlang zorgen voor voldoende droge voeten). Pakweg de afgelopen duizend jaar is de bodem in delen van het Groene Hart met circa 5 meter gedaald. Voor de komende 35 jaar is de verwachting tot 90 centimeter (0,25 tot 3 centimeter per jaar). Dat leidde de afgelopen jaren tot stevige wateroverlast. Bijvoorbeeld in het dorp Kockengen waar de bodemdaling 3 á 4 centimeter per jaar is. Op termijn een haast onmogelijke opgave voor de waterschappen.

Zijn lezing was voornamelijk gebaseerd op het rapport “Het Groene Hart in Beeld” van het Planbureau voor de Leefomgeving waar Nico Pieterse een medeauteur van is. Wat op mij de meeste indruk maakte was de stijging van de kosten voor het beheer van het gebied veroorzaakt door de bodemdaling. De kosten voor: het verpompen, de stuwen, de nutsvoorzieningen, de keringen, de wegen, de huizen en rioleringen stijgen fors. Maar ook en vooral de kosten van de uitstoot van CO2, als deze in geld uitgedrukt zouden worden, zijn fors (tot € 28.000 per hectare tot het jaar 2100). Wat mij opviel in het debat over de toekomst van het gebied was dat niemand inging op de stijgende kosten. In mijn ogen maken die stijgende kosten het haast onmogelijk maken om als melkveebedrijf daar te blijven functioneren op een wijze die nu het landschap zo aantrekkelijk maakt. Kernopgave voor het gebied zal moeten worden het stoppen van de bodemdaling. Als dat niet gebeurt, is al het gepraat over de toekomst in termen van behoud van wat er is voor de (politieke) bühne. Dan zal blijken: na mij de zondvloed.

Soms is het ook lachen op z’n bijeenkomst. De ondernemer Jan Zeeman liet in een lezing, doorspekt met humor, zien wat zijn gedachten waren voor het gebied en het ondernemerschap in het algemeen. Als goede bijbelvaste protestant gaf hij het voorbeeld: Hij ‘kleedde de naakte, zij het tegen een kleine vergoeding’. Ook in het Groene Hart viel voor de ondernemer ook in de toekomst geld te verdienen! 

30 augustus
Vandaag naar de open dag geweest van het waterschap en naar de filmpremière van “Het water en de stad” een film van Marijke van der Putten. De film vertelde uitermate vriendelijk de geschiedenis van Breda en het water (de Mark). Het had van mij wel wat kritischer gemogen. De Heren van Breda en hun rechtsopvolgers, de vroede vaderen, waren tot voor kort niet zo betrokken bij de Mark en de kwaliteiten van haar wateren. Noch waren ze van het meebetalen aan het bevaarbaar houden van de Mark of het verdedigen tegen het water dat soms vanuit zee de stad bedreigde. Maar de film is zeker het bekijken waard.

Bij het verlaten van het terrein werd ik vriendelijk uitgezwaaid door een jongedame, met een glimlach van oor tot oor, die me vroeg of ik wel wist dat er nog een open dag aan zat te komen. Ik antwoordde dat ik als portefeuillehouder van de Overdiepse Polder zeker wist dat er op 12 september daar een open dag was. Ze kleurde een beetje rood en de man van de beveiliging moest er ook om lachen. Ingehuurd of niet ze zette zich met enthousiasme in voor haar taak. 

Louis van der Kallen

 


‘LIEGENDE’ DROMENDE POLITICI

 

| 26-12-2014 | 11:20 uur |


 

‘LIEGENDE’ DROMENDE POLITICI

 

vvd-keihard-liegenZelf constateer ik al jaren dat aperte onwaarheden en het wekken van volstrekt onhaalbare verwachtingen in verkiezingsprogramma’s en verkiezingsleuzen steeds vaker deel uit lijken te maken van de manier waarmee politici de kiezers benaderen. Liegen lijkt steeds vaker een volkomen geaccepteerd gedrag te zijn van politici. Ik vraag mij al jaren af hoe dat komt. In mijn herinnering lijkt het de laatste tien jaar er langzaam in geslopen te zijn, met als hoogtepunt de VVD verkiezingsbelofte bij alle verkiezingen van de laatste vier jaren van belastingverlagingen, terwijl iedereen kan weten dat dit volstrekt onhaalbaar is. Maar sinds kort ben ik er achter hoe dat komt!  

Er komen waterschapsverkiezingen aan en in dat kader wordt er ook voor deze verkiezing een kieskompas gemaakt door een ‘onafhankelijke organisatie’ die zichzelf een wetenschappelijk imago aanmeet met als directeur politicoloog André Krouwel, die als universitair hoofddocent verbonden is aan de afdeling politicologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Op 16 december hadden we op het kantoor van het waterschap Brabantse Delta een stellingenconferentie om stellingen te bespreken die door de deelnemende partijen bij het ‘kieskompas’ waren ingebracht ter bespreking. Velen werden door André Krouwel snel en vaardig afgeserveerd. “Te vaag”, “te moeilijke taal”, “te genuanceerd”, enzovoort. Stellingen die een onjuiste voorstelling van zaken waren werden echter wel goedgekeurd, zelfs als ze in strijd met de wet waren. Ook stellingen, zoals bijvoorbeeld: “boeren moeten verplicht worden mee te werken aan waterveiligheid”, die al lang wet zijn en gewoon al jaren als uitgevoerd beleid worden geaccepteerd. Tegenstrijdigheden in het goedkeurgedrag van partijen, zoals gaan voor belastingverlaging en tegelijkertijd gaan voor allerlei voor de kiezer ‘leuke’ dingen (alsof ze geen geld kosten) waren geen aanleiding dat te benoemen. Nee, partijen mogen gewoon bij hun invulling van hun positie ten aanzien van een stelling dit soort tegenstrijdigheden aan hun laars lappen.

Waar ik mij het meest aan ergerde was dat partijen stellingen in mochten brengen die volstrekt in strijd waren met de taken en bevoegdheden van het waterschap. Toen ik dat ter discussie bracht was het ‘wetenschappelijke’ antwoord van de politicoloog Krouwel “dat partijen en politici mogen dromen”. Is dat wat de kiezer mag verwachten? 

Ik erken dat wetten veranderbaar zijn. Maar ze zijn dat niet door het waterschap. Het waterschap moet binnen de gegeven wettelijke kaders functioneren. Dromen over een betere wereld, waarin alles gratis is, kan in de kroeg maar niet als er een waterschap, gemeente, provincie of land bestuurd moet worden. De indruk wekken dat het waterschap over bepaalde zaken gaat terwijl dat niet zo is, is in mijn ogen simpelweg kiezersbedrog! Als je werkelijk de kiezer wilt helpen zijn keus te maken, zoals bij het kieskompas wordt beweerd , dan is dat  naar mijn visie niet het geval met stellingen die grotendeels een onware of weinig realistische voorstelling van zaken geven. Het kieskompas lokt, door het geven van een onjuiste voorstelling van zaken, manipulatie door partijen uit. Om in het gevlei van de kiezer te komen kunnen partijen bij het invullen van hun antwoorden straffeloos liegen of tegenstrijdige uitspraken doen, en dat onder het voorwendsel van een toeziend ‘onafhankelijk wetenschappelijk’ oog.

Als partij moet je wel meewerken aan het kieskompas. Anders kom je niet onder de aandacht van de zoekende kiezer. Maar of de kiezer zich geholpen kan voelen met het kieskompas is voor mij niet echt een vraag meer. Hij of zij wordt grotendeels misleid met stellingen die niet reëel hoeven te zijn. Er mag immers gedroomd worden! Wat mij betreft horen de stellingen in een kieskompas voor de waterschapsverkiezingen te gaan over zaken waar een waterschap over gaat. En geen ‘dromen’ te bevatten maar haalbare en realiseerbare beleidsopties. Je kan in het echte leven ook geen ‘droomkeuzes’ maken. Als “dromen mag” wordt gepropageerd door ‘onafhankelijke politicologen’ als André Krouwel is er voor politici, die deelnemen aan een stellingenconferentie voor een kieskompas of voor hun partij die bij de stellingen hun positie weergeven op een kieskompas, geen enkele rem meer om niet te dromen en hun dromen worden dan al snel hun waarheid, ook al weten wij allemaal, diep in ons hart, dat de meeste dromen gewoon bedrog zijn. In het geval van een door een politicus dromend ingevuld kieskompas: kiezersbedrog. Maar het beloven van lagere belastingen door de VVD was vast niet liegen. Het was immers een droom en dat mocht van de politicoloog!  

Louis van der Kallen 

 


HET UITVOERINGSPROGRAMMA ZUIDWESTELIJKE DELTA RAMMELT


HET UITVOERINGSPROGRAMMA ZUIDWESTELIJKE DELTA RAMMELT
Door:  adviesgroepbormenhuijgens.nl

De waterveiligheid van Nederland vraagt om een zuivere analyse van de planvorming en om afgewogen besluiten. De duurzaamheid van het toekomstig landelijk integraal waterbeheer is afhankelijk van samenhang en de juiste keuzes. Hoe anders kwam het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta tot stand.

Uitbesteding en gebrek aan zelfreflectie leidden hier tot het star vasthouden aan vooringenomen planvorming. Deze werden door de Stuurgroep ZWD breed in de publiciteit gebracht met eigen publicaties, uitgaven en propaganda. Kostbare jaren, moeite en geld gingen verloren en stagneerden de procesgang naar een klimaatbestendig Nederland. Het landelijk waterbeleid staat met de rug tegen de muur en kan zich geen fouten van dit formaat meer veroorloven. De tijd begint te dringen.

Gebrek aan samenhang
Het Uitvoeringsprogramma ZWD 2010-2015+ zou een fundament, een weloverwogen basis, voor een deelprogramma van een landelijk waterplan moeten zijn. Het werd echter een verbrokkelde presentatie van zeven aparte gebiedsprogramma´s. De gewraakte compartimentering van de deltawateren is hierbij enkel in een andere vorm gegoten. De plankaarten van de gebiedsprogramma´s zijn allemaal nog voorzien van het stempel `in ontwikkeling´. Het programma was en is niet rijp voor consultatie, laat staan voor aanbieding aan het kabinet. Een spectaculaire regiotour in 2010, waarbij de aandacht bewust verlegd werd naar lokale wensen in relatie tot de vermeende planvorming, was eveneens een stap te ver. De organisatie benadrukte tijdens de regiotour, dat de levensvatbaarheid en onderbouwing van de plannen niet ter discussie stonden. De hele planvorming loopt op de muziek vooruit en is weinig in overeenstemming met een adaptief beleid. De gewenste samenhang van een integrale visie ontbreekt.

De rol van de Zuidwestelijke Delta voor de landelijke waterveiligheid 
De kwetsbaarheid van onze waterwerken is groot. Bij stormopzet op zee en hevige regenval krijgen de noordelijke provincies spoedig te kampen met wateroverlast. Als er dan ook nog sprake is van piekafvoeren van de rivieren, valt vanuit het noorden geen wezenlijke bijdrage aan de probleemoplossing meer te verwachten. Met de realisatie van de projecten van Ruimte voor de Rivier wordt de doorstroming in het Nederlandse rivierentraject nog eens extra versneld. Alles komt op het bordje van de Zuidwestelijke Delta. De inrichting ervan is hier niet op berekend.
Als vervolgens dijkring 14 doorbreekt gaat het pas echt goed mis. Een overstroming zou het bankroet van Nederland betekenen. Evacuatie van de Randstad blijkt hierbij een onmogelijke opgave. Het is echter niet onmogelijk om de oorzaak te voorkomen. De toekomstige inrichting van de Zuidwestelijke Delta moet hiervoor zorg dragen. Deze cruciale rol voor de nationale waterveiligheid is in het Uitvoeringsprogramma ZWD onderbelicht en onvoldoende uitgewerkt. Een samenhang van de plannen voor de Zuidwestelijke Delta met onder meer Rijnmond en IJsselmeer is een vereiste. Met waterveiligheid valt niet te marchanderen.

uitv. pr

Beeld na uitvoeren projecten en maatregelen uitvoeringsprogramma. Bron: Uitvoeringprogramma Zuidwestelijke Delta 2010-2015+, april 2011

Toetsen aan doelen van het Nationaal Waterplan
Het NWP streeft naast waterveiligheid, ook naar garanties voor zoetwatervoorziening en naar estuariene dynamiek. Hierbij vereist het tegengaan van de dreigende rivieropwaartse invloed van de zee en de toenemende verzilting om blijvende zorg.
Dit alles dient in samenhang gestalte te krijgen en dat betekent voor de herinrichting van de Zuidwestelijke Delta het volgende:
Voor de nationale waterveiligheid is een inrichting van de Zuidwestelijke Delta nodig met een maximaal oppervlak aan noodberging en spuimogelijkheden in zee, in combinatie met een goede en korte primaire zeewering.
De zoetwatervoorziening wordt gegarandeerd door het behoud en toename van de zoetwatervoorraden en het beperken van zoetwaterverliezen.
Een compleet estuarium ontwikkelt zich in een open verbindingstraject tussen zee en rivieren, dat met de nodige lengte en regulatiemogelijkheden een geleidelijke en stabiele overgang van zout naar zoet kan waarborgen.

De verzilting van het Volkerak-Zoommeer, het Kierbesluit, de `watermachine´ in de Brouwersdam, Waterstad Rotterdam, gedempt getij, het Volkerak-Zoommeer als eerste noodberging, een complete riviermonding Haringvliet, klimaatbuffer Oesterdam, recreatieve voorzieningen, een gewijzigde zoetwatervoorziening en tal van andere vaak onsamenhangende zaken, werden de afgelopen jaren in de planvorming voor de Zuidwestelijke Delta opgenomen. Dit maakt het uitvoeringsprogramma tot een samenraapsel van oude en nieuwe voornemens.

De illustratie uit het huidige uitvoeringsprogramma toont een streefbeeld waarbij de bestaande zoetwatervoorraden verdwijnen, verzilting alle ruimte krijgt en het merendeel van de deltawateren wordt onttrokken aan een kans op toekomstige estuariene dynamiek.
Hoe men de zaak ook wendt of keert, een invulling van de omschreven doelen is hierin niet te ontdekken. Integendeel.

Het tij is nog altijd te keren
Er is nu nog sprake van papieren producten in de vorm van inrichtingssuggesties, adviesnota’s en onderzoeken. Het cumulatieve effect op andere projecten, dat ontstaat bij het halsstarrig vasthouden van foute keuzes, kan leiden tot kapitaalvernietiging, onveiligheid en milieuschade. Negatieve publiciteit in de media tast vervolgens de geloofwaardigheid van de overheid aan. Het kan geen kwaad om eens kritisch naar de inmiddels gepresenteerde regionale planvorming ZWD te kijken, deze te toetsen op de gestelde doelen en objectief te vergelijken met relevante inrichtingssuggesties. Het verzilten van het Volkerak-Zoommeer is een onnodige en kostbare zaak en beperkt sterk de inrichtingsmogelijkheden voor de Zuidwestelijke Delta. De inrichting van de Zuidwestelijke Delta is op haar beurt cruciaal voor de landelijke waterveiligheid en zoetwatervoorziening.
Het is niet wenselijk dat eerst innovatieve of uitdagende projecten gerealiseerd worden en de overheid vervolgens alsnog aan haar verplichtingen moet voldoen. In deze tijd van economische recessie zal de politiek geen groen licht geven aan planvorming waarvan het rendement sterk betwijfeld wordt. Vanwege haar tegenstrijdigheden met de nationale belangen, is te verwachten dat de het Uitvoeringsprogramma ZWD binnen afzienbare tijd van tafel wordt geschoven.
Alleen wanneer men de wateropgaven als uitgangspunten hanteert, kan men komen tot goede vergelijkingen en afwegingen om gezamenlijk, regionaal en nationaal, te eindigen met een breed gedragen en effectieve inrichtingsvisie.
Adviesgroep Borm & Huijgens – integraal waterbeheer februari 2012


KOERSWIJZIGING NAAR INTEGRAAL WATERBEHEER NU NOG MOGELIJK


KOERSWIJZIGING NAAR INTEGRAAL WATERBEHEER NU NOG MOGELIJK

Door: adviesgroepbormenhuijgens.nl

De verzilting van het Volkerak-Zoommeer, het Kierbesluit, de `watermachine´ in de Brouwersdam, waterstad Rotterdam, gedempt getij, het Volkerak-Zoommeer als eerste noodberging, een complete riviermonding Haringvliet, klimaatbuffer Oesterdam, recreatieve voorzieningen, een gewijzigde zoetwatervoorziening en tal van andere vaak onsamenhangende voornemens, werden de afgelopen jaren in de planvorming voor de Zuidwestelijke Delta (ZWD) opgenomen.
Het mag zeker niet zo zijn dat het voorbarige deelprogramma ZWD de totstandkoming van het landelijk Deltaprogramma belemmert. Alle deelprogramma´s dienen immers onder een centrale regie te worden gestuurd en in samenhang uitgewerkt.
In dit artikel wordt bezien hoe er alsnog, vanuit landelijk perspectief, gericht gestalte gegeven kan worden aan waterveiligheid en de overige wateropgaven. Een koerswijziging naar integraal waterbeheer is meer dan nodig.

Planfase van de Zuidwestelijke Delta:

uitv. pr

Beeld na uitvoeren projecten en maatregelen uitvoeringsprogramma Bron: H+N+S Landschapsarchitecten, 2010

Het `Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta 2010-2015+´ wordt gepresenteerd als het “vertrekpunt voor het zoeken naar oplossingen voor de lange termijn.” Dit citaat zet de lezer duidelijk op het verkeerde been. Juist omdat in dit deelprogramma tal van voornemens en experimenten zijn opgenomen, is de waterproblematiek hierin nogal eens verkeerd of eenzijdig benaderd. De planvorming is verbrokkeld in zeven aparte gebiedsprogramma´s, allen voorzien van het stempel `in ontwikkeling´. De betrokken regionale stuurgroep dreigt inmiddels door haar voortvarendheid en gebrek aan reflectie vast te lopen. Alles ligt nu even stil. Aangezien de inrichting van de Zuidwestelijke Delta een sleutelrol speelt bij het landelijk waterbeheer, lijkt het niet verstandig om voortijdig over te gaan van planfase naar uitvoeringsfase.

Zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg
Met een gebrekkig functionerende Maeslantkering loopt de Randstad momenteel een hoog overstromingsrisico. Een overstroming van de Randstad zou het bankroet van Nederland inluiden. De urgentie van afsluiting van de Nieuwe Waterweg wordt intussen onderkend, waardoor men al naarstig op zoek is naar een oplossing om dit faillissement te voorkomen. Een extra kering achter de Maeslantkering zou slechts een tijdelijke maatregel zijn, eenzijdig gericht op waterveiligheid. Afsluiting is niet alleen nodig voor waterveiligheid, maar ook voor het tegengaan van verzilting en het garanderen van de zoetwatervoorziening.
Zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg vormen een definitieve oplossing.

europoort

Een Nieuwe Waterweg met zeesluizen (oranje) en spuisluis (geel). Borm & Huijgens, 2010

Verzilting, een samenhangend beleidsprobleem
Door de zee bij de monding van de Nieuwe Waterweg telkens bij eb te plagen met een reusachtige zoetwaterbel, stellen we ons zeer kwetsbaar op. Als gevolg van dit grootschalig zoetwaterverlies neemt de rivieropwaartse invloed van de zee, via het noorden en zuidwesten, ons land in de tang. De industrie van Moerdijk en de Rijnmond, drinkwaterbedrijven, natuur en landbouw zitten niet op verzilting te wachten. Plannen die de zee nog verder `binnenhalen´ zijn dan ook af te raden.

Indien men het Volkerak-Zoommeer zou verzilten, komen Tholen, Sint-Philipsland en de Zuid-Hollandse eilanden in de problemen, evenals de glastuinbouw in het West- en Oostland. Momenteel vullen hier de substraattelers hun waterbassins nog bij met grondwater, maar vanaf 2013 wordt dit door de provincie Zuid-Holland verboden. De noodzaak voor symptoombestrijding van blauwalgen met zout in het Volkerak-Zoommeer neemt in gelijke tred af met de forse vermindering van de oorzaak, de toevoer van stikstof en fosfaten vanuit de landbouw. Aan het nut van verzilting wordt nu sterk getwijfeld.

Daar waar in laag Nederland een tekort aan zoet water ontstaat, dringt het zout door. Verzilting van water en bodem werd tot nu toe vooral gezien als een plaatselijk probleem. Lokale overheden hebben echter niet de daadkracht noch de middelen om dit aan te pakken. De huidige infrastructuur vormt de oorzaak van de waterproblemen. De oplossing dient dan ook gevonden te worden in de herijking van de landelijke zoetwaterverdeling (2009-2015). Hiermee kunnen de verziltingproblemen in samenhang met de overige wateropgaven opgelost te worden.

Zoet water in overvloed
In ons land, dat door de grote rivieren in ruime mate van zoet water wordt voorzien, hoeft zoetwatervoorziening geen probleem te zijn.
Het merendeel van het aangevoerde rivierwater verdwijnt echter boven de Europoort in zee. Dit maakt van onze overheid de grootste zoetwaterverspiller. Deze onacceptabele situatie is niet lang meer houdbaar met de verwachte afname van de minimum zomerafvoeren. Zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg maken aan het grootschalig zoetwaterverlies een einde. Hiermee komt voldoende zoet water beschikbaar om verzilting tegen te gaan, zoetwatervoorraden aan te vullen en om de deltawateren weer gezond te maken. We stellen een doorsteek bij Goeree voor, zodat het rivierwater, via een grote S-bocht, door de Oosterschelde naar zee kan stromen. Zo komt de zee relatief verder weg te liggen en schuift de zoutgrens op. Er ontstaat een geleidelijke gradiënt van zoet naar zout, waarmee de ecologische noodzaak van de Kier geheel vervalt.
Wanneer men tevens in de westelijke Grevelingen zeegatdynamiek wil realiseren, dan is een scheidingsdam van Goeree naar Duiveland gewenst. Deze is meteen bruikbaar om een leiding voor zoet water naar Schouwen-Duiveland aan te leggen. Dit in combinatie met een aangrenzend spaarbekken.
Zoet water dient te liggen waar het nodig is.

Noodberging van rivierwater in de Zuidwestelijke Delta
Bij hoge rivierafvoeren stroomt het water versneld naar Nederland. Ruimte voor de Rivier heeft de waterdoorvoer door ons land nog eens extra versneld en alles komt vervolgens op het bordje van de Zuidwestelijke Delta. In tijden van extreme rivierafvoeren in combinatie met hoge zeewaterstanden moet de Zuidwestelijke Delta tijdelijk het overvloedige rivierwater kunnen bergen. De huidige bergingscapaciteit van het Haringvliet schiet hiervoor tekort.
Ruimte voor de Rivier nam in haar plannen als noodberging alleen het Volkerak-Zoommeer op. Verder reikte het aandachtsgebied niet. Vervolgens beschouwde men deze noodberging maar al te gemakkelijk als het startpunt voor opschaling van de totale noodberging in de Zuidwestelijke Delta. Op 22 juni 2010 verscheen een gevoeligheidsanalyse die duidelijk moet maken wat de noodzaak en haalbaarheid is van uitbreiding van de waterberging. Er is alleen gekeken hoe vanuit een noodberging Volkerak-Zoommeer is op te schalen met Grevelingen en Oosterschelde. Het is jammer, dat men zich bij deze analyse heeft beperkt tot deze optie. Zo bleef een andere bergingsvolgorde buiten beeld. Door middel van een doorsteek door Goeree is de berging Haringvliet uit te breiden met de Grevelingen en de Oosterschelde. Hiermee ontstaat meteen een open verbinding met zee, met de mogelijkheid van tijdelijke sluiting en berging als de waterveiligheid hierom vraagt. De aanlegkosten van open verbindingen liggen lager dan bij afsluitbare doorlaatmiddelen.
Hierbij blijven de zoetwatervoorraden in de Zuidwestelijke Delta behouden. De drukstbevaren sluizen van Europa, de Volkeraksluizen, blijven intact en de Rijn-Schelde corridor blijft getijloos, beheersbaar en zoet. Antwerpen en Rotterdam varen er wel bij.

De maatregel de Kier blijkt overbodig en het Haringvliet kan als zoetwatervoorraad behouden blijven. Omdat het peil van het Volkerak-Zoommeer beheersbaar blijft, kan het waterschap de Brabantse Delta, ook bij een hoger peil op het Hollandsch Diep, Haringvliet en Grevelingen, haar overtollig water blijven afvoeren.

waterberging ZWD2

Een Nieuwe Waterweg met zeesluizen (oranje) en spuisluis (geel). Borm & Huijgens, 2010

Indien er op de langere termijn sprake is van een bergingstekort, kan de capaciteit verder uitgebreid worden met een berging in zee. Suggesties voor een Zuidbekken zijn al in diverse plannen en varianten gepresenteerd.

Het abrupt bergen van zoet op zout blijft bij de beschreven bergingsvolgorde achterwege. Zeker als de frequentie in de loop van de eeuw toeneemt, is het een groot voordeel dat niet elke noodberging meteen leidt tot een ecologische ramp.

Door bij piekafvoeren van tevoren het peil van het Volkerak-Zoommeer te verlagen, kan dit meer op het meest kritieke moment alsnog maximaal als komberging worden ingezet. Dit geeft een tijdelijke waterstandverlaging op het Hollandsch Diep, als laatste redmiddel om overstromingen in de regio Dordrecht te voorkomen.

Enige bedenktijd noodzakelijk
Elke planvorming dient alsnog in samenhang getoetst te worden op haar bijdrage aan waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ecologie. Ondanks de urgentie is het onverstandig om onder de huidige druk voortijdig keuzes te maken.
Wellicht heeft het kabinet gelijk. Zolang er geen definitief besluit is genomen, is er nog veel mogelijk. Pas op basis van volledige informatie kan men uit de impasse geraken. Dan kunnen er op grond van objectieve afwegingen centrale beslissingen genomen worden voor een klimaatbestendig Nederland met integraal waterbeheer.

Adviesgroep Borm & Huijgens – integraal waterbeheer mei 2011

Bronnen:
– Huitema D., S. Brouwer en J. Velstra (2007), Verzilting: beleidsprobleem in wording, IVM en Vrije Universiteit, H2O 40/16.
– De Schipper P. (2008), Zoete rivierstroom moet halfzoute deltameren weer tot leven brengen, BN/De Stem, 5 december 2008.
– Van Alphen J. (2009), De Rijnmond in de toekomst: open, dicht of afsluitbaar?, Rijkswaterstaat Waterdienst.
– Von Bannisseht Q. (2009), Verzilting Volkerak-Zoommeer treft Zuid-Hollandse glastuinbouw, Vakblad voor de bloemisterij nr. 12.
– Van den Haak R. en P. Stokman (2009), De Haakse Zeedijk, integraal inrichtingsvoorstel.
– Beaufort G. (2009), Plan Beaufort
– Borm W. en C. Huijgens (2009), De herijking van de landelijke zoetwaterverdeling, H2O nr. 25/26, 24 december 2009.
– Bulthuis J. et al.(2010), Gevoeligheidsanalyse Waterberging Zuidwestelijke Delta, 22 juni 2010, DHV-HKV, RWS-Ministerie V&W.
– Borm W. (2010), Inspraak op het Ontwerp-uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta 2010-2015+, Adviesgroep Borm & Huijgens, 28 juni 2010.
– Borm W. (2010), Landelijk inrichtingsvoorstel voor waterveiligheid, zoetwatervoorziening en estuariene dynamiek, Adviesgroep Borm & Huijgens en Bureau Beaufort, H2O nr.25/26, 24 december 2010.
– Adviesgroep Borm & Huijgens (2011), Nabeschouwing overleg integraal waterbeheer 2009-2010, januari 2011.
– Adviesgroep Borm & Huijgens (2011), Een ecologisch herstel van de delta, Total Fishing, januari 2011.
– Sweegers J. (2011), Leven in de Delta, is er een oplossing voor de waterpuzzel?, Energie en Water, 17 februari 2011.
– Adviesgroep Borm & Huijgens (2011), Een inrichting voor de Grevelingen, Total Fishing, februari 2011.
– Sweegers J. (2011), Zeeland-pretpark lijkt hoofddoel van stuurgroep Zuidwestelijke Delta, Energie en Water, 9 maart 2011.
– Van Heel L. (2011), Speciale waterweg redt vis, Algemeen Dagblad ed. Voorne-Putten, 19 maart 2011.
– Adviesgroep Borm & Huijgens (2011), Zonder de Kier toch uitstekende kansen voor de trekvis, WaterForum Weeknieuws nr. 486, 30 maart 2011.


EEN TOEKOMSTVISIE VOOR EEN KLIMAATBESTENDIG NEDERLAND


EEN TOEKOMSTVISIE VOOR EEN KLIMAATBESTENDIG NEDERLAND
Adviesgroep Borm & Huijgens en Adviesgroep Haak & Stokman

Samensmelting planvorming
De ontwikkelde plannen van de Adviesgroep Borm & Huijgens en de Adviesgroep Haak en Stokman hebben een landelijk integrale aanpak, zoals de commissie Veerman beoogde. De plannen zijn ineen geschoven met als inzet een samenhangende invulling van de wateropgaven waarvoor ons land staat; een toekomstvisie voor een klimaatbestendig Nederland.

Vijf voor twaalf
“Nederland moet niet wachten op de volgende watersnoodramp, maar nu met daadkracht gezamenlijk, vanuit een cultuurhistorisch besef, optreden tegen de klimaateffecten.” Dit is de belangrijkste uitkomst van het symposium ‘Waterrijk Nederland vijftig jaar na nu’, dat de Nederlandse Vereniging van Rentmeesters op woensdag 11 november 2009 in Utrecht organiseerde.
Als er niet tijdig begonnen wordt, staat men straks bij diverse wateropgaven met de rug tegen de muur. Het is gunstiger wanneer projecten voor het bereiken van kritieke tijdstippen gerealiseerd kunnen worden. In bestuurlijke en politieke kringen wordt nog altijd de ernst van de problematiek onderschat. Dit blijkt uit het ontbreken van beleid dat gericht is op een omvattend plan, om op tijd tot integrale oplossingen te komen. Het ontbreken van zulk beleid leidde in Nederland in het verleden herhaaldelijk tot rampen (bijvoorbeeld 1953). De belangen van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ecologie dienen behartigd te worden.

De roep om een integrale aanpak
Het advies van de commissie Veerman was geenszins bedoeld als een ´dichtgetimmerd verhaal´. Het ontbreken van een centrale regie leidde er echter toe dat de aanbevelingen spoedig gehanteerd werden als richtlijnen. Daarmee zijn verschillende instanties, zoals regionale stuurgroepen en werkgroepen, zelf aan de slag gegaan en hebben meerdere plannen ontwikkeld. Deze plannen richten zich vaak op sectorale oplossingsrichtingen, op deelgebieden van de centrale problematiek, en dragen meestal een regionaal karakter. Helaas vormt de optelsom van deeloplossingen niet de integrale oplossing die op termijn voor heel Nederland veiligheid en leefbaarheid garandeert.

De route naar de toekomst dient helder te worden
Er dient een duidelijk plan ontwikkeld te worden dat een integrale oplossing beoogt voor de grote opgaven waarvoor ons land staat, zoals:

  • Waterveiligheid door veilige zeeweringen en beheersing van de rivieren
  • Zoetwatervoorziening door het behoud van watervoorraden en het voorkomen van verliezen
  • Ontwikkeling van gezonde estuaria
  • Terugdringen van de voortschrijdende verzilting
  • Realisatie van duurzame energievoorzieningen
  • Verbetering van de infrastructuur Randstad
  • Benutten van economisch rendabele oplossingen..

De ontstane situatie waarin ons land zich bevindt, beperkt de keuzemogelijkheden.

Wat staat ons (land) te doen ?

  • Inventariseren van de bestaande oplossingsrichtingen
  • Verzamelen van de bruikbare elementen daarvan, die samen kunnen leiden tot één integraal plan voor de oplossing van alle opgaven
  • Ontwikkelen op bestuurlijk niveau van een beleid dat dit integrale plan waarborgt

Zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg
Momenteel is 1500 m3/s nodig om de indringing van zout tegen te gaan in de Nieuwe Waterweg. Dat is 40% van de totale rivierafvoer. Naar verwachting neemt in de komende eeuw de minimum zomerafvoer van 1700 m3/s af tot wellicht 700 m3/s (J. van Alphen, RWS Waterdienst, 2009). Dan gaat het met de zoutindringing allang mis. Afsluiting van de Nieuwe Waterweg is onontkoombaar.
Het tegengaan van het grootschalig waterverlies is ook van belang voor de herijking van de zoetwaterverdeling en het behoud van de zoetwatervoorraden.
Voor het zoetspoelen van poldersloten wordt eveneens 40% van al het rivierwater gebruikt. Bij zoetwaterschaarste neemt de vraag juist toe. Ook hier komt men spoedig klem te zitten.

afsluitbaar toekomst

Afb. 1: `Afsluitbaar Open Rijnmond`, tekening T. Rijcken

Maar ook veiligheid speelt een rol bij de Nieuwe waterweg. De faalkans van de Maeslantkering wordt te groot en ook de hoogte van de kering laat te wensen over. Een veiliger afsluiting van de Nieuwe waterweg met schutsluizen in zee lijkt het meest geschikt. Aanleg in zee vormt geen tijdelijke belemmering voor de scheepvaart. Hierbij blijven de westwaarts nog uit te breiden zeehavens van de Europoort open. Er kan tegelijkertijd een spuimogelijkheid ten oosten van de zeesluizen aan de noordzijde van de Nieuwe Waterweg aangelegd worden.

monding Nieuwe Waterweg 4

Afb. 2: Impressie van de open Europoort en de Nieuwe Waterweg met zeesluizen en spuisluizen

Extreme rivierafvoeren
De gletsjerrivier verdwijnt, we verwachten moessonregens en extreme droogte. De rivierafvoeren worden net zo wisselend als het weer. Men waarschuwt voor ernstige zoetwatertekorten in de zomer. Na de maatregelen in het kader van Ruimte voor de Rivier, gaat de Zuidwestelijke Delta de klappen opvangen. Maximale berging en spuimogelijkheden dienen benut en uitgebreid te worden.

De meest voor de hand liggende verwachtingen zijn een zeespiegelstijging van 30 tot 40 cm per eeuw, een maximum piekafvoer van 16.000 m3/sec en een afname van de minimum zomerafvoer van 1700 m3/sec naar 700 m3/sec in 2100.

Doorstroming en routeverlenging naar zee
De ecologische versterking van de delta krijgt gestalte in de estuariene dynamiek, middels open verbindingen tussen zee en rivieren. Voor ontwikkeling van estuariene dynamiek en het gelijktijdig beperken rivieropwaartse invloed van de zee, zijn er twee maatregelen: Het rivierwater laten meanderen in de bestaande deltawateren en de routes verlengen middels een lagune of een omdijkt stroomtraject in zee. Een meanderende rivier zorgt voor vertraging van doorstroming. Dit is bij geringe rivierafvoeren gunstig.

doorstroming ZWD 4

Afb. 3: Schets inrichtingsvoorstel zuidwestelijke delta

Echter, bij (extreem) hoge afvoeren is het zaak om de doorvoer zo gericht mogelijk te houden. Dat betekent dat er onder die omstandigheden in de Zuidwestelijke Delta meteen al gespuid wordt door de Haringvlietsluizen en bij de Afsluitdijk eveneens de bestaande spuisluizen in gebruik gesteld worden.

Voor tijdelijke rivierwaterberging en afvoer worden het IJsselmeergebied en de Zuidwestelijke Delta ingezet. De bergingscapaciteit van het IJsselmeer voldoet aan de veiligheidseisen en met een verlenging van het traject van afstroom rond de Afsluitdijk kan een permanente open verbinding worden gemaakt met de Waddenzee. Voor de Zuidwestelijke Delta ligt er een optimale kans om het rivierwater te laten afstromen, middels een doorsteek bij Goeree, via Grevelingen en Oosterschelde. Hierbij wordt de compartimentering van de deltawateren opgeheven, neemt de opvangcapaciteit maximaal toe en verbetert de waterkwaliteit. De Zuidwestelijke Delta speelt de belangrijkste rol in rivierwaterafvoer en bij het herstel van estuariene dynamiek. Het nastreven van een stabiel dynamisch milieu en van een min of meer vaste locatie van de overgang van zoet naar zout, zijn mogelijk middels bijsturen met spuisluizen, kribben en stormvloedkering.
Doorstroming speelt er een belangrijke rol voor de verbetering van de milieukwaliteit, de voeding van schelpdierculturen en het bestrijden van blauwalgen.

doorstroming IJsselmeer 4

Afb. 4: Schets inrichtingsvoorstel noordelijk IJsselmeergebied

Alle wateren worden onderdeel van één groot systeem in open verbinding met zee, dat zich op natuurlijke wijze verder mag ontwikkelen. Een eco-economisch aspect is, dat de belangrijkste zoetwatervoorraden van Nederland hierbij behouden blijven.

Er worden momenteel uiteenlopende inrichtingsplannen voorgesteld die niet voldoen aan de genoemde voorwaarden. Zo geeft het toelaten van zout in het Volkerak-Zoommeer niet alleen een wijziging van het milieu, maar werkt het ook verzilting van de regio in de hand. Het maakt het een toekomstige open verbinding van het Volkerak met het Haringvliet en Hollandsch Diep onmogelijk en het vernietigt het de zoetwatervoorraad. Omdat het zoute en brakke water veel invloed krijgt in de Zuidwestelijke Delta is het behoud van de zoetwatervoorraden Volkerak-Zoommeer en Haringvliet van groot belang.

De Haakse Zeedijk
Met de aanleg van de Haakse Zeedijk wordt een nieuwe kustlijn gedefinieerd die vijfentwintig kilometer westelijk ligt van de huidige kust. Deze kustlijn zonder uitstulpingen is geschikt voor natuurlijke zandaanlanding en duinontwikkeling. Met dwarsdijken naar de huidige kust ontstaan er drie kustbekkens.
De aanleg van de Haakse Zeedijk is van belang voor een klimaatbestendig Nederland. De kustbekkens zijn primair gericht op waterveiligheid en vervolgens op estuariene dynamiek (Zuidbekken), noodberging (Zuid- en Midbekken) en zoetwaterbuffering (Noordbekken).
Het Midbekken en het Noordbekken zijn na aanleg meteen gesloten en blijven beneden gemiddeld zeepeil. Samen beschermen ze de Hollandse kust en gaan ze zoute kwel tegen.

klimaatbestendig Nederland 6

Afb. 5: Een gecombineerd toekomstbeeld

Een laag peil in het Midbekken betekent dat bij hoge afvoeren ook de Nieuwe Waterweg het overtollig rivierwater kan spuien. Een gesloten Rijnmond kan onder alle omstandigheden hier haar water lozen.

Vervolgens gaat de aandacht naar energievoorziening, infrastructuur, recreatie en woningbouw. Het totaalplaatje van de diverse inrichtingen met onder meer een luchthaven, een uitbreiding van de Maasvlakte, windmolenparken, energiecentrales, woonkernen, wegen en havens, recreatiegebieden en natuur behoort nog nader uitgewerkt te worden. Inrichtingssuggesties en voorlopige berekeningen zijn voorhanden.

Een gezamenlijke delta
De aanleg van een Zuidbekken vergroot de delta en is een logisch vervolg op de genoemde routeverlenging naar zee. Met een hoge dijk om de Voordelta vanaf Walcheren tot aan de Europoort ontstaat een lagune. In de openingen naar zee kunnen, tegen de tijd dat de stormvloedkering Oosterschelde is afgeschreven, brede stormvloedkeringen worden aangebracht. Zo wordt de estuariummonding langer en vergroot. In deze lagune is sprake van estuariene dynamiek. Ze fungeert als kraamkamer voor de zee en als verbindingszone met de grote rivieren. Ze omvat de gezamenlijke monding van Rijn, Maas en wellicht ook Schelde.

Het is mogelijk dat in de toekomst, na een afsluiting van de Westerschelde met zeesluizen, er een open verbinding via de Oosterschelde gecreëerd gaat worden. Dan is de getijdenslag bij Antwerpen heel wat minder.
Bij tijdelijke afsluiting van het Zuidbekken met de keringen wordt de totale noodopvang voor rivierwater meer dan verdubbeld en is Nederland op extreem hoge rivierafvoeren voorbereid.

Regelbare afvoeren
Een doorvoerkanaal van zoet water vanaf het IJsselmeer kan het Noordbekken van zoet water voorzien. De IJssel dient dan ook een groot deel van het jaar van voldoende aanvoer gegarandeerd te worden, om de noordelijke zoetwatervoorraad aan te vullen en het IJsselmeer zoet te houden. Een te reguleren doorvoer van Rijnwater bij Pannerden is hiervoor vereist (Plan Beaufort). Bij hoge afvoeren zal de Gelderse IJssel maar 10% van het totaal kunnen verwerken en stijgt het peil vooral in de zuidwestelijke waterberging.

Stapsgewijze aanpak
Elke stap van een deltaprogramma dient genomen te worden in samenhang en gericht op de lange termijn. Het heeft de voorkeur dat elk project een afgerond en rendabel geheel is.
Er is in november 2009 gestart met de herijking van de landelijke zoetwaterverdeling en deze wordt in 2015 voltooid. In deze periode is het van belang om de met de herijking samenhangende zaken voor te bereiden. De hoogste prioriteit, in verband met waterveiligheid en zoetwaterverlies, heeft de aanleg van zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg. De beslissing hierover dient spoedig genomen te worden, zodat de voorbereidingen kunnen starten. Dit geeft zekerheid voor de zoetwaterverdeling in combinatie met de herinrichting van de Zuidwestelijke Delta, het IJsselmeer en alle overige deelplannen. Verder in de tijd wordt het, gezien de klimatologische onzekerheden, moeilijker om aan te geven wanneer bepalende maatregelen genomen moeten worden. Deze maatregelen zijn vaak tijdgebonden, afhankelijk van een volgorde of van nog onzekere ontwikkelingen zoals de mate van zeespiegelstijging.

Een streefbeeld als basis
Deze bijdrage beslaat slechts enkele pagina´s. Voor een nadere uitwerking zal nog zeer veel moeten gebeuren. Het geschetste toekomstbeeld kan mogelijk als uitgangspunt fungeren voor een plan voor een klimaatbestendig Nederland. Het zou een basis kunnen vormen voor combinaties met relevante visies. Een streefbeeld zoals de commissie Veerman voor ogen had en van waaruit een samenhangende invulling voor het deltaprogramma ontwikkeld kan worden.

Voor meer informatie: De herijking van de landelijke zoetwaterverdeling, H2O december 2009
Adviesgroep Borm & Huijgens:
Adviesgroep Haak & Stokman:
Website: www.haaksezeedijk.nl

Gerelateerde en te combineren planvorming:
Mooiste en Veiligste Delta 2010 – 2100, RWS – Deltares, 2007
Afsluitbaar-Open Rijnmond, T. Rijcken, 2008
Plan Beaufort, G. Beaufort, januari 2010