OVER WATER – 119

 

| 25-11-2017 | 13.00 uur |


 

OVER WATER – 119

 

20 november
Met het voltallige DB een overleg met het college van B&W van Geertruidenberg. Onderwerpen van gesprek waren onder andere: de energietransitie en hoe de industrie daarbij te betrekken, de klimaatadaptatie, de evaluatie van het participatieproces Geertruidenberg/Amertak, de samenwerking en de cultuurverschillen tussen gemeenten en waterschappen.

21 november
In de middag de havenconferentie “Leer van Waalwijk” met een trotse Wethouder Ronald Bakker die aankondigde dat in 2020 de nieuwe haven gereed zal zijn met 350 meter kade en geschikt voor klasse 5 binnenvaartschepen ( tot 170 meter schepen). Als portefeuillehouder Waalwijk en verbeteringen primaire keringen vind ik dat een heel ambitieuze doelstelling. Want deze nieuwe haven gaat dwars door een primaire kering. Maar ambities mogen, zolang de veiligheid van onze inwoners maar gegarandeerd blijft. Als waterschap zullen we binnen onze mogelijkheden alles doen om die grote ambitie proberen waar te maken.  

Peter Jasperse van APL Logistics hield een lezing over de ontwikkelingen in de binnenvaart. Hij voorzag een sterke groei voor de binnenvaart, mede door de lagere kosten dan bij wegtransport, maar vooral door de veel lagere CO2 uitstoot per getransporteerde éénheid en de mogelijke invoering van een kilometerheffing voor wegtransport. Daaraan gekoppeld mogelijkheden voor lokale/regionale klasse 5 havens en de depotmogelijkheden voor containers wegens de hoge opslagkosten van containers in het havengebied van Rotterdam. Een remmende factor kan zijn de oplopende wachttijden voor binnenvaartschepen in de havens van Rotterdam. Wat mij in de lezingen vooral opviel was de samenwerking/samenhang tussen het havenbedrijf Rotterdam en de logistieke ontwikkelingen in Midden-Brabant (Waalwijk), gericht op het gehele Europese achterland, waarbij klasse 5 de minimale norm lijkt te worden.

In hoeverre de Amertak en het Wilhelminakanaal (ook na de voorgenomen verbreding voor 1350 ton schepen) daarin nog passen is de vraag. Waalwijk, gelegen aan normaliter diep water, sorteert hier duidelijk op voor.

Een andere opvallende lezing was die van Rene Geujen, senior adviseur bij Buck Consultants International. over de effecten van robotisering op de werkgelegenheid binnen de logistieke sector. Zijn voornaamste conclusie, afhankelijk van de logistieke activiteit, een reductie van 40 tot 90 % in werkgelegenheid. Hierbij is vooral het MBO niveau het slachtoffer. Juist de onderkant van de arbeidsmarkt valt tussen wal en schip. De hoofdmoot van de arbeidsreductie komt in het 5e tot 8e jaar nadat met de robotisering een start wordt gemaakt. De voornaamste oorzaak van de robotisering nu, is volgens Rene Geujen de huidige lage kosten van kapitaal! De groot verdieners bij de banken hebben de ramp veroorzaakt en de laag verdieners betalen op termijn de rekening de komende jaren, door het verlies van hun arbeidsplaatsen, omdat meneer Draghi zo nodig de zondaren van de creditcrisis uit de wind moet houden.

In de avond een informatiebijeenkomst regionale keringen in Terheijden.

23 november
Het Nationaal Leisurecongres ‘1001 verhalen’ in Kaatsheuvel (we werden ontvangen door een schapenkudde) met een aantal lezingen/presentaties, zoals van Frans Goenee, inspiratiemanager van de Efteling, die helder maakte dat het goede verhalen vertellen, goede ervaringen die leiden tot mooie herinneringen, vaak 15 tot 25 keer worden doorverteld. Dat kromme wegen leiden naar steeds weer nieuwe verrassingen. Achter iedere hoek een nieuw inzicht! Maar ook werden initiatieven toegelicht zoals ‘beleef het landschap naast de deur’. Het toekomst perspectief van een educatieve boerderij of hoe ‘herenboeren’ samen duurzaam voedsel produceren zonder hun handen vuil te maken. De lunch genoten we bij een paddenstoelenkweker.

In de vroege avond fractie waar de AB agenda werd doorgesproken en de opvolgingsdiscussie werd afgesloten met de definitieve bevestiging dat Niels Mureau onze kandidaat is om mij in het DB op te volgen.

24 november
Vandaag de regionale Lego Challenge in de Avans Hogeschool in Breda. De Lego Challenge bestaat onder andere uit een wedstrijd, waarbij Lego componenten gebruikt worden om robots te maken waarmee allerlei taken binnen een bepaalde tijd uitgevoerd kunnen worden. Een ander onderdeel van de wedstrijd is de ideeënontwikkeling inzake ‘water’.

Het was leuk dat ons waterschap aanwezig was met de waterbak, waarmee we kunnen laten zien wat er gebeurt in gebouwde omgeving als het veel regent en welke maatregelen een burger kan nemen om wateroverlast en hittestress te voorkomen of te verminderen. Steg Snelders uit Made, de jeugddijkgraaf van Nederland was ook aanwezig. Ik woonde diverse presentaties bij waaronder die van groep 7/8 van de Sint Martinusschool uit Schijf. Deze maakte indruk op mij. Het probleem (omgaan met de neerslag) werd geanalyseerd en met cijfers onderbouwd. Gekeken werd naar toepassingsmogelijkheden en deze werden op haalbaarheid (financieel en technisch) bekeken. Uiteindelijk werd een keuze gemaakt voor een oplossing die mogelijkheden leek te bieden. Directie en bestuur werden met succes er van overtuigd dat het eureka idee toepasbaar is. Zelfs kwam de aankondiging dat de kinderen mede in gesprek gaan met degenen die toestemming voor de bouw van de installatie moeten geven. Met een model werd aangegeven hoe de inzameling, opslag, verwerking en toepassing van het regenwater en waar één en ander geplaatst kon worden. De presentatie was geweldig en werd afgesloten met een lied. Al met al inspirerend en een dik compliment voor de kinderen en de lerares waard.  

Een tweede idee, wat mij trof, was van de Zonneberg school in Kruisland. Zij hebben een idee ontwikkeld, inclusief een voorbeeld, van een rolluik dat als het wordt neergelaten of opgehaald, met regenwater de ramen zeemt. Met een fabrikant is zelfs overlegd hoe het beter kan en/of een ander probleem, vervuiling van de achterkant van rolluiken, opgelost zou kunnen worden. Ook dit ziet er fantastisch uit. 

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 22

 

| 24-12-2015 | 12:00 uur |


 

16 december
In de ochtend twee boerenbedrijven bezocht in de Overdiepse Polder om te praten over de nog te regelen zaken, zodat ook voor hen het project goed en tot genoegen afgerond kan worden.

17 december
In de ochtend weer een gesprek met een boerengezin over hun punten die nog afgerond moeten worden. Stapje voor stapje worden de resterende zaken geregeld en komt het project tot een afronding. De laatste loodjes wegen altijd het zwaarst.
In de middag het regionaal ruimtelijk overleg Midden Brabant (Hart van Brabant) op de locatie Bosrijk/Efteling met gedeputeerde Erik van Merrienboer als voorzitter. Voor mij als vertegenwoordiger van een waterschap in dit gezelschap van wethouders, waren de agendapunten over de omgevingswet en de totstandkoming van gemeentelijke en provinciale omgevingsvisies van belang en de werkafspraken ‘kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant’. Als waterschappen willen wij daar graag bij betrokken worden omdat we denken dat de inbreng van de waterschappen daar waardevol kan zijn en er door meer integraal te werken geld bespaard kan worden en kwaliteit worden toegevoegd.

22 december
Vandaag de laatste DB vergadering van het jaar met een forse agenda met onder andere een evaluatie van het afkoppelbeleid en een onderzoek op grond van artikel 109A van de Waterschapswet. Een belangrijk verbeterpunt is dat de normen/ beleidsregels inzake dit beleid transparanter samengevat dienen te worden. Nu is het voor bijvoorbeeld gemeenten niet altijd helder wat de normen zijn voor afkoppelen c.q. de eisen qua retentie bij nieuwe ontwikkelingen. Er zou, afgestemd met de gemeenten, een lange termijn visie integraal beleid stedelijk water moeten komen, waarbij, om meer kosteneffectief te worden, de maatwerkgedachte centraal zou moeten staan. Doelmatiger zou ook zijn als het waterschap bij nieuwe gemeentelijke bouwplannen eerder bij het planproces en de projectvoorbereiding wordt betrokken. Het handhavingsuitvoeringsprogramma 2016, alsmede het ontwerp projectplan ‘natte natuurparel Lage Vuchtpolder’ werden vastgesteld.

Besproken werd ook het juryrapport van de prijsvraag “waterschappen in het jaar van de ruimte”.  In Over Water 20 schreef ik al over de prijsvraag. Toen schreef ik: “De winnaar was het HoWaBo project van waterschap Aa en Maas. Een prachtig project naar mijn mening en die van de jury. Maar smaken verschillen. Op 13 november werden dezelfde ingediende projecten beoordeeld door een ‘publieksjury’ bestaande uit waterschapsbestuurders. De uitslag was geheel anders. De winnaar van toen, de waterberging Zundert, behoorde nu niet eens tot de genomineerden. Voor mij leidt dit tot de conclusie dat, als we werkelijk een ruimtelijke kwaliteitsslag willen maken, we de bestuurders op cursus moeten sturen, want die schijnen er dus niets van te snappen terwijl ze wel de beslissingen nemen. Of zijn de geleerde dames en heren van de jury op een eiland terecht gekomen en leven ze in een andere wereld? Zowel de winnaar van toen (mijn eigen waterschap) als de echte winnaar het HoWaBo project verdienen wat mij betreft de hoofdprijs.”

Uit het totale juryrapport bleek nu dat de winnaar in de ogen van de waterschapbestuurders onze waterberging Zundert niet eens bij de eerste juryselectie zat (10 projecten uit de 16 ingestuurde projecten). Het verschil tussen de beslissers over projecten (de bestuurders) en de ‘deskundige’ jury is wel heel groot. Wat veruit de NUMMER 1 was voor de bestuurders zat niet eens bij de eerste tien (van zestien) bij de jury. De jury, bestaande uit: Prof. Ir. Eric Luiten (Voorzitter en Rijksadviseur Landschap en Water), en Jannemarie de Jonge (geassocieerd lid van de Raad voor de Leefomgeving), en Hamit Karakus (oud wethouder van Rotterdam en nu algemeen directeur van Platform 31), en Paul van Eijk (lector duurzame watersystemen aan de Hogeschool VHL), kwam dus tot totaal andere conclusies dan de waterschapbestuurders!

grumpyMisschien ben ik een grumpy die slecht tegen zijn verlies kan, maar het is geen goede zaak dat tussen beslissers en ‘deskundigen’ zo’n groot verschil van mening is over wat ruimtelijke kwaliteit is. Wel kan ik constateren dat de ambtenaren van ons waterschap heel goed weten wat hun bestuurders willen en mooi vinden. Waterschapsprojecten moeten vooral functioneel zijn maar, als het kan, ook kwaliteit toevoegen aan de ruimte die in ons land zo schaars is.

Zelf heb ik het idee dat de juryleden wel heel ver afstaan van de kerntaken van een waterschap. Maar anderzijds kunnen waterschapsbestuurders en ambtenaren leren van wat anderen ruimtelijke kwaliteit vinden. 

Louis van der Kallen