Zeer strenge winters


In West-Europa komen soms zeer strenge winters voor. In een tijd dat thermometers er nog niet waren, waren er wel andere indicaties om vast te stellen wat uitzonderlijk was.
In 1573, 1684, 1695, 1830 en 1963 waren er ijsprocessies van het Zwitserse Münsterlingen naar het Beierse Hagnau over het Bodenmeer/Bodensee. Alleen toen was dat meer volledig bevroren en begaanbaar!

Leggen we die reeks naast die van de winters in Nederland met veel meldingen van doodgevroren mensen; 1408, 1435, 1511, 1565, 1684, 1740, 1789 en 1830 dan zijn er een aantal overeenkomsten.

In de winter is overleven afhankelijk van bescherming tegen kou en honger. Een lange strenge winter bekende ook dat het vervoer over water onmogelijk werd en de voorraad brandstoffen (veelal hout en turf) bepalend waren of je het overleefde.

Een woningwet bestond er voor 1901 niet. En de huizen van de armen waren vaak tochtig, zonloos en in zo’n winter ijzig koud. De brandstofprijzen en de voedselprijzen liepen op. Meel werd schaars als het graan niet kon worden aangevoerd of gemalen door de watermolens. Men stierf van kou en honger.

De kern van dit stukje is dat winters en het klimaat heel variabel zijn. De winter van 1963 was in, Nederland en in grote delen van West-Europa, de strengste na 1830. Meer dan 130 jaar verstreek voordat er weer een winter kwam zoals in 1830.

Ik ben geen klimaatontkenner. Maar het is goed te realiseren dat variaties in het klimaat ook zonder een aantoonbare klimaatverandering al heel erg groot zijn. En dat na de ontwikkeling van de kwikthermometer door glasblazer en instrumentbouwer Daniël Gabriël Fahrenheit we meer exacter kunnen meten.

Maar de geschiedenis van het weer is ook te reconstrueren op basis van andere vormen van geschiedschrijving.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties zijn gesloten.