
Komende woensdag staat er een politieke PFAS-motie op de agenda van het waterschap Brabantse Delta. Daarom onderstaand een artikel dat ik in 2023 schreef.
PFAS, onnozel, onwetend of bewust de kop in het zand?
In december 2016 bestond de STOWA 45 jaar. Dat was de reden om eens goed te laten zien wat zij aan kennisontwikkeling voor de waterschappen doen. Er waren presentaties en discussies over de aanpak van nieuwe stoffen, energie- en grondstoffenterugwinning en wateroverlast. Wat mij het meeste trof, was de discussie over ‘nieuwe stoffen’ die pas recent, mede door de PFAS-discussie, de aandacht krijgen die ze verdienen.
Het verbaast mij dat men zich keer op keer laat verleiden tot discussies over normeringen. Alsof we voor de ruim 200.000 verschillende stoffen (Europees Agentschap voor chemische stoffen, ECHA) die nu al in het afvalwater voorkomen, normen kunnen stellen en die vervolgens stuk voor stuk tegen redelijke kosten kunnen meten en reduceren.
Met oxidatie en actieve koolabsorptie kunnen voor sommige van de nu gemeten stoffen soms bemoedigende resultaten worden behaald. Maar is dat genoeg? In mijn beleving zijn het grotendeels zinloze discussies tussen bestuurders en politici die zelden kaas hebben gegeten van de aard en mogelijke effecten van die meer dan 200.000 stoffen die we nu al in afvalwater kunnen detecteren.
Voor mij is het helder: het uitgangspunt zou de nulnorm moeten zijn. En het rare is: die is haalbaar!
In 2004 werd door het waterschap Rijn en IJssel in Varsseveld een zuivering uitgerust met membraantechnologie. Met membraantechnologie kan men daadwerkelijk alle stoffen uit het water halen, tot aan de nulnorm. Die technologie heeft zich de afgelopen jaren enorm ontwikkeld en is daardoor steeds goedkoper geworden. Bovendien kan de technologie nog verder worden ontwikkeld.
De winst voor de ecologie en de volksgezondheid is potentieel groot, maar deels niet in geld uit te drukken. Ik zou graag zien dat de STOWA en de waterschappen deze ‘ideale’ oplossing voor alle verontreinigingen samen met de membraanindustrie verder zouden ontwikkelen.
Toxicologen vrezen voor een cocktaileffect. Zo was op 6 mei 2023 te lezen in de NRC. We lijken anno 2023 niets geleerd te hebben van het PCB-dossier, dat in 1966 begon, met de constateringen van Zweedse wetenschappers. Of van de discussie rond Bisfenol A.
Maakt REACH (Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemicaliën) ons wel wakker? REACH brengt de zeer zorgwekkende stoffen in kaart. Er is veel onzekerheid. Dat zou de waterschappen ertoe moeten brengen op een andere manier naar zuiveringen te kijken. Anders is de toepassing van effluent ten behoeve van drinkwater of in de landbouw het oplaten van een luchtballon.
Er wordt veel gepraat in dit land en zelden iets uitgevoerd. Doorschuiven is een politieke kwaal van alle tijden, met steeds een nieuwe lading gekozenen die zonder kennis van de geschiedenis weer ‘mooie’ verhalen vertellen, zonder zich te verdiepen in onze geschiedenis of in de onderwerpen waarover zij besluiten nemen. Om zich daarna af te vragen waarom de bevolking geen vertrouwen meer in hen heeft.
Vanaf hier in het heden toegevoegd.
Keer op keer wordt een politieke motie geschreven vanuit onnozelheid. PFAS zit in alles. Wat er wereldwijd na 1960 wordt geproduceerd, bevat PFAS-achtige stoffen. En vooral in plastic en kleding, die door ons allemaal worden gekocht en grotendeels in Azië worden geproduceerd.
Wil men eerlijk zijn, dan zijn vooral de consumenten onderdeel van het probleem. Zij willen en kopen de ‘moderne’ producten. Terug naar de producten uit de jaren vijftig van de vorige eeuw! Of zijn we eerlijk genoeg om toe te geven dat we daar geen afstand van willen doen?
Geen kleding die meer bevat dan wol, linnen en katoen. Geen elektronica. Geen antiaanbakpannen. Geen regenkleding. Veel schoonmaakmiddelen en chemicaliën niet meer. Geen verf die bruikbaar is beneden de 15 graden Celsius, enzovoort, enzovoort.
Natuurlijk moet er veel gebeuren. Maar zullen we op zijn minst beginnen met ook naar onszelf te kijken?