
Na de hoogwaters van 1920 wist het polderbestuur (de dijkstoel) dat de Maasdijk bij Nederasselt te zwak was en verbetering behoefde. Maar het polderbestuur, veelal zuinige grondeigenaars, wentelde het hoogwaterprobleem of op de Beerse Overlaat. Ooit kon dat makkelijk omdat deze in de tijd van de generaliteitlanden onder druk van Gelderland was aangelegd op Brabants (veroverd)grondgebied.
Maar in 1921 besloot de Tweede Kamer tot sluiting van deze overlaat. Gevolg in januari 1926 liepen grote delen van het Rijk van Nijmegen onder. Gevolg circa 3000 verwoeste huizen en circa 10 miljoen gulden schade. Die voor de helft voor rekening van de bewoners kwam. En veel geëvacueerde bewoners en vee. Dat leidde toe een stevige discussies over wie wat zou moeten betalen en aan wie!
Veel Betuwse boeren wilden een vergoeding voor het tijdelijk stallen en voeren van het geëvacueerde vee. De Brabantse boeren vroegen niets!
Natuurlijk was daar de schuldvraag. Het polderbestuur was nalatig geweest! Waarom had de provincie richting het polderbestuur geen actie ondernomen? En waarom was het stil gebleven in Den Haag?
Ook nu is een groot deel van de politiek tevreden als pas in 2050 de dijken voldoen aan de normen van nu! In dit terwijl we weten dat een deel van onze dijken verbeteringen behoeft!