
Wat keer op keer op ruime schaal de media haalt is de voorspelde zeespiegelstijging en de gevolgen voor ons ‘lage’ landje.
Door het afsmelten van de poolkappen en gletsjers is de zeespiegel de aflopen ruim 17.000 jaar circa 120 meter gestegen. Dat is gemiddeld ruim 70 centimeter per eeuw. Of anders gezegd circa 35 tot 40 miljoen kubieke kilometer ijs is omgezet in water. Met volgens de laatste schattingen nog ruim 20 miljoen kubieke kilometer te gaan. Er is dus nog een forse stijging mogelijk. Hoe zouden de delta’s van de wereld er dan uitzien? En die van Nederland in het bijzonder?
De afgelopen paar eeuwen hebben wij onze polders, met vaak een venige ondergrond, door al het pompen soms met ruim een meter per eeuw omlaag gepomp. Een bodemdaling door ons eigen menselijke handelen! Bovendien daalt het westelijke deel van ons ‘lage’ landje met enkel centimeters per eeuw door een tektonische daling van de ondergrond.
We hebben van onze delta/estuaria, door menselijk ingrijpen een niet meer natuurlijk werkend systeem gemaakt. Wat we tot op de dag van vandaag verder verslechtert, mede door ons menselijk handelen, bijvoorbeeld door de grondwaterverlagingen. Het natuurlijke productie- en reinigingsvermogen van onze binnenwateren en estuaria zijn grotendeels verloren gegaan.
De menselijke ingrepen waren steeds gericht op de korte termijn, voor ons mensen, nuttige gevolgen vaak zonder te beseffen wat de gevolgen zouden kunnen zijn voor de langere termijn. En vooral een menselijke kosten/baten analyse die geen of weinig rekening houdt met de totale ecologische behoefte. Waarbij rekening wordt gehouden met een berekenbare marktwaarde maar niet met de goederen en diensten die geen direct aanwijsbare marktwaarde hebben zoals de leef kwaliteit van al wat leeft.
Soms doet iemand een poging de werkelijke kosten/verliezen in beeld te brengen zoals in 1997, Robert Costanza die in samenwerking met ecologische wetenschappers als John Cumberland, Herman Daly, Robert Goodland and Richard Norgaard, met de rapportage “An Introduction to Ecological Economics”. Lees aanbeveling in dit kader is het artikel uit 1997, van Costanza et al. “The value of the world’s ecosystem services and natural capital” in Nature.
Mijn conclusie is: dat de realiteit van veel ecosysteemdiensten niet vervangbaar zijn. Zodat het verlies aan menselijke welvaart en welzijn immens is en onvervangbaar. Wij zouden veel omzichtiger dienen om te gaan met onze ecosystemen/natuur en ze in de besluitvorming de plaats moeten geven die ze toekomt.