Van klein naar (te) groot.


Rond 1850 waren er circa 5000 waterschappen, Rond 1950 nog circa 2500. In 1981 nog 283. In 2003 minder dan 50 en nu 21.

In de jaren zeventig verscheen het Diepdelvers-rapport daarin verwerkte de Studiecommissie Waterschappen de Nederlandse bestuursgeschiedenis. Het rapport droeg de titel “Het waterschap en zijn toekomst” (1974). Dit rapport was de aanzet tot een grote bestuurlijke reorganisatie waarbij het aantal waterschappen drastisch werd geminimaliseerd en hun taken aangepast.

Het aantal waterschappen verminderde in korte tijd enorm. In Zuid-Holland verdwenen in die jaren 429 waterschappen, in Friesland 137, en in Noord-Holland en Utrecht in iedere provincie 110.

Ook de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (WVO) uit 1970, betekende een hele verandering plotseling kwam er een taak bij en ontstonden er zuiveringsschappen die vele inliggende (kwantiteit) waterschappen kenden. Ook kenden we al vele jaren overkoepelende waterschappen voor het dijk beheer. Zoals Hoogheemraadschap De Brabantse Bandijk (het bijgevoegde plaatje was het wapen).

Het waterschap Brabantse Delta kent ook een meer dan 230 rechtsvoorgangers. Bekijk ze eens!

Zelf denk ik dat de opschaling qua kwantiteitsbeleid te ver is doorgeslagen en lokale kennis verloren is gegaan. Terwijl voor een effectieve aanpak van de (toekomstige) verdrogingsproblematiek juist die lokale kennis heel belangrijk zou kunnen zijn bij het op detailniveau vasthouden van water.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties zijn gesloten.