
Soms kom je een pareltje tegen die je, bij lezing, doet glimlachen. Z’n pareltje is “Waar eens zilt water stroomde”. Over hengelwater in Nederland, in dit geval de uitgave die gaat over West-Brabant en Zeeland. Uitgave omstreeks, 1967. Echte datum ontbreekt!
Over vissen in Bergen op Zoom: “Zonder papieren, van de ingang van de oude haven, de ‘Kop van ’t Hoofd’ en met vergunning voor het betreden van de havendammen in de Theodorushaven. Deze vergunningen kosten 1 gulden per jaar. U kunt ze krijgen bij de gemeentesecretarie afd. III, tel. 01640-3902. Met deze vergunning is het tevens toegestaan zeepieren te spitten op de grond tussen de dammen in. Consent om hier met meer dan één hengel te vissen kunt u ad. 50 cent krijgen bij het Bureau van de Burgerlijke stand, tel 01640- 6202.” Wat op viel zijn de prijzen 1 gulden en 50 cent voor een vergunning. Wat tevens opvalt is dat je voor die vergunningen op twee verschillende afdelingen moest zijn. De bureaucratie had zich toen al ten stadhuize gevestigd.
Een 2e stukje tekst wat mij opviel ging over de “Sinte Geertruikerk”. “Belangwekkend is er het monument voor Charles Morgan, schoonzoon van Marnix van St. Aldegonde, zeldzaam mooi zijn er de vrouwen die op de dode neerzien.” Ik werd geïnspireerd even ter kerke te gaan. Om zelf even vasttestellen hoe ‘zeldzaam mooi’ te treurende vrouwen waren die neerzagen op de dode. Maar smaken verschillen. Mijn conclusie: ze zagen vooral vroom en verdrietig neer op de dode (zie foto).

Een ander stukje tekst wat mij opviel was; “Vrij binnenwater vindt u (behalve de vervuilde Dintel en Mark) ook al niet in de gemeente Dinteloord en Prinsenland.” Mijn conclusie: sinds 1967 is de waterkwaliteit van het Mark/Dintel systeem gelukkig wel aanzienlijk verbeterd. Maar het moet nog beter.
il partigiano