il partigiano 88 1/2/53

Op 30 januari 1953 ontwikkelde zich een zeer zware stormdepressie tussen IJsland en Schotland die in de loop van de dagen via de Noordzee en de Duitse Bocht richting Sleeswijk-Holstein verplaatste. In de nacht van 31 januari op 1 februari kwamen in onze kustgebieden zeer extreme waterstanden voor die nooit eerder waren gemeten.

De ramp was voor Nederland ongekend. Er waren vele waarschuwingen aan vooraf gegaan dat de dijken niet instaat zouden zijn een zware storm te weerstaan. Ingenieur W.J. Rulkens van Provinciale Waterstaat in Noord-Brabant had na jarenlang onderzoek in 1928 een alarmerend rapport afgeleverd, waarin hij scherp waarschuwde voor het grote gevaar voor dijkdoorbraken in West-Brabant. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant namen dit rapport over en stuurden het door naar de betrokken gemeente- en waterschapsbesturen. Er gebeurde echter vrijwel niets. De bestuurders dachten dat het zo’n vaart wel niet zou lopen.

De bijgevoegde foto’s laten zien waar de dijken braken.

Kaart van het gebied rond Tholen, Nieuw-Vossemeer, Halsteren, Bergen op Zoom, Woensdrecht en Ossendrecht, met rode pijlen die de stroomgaten in de zeedijk en de doorbraken van binnendijken tijdens de watersnoodramp van 1953 aangeven.
De dijkdoorbraken langs de Eendracht en de Oosterschelde bij Tholen, Nieuw-Vossemeer, Halsteren en Bergen op Zoom.
Kaart van het gebied langs het Haringvliet, Hollandsch Diep en Volkerak met Dinteloord, Willemstad, Klundert, Zevenbergen en Moerdijk. Rode pijlen markeren stroomgaten in de zeedijk en doorbraken van binnendijken; kleuren geven aan welke polders overstroomden of dras kwamen te staan.
Het overstroomde gebied rond Willemstad, Klundert, Zevenbergen en Moerdijk, met de stroomgaten in de zeedijk en de doorbraken van de binnendijken.

DE bestuurders waren in slaap gesust door vooruitschuivers. Soms onderbouwd met prachtige boekwerken. Zoals de in 1951 verschenen “Technische vraagbaak, handboek in vijf delen voor de gehele techniek, Deel W – Weg en Waterbouwkunde” waarin een keur aan waterstaatkundige ingenieurs en hoogleraren van de TH Delft. In 834 pagina’s uitlegde; dat om met de woorden van Hendrikus Colijn te spreken, “Gaat u maar rustig slapen” aan de orde was.

In dat lijvige boekwerk waren slechts 10 regels gewijd aan overstromingen en waarin de laatste zin luidde;

“Rampen als die, waardoor de Biesbosch en de Dollard ‘ontstonden’, zijn thans niet meer te duchten, niet doordat de natuurlijke omstandigheden zijn veranderd, doch doordat de technische, preventieve maatregelen nagenoeg afdoende zijn geworden.”

Burgers waak over uw veiligheid en kies bestuurders die het eerst over de inhoud hebben en daarna pas over geld. Bij waterschapverkiezingen zou het moeten gaan over uw waterschap en uw veiligheid en niet over wat er wel of niet in Den Haag gebeurt.

il partigiano

il partigiano 87

Een zwart bitumen dak reflecteert slechts 4 tot 5 % van het zonlicht. Dat betekent dat circa 95 % van het zonlicht als warmte wordt geabsorbeerd. De bedekking met wit grind van het zwarte bitumen reduceert die warmteabsorptie naar 50 a 70 %. Standaard asfalt absorbeert 85 tot 96 % van het zonlicht en zet dat om in warmte. Lichtgrijs asfalt absorbeert circa 75 %, en met gemalen schelpen witgemaakt asfalt absorbeert nog veel minder van het zonlicht. Donkere betonnen dakpannen absorberen 65 tot 95 % van het zonlicht en zetten dat om in warmte. Witte betonnen dakpannen absorberen circa 30 % van het zonlicht en leggen dus veel minder warmte vast. Onbehandelde metalendaken, bijvoorbeeld van zink absorberen 50 tot 70% van het zonlicht.

Uit deze voorbeelden blijkt dat door andere materiaalkeuzes de hittestress aanzienlijk kan worden verminderd. Bedenk dat overdag opgenomen warmte in de nacht weer wordt afgegeven waardoor de nachten in zo’n hittestressperiode geen of minder afkoeling geven. Alle reden om bij een nieuwbouw of verbouwing bewust te kiezen en de gevolgen voor de hittestress daarbij te betrekken.

Er zijn nog meer alternatieven die ik graag onder de aandacht breng van de weginrichters. Een alternatief is bijvoorbeeld HanseGrand. Een 100 % natuurlijke bouwstof die water- en luchtdoorlatend is. Ideaal voor boomspiegels, parkeerterreinen, voet en fietspaden. Een ideale oplossing van het verharden van paden door bossen en parken. Effe anders kijken graag!

De hittegolf van 1976 is gebrand in mijn herinnering. Deze duurde bijna een hele zomer. Ik liep in die zomer een zonnesteek op die mij weken ellende bezorgde. Die zomer zorgde in West-Europa voor een enorme oversterfte, een forse daling van de productiviteit, een verdubbeling van de prijzen van vers voedsel, meer bedrijfsongevallen, ernstige problemen met het transport over water en als gevolg daarvan bedrijfssluitingen. Een studie naar die zomer kan de bestuurlijke geesten rijp maken voor een voortvarende aanpak van hittestress. Geïnteresseerd in die zomer? Kijk dan eens naar het filmpje: “De hondsdagen van 1976″. Het filmpje van driekwartier gaat weliswaar vooral over België maar die zomerse ellende was er ook in Nederland. De hitte en de droogte begonnen al vroeg. April was extreem droog. In die hele maand viel in Stavoren (het droogste meetpunt) slechts 1 mm regen. De eerste hittegolf van die zomer was van 6 tot 10 mei met temperaturen tot 32 graden. Juli was zeer heet met hitte records in Maastricht 36,8 graden en Volkel 36,7 graden. Toen waren dat recordtemperaturen.

Stedenbouwkundigen, ontwerpers, architecten en burgers zijn vaak gefocust op de esthetische aspecten van hun ontwerpen. Daardoor worden aspecten als de gevolgen van een nieuwbouw op de hittestress onvoldoende meegewogen met als gevolg steeds mee hittestress en de vorming van warmte eilanden in de stedelijke bebouwing.

il partigiano

il partigiano 86 Logisch bestuur.

In il partigiano 93 “Noord-Brabant is geen Friesland” deed ik mijn beklag dat logisch grensaanpassingen in het Noord-Brabants/Zeeuws grensgebied al jaren wachten op besluitvorming. En riep ik de nieuwe ministers en staatsecretarissen op in deze nieuwe bestuursperiode snel logische besluiten over dit onderwerp te nemen.

Het is niet zo dat in het verleden er nooit grensaanpassingen tussen Zeeland en Noord-Brabant tot stand zijn gekomen. In 1809 toen de Eendracht min of meer zijn huidige vorm had gekregen werd Nieuw-Vossemeer. Bij Noord-Brabant gevoegd en werd de Eendracht een grenswatergang. Logischerwijs zou de Rijn-Schelde verbinding dat nu ook kunnen worden.

Maar toen hadden we Koning Lodewijk Napoleon die de dienst uitmaakte in de Nederlanden en hij koos voor een praktische indeling van bestuurlijk Nederland. Ik schreef daar al eerder over.

https://onswater.com/2021/07/met-de-blik-van-een-waterschapbestuurder-gekeken-naar-1795-1810/

il partigiano/ louis van der Kallen

il partigiano 84 (Zoomvliet)

In 1993 trad ik voor het eerst toe tot een algemeen bestuur van een waterschap. Het was het waterschap Zoomvliet. Een waterschap dat per 1 januari 1988 gevormd was door een samenvoeging van een achttal waterschappen. Te weten: de Gewijzigde Cruijslandspolders (1935), de Graaf Hendrikpolder (1935), het Westland (1934), de Heense Polder (1934), de Ligne (1915), de Wouwse Gronden (1935) de Polders van Halsteren (1934) en de Polders van Nieuw-Vosmeer (1934).

Ook deze polders hadden rechtsvoorgangers. Waarvan de oudste bij de Gewijzigde Cruijslandsploders was uit 1594.

De acht voorgaande waterschappen varieerden behoorlijk van grote. De Gewijzigde Cruijslandsploders was circa 5000 hectare groot en de Graaf Hendrikpolder was slechts circa 650 hectare groot.

Als je door de archieven bladert zie je dat de bestuursfuncties bijna erfelijk waren. Vaak kom je opéénvolgend dezelfde achternamen tegen. Zo komen de namen Nieuwenhuizen, van der Heijden en Dekkers steeds terug in het bestuur van de Gewijzigde Cruijslandsploders. Bij het Westland is dat de Wit. Bij de Graaf Hendrikpolder is dat van Nieuwenhuyzen. Bij de Heense Polder zijn dat de namen Nieuwenhuyzen en Looyen. Bij de Ligne de namen van Akkeren en van den Eijnden. Bij de Polders van Halsteren zijn het de Uijtdewilligen’s en de Bovée’s die de dienst uitmaakten. En bij de Polders van Nieuw-Vosmeer de mannen met de achternamen van Nieuwenhuijzen, Moors en Brooijmans. Met de komst van de steeds grotere waterschappen kwam er bijna een einde aan de schijnbare erfopvolging. En zo kwam er bij Zoomvliet zelfs een stedeling in het algemeen bestuur en wel één met de naam Louis van der Kallen

In 1995 zou het waterschap Zoomvliet alweer op gaan in Het waterschap het Scheldekwartier dat een samenvoeging was van de waterschappen de Agger, de Mark-Vlietlanden en Zoomvliet. Ook daar kwam Louis van der Kallen (ik) in het algemeen bestuur.

Waarna in 2008 een einde kwam aan het personenstelsel en politieke partijen hun intrede deden in het waterschapsbestuur en een begin werd gemaakt aan de afbraak van het waterschapbestel dat eeuwen heeft gefloreerd op het doorgeven van de belangen in een goed, duurzaam en veilig waterbeheer.

Il patigiano / Louis van der Kallen

il partigiano 83 (Mark en Dintel 1)

Foto van de Mark of Dintel bij Standdaarbuiten, een breed kronkelend water door een groen polderlandschap met windmolens op de achtergrond.
De Mark/Dintel bij Standdaarbuiten — één rivier, twee namen.

De Mark ontspringt bij Merksplas in België als beekje en al kronkelend langs de heidevelden van Wortel, Hoogstraten en Meersel komt zij uiteindelijk bij de Meerselse dreef Nederland in. Dan gaat zij noordwaarts richting Breda alwaar de Aa zich bij haar voegt en gezamenlijk hun wateren richting Dinteloord gaan, om uittestromen in het Volkerak. Vanaf Standdaarbuiten heet zij de Dintel. Voor mij is zij één rivier die ik graag aanduid als ‘Mark en Dintel’.

Twee namen voor één rivier betekent normaliter twee geschiedenissen. Dus mogelijk twee rivieren die in de loop van de geschiedenis één zijn geworden.

Op 17 september 1290 duikt de Mark op in een stuk dat gaat over een stuk land en een moer bij Zevenbergen, nabij Zonzeel. Dat gelegen is tussen Ockerlake, Lindonck, Mark en Zwaluwe. Waar de ‘Ockerlake uit de Mark opwaarts loopt recht op Sprang’. Meer houvast levert een getuigenverklaring op 3 oktober 1279 ten behoeve van de abdij Sint Bernard inzake de grenzen van het allodium van Gastel. Gelegen tussen “Dorlichtervenne, de Lede, de Dintelmond, de Markemonde, door het midden van de Mark tot Overste Overmere, de Halderberg en terug naar Dorlichtervenne.” Hier is dus sprake van twee riviermondingen!

Over de oude rivierlopen is veel geschreven en gespeculeerd. G.C.A. Juten van 1916-1944 pastoor te Willemstad en amateurhistoricus en schrijver over de lokale regionale geschiedenis heeft in het blad Taxandria 1926 in een analyse de oude loop kunnen herleiden.

De uitmonding van de Dintel is helder en duidelijk. Het huidige Dintelsas. Is de locatie van de middeleeuwse ‘Dintelmond’. Over locatie van de Markemonde is veel, tot in de hoogste kring (de Grote Raad van Mechelen) in een rechtsgeding gesproken/geprocedeerd.

De Sint Elisabeths vloed van 1421 en latere overstromingen hadden de loop der rivier en verzandingen gewijzigd. Het bleek rond 1510 een heel probleem om de oude rivierloop te reconstrueren. Dat was van belang omdat de Graven van Nassau en de Heren van Bergen op Zoom de rivier als grens van hun gebieden beschouwde. De graaf van Nassau claimde de gorzen ten noorden van Gastel en ten westen van Zevenbergen omdat het aanslibbingen zouden zijn van zijn heerlijkheid Nievaert of Klundert. De heer van Bergen op Zoom bestreed die zienswijze met als bewijsstuk een verdelingsakte van het gemeenschappelijk land van Breda uit 1458.

De claim van de graaf van Nassau was opportunistisch. Hij probeerde de oude Markemonde zoveel mogelijk naar het westen te verschuiven. De Grote Raad van Mechelen had de keus de Markemonde te situeren in de Tonnekreek of de Krommekreek. Uiteindelijk koos de Raad voor de Tonnekreek.

Onder ander het werk van pastoor Juten heeft geleid tot nadere onderzoekingen die hebben aangetoond dat de benedenloop van de Mark een andere was. De consensus is nu dat de Mark vanaf Hazeldonk, stroomde in westnoordwestelijke richting, via het Zwanengat richting Zevenbergen en dan door de Noord-, Toren-, Oost- en West Meerenpolders, via het Keteldiep, de Mooie Keene, de Scheiree, de Tonnekreek (of de Krommekreek) om in het Hollands Diep uitte stromen!

il partigiano

il partigiano 82 (Noord-Brabant is geen Friesland)

Noord-Brabant werd pas in 1796 een echte provincie. Tot die tijd was het een Generaliteitsland. Friesland was altijd een provincie met ‘statuur’ in de Republiek, en het Koninkrijk, en daarvoor.

Friesland werd altijd rijk bedeeld en op haar wensen als het om gebiedsuitbreiding ging.

Tot de middeleeuwen behoor de Ameland tot graven van Holland. Ook Vlieland en Terschelling behoorde, tot dat de Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart het per 1 september 1942, tot Noord-Holland. Het werd één van de weinige besluiten van de bezetter dien niet werd teruggedraaid na de bevrijding van het Nazi juk!

Ook nadien werd Friesland keer op keer op haar wensen door Den Haag bediend. Als Schiermonnikoog door de zee een stukje mocht groeien werd de grens prompt aangepast, Zo geschiede per 1 januari 2005 en wederom per 1 januari 2021. Toen zelfs met de aankondiging dat het niet de laatste grenswijziging zou zijn. Eens zal Schier Rottum raken. Ik zal het niet meer meemaken maar wanneer zal Borkum door de Friezen geannexeerd worden?

Noord-Brabant hangt nog altijd aan de achterste mem! Als voorbeeld: de provincie Zeeland bevat ook een deel van het natuurgebied Het Markizaatsmeer het grootste deel valt echter onder de provincie Noord-Brabant. Een alleen door dieren en planten bewoond natuurgebied laten vallen onder 2 provincies, 2 waterschappen en 2 gemeenten (Bergen op Zoom en Reimerswaal) kan bestuurlijk eenvoudiger. Dit schreeuwt als sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw om een grens aanpassing.

Nog gekker is het natuurgebiedje de Molenplaat. Twee provincies en drie gemeenten (Bergen op Zoom, Reimerswaal en zelfs een stukje Tholen. En gezien de voorgaande alinea misschien ook 2 waterschappen. Tijd dit prachtige gebiedje, bestemd voor de natuur en wandelaars, toe te delen aan één gemeente, één provincie en als het nog niet is gebeurd aan één waterschap.

Ik wil Zeeland niet tekort doen dus ook voor hen een stukje. Hier wonen zelfs mensen!

De gemeente Woensdrecht moest voor een klein stukje van de gemeente, waterschapverkiezingen organiseren voor her waterschap Scheldestromen. Opkomst 2 stemmen!!!! Het oosterlijkdeel van de Hogerwaardpolder met 2 bebouwde kavels ligt in Noord-Brabant en in Woensdrecht en is waterschappelijk ingedeeld in Scheldestromen. Het wordt tijd dat dit stukje rafelrand toegevoegd wordt aan Zeeland en aan de gemeente Reimerswaal.

Zullen we dit deze bestuursperiode even gaan regelen? Dan laten we zien dat de nieuwe ministers en staatsecretarissen weldegelijk logische besluiten kunnen nemen.

il partigiano/ louis van der Kallen

il partigiano 81

Ik krijg wel eens de vraag of het geen tijd wordt om mijn raadslidmaatschap te beëindigen. 38 jaar gemeenteraadslid in een roerige gemeente als Bergen op Zoom lijkt lang. Met mijn 75 jaar is dat net een half mensenleven.

In waterschapsbesturen ben ik ruim 30 jaar actief. Ik zeg wel eens gekscherend, dat ik bijna net zoveel waterschapsbestuursjaren heb als mijn leeftijd. Ik tel dan de jaren dat ik in meerdere waterschapbesturen zat in meervoud. Er waren jaren bij dat ik er in 5 tegelijkertijd zat.

Je vraag je dan af : wat is eigenlijk lang voor een bestuurlijke periode? Sommige van mijn collega’s vinden twaalf jaar al lang. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik nog maar net begonnen ben. Ik leer nog elke dag en keer op keer blijkt mijn kennis actueel. En lijkt die kennis niet zo snel te verouderen als sommigen denken. Of zit ik in de weg van de jongeren die kloppen aan de deur? Maar wat is eigenlijk gewenst? Wat is voor de burger belangrijker? Een jeugdige ‘eigentijdse’ inbreng of een inbreng die meer gebaseerd is op de kennis en ervaring van deze zich jong voelende ‘oude’ baas.

Ik ben eens in wat archieven gedoken en vond de aanstelling op 6 november 1685 van Gerard Pijll tot Dijkgraaf van de Emiliapolder, toen Ontvanger van de convoijen en licenten te Geertruidenberg en toen reeds gehuwd met Anna Pijll. In 1686 werd Gerard Pijll ook burgemeester van de stad Geertruidenberg wat hij tot 1724 zou blijven. Gerard Pijll trad in zijn diverse functies in de regio rond Geertruidenberg in een zeer roerige tijd.

Een schets van de bestuurlijke perikelen

De bedijking van de Emiliapoldervond plaats omstreeks 1645 en maakte deel uit van een reeks bedijkingen in die tijd in de regio. Ook de Royale polder en de Nieuwe Zwaluwepolder (1650) werden toen bedijkt.

“Na de overstroming van de Emiliapolder in 1682 werden verschillende plannen tot herbedijking ontworpen. Eén van die plannen voorzag in een uitbreiding van de Emiliapolder door het leggen van een buitendijk, die tevens de Brandpolder (een bekading ten noorden van de Emiliapolder) zou omvatten. In 1683 werden de besturen van beide polder gecombineerd. Eén heemraad uit de Brandpolder nam zitting in het gecombineerde bestuur. De penningmeester van de Emiliapolder werd tevens penningmeester van de Brandpolder; beide polderkassen werden verenigd. In 1696 kwam aan de combinatie een einde. De Emiliapolder werd afzonderlijk her-bedijkt. Een geschil over de financiële vereffening tussen beide polders bleef nog jarenlang slepende. Na het overlijden van prins Willem III in 1702 twistten de Friese stadhouder en de Koning van Pruisen over de rechten op zijn nalatenschap. Bij een voorlopige regeling kwam de Koning van Pruisen in het bezit van de ambachtsheerlijkheid Hooge en Lage Zwaluwe. Hij benoemde een heemraad in het bestuur van de Emiliapolder. De andere heemraden wensten deze echter niet tot hun vergaderingen toe te laten. De Friese stadhouder benoemde eveneens een heemraad voor de Hoge Zwaluwe, die wel werd toegelaten. In 1716 werden zowel de heemraad door de koning van Pruisen benoemd, als de heemraad door de stadhouder benoemd toegelaten. Zodoende zaten voor Hooge Zwaluwe twee heemraden in het bestuur, hoewel dit kwartier slechts recht op één heemraadsplaats had. In 1719 kwamen de koning en de stadhouder overeen, dat de eerste voor Hooge Zwaluwe twee heemraden mocht benoemen. Aan deze situatie kwam in 1754 een einde, toen de koning van Pruisen zijn heerlijkheden in de republiek aan de erfstadhouder Willem IV overdroeg”. ( Overgenomen uit “Het archief van het Waterschap De Emiliapolder. Geschreven/samengesteld door W.A. van Ham)

Van 1686 tot 1742 was Gerard Pijll Dijkgraaf van de Emiliapolder waarbij hij jongleerde met de nukken van diverse landheren de koning van Pruisen incluis! 56 jaar onafgebroken dijkgraaf. Ik ben met mijn 38 jaar raadslidmaatschap nog maar net begonnen. Was Gerard Pijll een uitzondering? Ik denk het niet, zijn opvolger Herman Adolph Slooterdijck was van 1742 tot 1797 dijkgraaf. 55 jaar! Waterschappen kenden in die tijd wel meer zeer lange dienst- of ambtsverbanden. Ene Wouter Francken was van 1668 tot 1734 secretaris van de Emiliapolder. 66 jaar.

Daar ik van plan ben een waardig opvolger van Gerard Pijll te worden, ga ik voor minimaal de genoemde 56 jaar. Dus pas na de raadsverkiezing van 2042 zijn ze in Bergen op Zoom misschien van mij af. Zeuren over lang zitten help bij mij dus niet. Gerard Pijll moest zijn landheren te vriend houden. Ik de kiezer en magere Hein. Charon, de veerman over de Styx, moet ook nog even geduld hebben.

Louis van der Kallen/il Partigiano

il partigiano 80

Het klimaat veranderd en de variatie in de afvoeren van rivieren en beken neemt toe. Soms met ernstige overlast en overstromingen tot gevolg. Nederland is een land met een grote traditie van het waterbeheer, inclusief dat van onze rivieren. Maar ook van zuinigheid. In het denken van onze waterstaatingenieurs kom je van meten tot weten en daarna tot het maken van plannen en uitvoering. Maar ook zit evalueren in het bloed.

Toen in de 17e eeuw onze grote rivieren steeds vaker tot overlastsituaties en overstromingen leidden. Gingen we aan de slag om de rivieren, op basis van de kennis (peilen, profielen archieven) en ervaringen beter te beheersen en plannen tot verbetering te maken. Dat leidde in 1707 tot het graven van het Pannerdensch Kanaal Om het water over de Rijntakken (Neder-Rijn, Waal en IJssel) beter te verdelen.

Maar ook als het werk gedaan was wilden men weten of het werkte en wilden men de verdeling ook controleren en archiveren. Daartoe weren aan de Pannerdense Kop en op de IJsselkop meetstations ingericht om de stroomafvoeren te meten.

De meetapparatuur werd al vroeg in onze waterbeheer geschiedenis ontwikkeld. Een mooi voorbeeld is de door waterstaatsingenieur Christiaan Brunings (1736-1805) ontwikkelde stroomsnelheidsmeter (zie foto), gericht op controleren van de afvoerverdeling in de Rijntakken.

Brunings mat de stroomsnelheid in verschillende profielen stroomop en stroomafwaarts. Ieder profiel bestond uit meerdere verticalen. Per verticaal werd om de 6 Rhijnlandse duim (circa 16 cm) een meting uitgevoerd.

Op deze kennis bouwen we nog steeds voort en zijn we als Nederland graag bereid om onze kennis te delen. Wij weten wat overstromingen en wateroverlast kunnen aanrichten en kennis delen kan helpen om gezamenlijk de klimaatveranderingen aan te kunnen.

il partigiano

il partigiano 79

Wapenschild van de heerlijkheid Alem — rood-goud gevierendeeld met toren en lelie, groene ondervlak met ruiten, gekroond.
Wapenschild met heraldische verwijzing naar de regio van het voormalige waterschap de Agger.

Soms kom je in wat je leest iets tegen dat je hersenpan even wakker schudt en je nieuwsgierig maakt en de vraag oproept: waar komt dat woord vandaan?

In een oorkonde over de overdracht van onroerende goederen uit 1276 wordt een aantal dijken vermeld nabij Dodewaard. Onder de getuigen van deze rechtshandeling wordt een heer Gerard van Rossum vermeld met als titel “visitator aggerrum” (inspecteur der dijken of dijkgraaf). In 1291 blijkt het plaatsje Rossum een “agger exterior” (rivierdijk) rijk te zijn.

Het woord dat mijn aandacht trok was ‘agger’! Van 1988 tot 1995 bestond het waterschap de Agger. Dat waterschap bevatte wat nu de gemeente Woensdrecht is en grote delen van de huidige gemeente Bergen op Zoom.

Het waterschap de Agger kende vele rechtsvoorgangers, te weten, de waterschappen: Augusta, voorheen Augustapolder, De Caterspolder gemeen met de van den Eijndenpolder, De van der Duijnspolder, Nieuw-Hinkelenoord gemeen met Hoogerwerf, De Noordkil van Ossendrecht, voorheen de Gecombineerde buitenwerken voor de Ossendrechtse Kil, De Prins Karelpolder, voorheen de dijkage van Woensdrecht, Het Neerland van Woensdrecht, De Vijdtpolder, De Zoom, De Zuidpolder onder Ossendrecht, De Zuidpolder van Woensdrecht gemeen met Oud-Hinkelenoord, De Gecombineerde uitwateringswerken voor de Woensdrechtse Kil, De Nieuwe Zuidpolder onder Ossendrecht.

In 1995 ging het waterschap de Agger samen met de waterschappen Zoomvliet en de Mark-Vlietlanden op in het waterschap Het Scheldekwartier dat eind 2003 opging in het Waterschap Brabantse Delta.

In het twee meter strekkende “Woordenboek der Nederlandse taal” is aan het woord “agger” nog geen halve pagina gewijd. De verklarende tekst spreekt van kust en zeemanstaal. En van een “zeer oud en merkwaardig woord” met als één der verklaringen;:”de plotselinge rijzing van het zeewater op de kust”. En “een grote golf of baar.” En van “Magna surgunt aequora” (hoge zee of golf).

il partigiano 78 (EEN EEUW Hollandsch Boerenleven)

Wapenschild van het waterschap Brabantse Delta — blauw en zilver met golven en een zwarte balk met een witte gans, gekroond.
Wapenschild van waterschap Brabantse Delta.

Wat citaten te overdenking uit “EEN EEUW Hollandsch Boerenleven” Uitgegeven door de Hollandse Maatschappij van Landbouw. Het betreffen allemaal dikgedrukte delen en kopjes boven hoofdstukken.

De Nederlandsch cultuur droeg een agrarisch karakter.
Overheersching van Koophandel en burgerlijke cultuur.
De strijd om de techniek.
De kracht der ‘heerenpolitiek’.
Het agrarische isolement.
Jaren van zwaren strijd.
De zege der landbouwcoöperatie.
De Nederlandsche landbouw in nood.
Een vijand in den rug.
De Maatschappij ten strijde voor de eer van de boter.
De balk in eigen oog.
De proef op de som der organisatie.
De strijd om de markt.
Een historisch document.
Bezinning op de taak en plaats van den georganiseerden landbouw.
Roem van den modernen landbouw.
Noodzaak en kracht van samenwerking.
De weg der glorie.
Vereenigd …. en toch gescheiden.
De boeren georganiseerd, maar de boerenstand geïsoleerd.
De economische positie van den boer.
Om de erkenning van den landbouw.
Betreurenswaardige scheiding.
Tegen waan en dwang.
De strijd om den prijs.
Op het hellende vlak.
Met den rug tegen den muur.
De fakkel blijft branden.

Keer op keer teksten die, hoewel opgetekend in 1947, vandaag de koppen zouden kunnen zijn in de media of op kunnen komen in de gedachten van betrokkenen bij de onderhandelingen over het ‘landbouwakkoord’.

il partigiano