il partigiano 26

Titelblad van het boekje Wetenswaardigheden voor de ingelanden van het waterschap de gecombineerde Hoevensche Beemden, 1934.
Wetenswaardigheden voor de ingelanden van het waterschap “de gecombineerde Hoevensche Beemden”, 1934.

Als waterschapbestuurder heb je altijd het gevoel dat de burger, de ingeland, feitelijk geen idee heeft van wat het waterschap of jij als bestuurder voor hen doet. Je denkt dat is van alle tijden, totdat je een boekje tegen komt de mooie titel: “Wetenswaardigheden voor de ingelanden van het waterschap”.

Het betrof een publicatie van het waterschap “de gecombineerde Hoevensche Beemden”, een van de ruim 200 rechtsvoorgangers van het waterschap Brabantse Delta.

Die hadden de oplossing gevonden, een boekwerkje van ruim 160 pagina’s. Gedrukt in 1934 door een lokale drukkerij. Die anno 2023 nog steeds bestaat, namelijk drukkerij Vorsselmans te Zundert.

Citaat van Mr. W.A.M. van der Kallen: Het inzicht, dat het welzijn van het geheel de opoffering van particuliere belangen kan vorderen, is nog geen gemeengoed. In Rechtsstaat of Machtsstaat.
Mr. W. A. M. van der Kallen in Rechtsstaat of Machtsstaat.

Het lezen was voor mij een voorrecht omdat het voorwoord opende met een citaat van een ver familielid. “Het inzicht, dat het welzijn van het geheel de opoffering van particuliere belangen kan vorderen, is nog geen gemeengoed”. Getekend, Mr. W.A.M. van der Kallen.

il partigiano 25 (verkiezing in andere tijden)

Wapenschild van het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch, gegraveerd op glas, met vissen en een steur.
Wapenschild van het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch.

In jaar 1998 werd ik door de leden van de Kamer van Koophandel regio Tilburg gekozen in het Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch.

Nu ik als il partigiano mijn licht laat schijnen over waterzaken keek ik recent ook nog eens naar de wijze waarop in het verleden waterschapverkiezingen verliepen en hoe deze gereglementeerd waren. Zo keek ik ook naar het “Bijzondere Reglement voor het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch” zoals de Staten van Noord-Brabant dit op 15 november 1975 vaststelde.

Dat – met de ogen van nu bekeken – kleine waterschap kende in haar werkgebied circa 100 rechtsvoorgangers. Waaronder het waterschap Oudland van Altena dat in 1452 werd opgericht en een rijke democratische geschiedenis kende. Zo werd in 1461 per ordonnantie in het Land van Altena bepaald dat de ingelanden de heemraden kozen voor het Dagelijks Bestuur. Wat zou ik terug willen naar die gewoonte. Dan was ik zonder problemen gekozen in het DB van het waterschap Brabantse Delta. Nu is het een politiek spel dat uiteindelijk leidt tot de verkiezing van de DB leden, waarbij kennis en ervaring en de keuze van de kiezer/ingeland volstrekt ondergeschikt zijn gemaakt.

De eerlijkheid verplicht mij wel te vermelden dat sommige veranderingen van reglementen mij wel goed uitkomen want als het reglement – vastgesteld in november 1975 – nog zou gelden had ik negen jaar geleden wegens het bereiken van de AOW-leeftijd van 65 jaar terug moeten treden.

Bij het reglement uit 1975 telde het AB van Alm en Biesbosch maar liefst 45 leden waaruit maximaal 10 heemraden werden gekozen. De waterschappen kennen nu bijna allemaal 30 AB leden of iets minder. Toen was de stemming nog via het personenstelsel. Een kiesgerechtigde stemde op een persoon die als persoon verkiesbaar was. Partijen/lijsten kende het waterschapstembiljet toen niet. Bij de stemming voor de categorieën ongebouwd (de boeren) en gebouwde eigendommen (de bezitters van panden) konden zowel natuurlijke als rechtspersonen stemgerechtigd zijn. De stemming van de categorieën ongebouwd en gebouwd waren gewogen. Bij een vol eigendom, erfpacht, opstal of vruchtgebruik van onroerend goed werd het aantal stemmen bepaald op basis van de hoeveelheid hectares in eigendom.

1 ha of meer: 1 stem, 3 ha of meer: 2 stemmen, 6 ha of meer: 3 stemmen, 11 ha of meer: 4 stemmen, 16 ha of meer: 5 stemmen, 21 ha of meer: 6 stemmen. Met dien verstande dat elk vol aantal van 10 ha waarmede het aantal van 21 werd overschreden een recht gaf voor één stem meer. Er zaten dus veel boeren met veel land in het AB!

Net als nu in het AB en DB van het waterschap Brabantse Delta. Oude tijden zijn herboren. Met dien verstande dat je toen als stedeling en zelfs wonende buiten het waterschap wel gekozen werd door de collega’s voor een positie. Zo werd ik in 2004 op basis van mijn deskundigheid als één van de zeven (uit een AB van toen 40) gekozen in het overgangsbestuur, toen het mooie Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch opging in het supergrote waterschap Rivierenland. Voor mij – in mijn carrière als waterschap bestuurder – het mooiste compliment wat ik ooit kreeg. Binnengekomen als stedelijke buitenstaander (geen boer en van buiten het werkgebied) mocht ik als één van de zeven gekozenen het mooie werkgebied gaan vertegenwoordigen in het verre Tiel.

Groepsfoto van het bestuur van het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch, circa 2004.
Het bestuur van het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch, circa 2004.

il partigiano

il partigiano 24 (moedernegotie)

Historische gravure van Hollandse koopvaardijschepen (Naves Mercatoriae Hollandicae, vulgo Vlieten), symbool van de maritieme moedernegotie.
Naves Mercatoriae Hollandicae, vulgo Vlieten — Hollandse koopvaardijschepen, de ruggengraat van de moedernegotie.

In de landelijke politiek komt keer op keer de wens c.q. noodzaak van hervormingen van de landbouw aan de orde. De gewenste vermindering van de stikstofuitstoot, de CO2- uitstoot, de ecologische voetafdruk worden allemaal genoemd als redenen tot hervormingen. Wat mij opvalt is de schijnbare afwezigheid van de economische en sociale omgeving van het boerenbedrijf en wat we zouden kunnen leren van hoe de Nederlandse landbouw zich van akkerbouw richting de veel productievere en winstgevender veehouderij heeft ontwikkeld. Al in de late middeleeuwen, beginnend in Noord-Holland boven het IJ, is die ontwikkeling gestart. Grond was schaars en de verstedelijking was zelfs toen al hier te lande van een andere orde dan in de rest van Europa.

Nederland bevond zich toen in een sleutelpositie in het internationale stedennetwerk. De handel met de Hanzesteden ontwikkelde zich. Terwijl de meeste Hanzesteden zich richtten op de handel in luxeproducten concentreerde de Nederlandse zich op zich op de handel in bulkgoederen als graan en hout. Die handel werd wel de ‘Moedernegotie” genoemd, zo belangrijk was die en volgens sommigen is die dat nog steeds. Met die handel werd het geld verdiend dat uiteindelijk de vloot bekostigde die de andere handelsroutes openlegde.

De specialisatie tot de graanhandelaar en transporteur van Europa leidde ertoe dat ook in eigen land, te beginnen in het achterland van de belangrijke havensteden als Amsterdam, Hoorn en Enkhuizen, een ontwikkeling in de landbouw kon starten naar meer veehouderij en uiteindelijk ook naar de export van de producten die dat opleverde. De verwevenheid van de stad met haar ommeland maakte die omvorming ook mogelijk. In de late middeleeuwen en ten tijde van de start van de republiek was nergens in Europa de verstedelijking zo intens en tegelijkertijd zo kleinschalig als in Nederland.

Die omschakeling leidde in de loop der eeuwen ook tot de ontwikkeling van een economische inbedding van die landbouwontwikkeling. De enorme (maritieme) ontwikkeling van de zeevaart en bevaarbare rivieren, kanalen en trekvaarten maakte een enorme ontwikkeling van wat nu de randstad is mogelijk. Holland ontwikkelde zich door de handel tot de bovenliggende partij in de Republiek de Zeven Provinciën. Ter illustratie: rond 1600 werd de verdeelsleutel vastgesteld in de financiële bijdragen van de zeven gewesten aan de kosten van de Unie. Een verdeelsleutel die zou blijven tot het einde van de Republiek. Holland betaalde 58 % van de federale kosten. Overijssel slechts 6 %. Geen wonder dat de bulk van die kosten naar de vloot ging die van levensbelang was voor de negotie waarop de natie dreef, de vooral maritieme handel.

Het is die handel- en transportstructuur die de ontwikkeling naar uiteindelijk intensieve veeteelt heeft mogelijk gemaakt en versterkt. Bij de aanpak van de intensieve veeteelt zal dan ook in beeld moeten worden gebracht wat dit voor de economische en sociale omgeving van de bedrijfstak betekent. Zowel op regionaal, landelijk als wereldschaal. Want uiteindelijk heeft die voetafdruk niet alleen lokale betekenis maar ook een mondiale. Voor een goede politiek-bestuurlijke discussie moet helder worden: wat gaat een eventuele vermindering/omvorming van de landbouw betekenen voor de landbouw zelf, voor de industrie, voor de handel, voor de transportsector, voor de sociale structuur, voor de voedselvoorziening, voor de werkgelegenheid, voor het milieu, voor het dierenwelzijn en voor de handels/betalingsbalans. En natuurlijk dit niet alleen betrekking hebbende op de postzegel Nederland maar ook mondiaal. Voedsel is voor il partigiano de enige echte ‘Moedernegotie’.

il partigiano

il partigiano 23 (veeziekten)

Historische advertentie voor Dr. Sherbinsky's Voorbehoedmiddel tegen de Runderpest, circa 1865.
Advertentie voor Dr. Sherbinsky’s Voorbehoedmiddel tegen de Runderpest, gedrukt door Tjeenk Willink te Zwolle.

Heden ten dage krijgt de intensieve veehouderij vaak de schuld van opkomende ziekten die in potentie over kunnen slaan op de burgerij. Ook de weerstand van de boerenbevolking tegen overheidsmaatregelen is niets nieuws.

Degenen die open staan voor historische parallellen verwijs ik graag naar de veepest, die in 1865 via Engeland uit Rusland kwam ‘overwaaien’.

In de zomer van 1865 werd in de buurt van Schiedam in het spoelingdistrict veepest gesignaleerd. In dat district werden met spoeling (een bijproduct van jeneverstokerijen) koeien voor de slacht gemest. In dat gebied kwam veel vee van buiten terecht. Waaronder veel vee uit Engeland dat weer veel vee betrok uit Rusland. Ook toen werden grondstoffen hergebruikt en was er veel internationale handel met dieren! Ook op dat gebied niets nieuws onder de zon.

De zaak werd door de regering direct hoog opgenomen. Minister-President – tevens minister van binnenlandse zaken – Thorbecke vakantie houdende in Duitsland kwam direct met de “snelsten dag- en nachttrein” terug naar Nederland. Nu zouden we zeggen ‘Chefsache’!

De minister kende de problemen en voorzag dat gemeente en provincie besturen inzake plattelandszaken niet opgewassen zouden zijn tegen de bezwaren van boeren die omwille van economische en godsdienstige redenen bezwaren hadden tegen het afmaken van ziek vee en tegen vervoersverboden. Deze tweede veepest-uitbraak moest snel onder controle worden gebracht.

Liberale pragmatiek was toen klaarblijkelijk nodig als tegenwicht voor de godvruchtigheid der boeren, zoals verwoord in onderstaand gedicht;

Historisch pamflet: Weeklagt Over het Wegsterven van het Rundvee, In 't algemeen: Den Digteren van verre in Digtmaet gevolgd. Gedrukt te Harlingen door Frederik Schotsman, 1745.
Weeklagt Over het Wegsterven van het Rundvee — pamflet, Frederik Schotsman, Harlingen.

“Wie zal, ô Christen mensch, aan Gode nooyt volprezen,
Afbidden deze Straf, die zynen Toorn ons zend,
Opdat hy die, helaas! Ten goede van on wend.

Hoe woed het Oorlogs-vuur, in onze Buuren Landen,
Een ander Oorlogs-vuurkomt in ons land ontbranden,
De sterfte onder ’t Vee, een voorbood dat de dood,
Ons op de hielen volgt in deze droeven nood,
Hef dan, ô mensch! met my uw hert en hand tot God,
Op dat hy ons niet zend een nog veel erger lot. “

In pamfletten (nu zou men zeggen sociale media) werden aan de tirannieke overheid tal van verwijten gemaakt. Zo werd zij verweten zich te gedragen als ware zij de Spaanse overheid uit vroeger eeuwen hier te lande. Van de nazi’s hadden de pamflettisten nog niet gehoord, die kwamen pas in 1940 hier te lande. Zoals zo vaak kunnen we leren van de geschiedenis!

In de periode 1865 -1867 teisterden meerdere veeziekten de lage landen. Buiten de veepest waren dat voor runderen zeker ook longziekten en onder schapen de leverbotziekte.

il partigiano

il partigiano 22 (landbouw en de overheid 3)

Schilderij van Gijsbert Karel graaf van Hogendorp, orangist en medeopsteller van de Grondwet van 1815.
Gijsbert Karel graaf van Hogendorp (1762–1834).

Rutte is geen staatsman zoals Gijsbert Karel van Hogendorp die in 1816 een tocht maakt door het bevrijde vaderland ten einde onze nationale mogelijkheden tot herstel te inventariseren!

Het volgende citaat van Gijsbert Karel graaf van Hogendorp (orangist medeopsteller van de Grondwet van 1815) heb ik gevonden in “EEN EEUW Hollandsch Boerenleven” uitgegeven door de Hollandse Maatschappij van Landbouw in het hoofdstuk “van Napoleon tot Jan Salie” en het is in het huidige tijdsgewricht het lezen waard:

“Onze landbouw, in den uitgebreidsten zin genomen, is één der rijkste van Europa. Wij hebben allerhande granen, groenten en ooit, vlas en hennep, hop en meekrap; wij hebben groote bosschen, hakhout in menigte, vele wegen en grachten beplant, onze weiden zijn bedekt met rundvee, paarden, schapen en varkens… Al deze vruchten van onzen grond leveren schatten op voor ons gebruik en de meeste van dezleve een ruim overschot voor den uitvoer. Het is deze uitvoer en de vraag naar vruchten van onzen grond, die de voortteling van dezelve zoo overvloedig en de zorg om ze in de uiterste volmaaktheid te winnen, zoo groot maakt. “

Het was zijn visie en de doortastendheid en drang naar daden van Koning Willem I die toen Nederland weer deed denken aan de Gouden eeuw.

En wat doet Rutte en consorten? Feitelijk voeren zij weer schaalrechten (accijnzen die een kostprijsverhogende belasting zijn die de overheid heft op zaken waarvan zij het gebruik probeert af te remmen) in, zoals de suikertaks of een heffing op zuivel of vlees. De schaalrechten werden in de jaren van Koning Willem I geleidelijk afgeschaft. De laatste op 1 oktober 1847.

il partigiano

il partigiano 21 (landbouw en de overheid 2)

Boekomslag: Een Eeuw Hollandsch Boerenleven door C.C. Klijnhout, 1847–1947, Hollandsche Maatschappij van Landbouw.
Een Eeuw Hollandsch Boerenleven, C.C. Klijnhout — gedenkboek 1847–1947.

Nu de LTO uit het overleg is gestapt is het misschien aardig om eens naar de geschiedenis te kijken en te beginnen bij één van de rechtsvoorganders van de LTO de Hollandsche Maatschappij van Landbouw opgericht in 1847 en te kijken wat er in de loop der tijd is veranderd.

Portrettekening van een negentiende-eeuwse heer met bril, gekleed in vrijmetselaarsregalia met sjerp en passer-en-winkelhaak.
Mr. G.W. Verweij Mejan in vrijmetselaarsregalia.

De Hollandsche Maatschappij van Landbouw was een organisatie die in den beginne vooral een samenwerking was van landeigenaren die hun belangen bundelden. Het waren vooral grote landbezitters (niet zijnde boeren). Men ging ervan uit dat ‘verheffing’ van de belanghebbenden (de boeren) van de hogere maatschappelijke klassen zou moeten uitgaan. Het eerste bestuur bestond dan ook uit twee advocaten, twee Jonkheren, een doctor en een baron. Voorzitter was Mr. G.W. Verwey Mejan (ook actief in de vrijmetselarij als voorzitter van de Union Royale), algemeen secretaris was Jhr. Mr. D.R. Gevers en penningmeester was Jhr. Mr. H Hoeufft. In 1848 aanvaarde Koning Willem II het beschermheerschap van de Maatschappij. Ook volgende generaties van het Huis van Oranje accepteerden het beschermheerschap. Kortom de ‘hogere’ maatschappelijke klassen gingen aan de slag met de ‘verheffing’ van de bewerkers van het land!

Historische aankondiging van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw, Algemeene Vergadering en Tentoonstelling te Leijden, 27 tot 29 september 1849, met vermelding van het hoofdbestuur.
Aankondiging van de Algemeene Vergadering te Leijden, 1849, met het hoofdbestuur en de Koning als beschermheer.

Eén citaat uit de Tweede Algemene Vergadering te Amsterdam in gebouw Odeon op 29 april 1848 is tekenend. Voorzitter Verwey Mejan voorzag drie voordelen;

“Theorie en praktijk van het landbouwbedrijf moeten zich verenigen: de ‘landlieden’ onderling zullen zich hechter aaneensluiten, erkennende, dat het gezamenlijk belang ieders belang is, en tenslotte zal hieruit een toenadering groeien tussenlandbouwers en grondbezitters.”

In moderne termen waren de doelstellingen: het verbeteren van de maatschappelijke positie van agrarische bedrijven, de bevordering van het welzijn en welvaart van ondernemers in de landbouw en hun gezinnen en algemene belangenbehartiging van de leden. De laatste voorzitter van adel was Jhr. Mr. Van Foreest tot 1917. Langzaam namen de boeren de macht over en werd de macht van de grootgrondbezitters kleiner.

In 1991 kwam het tot een fusie van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw en de (R.K.) Land- en Tuinbouw Bond tot de Westelijke Land- en Tuinbouworganisatie (WLTO).

(R.K.) Land- en Tuinbouw Bond werd in juni 1915 opgericht en was een belangenorganisatie voor katholieke boeren, tuinders en kwekers in het bisdom Haarlem. De WLTO is op haar beurt in 2005 opgegaan in LTO Noord en heeft ondertussen een geheel andere achtergrond dan de ‘adellijke’ Hollandsche Maatschappij van Landbouw.

Nu even kijken wat de beschermheer (Koning Willem-Alexander) van dit alles, gaat doen? Wat zou een andere Willem ervan zeggen?

Gedichtregels van Willem Bilderdijk (1756-1831): In ’t voorleden ligt het heden, in het nu, wat worden zal.
Willem Bilderdijk (1756–1831).

il partigiano