
Door de eeuwen heen zijn er in het politiek/bestuurlijke systeem tegenstellingen gebleken tussen de belangen van de stad en het platteland rond de steden. Soms zijn het belangen die botsen. Soms is het simpel een ‘wij’ tegen ‘zij’ zonder dat er sprake hoeft te zijn voor aantoonbare belangenverschillen.
De uitslag van de recente Staten- en Waterschapverkiezingen lijken een nieuw soort ‘wij’- tegen ‘zij’-tegenstelling, waarbij de BBB de macht grijpt in de buitengebieden en de stedeling deels andere accenten legt. Deels lijkt het een electorale opstand van periferie tegen de Randstad. Van de provincies tegen de landelijke overheid. Of van de verdrukten tegen de bestuurders die de regels opleggen.
Sommige tegenstellingen snapt il partigiano wat makkelijker dan anderen. Als sociaaldemocraat snap ik de tegenstelling arm-rijk. Maar dat speelt in de BBB-machtsovername geen rol. Want de boeren die de BBB-beweging zijn gestart, zijn als bevolkingsgroep relatief vermogend en toch hebben veel ‘arme’ sloebers er op gestemd. Arm steunt de noodkreet van de relatief vermogende boeren.
Waarom? Omdat armen weten wat het hebben van geen perspectief betekent. Ze stemmen niet alleen met de ervaring van nu, van het niet rond kunnen komen. Maar ze hebben soms ook de ervaring van de zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw toen er veel ontslagen vielen door de grote fabriekssluitingen en het zicht op perspectief toen voor hen ook ontbrak. Na de WW moesten ze maar zien hoe ze weer aan te werk konden komen met voldoende inkomen om de huur, de hypotheek of de studie van de kinderen te betalen.
Toen waren er niet de miljarden voor bedrijfsomvormingen die er nu wel zijn voor de boeren die in transitie gaan. In de jaren zeventig en tachtig moest dat woord bij wijze van spreken nog worden uitgevonden. De arbeidsaanpassingen aan de wereldmarkt werden toe gewoon sanering van ‘vervuilende’ industrieën genoemd. De mijnbouw, de textielindustrie, de schoenindustrie, de scheepsbouw enzovoort werden hier gestopt en/of verplaatst naar gebieden waar men goedkoper kon werken en met minder regels.
Toen was er nauwelijks geld voor de ’transitie’. Toen was er geen geld voor schoner werken. En bedrijven die niet aan de nieuwe regels konden voldoen, gingen gewoon failliet. Wat is er nu anders?
il partigiano ziet veel parallellen, alleen het electoraat kiest nu voor de verdrukten ook al hebben ze veel meer vermogen. Solidariteit met de perspectiefzoekers. Nu moeten we gaan zien of die solidariteit wederkerig is of zal worden. De discussie over de kostentoedeling (hoeveel betaalt elke belangengroep) in de waterschappen zal een lakmoesproef worden! Gaan de boeren zichzelf minder kosten toerekenen ten koste van de ingezetenen?
il partigiano









