
Als je een onderzoek doet naar de beginselen van het dijk/waterschapsrecht is voor il partigiano de oudste verifieerbare teken van waterstaatszorg de aanleg van een dam in de Oude Rijn bij Wijk in 1122, hetgeen is te beschouwen als basis voor het latere Utrechts streekwaterschap “Hoogheemraadschap van de Lekdijk Bovendams”, gesticht in 1323 door Jan van Diest, bisschop van Utrecht.
Het ligt in de rede om te veronderstellen dat de aanleg van een dergelijk groot werk een organisatie kende. Bestuurlijk ingesteld door een landheer (graaf of bisschop) die de rechtsmacht uitoefende en daartoe bestuurders aanstelden (heemraden) of liet kiezen door belanghebbenden. Zeker als het belanghebbend gebied groter was en een aantal buurschappen betrof.
Het lijkt erop dat aan de noordkant van het werkgebied, van wat nu het waterschap Brabantse Delta is, vanaf ongeveer 1230 planmatig dijken werden aangelegd. Met rond 1273 de afdamming van de Oude Maas.
De staatsrechtelijke gang van zaken vergelijkt G.P van de Ven, in zijn “Leefbaar langland, Geschiedenis van de waterbeheersing en landaanwinning in Nederland”, met de procedures tot verlening van stadsrechten. De stadsbesturen die in die tijden ontstonden waren net als waterschapsbesturen autonoom en konden door middel van eigen rechtsregels of keuren hun rechtsgebied vormgeven. In die tijd inclusief rechtshandhaving en rechtspraak.
Voor de waterschapbestuurders van nu: hoedt u voor de afkalving van uw rechten en autonomie. Laat u niet knechten tot hulpje van de provincies, Rijk of Europa.
il partigiano