
Waterbodems moeten met regelmaat worden gebaggerd. De (boezem-)wateren moeten op profiel (breedte/diepte) worden gehouden om water toe- en afvoer te kunnen regelen. Voor bevaren wateren moet er ten behoeve van de bevaarbaarheid gebaggerd worden om de diepte te handhaven. De afgelopen jaren is er ook het besef gegroeid dat baggeren om milieuredenen noodzakelijk kan zijn vanwege de waterkwaliteit.
Al in de zestiende eeuw kom je in keuren voorschriften tegen die regelen dat met toestemming van de dijkgraaf en hoogheemraden de bagger op de kaden, aan beide kanten van het water, opgeworpen mocht worden. Dat wantrouwen over wat er met de bagger gebeurde en of de rekeningen van de aannemers wel klopten van alle tijden is, blijkt wel uit het volgende citaat; “binnen der stede van Delft goede duechdelicke certificatie (te) verthoenen”. Dit betrof het vergraven volume.
De stad Delft kon, als gevolg van een privilege van 1389, vrij beschikken over de bagger uit de Delftse Schie. Voor grondverbetering en bemesting was de bagger waardevol. De bagger werd onder andere gebruikt voor het onderhoud en voor verhoging van de polderdijken. De bagger uit de Delftse wateren mocht niet buiten Delfland worden gebracht en die uit de polders niet daarbuiten.
Bagger was waardevol en daarom gereglementeerd. Nu is verwerking van bagger door de verontreiniging vaak een kostenpost en daarom gereglementeerd! Wat is er misgegaan en wat kunnen we daarvan leren?
il partigiano