
De Mark ontspringt bij Merksplas in België als beekje en al kronkelend langs de heidevelden van Wortel, Hoogstraten en Meersel komt zij uiteindelijk bij de Meerselse dreef Nederland in. Dan gaat zij noordwaarts richting Breda alwaar de Aa zich bij haar voegt en gezamenlijk hun wateren richting Dinteloord gaan, om uittestromen in het Volkerak. Vanaf Standdaarbuiten heet zij de Dintel. Voor mij is zij één rivier die ik graag aanduid als ‘Mark en Dintel’.
Twee namen voor één rivier betekent normaliter twee geschiedenissen. Dus mogelijk twee rivieren die in de loop van de geschiedenis één zijn geworden.
Op 17 september 1290 duikt de Mark op in een stuk dat gaat over een stuk land en een moer bij Zevenbergen, nabij Zonzeel. Dat gelegen is tussen Ockerlake, Lindonck, Mark en Zwaluwe. Waar de ‘Ockerlake uit de Mark opwaarts loopt recht op Sprang’. Meer houvast levert een getuigenverklaring op 3 oktober 1279 ten behoeve van de abdij Sint Bernard inzake de grenzen van het allodium van Gastel. Gelegen tussen “Dorlichtervenne, de Lede, de Dintelmond, de Markemonde, door het midden van de Mark tot Overste Overmere, de Halderberg en terug naar Dorlichtervenne.” Hier is dus sprake van twee riviermondingen!
Over de oude rivierlopen is veel geschreven en gespeculeerd. G.C.A. Juten van 1916-1944 pastoor te Willemstad en amateurhistoricus en schrijver over de lokale regionale geschiedenis heeft in het blad Taxandria 1926 in een analyse de oude loop kunnen herleiden.
De uitmonding van de Dintel is helder en duidelijk. Het huidige Dintelsas. Is de locatie van de middeleeuwse ‘Dintelmond’. Over locatie van de Markemonde is veel, tot in de hoogste kring (de Grote Raad van Mechelen) in een rechtsgeding gesproken/geprocedeerd.
De Sint Elisabeths vloed van 1421 en latere overstromingen hadden de loop der rivier en verzandingen gewijzigd. Het bleek rond 1510 een heel probleem om de oude rivierloop te reconstrueren. Dat was van belang omdat de Graven van Nassau en de Heren van Bergen op Zoom de rivier als grens van hun gebieden beschouwde. De graaf van Nassau claimde de gorzen ten noorden van Gastel en ten westen van Zevenbergen omdat het aanslibbingen zouden zijn van zijn heerlijkheid Nievaert of Klundert. De heer van Bergen op Zoom bestreed die zienswijze met als bewijsstuk een verdelingsakte van het gemeenschappelijk land van Breda uit 1458.
De claim van de graaf van Nassau was opportunistisch. Hij probeerde de oude Markemonde zoveel mogelijk naar het westen te verschuiven. De Grote Raad van Mechelen had de keus de Markemonde te situeren in de Tonnekreek of de Krommekreek. Uiteindelijk koos de Raad voor de Tonnekreek.
Onder ander het werk van pastoor Juten heeft geleid tot nadere onderzoekingen die hebben aangetoond dat de benedenloop van de Mark een andere was. De consensus is nu dat de Mark vanaf Hazeldonk, stroomde in westnoordwestelijke richting, via het Zwanengat richting Zevenbergen en dan door de Noord-, Toren-, Oost- en West Meerenpolders, via het Keteldiep, de Mooie Keene, de Scheiree, de Tonnekreek (of de Krommekreek) om in het Hollands Diep uitte stromen!
il partigiano