il partigiano 77 (Gerommel met belastinggeld)

Historische kaart: Caerte van den Ring van Putten, met percelen, waterwegen en wapenschilden van de hoogheemraden langs de bovenzijde.
Caerte van den Ring van Putten — historische kaart van het voormalige hoogheemraadschap.

Recent is de honorering van DB en AB leden van het waterschap verhoogd. Ook is het maximum van het aantal formatieplaatsen van het DB verhoogd van 3 naar 4. Dat zal vast her en der in de waterschapwereld tot verzoeken tot nadere verhogingen van toegekende formele werkbelasting en vergoedingen leiden. Ook dat is van allertijden. Politici vinden vaak originele wegen om beslag te leggen op des burgers pecunia. Of om zich belangrijker te vinden dan de andere bestuurders/hoofdingelanden.

In “De Ring van Putten” – een publicatie die met steun van het wetenschappelijk Fonds der Provincie Zuid-Holland tot stand kwam en van de hand van J.L. van der Gouw – is daarvan een curieus voorbeeld te vinden. Het voorbeeld betreft het voormalige Ring van Putten dat vanaf 1862 Hoogheemraadschap van Putten werd genoemd en later opging in het waterschap De Brielse Dijkring.

Het was gebruikelijk dat er op de het vaststellen van de jaarrekening ‘geteerd’ werd op kosten van het hoogheemraadschap. Op de “rekeningdag” van 10 april 1580 was het onduidelijk wie aan dat gelag kon deelnemen. Er aten klaarblijkelijk nogal wat minvermogenden mee. Bij ordonnantie van de ‘ingelanden opte comparitie’ van 18 april 1580 werd dat veranderd (iedereen moest het zelf gaan betalen). Maar aan de dijkgraaf, de hoogheemraden, de secretaris en aan de hoofdingelanden werd een presentiegeld toegekend om de teerkosten te voldoen. De hoogte van het presentiegeld was afhankelijk van de hoeveelheid land die de ontvanger/hoofdingeland bezat!

Het ging nog verder: als hij minder dan tien gemeten (Puttens gemet is 4945 m²) dus minder dan circa 4,5 hectaren bezat, kreeg de hoofingeland geen presentiegeld en moest het eten zelf betalen. “Die gheen thien gemeten lants en heeft en sal gheen presentie genieten, maer mach dies niet jegenstaende tot sijnen costen opte rekeninge comen.” De minvermogende landbezitter/hoofdingeland mocht wel op de rekeningdag komen en mee eten, maar wel op eigen kosten!

Al snel werd er gefraudeerd. Velen deden zich groter of vermogender voor dan ze waren. Pas in 1617 kwam aan dit fraudeleus gedoe een einde toen het kadaster van een kwaliteit werd dat fraudeurs werden betrapt en dus hoofdingeland werden zonder presentiegeld.

Maar er was meer waar wij nu een ernstig (democratisch) vraagteken bij zouden zetten. Zo waren er binnenlandse hoofdingelanden (die van binnen de dijkring) en buitenlandse hoofdingelanden (die van buiten de dijkring maar wel woonden op het eiland Putten). De binnenlandse hoofdingelanden kregen per gemet – een oude oppervlaktemaat – een stuiver. De buitenlanders kregen per gemet een blanck (3/4 stuiver). De overige oortjes (1/4 stuiver) werden gelijkelijk verdeeld over buitenlandse en binnenlandse geërfden/eigenaren die tenminste twintig gemeten bezaten met een maximum van vijftig gemeten.

In gewoon Nederlands: als je veel land bezat, kreeg je als deelnemer aan de wat nu het Algemene Bestuursvergadering zou heten een groter presentiegeld dan als je minder bezat; als je minder dan tien gemeten bezat, kreeg je niks en moest je je eigen gelag/eten betalen.

Wapenschild van het voormalige waterschap De Brielse Dijkring — blauw en goud met kruisen en een kroon.
Wapenschild van het voormalige waterschap De Brielse Dijkring, rechtsopvolger van de Ring van Putten.

Zo gek is het dus niet dat je in het waterschap Brabantse Delta grootgrondbezitter moet zijn om in het Dagelijks Bestuur gekozen te worden. Je zou zeggen: dit past in de oude waterschaptradities waarin grondbezit bepalend was. Of is dat anno 2023 op zijn minst een ‘beetje raar’?

il partigiano

il partigiano 76 (Landbouw en de overheid)

Historische gravure van een Landman (boer) met emmer en schoffel, omgeven door vee en pluimvee, met onderschrift in oud-Nederlands over het belang van het bebouwen van het land.
Landman — historische gravure, circa 18e eeuw.

Nu er onderhandeld werd over een landbouwakkoord krijg ik soms de vraag: waar bemoeit de overheid zich mee en waarom worden boeren – als het om overheidsmaatregelen gaat – anders behandeld dan andere bedrijven?

Sinds eeuwen bemoeit de Nederlandse overheid zich met de landbouw. Die bemoeienis is altijd gericht geweest op onderwerpen als veeziekten, volksgezondheid, voedselzekerheid en voedselprijzen.

In de tweede helft van de 18e eeuw ontstond steeds meer belangstelling voor de landbouw en het belang daarvoor voor de voedselvoorziening. Omstreeks 1750 werd “het genootschap van Liefhebberen van den Landbouw” opgericht. In 1752 “de Hollandse Maatschappij van Wetenschappen”. En in 1776 te Amsterdam de “Maatschappij ter bevordering van den Landbouw”.

Deze ontwikkelingen waren mede een gevolg van de uitbraken van de veepest in de jaren 1713-1719, 1744-1756 en 1768-1786, alsmede van de alsmaar stijgende voedselprijzen in de periode 1750-1800.

Titelblad van het pamflet Weeklagt Over het Wegsterven van het Rundvee, In 't algemeen: Den Digteren van verre in Digtmaet gevolgd.
Weeklagt Over het Wegsterven van het Rundvee — historisch pamflet over de veepest.

Het kennisniveau steeg en de zorg voor de bodem kreeg een impuls. Het greppelen kwam op waardoor de waterbeheersing verbeterde. Sloten werden meer en beter onderhouden en de bemesting werd steeds meer gestuurd op basis van kennis. De jaren 1750 – 1815 worden wel beschouwd als de eerste ‘moderne’ agrarische revolutie.

Door de teelt van groenvoer en voerderbieten kon ook de veeteelt een vorm van intensivering ondergaan. Er waren ook technische verbeteringen zoals een betere ploeg waarbij rister en schaar tot één onderdeel werden. Handelsgewassen kwamen op zoals oliezaden en meekrap. En zelfs het gebruik van een zaadmachine kwam op.

De Nederlandse landbouwproductie werd internationale handel. Hollandse boter, kaas en akkerbouwproducten werden geëxporteerd. Engeland was een voorname afnemer. Maar er was ook een forse import van granen uit de Baltische landen. Kortom landbouw/voedselproductie werd van landsbelang. De landbouwpolitiek kwam van de grond!

De eerste landbouw gerelateerde wetgeving was in 1799 een Veefonds ter dekking van de bestrijding van de veepest maar ook al snel om de kosten te dekken van de sinds 1807 van rijkswege, door de raadpensionaris van de Bataafse republiek Rutger Jan Schimmelpenninck ingestelde landbouwcommissies.

Rond 1800 werd de doopgezinde Jan Kops benoemd tot “chef van het bureau van landbouw” Deze Jan Kops begon zijn werk met het inventariseren van de feitelijke toestand van landslandbouw en haar prestaties. Hiermede was de bemoeienis van het landsbestuur een feit.

Waar Jan Kops mee startte – het verzamelen van data – gaf toen en nu veel stof tot discussie want het waren en zijn de verzamelde data waarop de politiek haar beleid bepaalt. Waren het toen thema’s als veeziekten, volksgezondheid, voedselzekerheid en voedselprijzen, daar zijn in de loop der tijd zaken als milieu, gewasbeschermingsmiddelen, mest en de biodiversiteit bijgekomen. Alle reden dus om er met alle belanghebbenden, dus ook de landbouw over te praten en te pogen tot een akkoord te komen.

De Landman van de 18e eeuw is de agrarische ondernemer van nu geworden. De besluitvorming van de Bataafse Republiek lijkt achterhaald door de tijd. Polderen is nu het adagium, maar het wordt wel tijd dat echte besluiten genomen worden. il partigiano blijft hopen wel graag met draagvlak! Laat verstand weer de overhand krijgen. Geweeklaag is immers van alle tijden.

il partigiano

il partigiano 75 (Wijze woorden)

Zwart-witportret van prof. mr. Carel Hendrik Frederik Polak, die in 1957 inspirerende woorden sprak voor de Zeeuwse Polder- en Waterschapsbond.
Prof. mr. C.H.F. Polak (1909–1981).

In 1957 sprak prof. mr. Carel Hendrik Frederik Polak op een bijeenkomst van de Zeeuwse Polder- en Waterschapsbond voorafgaande aan een grote fusieronde de woorden: “Indien gij uw werk goed verricht, een roeping voelt, het goede van eeuwen her bewaart, maar u openstelt voor het nieuwe, als ge handelt als kloeke lieden die uw taak en uw tijd verstaat, als ge u bewust zijt van uw recht maar ook van uw plicht om zelf te handelen, zelf verantwoordelijkheid te nemen, als u zulk een beleid voert dat eerbied en vertrouwen inboezemt, dan zullen de waterschappen – wellicht gewijzigd en vernieuwd maar sterker dan tevoren – een eervolle plaats blijven innemen in ons staatsbestel”.

Dijkgraaf Gillis Jan de Jager putte op 29 februari 1980 vermoedelijk uit de woorden van Carel Polak toen sprak bij de start van het fusie waterschap Noord- en Zuid-Beveland: “Wat de toekomst van de waterschappen zal zijn, hangt niet af van theoretische beschouwingen, is ook niet overgelaten aan het blinde spel der maatschappelijke krachten; het hangt af van de toewijding, de bekwaamheid en het inzicht van de waterschapsbestuurders zelf. Als we samen daaraan voldoen, zal het waarachtig wel gaan. “

De woorden van Polak en dijkgraaf de Jager zouden anno 2023 nog steeds inspirerend moeten zijn.

il partigiano vraagt zich echter in arren moede wel af of de woorden van Polak en dijkgraaf De Jager in de verpolitiekte waterschapswereld van nu nog wel enige weerklank vinden.

il partigiano

il partigiano 74 (Droogte en de drinkwatervoorziening)

Boekomslag: Zoet Water voor de Delta, een groeiend probleem, door ir. P. Stoter, uitgegeven door N.V. Watermaatschappij Zeeland, 1973.
Zoet Water voor de Delta — een groeiend probleem, ir. P. Stoter, N.V. Watermaatschappij Zeeland, 1973.

Vrijwel dagelijks staan de kranten nu vol met artikelen over droogte en de mogelijke problemen die de droogte en de klimaatveranderingen kunnen geven voor de landbouw en de (toekomstige) drinkwatervoorziening. Ik verbaas mij erover dat de kranten niet schrijven over het feit dat die problemen al meer dan een halve eeuw door de deskundigen werden voorzien!

En dat de politiek bewust – uit korte termijn – en kostenoverwegingen – er niets mee deed. Burgers kiezen ook steeds voor de korte termijn door op de ‘belastingverlaging’ roepende partijen te stemmen en vooral niet op de bèta’s/deskundigen die op basis van inzichten en onderzoek een beleid voorstaan om problemen die voorzienbaar zijn aan te pakken en te voorkomen. Want ja, vooruitkijken en maatregelen nemen kosten GELD.

Recent las ik in de Volkskrant de kop: “Als er drie goede oplossingen zijn, dan kiest de politiek de vierde.” Het was de kop van een column van Frank Kalshoven met het centrale thema “Het spel en de knikkers’. Uitstellen is vaak de ‘vierde oplossing’ en makkelijker dan maatregelen nemen.

Boekomslag: De waterhuishouding van Nederland, nota samengesteld door de Rijkswaterstaat, 1968.
De waterhuishouding van Nederland — Rijkswaterstaat, 1968.

Lees eens “De toekomstige drinkwater voorziening van Nederland” opgesteld in 1965 door de centrale commissie voor drinkwatervoorziening. Of “De waterhuishouding van Nederland” in 1968 samengesteld door Rijkswaterstaat. Of het “Waterbeleid voor de 21e eeuw” het advies van de commissie waterbeheer 21e eeuw uit 2000. Of “Zoet water voor de delta een groeiend probleem” geschreven door Ir. P. Stoter en uitgegeven door de N.V. Watermaatschappij Zeeland in 1973.

Boekomslag: Waterbeleid voor de 21e eeuw, advies van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw (WB21), met een foto van een steiger uitkijkend over open water.
Waterbeleid voor de 21e eeuw — advies van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw, 2000.

Wat deden politici met al deze goede adviezen? NIETS! Of bijna niets! Waarom? Het zou geld kosten en de voorspelde problemen waren er NOG niet. Wat deden de kiezers? Ze stemden op de politici die belastingverlagingen beloofden. Waarom zou je kosten maken voor iets dat slechts voorspeld werd door deskundigen? Doemdenkers!

Tot dat de problemen echt groot zijn geworden. Dan is de wereld te klein en stemt men op populisten of op optimisten (de VVD) die toen en nu dachten/denken dat in de toekomst door innovaties de problemen vanzelf en door de ‘markt’ opgelost zouden worden. De daders zijn dan dood of genieten van hun mooie overheidspensioenen.

Kaart van Nederland uit 1969 met proeve van mogelijkheden van werken, opslag en infiltratie drinkwatervoorziening, met pijlen en volumes in miljoenen m3 per locatie.
Proeve van de mogelijkheden van werken opslag en infiltratie drinkwatervoorziening — rapport De toekomstige drinkwatervoorziening van Nederland, september 1969.

Bestuurders zouden moeten denken aan de toekomst, de langere termijn. Helaas is dat zelden zo. il partigiano is een bestuurder die als geboren bètá al jaren een ‘roepende in de woestijn’ is en wel de kennis van andere bèta’s koestert, die de rapporten uit vervlogen tijden las en leest en de nieuwe ontwikkelingen bijhoudt en probeert niet alleen te lezen wat in zijn kraam te pas komt.

Besturen/regeren kan in dit land alleen als je bereid bent compromissen te sluiten. Maar dan moeten de grote partijen je wel aan tafel uitnodigen om het gesprek aan te gaan en je (water-)kennis te gebruiken. Met Ons Water of il partigiano is na de laatste waterschapsverkiezing niet eens gesproken. Wij pasten klaarblijkelijk niet in het boerenmachtsblok dat nu de waterschapwereld heeft overspoeld.

Voor (lange termijn-) oplossingen is ander waterbeleid nodig. Maar vooral de wil om te bouwen aan de toekomst in plaats van de korte termijn gunst van de kiezer. De gedachten van il partigiano zullen nooit leiden tot mooie verkiezingsuitslagen. De kiezer heeft net als de politiek en de media geen geheugen; alleen het NU lijkt te gelden als het om de macht gaat. Wel praten over de droogte maar, het adagio is ook, vooral niet praten of schrijven over de daders. De bestuurders en partijen die gefaald hebben of simpelweg hun werk niet deden!

Voor een andere kijk op de toekomst met zoetwater lees eens het dossier Grevelingen. https://onswater.com/dossier-grevelingenmeer/ Het kan en moet anders.

il partigiano

il partigiano 40H (Stalaanpassingen en cultuurhistorie)

Overzichtskaart van de boerderijtypen in Nederland, met per regio getekende voorbeelden van de typische boerderijvormen.
Overzichtskaart van de boerderijtypen in Nederland.

De “formatie Brabant klapt op gedwongen stalaanpassingen” was de kop in BNdeStem van vandaag. il partigiano begrijpt dat partijen zichzelf willen herkennen in de bestuurlijk afspraken, waaronder ze hun handtekening zetten. Dat is net als de erkenning van hun uitgangspunten belangrijk. il partigiano hoopt wel dat de partijen beseffen dat het voor Brabant en haar cultuurhistorie belangrijk is dat er snel een bestuur (GS) komt, dat helderheid en sturing geeft aan het behoud van Brabant, haar geschiedenis EN haar toekomst.

Boerderijen zijn door de eeuwen heen bepalend geweest voor onze landschappen. Nederland en Brabant kennen een prachtige boerderijhistorie. Voorkom dat de vernieuwingen die nodig zin uitdraaien op vernielingen! Waardeer de pracht van onze landschappen en de rol die boerderijen daarin spelen.

Ter illustratie een vijftal foto’s: Een overzichtskaart van de boerderijtypen in Nederland, zicht op Sprang, in 1940 een hypermoderne brandveilige stal (stalaanpassingen zijn van alle tijden), een schuur in Dinteloord en een veldschuur nabij Tilburg (foto’s zijn gemaakt rond 1939/41).

Zwart-witfoto van zicht op het dorp Sprang met de kerk op de achtergrond, omgeven door weilanden en boerderijen, circa 1939-1941.
Zicht op Sprang, circa 1939–1941.
Interieur van een hypermoderne brandveilige stal uit 1940 met metalen standen, afvoergoten en daklichten.
Hypermoderne brandveilige stal, 1940 — stalaanpassingen zijn van alle tijden.
Zwart-witfoto van een schuur in Dinteloord met een rieten dak en een paard-en-wagen, circa 1939-1941.
Schuur in Dinteloord, circa 1939–1941.
Zwart-witfoto van een veldschuur nabij Tilburg met een grote schuur en populieren, circa 1939-1941.
Veldschuur nabij Tilburg, circa 1939–1941.

Leermoment besef wat je kan verliezen en herken, erken en waardeer je cultuurbezit. Boerderijen maken daar in Brabant een belangrijk onderdeel vanuit.

il partigiano

il partigiano 40G (Afwentelen?)

Boekomslag: De Geschiedenis Der Calamiteuse Polders In Zeeland Tot Het Reglement Van 20 Januari 1791 (1897), Kessinger's Legacy Reprints.
De Geschiedenis Der Calamiteuse Polders In Zeeland Tot Het Reglement Van 20 Januari 1791 — herdruk Kessinger’s Legacy Reprints.

Soms zet een bericht je aan het denken en vraagt het als het ware: wat waren de uitgangspunten? Wat ligt ten basis aan onze besluiten en normen?

Een bericht over het project dijkverbetering Stadsdijken Zwolle is zo’n bericht. Het traject van het project Stadsdijken Zwolle is 8,7 kilometer lang. Hiervan voldoet 7,5 kilometer niet aan de normen. Er is bijna overal een hoogtetekort. Het definitieve ontwerp komt neer op 40 miljoen euro per kilometer dijk, 40.000 euro per strekkende meter. Dat is voor een dijkverbeteringsproject een enorm bedrag per strekkende meter.

Dit is een project in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Het risico op opstuwing vanuit het IJsselmeer is één van de redenen.

In vroeger tijden waren de waterschappen niet solidair en vooral gericht op de belangen van hun eigen ingelanden. Dat anderen van hun handelen last hadden door afwenteling van een veiligheid of afwateringsprobleem was dan ‘jammer maar helaas’.

In dat kader was en is de geschiedenis van de calamiteuze waterschappen leerzaam. Het buitenste (laatst aangewonnen land) waterschap moest de dijk onderhouden die bescherming bood tegen het buitenwater. Als dat niet lukte was het volgende waterschap aan de beurt. In de 17e en 18e eeuw, werd dat probleem zeker in Zeeland te groot voor de Zeeuwse Staten en op het laatst grepen de Generale Staten in.

Uiteindelijk kwam de gewestelijke en nationale overheid tot een aantal reglementen en verordeningen op het vlak van dijkzaken. Een polder die niet in staat was de kosten van zeewering te dragen, kon op zijn verzoek door Provinciale Staten- na goedkeuring door de Kroon – calamiteus verklaard worden. Dan werden extra gelden vrijgemaakt. Zo ontstond het besef van een Landsbelang waardoor na verloop van tijd alle primaire waterkeringen een gezamenlijk (landsbelang) werden en onder de verantwoordelijkheid kwamen van wat nu Rijkswaterstaat is.

Lees een: “De Geschiedenis Der Calamiteuse Polders in Zeeland Tot Het Reglement Van 20 Januari 1791”.

Een 25 centimeter hoger peil van het IJsselmeer om de polders in Zuid en Noord Holland van zoetwater te voorzien is een vorm van afwentelen. Want als in de jaren zestig was begonnen met de aanleg van sluizen in de Nieuwe Waterweg, die dicht zouden kunnen bij een gebrek aan zoetwater (800 m3/per seconde gaat er nu ongebruikt doorheen) zou die 25 centimeter niet nodig zijn. De vraag is nu: moet de rest van Nederland en het Waterschap Drents Overijsselse Delta dat dan (mede) betalen of zouden de kosten voor zover ze veroorzaakt worden door ‘afwenteling’ betaald moeten worden door de veroorzakers?

il partigiano vindt dat we terug moeten naar de tijd dat de ‘BV Nederland’ alle kosten voor verbeteringen van primaire waterkeringen voor haar rekening nam. Dat voorkomt discussies over afwentelen.

il partigiano

il partigiano 40F (Geen boer, geen groot (gras-) landbezitter 2)

Wapenschild van de provincie Zeeland met het motto Luctor et Emergo, twee rode leeuwen als schildhouders en een kroon.
Wapenschild van de provincie Zeeland — Luctor et Emergo.

In il partigiano 21 schreef ik naar aanleiding van het feit dat je klaarblijkelijk minimaal een paar hectaren (gras-)land moest bezitten om lid van het Dagelijks Bestuur (DB) te kunnen worden: “Geen enkele stedeling in het DB van het waterschap. In mijn 30-jarige ervaring in waterschapsbesturen heb ik dat nog nooit meegemaakt. Boer en/of bewoner van het buitengebied en/of groot (gras)landbezitter schijnen de nieuwe voorwaarden te zijn om toe te kunnen treden tot het DB van het waterschap. Ik zal de wet er nog eens op naslaan.”

Dat heb ik gedaan, gebruiken (wettelijke regels) uit oude tijden lijken ingevoerd te zijn.

In “Het Generaal Reglement van 20 januari 1791” (“Generaal Reglement op het bestier der Dykagien binnen de Provintie Zeeland”) las ik in Hoofstuk 1 (de polder bestuurlijke zaken) in artikel 1 dat het bezit van 8,9 hectare eigendom vereist was om dijkgraaf te kunnen zijn en 4,5 hectaren eigendom vereist was om gezworene (DB Lid/ Heemraad) te kunnen zijn.

En ik maar denken dat bezit geen voorwaarde was voor democratische rechten! Met de komst van de BBB herleven dus oude tijden en is het dus logisch (verklaarbaar) dat vier van de vijf DB leden agrarische belangen hebben en de vijfde ook in het buitengebied woont en in het rijke bezit van een paardewei is.

il partigiano

il partigiano 40E (Sociaal contract)

Titelblad van Du Contract Social ou Principes du Droit Politique door J.J. Rousseau, uitgegeven te Amsterdam in 1762.
Du Contract Social — J.J. Rousseau, Amsterdam 1762.

“Veel LTO-leden tegen akkoord” was afgelopen zaterdag een kop in de kranten. Minister Adema benadrukte dat er vóór de zomer een akkoord moest liggen en dat het kabinet de sector wil betrekken bij de grote veranderingen vanwege onder andere de stikstof- en klimaatcrises. Vóór de zomer! Ze moeten dus snel wezen want het is zo 21 juni. Of is het jaartal nog niet bepaald?

De start van milieuregelgeving was de Fabriekswet 1875 (Hinderwet). De tekst van artikel 1 van die wet: “Het is verboden inrigtingen, welke gevaar, schade of hinder kunnen veroorzaken, op te rigten zonder vergunning, welke, behoudens de bij deze wet gemaakte uitzonderingen, door het gemeentebestuur wordt gegeven”. Die wet heeft forse veranderingen ondergaan en werd in 1896 de Hinderwet. In 1952 werd een nieuwe hinderwetgeving ingevoerd. Die wet is in 1993 vervangen door de Wet milieubeheer. Al deze wetgeving stelde steeds regels omtrent bedrijfsactiviteiten die hinderlijk, gevaarlijk en/of schadelijk waren voor de omgeving of het leefmilieu. Regels, ten dienste van het algemeen belang en vastgesteld door ons parlement, waaraan burgers en bedrijven zich dienen te houden zonder daarvoor schadeloos te worden gesteld.

Zelden waren er tegemoetkomingen voor de benodigde aanpassingen. Zeker in de jaren zestig en zeventig waren er vele sluitingen en verplaatsingen als gevolg van Hinderwetvergunningen die veranderden en grote maatschappelijke gevolgen hadden. Er waren geen vergoedingen voor de slachtoffers. Ook die mensen die in hun bestaanszekerheid – bijvoorbeeld door ontslag – werden aangetast hadden kinderen die een toekomst wilden en hypotheken. Toen was er voor hen geen reddingsboei van miljarden.

Niemand ontkent dat boeren door de voorgenomen wet en regelgeving ernstig in hun belang getroffen worden en dat de toekomst voor hun bedrijven en opvolgers in hoge mate verandert. Maar dat was ten tijde van de veranderende hinderwetgeving niet anders. Nu ligt er middels de “Tijdelijke wet Transitiefonds, Landelijk Gebied en Natuur” circa 24 miljard klaar om de nood te ledigen. Alle reden om aan de slag te gaan.

De getroffenen van nu zijn ten opzichte van de getroffenen in de jaren zestig en zeventig relatief vermogend, een deel van dat vermogen is via stikstofrechten zelfs ‘gratis’ verkregen van de overheid.

Tijden veranderen, opvattingen en wettelijke uitgangspunten ook.

Nu wordt het tijd te beseffen dat – nu we de schades kunnen vergoeden – we beter nu tot aanpassingen kunnen komen dan wanneer we die rijkdom niet meer zouden hebben.

Aylin Bilic schreef recent in de NRC: “Klimaat meer gebaat bij bèta’s dan activisten”. Dit gaat bij dit onderwerp misschien ook op. Het wordt tijd voor gezond verstand en vooruitkijken. Tijd voor een sociaal contract met de boeren!

il partigiano

il partigiano 40D (Kloppen de grenzen nog wel?)

Topografische kaart van het gebied rond Het Markiezaat Natuurreservaat, de Hogerwaardpolder en de gemeentegrens tussen Bergen op Zoom en Reimerswaal, met de A58/E312.
Het Markiezaatsmeer en de Hogerwaardpolder — een gebied verdeeld over meerdere gemeenten en provincies.

Nu de statenverkiezingen achter de rug zijn en Gedeputeerde Staten vorm krijgen en de nieuwe Dagelijks Besturen van de waterschappen grotendeels aan de slag zijn, wordt het tijd om eens zonder druk van verkiezingen te kijken: kloppen de grenzen wel of is aanpassing her en der logisch om de bestuurlijke drukte (waar het kan) in te dammen. In mijn eigen omgeving (rond Bergen op Zoom) zijn een paar zaken die eigenlijk te gek zijn voor woorden.

Zo moest de gemeente Woensdrecht voor een klein stukje van de gemeente, waterschapverkiezingen organiseren voor her waterschap Scheldestromen. Opkomst 2 stemmen!!!! Het oosterlijkdeel van de Hogerwaardpolder met 2 bebouwde kavels ligt in Noord-Brabant en in Woensdrecht en is waterschappelijk ingedeeld in Scheldestromen. Het wordt tijd dat dit stukje rafelrand toegevoegd wordt aan Zeeland en aan de gemeente Reimerswaal.

De provincie Zeeland bevat ook een deel van het natuurgebied Het Markizaatsmeer het grootste deel valt echter onder de provincie Noord-Brabant. Een alleen door dieren en planten bewoond natuurgebied laten vallen onder 2 provincies en 2 gemeenten (Bergen op Zoom en Reimerswaal) kan bestuurlijk eenvoudiger. Dat kan natuurbeleid dan ook slagvaardiger maken.

Wat opvalt is dat het lijkt of het gebeid betwist is tussen de waterschappen. Waterschap Brabantse Delta toont op haar kaarten het gehele Markizaatsmeer als haar gebied. Ga je echter naar overheid.nl en dan naar organisaties en dan naar waterschappen en naar Scheldestromen dan kijkt het of het gebied ook tot Scheldestromen behoord. Zeeuwen lijken niet zomaar iets op te geven.

Nog gekker is het natuurgebiedje de Molenplaat. Twee provincies en drie gemeenten (Bergen op Zoom, Reimerswaal en zelfs een stukje Tholen. En gezien de voorgaande alinea misschien ook 2 waterschappen. Tijd dit prachtige gebiedje, bestemd voor de natuur en wandelaars, toe te delen aan één gemeente, één provincie en als het nog niet is gebeurd aan één waterschap.

Zullen we dit deze bestuursperiode even gaan regelen? Dan laten we zien dat bestuurders weldegelijk logische besluiten kunnen nemen.

il partigiano

il partigiano 40C (Samenwerken)

Projectiescherm met de welkomstpresentatie Herinrichting Markdal-Zuid van waterschap Brabantse Delta tijdens een informatiebijeenkomst in Galder.
Informatiebijeenkomst Herinrichting Markdal-Zuid — waterschap Brabantse Delta, Galder.

In de Algemene Bestuursvergadering waarin het nieuwe DB werd verkozen was van samenwerking tussen coalitie en de niet tot de coalitie behorende partijen geen sprake. Integendeel, ondanks de mooie woorden van de coalitieleidster was er van geen enkel inhoudelijk gebaar sprake.

Op 18 april was het, in mijn ogen, reeds fout gegaan. Lees nog eens il partigiano 14 (Brabantse Delta > Hollandse Delta). Ik concludeerde toen: “Je hebt dus geen dijkgraaf als Bonjer nodig om bestuurlijk af te glijden naar een totale politisering en naar grenzeloze persoonlijke ambities. Na de woorden “dat gaan wij doen” van de fractievoorzitter van de BBB op 18 april 2023 is de politisering compleet.” Toch blijf je hopen dat mooie woorden ook daden zouden kunnen worden.

Voor mij was gisteren de lakmoesproef! Samenwerken in het bestuur is één ding, samenwerken met ‘derden’ (niet politici) om iets moois tot stand te brengen is wat anders. In mijn periode als lid van het Dagelijks Bestuur was ik verantwoordelijk voor het project Markdal. Een project wat eerder – onder andere leiding – totaal fout ging en waarop de provincie miljoenen verloor.

Ik schreef erover in il partigiano 9 (een mooi, vitaal en duurzaam Markdal). Daarin wenste ik “mijn opvolger of opvolgster veel wijsheid en doorzettingskracht toe”. Hopende dat de zon voor het Markdal niet onder zou gaan.

Gisteravond was er een informatiebijeenkomst in Galder om de belanghebbenden en samenwerkingspartners de plannen, die nu ter inzage liggen, toe te lichten. Wie ontbraken er? De nieuwe DB leden! De portefeuilleverdeling zou (volgens een mededeling van een ambtenaar) nog niet rond zijn. Met de informatie die ik heb lariekoek! En zelfs als het zo zou zijn dat de portefeuilleverdeling nog niet tot in het detail geregeld zou zijn, dan had er een aantal DB leden aanwezig moeten zijn. Al was het maar om te vertellen dat ze rechtstreeks kennis wilden nemen van de eventuele politieke vragen die leefden onder de samenwerkingspartners en belangstellenden. Maar ze zaten vast ergens ‘op de hei’ met zichzelf samen te werken!

Mooie woorden, geen daden! Zo word je geen kampioen. Je laat wel zien dat je in ieder geval minder dan de oud-portefeuillehouder hecht aan samenwerken met anderen en aan dit natuur- en landschapsproject. il partigiano vreest dat dit/zijn mooie kindje (het Markdal) aan machtspelletjes en andere dan natuurbelangen ten onder gaat.

il partigiano