il partigiano 37 (stapeling van ambten en kwaadsprekerij)

Portret van Keizer Karel V (1500-1558), die in de ordonnantie op de hoogheemraadschappen de cumulatie van functies verbood.
Keizer Karel V (1500–1558).

Nu de ledenaantallen van partijen afnemen en een partij soms plotseling van uit het niets groot kan zijn (BBB, FvD) zie je dat stapeling van ambten steeds vaker voor komt. De zorg dat dit tot belangenverstrengeling kan leiden noch de kwaadsprekerij daarover, is niet nieuw.

Keizer Karel V (1500-1558) verbood in de “ordonnantie op de hoogheemraadschappen” de cumulatie van functies van dijkgraaf en hoogheemraad, zowel onderling als met het lidmaatschap van het Hof van Holland. Bovendien mocht een hoogheemraad niet tegelijkertijd in een ander hoogheemraadschap een bestuursfunctie vervullen. Tevens was in een aanvulling van de “ordonnantie op de hoogheemraadschappen” vastgelegd dat een hoogheemraad minstens 50 morgen onbelast grondeigendom moest hebben.

Dat de functie van hoogheemraad of in huidige termen lid van het dagelijks bestuur van een waterschap vroeger andere (lichamelijke) eisen stelde dan nu zo blijkt uit de ontslagaanvrage (benoemingen waren toen nog voor het leven) van mr. Pieter Hanneman, sedert 1577 hoogheemraad, omdat hij “mits impotentie van lichame ende zijne zwaerlivicheyt langer d ‘office als heemraet nyet en conde oft machtich was te exerceeren, bijzonder als de wercken buyten dijck ende in de duynen waren te visiteren”. Ontslag wegens zwaarlijvigheid!

Ook onafhankelijk toezicht was in de ogen van Keizer Karel V nodig. Hij benoemde in 1518 de regeringscommissaris Karel van Poitiers, heer van Dormans en Vadans, die in bezit van keizerlijke volmachten toezicht ging houden op de uitvoering van het nodige herstel van dijken en duinen in Holland en West-Friesland. Hij kon hoogheemraden ontslaan. De vreemdeling bezat geen gronden en was door zijn aanpak niet geliefd. Van de ontslagenen gingen er een aantal in beroep bij de Secrete Raad. Ze waren immers benoemd. Ook de (nieuwe) eis van landbezit veegden ze van tafel omdat ‘niemand zich eraan hield’. Sterker nog: hoogheemraden zonder land bewaakten de dijken zelfs met meer ijver dan grootgrondbezitters, zo meenden zij. Zij meenden dat ‘eenighe quaetwillighen’ door het zenden van ‘subreptieve’ (bedrieglijke) en obreptieve (slinkse) brieven hun ontslag hadden bewerkstelligd. Ook kwaadsprekerij is van alle tijden.

Dat laat onverlet dat toezicht op het onderhoud van dijken en de waterschappen goed is. Het laag houden van de kosten mag niet leiden tot slecht onderhoud waardoor de risico’s toe zouden kunnen nemen.

il partigiano

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *