Het klimaat veranderd en de variatie in de afvoeren van rivieren en beken neemt toe. Soms met ernstige overlast en overstromingen tot gevolg. Nederland is een land met een grote traditie van het waterbeheer, inclusief dat van onze rivieren. Maar ook van zuinigheid. In het denken van onze waterstaatingenieurs kom je van meten tot weten en daarna tot het maken van plannen en uitvoering. Maar ook zit evalueren in het bloed.
Toen in de 17e eeuw onze grote rivieren steeds vaker tot overlastsituaties en overstromingen leidden. Gingen we aan de slag om de rivieren, op basis van de kennis (peilen, profielen archieven) en ervaringen beter te beheersen en plannen tot verbetering te maken. Dat leidde in 1707 tot het graven van het Pannerdensch Kanaal Om het water over de Rijntakken (Neder-Rijn, Waal en IJssel) beter te verdelen.
Maar ook als het werk gedaan was wilden men weten of het werkte en wilden men de verdeling ook controleren en archiveren. Daartoe weren aan de Pannerdense Kop en op de IJsselkop meetstations ingericht om de stroomafvoeren te meten.
De meetapparatuur werd al vroeg in onze waterbeheer geschiedenis ontwikkeld. Een mooi voorbeeld is de door waterstaatsingenieur Christiaan Brunings (1736-1805) ontwikkelde stroomsnelheidsmeter (zie foto), gericht op controleren van de afvoerverdeling in de Rijntakken.
Brunings mat de stroomsnelheid in verschillende profielen stroomop en stroomafwaarts. Ieder profiel bestond uit meerdere verticalen. Per verticaal werd om de 6 Rhijnlandse duim (circa 16 cm) een meting uitgevoerd.
Op deze kennis bouwen we nog steeds voort en zijn we als Nederland graag bereid om onze kennis te delen. Wij weten wat overstromingen en wateroverlast kunnen aanrichten en kennis delen kan helpen om gezamenlijk de klimaatveranderingen aan te kunnen.
il partigiano