Polderen


Soms moet je boeken en teksten gepubliceerd buiten ons kleine kikkerlandje (België) lezen om dichter bij de waarheid van je zelf als ras polderraar te komen.

Van Marjolrein ’t Hart: “Het ‘poldermodel’ als verklaring voor de op consensus gerichte Nederlandse identiteit is te veel gebaseerd op een anekdotisch besef van de geschiedenis. Deze bijdrage betoogt dat de veronderstelde continuïteit van een overlegcultuur voorbijgaat aan de vele momenten waarbij niet overleg maar conflict de loop van de Nederlandse geschiedenis bepaalde. Bij besluitvorming in het verleden werd slechts rekening gehouden met specifieke gildeleden, met boeren die minstens 50 morgen land bezaten, of met de mannelijke leden van rijke regentenfamilies. En ook voor hen was recht op zeggenschap geen Nederlands Automatisme: dat moest altijd weer bevochten worden.”

Van G. van der List: “Bovenal is Nederland één groot onderhandelingshuishouden gebleven. Hierin vergaderen de betweterige bewoners, uiteraard op beschaafde toon en met respect voor elkaars standpunten, eindeloos om de lieve vrede te bewaren. Samen komen we er wel uit, denken de Nederlanders. En dat blijkt nog vaak te kloppen ook.”

Van Jona Lendering: “Het streven naar consensus is Nederlanders zó dierbaar dat ze er nooit afscheid van zullen nemen. Het einde van de overlegcultuur zou per slot van rekening niets anders zijn dan het einde van de Nederlandse nationale identiteit.”

Van Herman Pleij: “De gebruikelijke hiërarchische verhoudingen krijgen geen vat op de polder, klei en turf (…). Dat plaatst de middeleeuwse ontginners en exploitanten (…) van meet af aan in een toch wel merkwaardige positie van gelijkheid en ongedwongen samenwerking.”

Van Jona Lendering: “Vanuit het traditionele, feodale standpunt bezien was de (Nederlandse) graaf eigenlijk maar een zwakkeling met zijn erkenning van de waterschappen. Een beetje landsheer overlegde (in de middeleeuwen) niet met zijn onderdanen, maar commandeerde hun wat ze te doen hadden. Het idee om op voet van gelijkheid van gedachten te wisselen met ongeletterden stuitte menig Europese landsheer tegen de borst. Zoiets werd overgelaten aan de lokale edelen. Maar de graaf van Holland passeerde de aristocraten”.

Van Jona Lendering: “de boeren die in de veertiende en vijftiende eeuw naar de stad kwamen, brachten de overlegtraditie van de waterschappen met zich mee en het gevolg was dat de steden partij werden in het stelle bondgenootschap dat de graaf en zijn onderdanen tegen de adel hadden gesloten.”

Helaas is het poldermodel stervende. De dualisering sinds het begin van deze eeuw ingevoerd bij de provincies en de gemeenten is de doodsoorzaak van een model dat eeuwen de Nederlandse bestuurlijke verhoudingen (mede) bepaalde. Nu is het zelfs in de waterschappen aan het afsterven. Ook daar worden de verhoudingen stap voor stap dualistisch. Het monisme zal uiteindelijk ook in ons landje uitsterven. Hopelijk zal dat er niet toe leiden dat Amersfoort eens aan zee zal liggen.

De citaten zijn afkomstig uit het nummer ‘Nieuwe tijdingen’ verschenen in 2020: ‘Vroegmoderne geschiedenis in actuele debatten’, onder redactie van Jasper van der Steen en Hans Cools, een publicatie van de Universitaire Pers Leuven.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties zijn gesloten.