Waterschappen en de waterkwaliteit.


Voor waterschapbestuurders van nu is de kwaliteitszorg, binnen het waterbeheer, een vanzelfsprekende zaak maar dat was niet altijd zo.

De eerste stappen tot die zorg werden gezet naar aanleiding van een advies van de Vergadering van Geneeskundige Inspecteurs in 1873. Het toenmalige kabinet-Heemskerk (1874-1877) ging ermee aan de slag hetgeen in 1875 leidde tot de Hinderwet. Feitelijk de eerste Nederlandse wet met als doel iet aan ‘hinder’ door verontreinigingen te doen. Feitelijk was de wet een vergunningenstelsel opgenomen voor de oprichting van inrichtingen die schade, gevaar of hinder konden opleveren. De wet was ook bedoeld om waterverontreiniging door de industrie tegen te gaan.

In de praktijk werkte de wet op dat punt niet of nauwelijks. In 1903 volgde een ‘ontwerp van Wet Houdende Voorzieningen tegen hinderlijke of schadelijke waterverontreiniging. De Kern van die wet was, dat Gedeputeerde Staten wettelijke bepalingen moesten gaan voorschrijven voor de lozing van afvalwater, vooral als dat aantoonbaar schadelijke gevolgen had voor de volksgezondheid. Nog voor de behandeling in de Kamer trok de minister het voorstel terug. Er tekende zich een Kamermeerderheid af die tegen de wet zou stemmen. Het wachten was op een nieuwe Hinderwet (1896) _

In 1909 werd de Nederlandse Vereniging tegen Water-, Bodem en luchtverontreiniging opgericht. De weg was lang! In 1919 kwamen zij met een initiatiefvoorstel voor een Wet tegen Waterverontreiniging. Ver dan een presentatie kwam het niet. Uit gezien werd naar een herziening van Hinderwet en de uit 1913 stammende Riolenwet.

In 1919 werd het Rijksinstituut voor Zuivering van Afvalwater opgericht. Langzaam ontstond de gedachte dat er aan de circa 30 kilo ontlasting en 400 liter urine per persoon echt iets gedaan zou moeten worden. Gemeenten en provincies begonnen ‘iets’ aan dat probleem te doen. Hier en daar werden weinig effectieve bezinkinstallaties gebouwd. In 1914 werd de ‘actief-slibmethode’ ontwikkeld.

Maar de weg naar de Wet Verontreiniging Oppervlaktewater (1970) was nog lang. Op het moment van inwerkingtreding kende Nederland slechts elf rioolwaterzuiveringsinstallaties volgens de actief-slibmethode. Er waren nog zelfs veel gebieden niet aangesloten op een rioolnet.

In 1953 had Dr. Ir. Aale Pasveer (1909-2001) wel zijn vinding (de Pasveersloot) gepresenteerd die in de jaren vijftig en zestig langzamerhand het land veroverde. Er werd een begin gemaakt. Na 1970 werd de zuiveringstaak geleidelijk door de waterschappen overgenomen van gemeente en provincies en werd eens start gemaakt met de zuiveringsschappen, waar het Hoogheemraadschap West-Brabant er één van was.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties zijn gesloten.