BESTUURLIJKE VRAAG / ARTIKEL 74 RvO VRAAG – KRW plannen na 2027

Onderwerp: artikel 74 RvO vragen over KRW plannen na 2027, namens de fractie Ons Water aan het dagelijks bestuur
Commissie : Water en ruimte en gezond water

Datum:13 augustus 2025

Aanhef: aan het dagelijks bestuur

Toelichting: In het blad Waterforum nummer 4 van juli 2025 lezen we op bladzijde 54 “eind 2027 loopt in heel Europa de periode af van de 3e Stroomgebiedsbeheerplannen (SGBP’s) en moeten de 4e SGBP’s klaarliggen met nieuwe maatregelpakketten om de ruim 100.000 Europese KRW grondwater- en -oppervlaktewaterlichamen nog schoner te krijgen. Bij de vorige plannen konden lidstaten aanvoeren dat de KRW-doelen niet waren gehaald en volstond deze simpele constatering om uitstel te krijgen. Straks zijn lidstaten gehouden aan strengere voorwaarden om nog verder uitstel te kunnen krijgen. Brussel accepteert dan alleen nog uitstel op basis van vier redenen die juridisch scherp zijn omschreven. Nieuw in 2027 is dat een beroep op de uitzonderingsregels ook echt moet worden onderbouwd. Als een lidstaat dat niet kan, kan Brussel uitstel voor de 4 SGBP’s weigeren”.

We hebben bij Brabantse Delta scherp de focus liggen op 2027 en hier wordt ook vaak over gesproken in de Commissie en het AB. Wat de randvoorwaarden zijn voor het vervolg zijn en hoe we daar als waterschap mee om moeten gaan na 2027 of hoe het vervolgtraject er uit ziet is Ons Water niet of nauwelijks bekent.

Vragen: 1) Wat zijn de juridisch scherp omschreven vier redenen op basis waarvan Brussel nog uitstel accepteert?
2) Wat zijn de plannen of concept plannen voor het 4e SGBP van Waterschap Brabantse Delta en wanneer worden deze nieuwe maatregelpakketten met Commissie en AB besproken?
3) In hoeverre hebben deze plannen voor het 4e SGBP invloed op het eventuele uitstel vanuit Brussel?
4) Het lijkt er sterk op dat we het behalen van de KRW doelen meer als een doorlopende opgave moeten zien in plaats van als project met een begin en een einde. Klopt deze constatering en wat betekent dit voor de serieusheid van het dreigement om geen uitstel te verlenen?

Ondertekening, fractie: Peter Verschuren/Louis van der Kallen

Indienen bestuurlijke vraag:

Artikel 74 RvO Vragenrecht

  • 1.Ieder lid is vrij om schriftelijke vragen te stellen aan het dagelijks bestuur en de voorzitter.
  • 2.Het dagelijks bestuur en de voorzitter beantwoorden deze vragen. Dat kan schriftelijk binnen vijf weken of mondeling tijdens de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur. Als het niet lukt om de vraag binnen deze termijn te beantwoorden, dan krijgt het lid daarvan bericht. In deze reactie staat waarom het niet lukt en wanneer de vraag wél beantwoord wordt. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
  • 3.Als het dagelijks bestuur of de voorzitter een vraag mondeling wil beantwoorden, dan krijgt het lid hiervan schriftelijk bericht. Dit gebeurt binnen vijf weken en met een motivatie. Deze mededeling wordt behandeld als een antwoord.
  • 4.Alle schriftelijke vragen en alle schriftelijke antwoorden worden op dezelfde manier aan de leden van het algemeen bestuur toegestuurd. Ze worden ook op de website van het waterschap geplaatst.
  • 5.Elk lid van het algemeen bestuur mag de voorzitter vragen om deze vragen en antwoorden op de agenda van de vergadering te plaatsen als
Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties zijn gesloten.