BESTUURLIJKE VRAAG / ARTIKEL 74 RvO VRAAG
Onderwerp: artikel 74 RvO vragen over rioolvreemd water , namens de fractie Ons Water aan het dagelijks bestuur vanuit de commissie Waterketen.
Datum: 13 augustus 2025
Aanhef: aan het dagelijks bestuur
Toelichting: Rioolvreemd water kan tot wel 50% uitmaken van het water dat als influent bij de RWZI’s binnenkomt (artikel Waterforum nummer 4 juli 2025 bladzijde 31-35). Het gemiddelde is 26%. Het minimaliseren van rioolvreemd water draagt bij aan de keten efficiency tenzij de meerkosten hiervan niet opwegen tegen de besparingen op de RWZI. Overstort putten met te lage of kapotte overstort muren kunnen een bron zijn van rioolvreemd water. Deze vallen onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. De RWZI’s met hun kosten vallen onder het waterschap.
Vragen: 1) Wat identificeren we bij waterschap Brabantse Delta als rioolvreemd water?
2) Wat zijn per RWZI de percentages aan rioolvreemd water die bij waterschap Brabantse Delta binnenkomen en in hoeverre is bekent wat de meerkosten/efficiencyverliezen zijn?
3) Welke mogelijke oorzaken van rioolvreemd water zijn ons bekent en wat doen we daaraan met hierbij de afweging van de meerkosten ten opzichte van het efficiencyverlies?
4) Indien de oorzaak van rioolvreemd water buiten onze verantwoordelijkheid ligt, maar bijvoorbeeld op het bordje van een gemeente, hoe wordt dit dan opgepakt?
Ondertekening, fractie: Peter Verschuren/Louis van der Kallen
Indienen bestuurlijke vraag:
Artikel 74 RvO Vragenrecht
- 1.Ieder lid is vrij om schriftelijke vragen te stellen aan het dagelijks bestuur en de voorzitter.
- 2.Het dagelijks bestuur en de voorzitter beantwoorden deze vragen. Dat kan schriftelijk binnen vijf weken of mondeling tijdens de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur. Als het niet lukt om de vraag binnen deze termijn te beantwoorden, dan krijgt het lid daarvan bericht. In deze reactie staat waarom het niet lukt en wanneer de vraag wél beantwoord wordt. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
- 3.Als het dagelijks bestuur of de voorzitter een vraag mondeling wil beantwoorden, dan krijgt het lid hiervan schriftelijk bericht. Dit gebeurt binnen vijf weken en met een motivatie. Deze mededeling wordt behandeld als een antwoord.
- 4.Alle schriftelijke vragen en alle schriftelijke antwoorden worden op dezelfde manier aan de leden van het algemeen bestuur toegestuurd. Ze worden ook op de website van het waterschap geplaatst.
- 5.Elk lid van het algemeen bestuur mag de voorzitter vragen om deze vragen en antwoorden op de agenda van de vergadering te plaatsen als ingekomen stuk. Daarbij neemt het lid artikel 35 van dit reglement in acht. Bij het overleg over dit onderwerp is artikel 44, lid 2 van dit reglement van toepassing.