De Antwerpse Noorderpolders en de Ossendrechtse polders vormen aan de oostoever van de (Wester)Schelde in feite één waterstaatkundig landschap. Op diverse momenten onderging dat landschap het zelfde lot. Denk aan de Sint Ignatiusvloed (31 januari/1 februari 1953). Van de middel eeuwen tot het heden hebben die landschappen een soortgelijke ontwikkeling door gemaakt.
De grens is voor water, hoog of laag, – zoet of zilt – geen probleem. Daarom is het goed als zowel qua waterveiligheid als qua watersysteembeheer steeds ook wordt gekeken naar wat de Belgische buren doen en hoe ons beleid ook van invloed is op hun polders.
Dan is een eventuele verzilting van het Volkerak-Zoommeer en als gevolg daarvan van de Rijn -Schelde verbinding alsmede de discussie over de winning van zoetkwelwater uit de polders aan de voet van de Brabantse Wal een onderwerp om te delen met onze buren.
Want als die winning zou kunnen leiden tot een sluipende verzilting van een aantal polders of gebieden (deels mogelijk op de westeroever van de Rijn – Scheldeverbinding is dat kennis die gedeeld moet worden inclusief nadenken over de mogelijke gevolgen. Denk aan de malaria problemen die de Spaanse garnizoenen in de 16e en 17e eeuw ervoeren in dit toen brakke en grotendeels moerasachtige landschap.
il partigiano