Het klimaat verandert en dat vergt tal van aanpassingen in het waterbeleid en in hoe we om moeten gaan met de ruimte, dus waar bouwen we al die huizen waar de samenleving om gilt. Die noodzakelijke verandering zet planologen aan het denken en fantaseren over de toekomst van Nederland en dan vooral de omgeving waarin zij zelf woonachtig zijn en/of werken.
In dit soort processen loopt de Randstad altijd vooraan! Ze zitten ook waar de macht zit en zijn er als de kippen bij om politiek Den Haag deelgenoot te maken van hun gedachten en dromen. Dan zou de rest van Nederland alert moeten zijn om te voorkomen dat de Randstad of steden als Rotterdam de krenten uit de pap halen en de rest van ons land met de gebakken peren blijft zitten of slechts de kruimels krijgt toebedeeld.
Recent was er de 12e editie van de Eo Wijersprijsvraag. De winnaar was Palmbout Urban Landscapes en H+N+S Landschapsarchitecten die een toekomstvisie hadden ontwikkeld voor de Rijn-Maasmonding, getiteld Tweestromenland. De nummer twee waren De Urbanisten die een plan maakten getiteld Waterstad 2100 “Een hoopvol toekomstperspectief voor de Rijn-Maasmonding.
Afgelopen vrijdag werden beide plannen gepresenteerd tijdens de PAL-Lunchlezing in het provinciehuis van Zuid-Holland. Het was een waardig afscheid van de Provinciale Adviescommissie Leefomgevingskwaliteit! Het nieuwe provinciale bestuur van Zuid-Holland heft de PAL op. De nieuwe coalitie zit klaarblijkelijk niet meer te wachten op deskundigen die misschien wel komen met ideeën en opvattingen waar populistische politici geen behoefte aan hebben. Dit soort plannen kunnen echter van grote betekenis zijn voor de toekomst van ons land en in het bijzonder het waterbeheer.
Beide plannen ging uit van een superpolder met daarin de stad Rotterdam. De “Urbanisten” gingen (bij 2,5 tot 3 meter zeespiegelstijging) uit van het opgeven van de Zuid-Hollandse eilanden. ‘Ze moesten maar gaan wonen op terpen/vlietbergen’. Met superdijken om Rotterdam! Of de bodemgesteldheid dat wel zou aan kunnen werd niet beantwoord. Wat in hun plannen verder opviel was het openen van de Haringvlietdam. De superpolder bleef zoet door twee (zee)sluizen aan de west en oost kant. Klaarblijkelijk gingen de plannenmakers ervanuit dat er voldoende zoetwater de superpolder zou bereiken.
Voor West-Brabant zou dit verzilting van niet alleen het Haringvliet maar ook van het Hollandsdiep en meer oostwaarts gelegen wateren betekenen. En daarmee niet meer de mogelijkheid om zoet water vanuit die wateren in te laten!
Bij de plannen van Palmbout Urban Landscapes die uitgingen van 2 meter zeespiegelstijging waren de Zuid-Hollandsepolders nog wel verdedigbaar. Ze gingen uit van de omleiding van sediment bevattend achterlandwater naar het Haringvliet en sedimentatie daar.
Beide plannen gingen uit van de vrije (sluis loze) doorvaart van de zee naar het achterland. Dus met een enorm zoetwater verliest. Dus verzilting tot voorbij Woudrichem. Zilte teelten waren volgens beide plannen de toekomst. Uit niets bleek dat er rekening werd gehouden met des zomers een mindere beschikbaarheid van zoetwater. Het leek of er alleen met de belangen van Rotterdam en de scheepvaart rekening werd gehouden.
In de paneldiscussie daarna waren de dijkgraven aanwezig van het waterschap Hollandse Delta en van het Hoogheemraadschap van Delfland. Van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard was een Heemraad aanwezig. Van het Dagelijks Bestuur van ons waterschap Brabantse Delta was er zoals gebruikelijk niemand om onze (zoetwater/veiligheid en agrarische) belangen te behartigen.
Ik wees vanuit het publiek wel op het gebrek aan aandacht voor verzilting en de teruglopende beschikbaarheid van zoetwater in de zomers. De tijd van de Generaliteitslanden zou voorbij moeten zijn. Maar dat zou wel moeten betekenen dat we onze belangen moeten verdedigen in Den Haag nu en in de toekomst en dat zou moeten betekenden dat we als gelijkwaardige partners mee moeten doen aan dit soort discussies en tegenwicht moeten leveren aan dit soort ideeën. Het beste is dan ook meedenken aan toekomstscenario’s en AANWEZIG ZIJN OP DE PLAATSEN WAAR OOK OVER ONZE BELANGEN WORDT GESPROKEN.
Tot op heden mis ik onze Dagelijks Bestuursleden op dit soort bijeenkomsten, terwijl besturen ook meedenken over de VERRE toekomst zou moeten zijn!
Il partigiano (Louis van der Kallen)