
Johan van Veen geboren op het meest noordelijkste boerenbedrijf op het vasteland van ons land te Uithuizermeeden, (1893 – 1959) was een Nederlandse waterstaatkundig ingenieur.
Reeds in 1937 waarschuwde Van Veen, onder het pseudoniem ‘’dr. Cassandra’’, voor de te lage dijken in Zuidwest-Nederland. Door het gebruik van een pseudoniem kon hij allerlei gedachten lanceren die politiek gezien gevoelig lagen.
Veel onderzoeken in de jaren dertig toonden aan dat de dijken te laag waren. In 1939 werd door Johan Ringers de Stormvloedcommissie ingesteld. In een rapport uit 1940 rapporteerde deze commissie dat de dijken onvoldoende hoog waren. Maar omdat dijkverhoging op veel plaatsen werd geacht en te duur werd gevonden bleven de plannen op de plank liggen.
In 1946 concludeerde de Stormvloedcommissie (met Johan van Veen als secretaris) dat vrijwel alle dijken in Zuidwest-Nederland te laag waren. In 1950 werd wel gestart met de afdichting van de Brielse Maas. Begin december 1952 gaf Jacob Algera, minister van Waterstaat (1952-1958), de Studiedienst opdracht, onderzoek te doen naar de afsluiting van de zeearmen tussen Walcheren en Voorne. Het rapport verscheen 29 januari 1953. Drie dagen later, op 1 februari 1953, kwam de zee grote delen van Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant binnen.
Uit eindelijk werden de plannen van Johan van Veen uitgevoerd. Alle eilanden werden met elkaar middels de Deltawerken verbonden. Johan van Veen gaf tot december medeleiding aan de uitvoering van de Deltawerken. De ‘Master of Floods’ overleed aan een hartaanval op 9 december 1959. Voor mij is hij de enige en echte vader van het Deltaplan.
Ik hoop dat zijn opvolgers niet meer de noodzaak voelen om middels een pseudoniem ons volk en de ‘politiek’ te laten weten wat er moet gebeuren om de veiligheid van onze dijken op peil te houden.