Water paradox 3


Naar een nieuw waterschapsbestel? Dat was de naam van een nota die op 23 mei 1977 naar de Tweede Kamer werd gestuurd. Er waren verdeeld over de provincies nog 678 waterschappen en 7 zuiveringsschappen.

38 waren interprovinciaal (dus gelegen in meer dan één provincie. Groningen had er geheel binnen de grenzen nog 112, Friesland 95, Drenthe 15 (plus 1 zuiveringsschap), Overijssel 9 (plus 1 zuiveringsschap) Gelderland 23 (plus 3 zuiveringsschappen), Utrecht 37, Noord-Holland 99 (plus 1 zuiveringsschap), Zuid-Holland 161, Zeeland 29, Noord-Brabant 53 en Limburg 7 (plus 1 zuiveringsschap) Flevoland moest als provincie nog geboren worden. Nu zijn er nog 21 waterschappen.

Bijna 50 jaar zijn we verder. In 1993 trad ik toe tot het Algemeen Bestuur van Zoomvliet. Snel gevolgd door: Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap West-Brabant, Algemeen Bestuur van het Waterschap Scheldekwartier, Algemeen Bestuur van het Zuiveringsschap Rivierenland, Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch, Algemeen Bestuur van het Waterschap Rivierenland, Algemeen Bestuur van het Waterschap Zeeuwse Eilanden, afdelingsbestuur Zuid van het Waterschap Rijn en IJssel en het Algemeen en drie keer het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Brabantse Delta. Met heel wat waterschapbestuur jaren achter de kiezen is de vraag die ik mij soms stel: is het met al di fusies er beter op ge worden?

Het kwantiteitsbeheer vast wel. Het dijkbeheer vermoedelijk ook. Hoewel de aflopen jaren worden de dijkverbeteringen, na de vaststelling van een mogelijk faalmechanisme, niet meer gelijk aangepakt. Planning en geld zijn nu sluipenderwijs de rem geworden. Het kwaliteitsbeheer is in de loop der tijd geheel door de waterschapen van de gemeenten en provincies overgenomen. Waarom? Ze maakten er een ‘potje’ van. Met risico’s voor de volksgezondheid en de leefbaarheid. Maar ook daar is de rem op gekomen. De Europese Kaderrichtlijn Water is feitelijk een rem. Vanwege het one out, all out principe en sinds 2008 de introductie van de politieke partijen in het waterschapsbestuur waarmee water politiek is geworden en gaat het steeds minder over de inhoud (het waterbeheer) en steeds meer over: ‘wie zal dat betalen, wie heeft dat besteld’? Nederland ‘waterland’? Zelfs als het over schoon water, of de veiligheid gaat, telt voor de kiezer niet meer de kwaliteit van het bestuur maar net als bij de rest van de overheidskeuzes de portemonnee! Als je voor 2008 in Wageningen of Delft had gestudeerd (man of vrouw, jong of oud) werd je in het personenstelsel (je koos toen een persoon, geen partij) altijd gekozen. De kiezer ging voor kwaliteit nu voor mooie praatjes!

Tijd om de relicten op te ruimen en de waterschappen als aparte werkeenheden onder te brengen bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties zijn gesloten.