il partigiano 35

Portret van Prins Willem van Oranje, stadhouder van Holland, die in 1562 opdracht gaf het land te zuiveren van vagebonden en landlopers.
Prins Willem van Oranje (1533–1584), stadhouder van Holland.

In de middeleeuwen had de baljuw vergaande ‘politie’ bevoegdheden. De baljuw die zijn ambt pachtte deelde ook mee in de opgelegde boetes. Uit een “Boetelijst van de baljuw en welgeboren mannen (1600) blijken de boetes. Voor het verwonden met een mes ‘dattet bloet’ 20 pond. Wie een mes droeg dat langer was dan 6 ‘delflandsche houtduymen’ betaalde 10 pond (Hollandspond was 40 groten = 20 stuivers = 1 gulden).

Dat was ongelofelijk veel geld. In de middeleeuwen moest een ongeschoold werkman 4 dagen werken om één pond te verdienen en in de winter zelfs 7 of 8 dagen, omdat het winterdagloon vanwege de kortere dagen een stuk lager was.

Ondanks de geldelijke motivatie faalde de baljuw vaak in het handhaven van de keur wegens een gebrek aan manschappen (een te kleine politiemacht) en het ontbreken van gevangeniscapaciteit. Waar hebben we dat meer gehoord. Het is nu niet anders.

Vooral de landlopers waren in de tijd een plaag die de boer en zijne hofstede afpersten (nu de drugsproducenten, een diefstallen van boereneigendommen). De baljuw Frans Duyst van Voorhout liet in 1551 zelfs twee vagebonden door de beul Heynrick Croes ‘mit den swaerde’ doden. De keur, verplichte iedereen binnen 4 dagen de baljuw ‘behoorlijk bescheyt van de plaetse daer sij van gecomenen sijn’ te geven. Maar de keur was onbekend bij het rondtrekkende gespuis (net als nu, wie kent de keur of de gemeentelijke regels?).

Maar net als heden ten dage kwam de zegen van de landheer. De baljuw Adriaen van der Does kreeg nieuwe wetgeving ter bestrijding van het kwaad. In 1562 gelastte de Prins Willem van Oranje, als stadhouder van Holland, zijnde in dienst van de Habsburgerse landheer: het land te ‘zuyveren’ door ‘straetschenders, bedelaars, rabauwen, vagebonden, ledicgangers en de quaetdoenders’ op te pakken en ‘zoedanighe onnutte menschen’ naar de galeien te zenden. Deze oekaze werd wel enkele weken later herroepen.

Hoewel we de ‘problemen’ en de daders anders bejegenen zijn die problemen klaarblijkelijk van alle tijden. De vraag is nog steeds hoe zorgen we dat wetten bekend zijn en nageleefd worden en vooral effectief blijken.

Het voorgaande laat wel zien dat waterschapen en hun wetgeving ertoe deden en dat de samenwerking met andere overheden relevant was. De baljuw diende vaak meer dan alleen het waterschap.

il partigiano

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *