Vandaag in BNdeStem een verhaal over het baggeren van het Mark/Dintel systeem. Buiten dat het al veel eerder had moeten gebeuren zou er nog veel meer moeten gebeuren om het vervoer over water aantrekkelijker te maken.
In “il partigiano 20” schreef ik over het gedeeltelijk realiseren van het in februari 1958 gelanceerde provinciale “Welvaartsplan voor West-Brabant”; kern daarvan was het realiseren van de broodnodige voorzieningen op het gebied van waterwegen en havenfaciliteiten. De vaarwegen In West Brabant verlangden toen een vergaande modernisering. “Maak ze geschikt voor schepen tot 1350 ton”, was in 1958 de leuze! Het laatste gerealiseerde onderdeel van dat Welvaartsplan was de aanleg van het Mark-Vliet kanaal in 1983.
Recent heb ik ontdekt dat er circa 120 jaar geleden al aandacht werd gevraagd voor de beperkte transportmogelijkheden op de West-Brabantse waterwegen. En dat nota bene een familielid (oudoom) van mijn BSD-partijgenoot (Piet Juten) daartoe initiatieven nam.
In 1904 deed de ARP-minister van Waterstaat Mr. J.Ch. De Marez Oyens de toezegging inhoudende dat West-Brabant zijn verbinding zou krijgen met het kanalen netwerk van Oost- en Midden-Brabant. En dat daarbij gedacht werd aan een verbinding via het Mark-Vlietsysteem naar de Westerschelde.
De Bergenaar Wilhelmus Johannes Franciscus Juten, die van 1901 tot 1923 lid de Provinciale Staten van Noord-Brabant was, greep daarop een kans en diende in 1904 in de Staten van Noord-Brabant een motie in.
“…. zijn van oordeel, dat het thans ontworpen scheepvaartkanaal (het Wilhelminakanaal) beter zou voorzien in de behoeften van den handel, de nijverheid en den landbouw der provincie, wanneer het in verbinding gebracht kon worden met de rivier “DE SCHELDE”, …..)
De toezegging van de minister en de motie verdwenen daarna al snel in de vermoedelijk stoffige archieven van de provincie en de Tweede Kamer. Met enige jaloezie kijkt il partigiano naar vroegere initiatieven om tot verbeteringen te komen voor vervoer over water. Tot de Tweede Wereldoorlog bestond er een Verbond van Zuidelijke Kanaalcomités inclusief een Verbondsraad die keek naar de vervoers- en afwateringsbelangen van het zuiden van Nederland en België en formuleerde voorstellen tot verbetering. Het zou goed zijn – met de vervoerstransities in ons hoofd – als een dergelijk initiatief wederom tot stand komt.
Nu moeten we het doen met de tekst in het coalitieakkoord van het waterschap Brabantse Delta: “de toenemende mobiliteit vraagt ook IETS van de vaarwegen die wij beheren voor de provincie.” Slapper dan slap!
il partigiano