OVER WATER – 32

 

| 12-03-2016 | 01.00 uur |


 


OVER WATER – 32

 

9 maart
Een thema AB over over (burger)participatie. Het thema begon met een inspirerend Youtube filmpje, gemaakt in opdracht van het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden door Jan Willem Zeelenberg. Waarom doen we het? Wat verwachten we er van? Hoe willen we het vormgeven? Het is moeilijker dan menigeen denkt. Een begin van de antwoorden is voor mij gelegen in: het is onvermijdelijk, we hebben elkaar nodig, we hebben dezelfde belangen (veiligheid, schoon water), we versterken ermee de betrokkenheid en vergroten het draagvlak voor de invulling van onze taken. We moeten wel beseffen dat we dan ook oog moeten hebben voor de belangen van de deelnemers en niet alleen voor onze taken en wat dat kost. Mijn ervaringen tot nu toe met participatie van burgers en overheden is niet zonder drempels. Het principe van Rutte 1 was: “Je gaat er over of niet”, terug naar je kerntaken. Nu zouden we met (burger)participatie in ons achterhoofd moeten gaan voor ‘grensontkennend samenwerken’. Kortom we moeten bereid zijn ons bijna overal mee te bemoeien. Een hele overgang. Dat wordt het zeker als je onze Commissaris van de Koning zou moeten volgen met zijn term “eigenschaligheid”. Werk dat maar eens uit als het over dijkverbeteringen gaat. Maar we schijnen er niet aan te ontkomen. We moeten in gesprek met burgers en andere overheden. Zeker als ze ons benaderen met voorstellen over zaken die (mede) gaan over water. Mij past het wel want ik ga graag in gesprek met burgers.

vispas2016_NEWWe konden ons verdiepen op vijf mogelijke participatie onderwerpen: bioplastic uit afvalwater, beheer en onderhoud door derden, vluchtelingen en het waterschap, wateroverlast in stad en platteland en overheidsparticipatie. Ieder kon deelnemen in twee rondes bij twee onderwerpen. Ik koos als eerste onderwerp voor ‘vluchtelingen en het waterschap’. De collega’s die ook voor dat onderwerp kozen waren deels te verwachten: afkomstig uit de PvdA fractie, de fractie van Water Natuurlijk, een FNV’er uit bedrijfgebouwd, een agrariër en ondergetekende. We zagen kansen voor vluchtelingen om iets op te steken en voor ons om meer te leren over culturen en samenlevingen die meer gericht zijn op waterschaarste dan de onze. Mijn stelling in de discussie was: “in iedere auto van een beverrattenbestrijder is een stoel vrij.” Als het gaat om de regels, want vluchtelingen mogen haast niks zolang ze geen status hebben, was het gevoelen dat, zoals de sommige pastoors het soms zeggen, het makkelijker is om vergeving te vragen dan om toestemming. Onze regels zijn soms absurd. Ik schreef eerder over op mijn facebook pagina over het verhaal van een vluchteling, die vanuit het kamp Heumensoord graag met een hengel aan de Waalkade zit en bij gebrek aan iets anders probeert de gang van zaken in de stad te doorgronden. Hij doet iets wat niet mag. Vissen zonder vergunning! Niet omdat hij geen vergunning zou willen hebben, hij is er zelfs om geweest, maar om een vergunning te halen moet je niet alleen geld hebben, maar ook een burgerservicenummer. Hij heeft alleen een V-nummer en daarmee kan je geen visvergunning aanvragen, ook al heb je het geld bij elkaar gekregen. Welkom in Nederland! Dus als er bij het waterschap vluchtelingen een voor hen zinvolle dagbesteding kunnen vinden zijn ze welkom ook als we de regels iets moeten buigen. Mijn hele discussie groep was het daarmee eens.

Voor de tweede ronde sloot ik aan bij het onderwerp; bioplastic uit afvalwater. Niet zo gek voor iemand die tientallen jaren werkzaam is geweest in de R&D op een kunstharsfabriek. Mijn conclusie was dat we nog een lange weg te gaan hebben. Een kilo bioplastic uit afvalwater maken levert nog geen levensvatbaar productieproces op. Noch is het helder dat je een product hebt dat te verwerken is tot een verkoopbaar eindproduct. Hier zal in kennis, durf  en geld geïnvesteerd moeten worden. Maar de vraag is dan hoe en door wie? Mijn uitgangspunt: Heb lef!

10 maart
De gehele dag een symposium bijgewoond over “onbegrensde samenwerking” georganiseerd door het Water Governance Centre. Een leerzame bijeenkomst die bijgewoond werd door 130 overwegend grijze mannen en wat vrouwen en welgeteld 2 studenten. Een verhouding die het ergste doet vrezen voor de toekomst. Ik woonde 3 werkbijeenkomsten bij: “sociale innovatie”, “partnerschap in de regio” en “institutioneel is elke samenwerking mogelijk, het ontbreekt aan lef”.

Zelf heb ik het meest genoten van Stefan Kuks (watergraaf van het waterschap Vechtstromen en bijzonder hoogleraar innovatie aan de TU Twente). Hij maakte helder dat de tijd van de Trias Politica ver achter ons ligt. In zijn benadering is er zeker sprake van zeven machten in het politiek systeem. Hij vulde de Trias (de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechtelijke macht) aan met de macht van de ambtenaren, de macht van de lobbyisten, de macht van de adviseurs en de macht van de media. In zijn verhaal gaf hij mij ook een verklaring voor de uitslag die ik boekte bij de waterschapsverkiezing in Bergen op Zoom (37,7 %). In gemeenteraadstermen 13 zetels. De kiezer kiest bij waterschapsverkiezingen niet voor liberale, christen democratische of socialistische dijken, maar voor deskundigheid was zijn stelling. Daarom is verklaarbaar waarom (als de uitslag van de waterschapsverkiezing vergeleken wordt met die van de Staten die op dezelfde dag gehouden werden) zelfs circa 800 Bergse VVD stemmers bij de waterschapsverkiezing, ondanks dat ze ook op de VVD konden stemmen, op Ons Water, mijn waterpartij, stemden. Die kiezers gaven volgens Kuks het signaal dat zij geen behoefte hebben aan een verpolitiekt waterschap, maar kiezen voor een waterschap dat bestuurd wordt door experts, zoals dat honderden jaren het gebruik was. Nu is het aan de landsregering om het onzalige besluit van het lijstenstelsel bij de waterschapsverkiezing, en daarmee de deur open zette voor de politiek in de waterschapswereld, terug te draaien.

Bij het afscheid kreeg ik het boekje “Building blocks for good water governance” uitgereikt.
Voor de komende weken weer wat leesvoer.

Louis van der Kallen     

 


HOE DOM MAG EEN MINISTER ZIJN?

 


HOE DOM MAG EEN MINISTER ZIJN?

 

Hoeveel ziekenhuizen mogen er nog gebouwd worden in laag gelegen gebieden met de noodaggregaat in de kelder? Hoeveel gemeenten mogen nog uitbreiden in het bed van de Maas en de honderden miljoenen euro’s aan dijkverbeteringprojecten op het bordje schuiven van de waterschappen en het Rijk? Hoeveel gemeenten mogen nog uitbreiden in gebieden die daar volstrekt ongeschikt voor zijn en alleen met blijvend hoge kosten voor de waterschappen met gemalen en dijkverhogingen om de bewoners droog te kunnen houden? Een recent voorbeeld hier van is Almere.

Minister Schultz van Haegen wil een ‘moderne’ watertoets zonder overleg plicht. Dit gaat de burger op termijn weer veel geld kosten. Gemeenten zijn experts in het afschuiven van de (verborgen) kosten van hun uitbreidingen en bouwplannen en als de beelden van ondergelopen straten, huizen en kelders op de TV en in de krant verschijnen roept iedereen moord en brand en mag het Rijk (dus wij allemaal) of de waterschappen (dus iedereen in het waterschapsgebied) de kosten dragen. Een watertoets zonder harde verplichtingen is vrijwel nutteloos. Gemeenten trekken er zich in de praktijk weinig van aan. Het was vast naïef maar van een liberale VVD minister had ik als het over de veiligheid en geld gaat iets anders verwacht. Maar het liberale optimisme en de dereguleringswaanzin heeft ook hier weer de overhand. Waarom zou ik mij iets aantrekken van de adviezen en bemerkingen in een door buitenlanders geschreven onafhankelijk OECD studie “Water Governance in the Netherlands”?  Over dit rapport stelde ik vragen aan het DB van het waterschap. Die rapportage maakte tal van opmerkingen over de relatie tussen de bescherming tegen wateroverlast en de Nederlandse praktijk in de ruimtelijke ordening. Hun advies was om de watertoets een vaste plaats te geven in het toetsen van ruimtelijke plannen en de positie van de waterschappen op dit vlak te versterken. In een NRC commentaar op 30 augustus over dit toen nog mogelijke ministeriële voornemen is te lezen: “Niet elke deregulering is een verbetering, voorzichtig uitgedrukt.” Zoals een NRC commentaar behoort te zijn, netjes uitgedrukt. Ik ben echter niet altijd diplomatiek. Voor mij is dit ministeriële voornemen gewoon oer DOM.

Dat de VNG als vertegenwoordiger van de gemeenten op het gebied van ruimte voor de rivier recent een handtekening onder een bestuurovereenkomst zette, is niet meer dan een schaamlap of het spreekwoordelijke WC papiertje. De VNG bindt gemeenten en hun raden op geen enkele wijze. Wederom oer DOM, DOM!