
Ook nu wordt er nagedacht – in het kader van toekomstige ‘ruimte voor de rivierprogramma’s’ – over ‘groene rivieren’ volgens het principe van de ‘overlaat’ zoals in een ver verleden de Beerse Overlaat.
Zelfs in een vol landje als Nederland zijn situaties denkbaar waarin het principe van de overlaat toegepast zou kunnen gaan worden. Als de nood maar hoog genoeg is. Ook bij het hoogwaterbeschermingsprogramma is het principe op een aantal plaatsen toegepast (o.a. bij Overdiepse polder en in de Biesbosch). Ook in West-Brabantse notitie “van Defensie tot Retentie” is gekeken naar overloopgebieden voor de Vliet en de Mark. Specifiek naar polders met ‘beperkte bewoning’ die als overloopgebied zouden kunnen worden gebruikt c.q. daartoe zouden kunnen worden ingericht. Oude waterlinies die mogelijk een startpunt kunnen zijn tot toekomstige oplossingen. Het nadenken en vooruitdenken waard.
De Beerse Overlaat
Het lijkt er op de in de tweede helft van de 14e de Maas (voor zover oeverwallen niet afdoende veiligheid boden) richting Boxmeer bedijkt was. Als de oeverwallen bij Beers en tussen (Brabants) Katwijk en Cuijk bij hoogwater overstroomden vond het water vanzelf een weg om Grave heen om in een brede strook richting Den Bosch af te vloeien om in de buurt van de Dieze weer in de Maas te stromen. Dat werd toen als ‘erbij horen’ ervaren door de gebruikers en eigenaren van de landerijen die het betrof.
In de loop der jaren nam de ervaren overlast echter toe. Mogelijk omdat het Maaspeil geleidelijk steeg maar ook de toenemende bedijking kan van invloed zijn geweest omdat de rivier steeds verder werd beperkt tot een nauwere bedding. Toen nam de ergernis toe. Dit leidde in januari 1531 ertoe dat de stad Den Bosch een bode zijnde Ghijsbrecht Dirckxs naar de slotvoogd van Empel stuurde met het volgende verzoek: “omt groet water van boven comende, ten minste scaide vanden ge meyn lande, eenen gevueghelycken wech te wijsen, het weer bij duersteken of anderssins, zoemen dat aldair oirbairlicx zoude moigen doen”. Ook toen meende men water zo te kunnen sturen dat de overlast van de stad beperkt kon worden.
Dezelfde argumenten werden gebruikt bij het project Overdiepse polder waarbij il partigiano zelf twee perioden als portefeuillehouder betrokken was. Tijd om te blijven zoeken naar mogelijkheden en die mogelijkheden, door goed ruimtelijke ordening beleid te behouden voor toekomstige generaties.
il partigiano