il partigiano 57 (bestuur in verval 3)

Feiten

41 van de 96 Dagelijks Bestuurszetels in de 21 waterschappen van ons land worden bezet door boeren/boerinnen! Dus circa 1 % van de bevolking bezet 42,7 % van de DB/Heemraad zetels! NIET meegeteld zijn de DB leden/Heemraden met activiteiten die mede afhankelijk zijn van agrarische bedrijven.

Hoofdleveranciers van agrarische DB leden/Heemraden zijn de categorie ongebouwd, BBB, VVD en CDA.

In 17 van de 21 waterschappen is een boer of boerin de portefeuillehouder watersysteembeheer! Terwijl het watersysteembeheer (peilbeheer) niet alleen van belang is voor de boeren, maar ook voor de natuur; in laag Nederland ook voor het behoud van funderingen, en voor het houden van ‘droge voeten’ en voor goed drinkwater. Alsof je de mededaders van de verontreiniging door gewasbeschermingsmiddelen en mest (nitraten en fosfaten) de leiding geeft over het onderzoek op de crimes scenes. De ‘collega’s’ en ‘familieleden’ moeten de oorzaken van de slechte toestand van het water vaststellen en verbeteren! Alle zeventien afkomstig van de BBB en de categorie ongebouwd!

In de watersysteemcommissie van de Unie van Waterschappen is een ruime meerderheid boer of boerin. En dat terwijl de Unie adviezen aan de landsregering van groot belang zijn voor het toekomstige waterbeleid.

De verzamelde zetelverdelingen (tabellen) zijn opvraagbaar via [email protected]

Is het logisch dat vertegenwoordigers van circa 55.000 agrarische ondernemingen feitelijk de dienst uitmaken bij de vorming en uitvoering van het Nederlandse waterbeleid?

Op mijn artikelen over het bestuur in verval (il partigiano 66 en 68) heb ik heel wat reacties ontvangen. Sommige die mijn analyse onderschrijven maar de meeste van collega-bestuurders verre van positief. Die collega’s waren zonder uitzondering pas na 2014 waterschapbestuurder geworden en vaak agrarisch actief. De veranderingen van de afgelopen jaren waren volgens hen de ’tekenen des tijds’.

De afgelopen weken heb ik mijn eigen waarnemingen nader beschouwd en mij afgevraagd ’tekenen des tijds’: zijn die logisch? Zijn die naar wet en regelgeving? Wordt de overheid en/of de burger daar beter van? Is het waterbeheer ermee gediend?

Mijn startpunt is normaliter de wet/regelgeving. Als het gaat om de samenstelling van het waterschapbestuur is voor mij maatgevend de geldende Waterschapswet.

“Artikel 12
Lid 1 Het algemeen bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van categorieën van belanghebbenden bij de uitoefening van de taken van het waterschap.
Lid 2 het algemeen bestuur zijn de volgende categorieën van belanghebbenden vertegenwoordigd:
a. de ingezetenen;
b. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c;
c. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c. “

Mede uit artikel 12 blijkt dat waterschappen in tegenstelling tot de praktijk nog steeds een belangenorganisatie is, c.q. behoord te zijn, en dat het bestuur gevormd wordt door mensen die gekozen of aangewezen worden om de belangen van hun categoriebelanghebbenden te dienen en te beschermen!

De eigen categoriebelangen beschermen wordt serieus genomen door de categorieën ongebouwd en Natuurterreinen. De categorie ingezetenen (de politieke partijen) zijn dat bijna over de hele ‘vergeten’! Vooral de BBB maakt het heel bont. Vanuit vrijwel alle DB/College van Heemraden waarin zij zitten, komen voorstellen waarbij in de “kostentoedelingsverordening” een kostenverschuiving wordt voorgesteld waarbij de ingezetenen en de niet agrarische bedrijven een groter deel van de kosten van het waterschap voor het systeembeheer gaan betalen en de boeren minder.

De waterschapsbesturen zijn weggegleden van de eeuwen oude mantra: belang, betaling zeggenschap. Begin jaren negentig kwam ik als stedeling in het Algemeen Bestuur van een kwantiteitswaterschap eerst Zoomvliet en paar jaar later in het Scheldekwartier. In die besturen was 60 % van de zetels geborgd ‘ongebouwd’. 20 % werd gekozen door de eigenaren van panden (gebouwd) en 20 % werd gekozen door de ingezetenen. Bij Zoomvliet door de gemeenteraden namens het ‘gebouwd’! Toen werd het monisme nog gevolgd en bestuurlijk was er het ‘wij’. Wij doen het samen en kijken en respecteren elkaars belangen. Ook bij het Hoogheemraadschap West-Brabant heb ik dat van 1995 tot de fusies in 2003 zo mogen ervaren. Bij het all-in waterschap Brabantse Delta kenden we tot 2008 als fracties alleen de categorieën.

Feitelijk begon het afglijden met de politisering in 2009. De invoering van het lijstenstelsel was het startpunt van de politisering en het vervagen van het categorieprincipe. Heel vergaand is dat in het waterschap Limburg waar de BBB en de categorie ongebouwd recent één fractie vormde. Water Natuurlijk deed dat daar nu ook met de categorie Natuur Terreinen.

Na de verkiezingen van afgelopen maart en de daaropvolgende vorming van de Dagelijkse Besturen en de Colleges van Heemraden is er sprake van een totale vervaging van het formele monisme en van de overgang het ‘WIJ’ naar het WIJ/Zij! Vrijwel landelijk was de overgang een feit. En ontstonden bijna overal ‘boerencoalities’, hier en daar verrijkt met een linkse ‘excuus Truus’. Daar waar Water Natuurlijk feitelijk de BBB uitsloot, gebeurde de overgang van WIJ naar WIJ/ZIJ ook, maar dan over een linksere route.

Met ruim 42 % van de DB/Heemraad zetels bezet door boeren en in sommige waterschappen, met behulp van partijen waar boeren sterk vertegenwoordigd zijn zoals de bij VVD (35 %), CDA (37%) vormden zij een controlerende meerderheid. Bij Vechtstromen en de Brabantse Delta is zelfs 80 % van het DB boer of boerin. Zijn de waterschappen feitelijk weer de ‘Boerenrepublieken’ van weleer! Met dien verstande dat de verhoudingen verhard zijn en er geen rekening meer wordt gehouden met elkaars belangen. Terwijl dat in de bijna duizendjarige geschiedenis de kern was van het waterschapwerk.

In 2019 kende het waterschap Brabantse Delta nog een bestuurbreed vastgesteld bestuursprogramma. In 2023 werd er niet eens met elkaar gesproken. Met il partigiano (Ons Water) is niet gesproken over de vorming van een nieuw bestuur of over de inhoud van programma of de plannen voor de toekomst. Terwijl Ons Water de derde partij was in de uitslag! Extra pijnlijk was dat er een einde kwam aan vijftien jaar in één fractie samenwerken met de partij West-Brabant Waterbreed die sinds 2008 tot nu bestond en bestaat uit boeren! Na iedere verkiezing vormden de 2 partijen weer één fractie. Jarenlang heeft il partigiano goed kunnen samenwerken met de agrarische gemeenschap maar wel op wederzijds respect en oog voor alle belangen.

Het lijkt erop of de Haagse politiek (VVD/CDA) vanaf 2008 met maatregelen als de invoering van het lijstenstelsel (politisering) het schrappen van de categorie ‘gebouwd’ en later de categorie ‘bedrijfsgebouwd’ en de opname op de eigen lijsten van veel boeren op de waterschap lijsten van die partijen kunstmatig het ‘boerenbelang’ en de boeren vertegenwoordiging heeft opgevoerd. En toen kwam de BBB met een marketingformule en met een aansprekende partijleidster. De politisering maakte de perfecte storm en bracht de boeren aan de waterschapsmacht.

Nu kijken hoe Europa in 2027 ons falen bij het niet halen van de kaderrichtlijn water (KRW) zal beoordelen. Ik verwacht grote boetes. Want de mede-veroorzakers van de slechte waterkwaliteit (17 van de 21 bestuurders watersysteembeheer zijn boer/boerin) aan de knoppen laten staan, is niet uitlegbaar. Het Nederlandse imago van een waterbeheer dat rekening houdt met alle belangen is beschadigd. Mogelijk onherstelbaar.

Mijn hele waterschapleven heb ik het waterschap gekoesterd en vond ik de Nederlandse aanpak van het waterbeheer het beste ter wereld. En was ik fel tegen de mogelijke opheffing van de waterschappen. Nu anno 2023 denk ik er heel anders over.

Nu pleit ik voor het bestuurlijk overhevelen naar de provincies waarbij de waterschaporganisaties als zelfstandige deskundige werkeenheden moeten blijven bestaan.

Als alternatief pleit ik voor een terugkeer naar het personenstelsel zodat bestuurders weer worden gekozen vanwege hun persoonlijke kwaliteiten en niet meer vanwege hun partij loyaliteit of boer zijn.

Tot slot hoop ik dat de traditionele media weer zelf kijken naar het functioneren van waterschappen en niet kritiekloos blijven dienen als doorgeefluik van de sinds 2008 uitgedijde communicatieafdelingen van waterschappen. Het openbaar bestuur heeft de media nodig als hoeders van de democratie. Zodat niet circa één procent van de bevolking (notabene een relatief vermogend deel van de bevolking) de macht krijgt en houdt over een in Nederland belangrijke levensvoorwaarde het water systeembeheer!

Tegelijkertijd hoop ik dat de kiezer zal zien dat de BBB een machtsfactor is die aan de macht in de waterschappen de waterschapkosten voor de boeren wil verlagen en middels de kostentoedelingsverordeningen de gewone burger daarvoor wil oplaten draaien. De eerst B (die van de boeren) is klaarblijkelijk belangrijker dan de tweede B (die van de burgers).

il partigiano (Louis van der Kallen)

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *