il partigiano 59

Het waterschap Brabantse Delta kent een heel divers landschap, grotendeels omdat de ontstaansgeschiedenis van dat landschap heel verschillend is.

De polders ten oosten van Zevenbergen en ten zuiden van de Mark hebben nog veel kenmerken van het veenlandschap waaruit ze zijn ontstaan. De rijkdom die de veenwinning bracht, werd omgezet in een rijk en gevarieerd boeren/tuinders land. Ten westen van Zevenbergen ontstond een nieuw landschap omdat de resten van het oorspronkelijke veenlandschap weggevaagd waren door de langdurige overstromingen. Daar ontstonden de polders van Prinsenland, Standaardbuiten, Ruygenhil, Oud Heiningen en de Grote Polder, waarvan de inrichting meer systematisch plaatsvond en akkerbouw de norm was.

Feitelijk werden de polders door ‘ontwikkelaars’ aangelegd. Door de indeling van de wegen ontstonden op papier de percelen die soms al voor de polderaanleg verkocht werden aan rijke participanten waarna met de opbrengst de bedijking werd betaald. De verkaveling was gericht op de verkoop en op een efficiënt landbouwkundig gebruik.

Ook de grotere dorpen werden min of meer planmatig ontwikkeld. Loodrecht op de dijk werd de voorstraat aangelegd die veelal eindigde met een kerkring. Aan de voorstraat stonden de belangrijkste huizen en panden zoals het Raadshuis. Fijnaart kent nog steeds een Voorstraat inclusief de kerkring. Ook Ruygenhil kende een voorstraat maar werd een vesting en kreeg toen de naam Willemstad. Ook Dinteloord en Klundert kenden voorstraten. De kerkringen ontbraken hier vanwege het feit dat een kreek dat onmogelijk maakte.

Kennis van de vormingsgeschiedenis van het waterschap Brabantse Delta kan nuttig zijn om tot goede bestuurlijke afwegingen te komen. De gebiedsverschillen en kwaliteiten zijn binnen de Brabantse Delta groot en dat stelt keer op keer andere eisen aan de bestuurlijke invulling van het beheer.

il partigiano

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *