
Het sluizencomplex Dintelsas sluit ten westen van Dinteloord de monding van de rivier de Dintel af. Het complex bestaat tegenwoordig uit de Vierlinghsluis, een suatie- of spuisluis, en de Manderssluis, een schutsluis. De sluisgeschiedenis op deze plek kent vele ups en downs want de huidige sluis is het derde achtereenvolgende sluizencomplex op deze plek.
Sluis 1
In 1801 werd het eerste plan ingediend om de monding van het Mark/Dintel-systeem af te sluiten. Dit plan had tot doel de scheepvaartroute naar Breda te verbeteren en de bemalingsmogelijkheden van de aanliggende polders te verbeteren. In 1804 werd het Heemraadschap van Mark en Dintel opgericht met het doel dit ‘driehonderdduizend guldenplan’ te realiseren. Met de bouw werd in 1805 begonnen. Maar de bouw werd herhaaldelijk stilgelegd door arbeidsonrust waar de politie zelfs uit Bergen op Zoom keer op keer aan te pas moest komen om de gemoederen te kalmeren.
Ondanks de onlusten wilden de autoriteiten een feestje rond de eerstesteenlegging. Het was een feestje van de dijkgraaf en de heemraden en vooral van het departementale bestuur. Jan Rochussen de geestelijk vader van het project droeg daarbij een zelfgemaakt gedicht voor dat geheel in lijn was met de patriottische sfeer van die tijd;
“Aan ’t woeden van Neptuin, aan dópgejaagde golven,
Wierdt hier dit sluisgevaart’ten paal en perk gesteld.
De mark mag ongestremd zijn vasten loop vervolgen
Een schenk aan Ceris’Rijk een vrugtbaar korenveld.
Men dank ‘den Hemelgod, die ’t nakroost der Bataven,
Ten nut van ’t Vaderland, diengeest en iever geeft,
Die ginds aan d’ouden Rijn een nieuwen mond deed graven,
En hier op juiste maat den vloed bedwingen heert!”
In het voorjaar van 1806 was het geld op. De bouw vorderde daarna slechts moeizaam. Eind 1808 kon de inspecteur-generaal van het departement in een boot stappen die door de sluis werd geschut.
Maar het leed was nog niet geleden. Er traden ontgrondingen op en toen de Engelsen in juli 1809 in Zeeland landden was het lot van de sluis getekend. Ondanks de protesten van de heemraden moesten de sluisdeuren worden geopend om de waterlinies te inunderen. De vloeddruk en de uitschurende werking van eb en vloed deden de rest. De sluis takelde snel af. In september stortte de sluis in. Feitelijk was de sluis nooit voltooid.
Sluis 2
Plannen voor herbouw werden onmiddellijk gemaakt, maar het duurde tot 1827 voordat men zuidelijk van de oude sluis aan een nieuw werk kon beginnen. De nieuwe schutsluis kreeg één stel vloeddeuren, ebdeuren en waaierdeuren. De spuisluis kreeg hoge en lage vloeddeuren en ebdeuren. Op zaterdag 27 september 1828 passeerde het eerste schip de nieuwe schutsluis.
Dit werk zou het veel langer volhouden dan het ongelukkige, eerste complex. Bij het eeuwfeest, in 1927, werd een monument onthuld van twee gietijzeren zuilen, elk op een sokkel voorzien van de namen van dijkgraaf, heemraden en secretaris van het heemraadschap.
Sluis 3
In 1957, kwamen waterbouwkundigen van het waterschap en Rijkswaterstaat tot de conclusie dat door de afsluiting van het Haringvliet de afwatering van het gebied opnieuw zou moeten worden bekeken. Met name zou er aan Dintelsas gesleuteld moeten worden. Daar was een nieuwe, grotere schutsluis nodig.
Dit werd de Manderssluis, ontworpen door het ingenieursbureau Dwars, Heederik & Verweij en genoemd naar G.J.A. Manders, van 1951-1966 dijkgraaf van het heemraadschap Mark en Dintel. In 1966 stelde de Commissaris van de Koningin de Mandersssluis officieel in gebruik. In 1980 kwam er een aparte spuisluis bij, de Vierlinghsluis.
Na de afdamming van het Volkerak-Zoommeer is de getijdewerking van eb en vloed verdwenen. De Manderssluis staat daarom nu altijd open. Het waterschap gebruikt de sluis alleen nog in de zomer om blauwalg buiten de Dintel te houden.
il partigiano