il partigiano 69 (Langs de Schelde, Agger en Eendracht)

De stormvloeden in de periode 1530 – 1570 verwoeste veel van de vroegere bedijkingen in de regio van Bergen op Zoom. Veel waterschaparchieven zijn toen en in de troebele jaren van de tachtig jarige oorlog verloren gegaan. De kennis die er wel is komt uit de archieven van de Raad- en Rekenkamer van de markiezen van Bergen op Zoom. Informatie die uitgebreid inzichtelijk is gemaakt door wijlen Willem van Ham. Veel van onderstaande informatie is dan ook afkomstig uit zijn werk.

Niet alleen stormvloeden verwoeste het oorspronkelijke polderlandschap ook de inundaties in opdracht van de Staten-Generaal en de Prins van Oranje in de periode 1583 – 1585 hadden een verwoestend effect. Gedeeltelijk herstel vond plaats tijdens het twaalfjarig bestand (1609 -1621). Waarna na de vrede van Munster (1648) de spade echt in de grond ging om geleidelijk het landschap te vormen zoals we dat nu nog kennen.

Het oorspronkelijke schoren/gorzen landschap kende hier en daar ‘hoogten’ die uitstaken boven de laagten die de zee geregeld tot zich nam. Daar waren nederzettingen als Austruweel, Wilmarsdonk, Oorderen en Lillo (bij Antwerpen), Hildernisse (bij Woensdrecht) en Polder (bij Halsteren). Ook namen als Steenbergen, Valkenberg en Welberg wijzen op de vestiging op hoogten in het laagland.

Op, wat we nu de Brabantse Wal noemen (een uitloper van het Kempisch plateau) ontstonden de nederzettingen; Zandvliet, Ossendrecht, Woensdrecht, Zuidgeest, Borgvliet, Bergen op Zoom en Halsteren.

Het ontstaan van het polderlandschap hangt samen met de ontwikkeling van het hoger gelegen achterland. In bedijkingen/inpolderingen begonnen tegen het einde van de twaalfde eeuw.

De oudste polders langs de Scheldezoom waren vermoedelijk Hildernisse en Polder. Ze kwamen voort uit de bezittingen van de abdij van Nijvel en die van Tongerlo. De naam Polder komt voor het eerst voor in stukken die in 1233 relatie staan met de abdij Tongerlo te Ierseke. Goederen die later werden overgedragen aan Bouden van Ierseke/Reimerswaal. En andere naam voor het gebied was Coeveringe, mogelijk afgeleid van Coevere de oorspronkelijke naam van het Lange Water. In de zuidwesthoek van de Polder werd Champan bedijkt. Een later bedijking betrof (Oost) Nieuweland.

In 1461 gaf de heer van Berge op Zoom aan het Noordgors voor bedijking uit (de Noordpolder).

In een oorkonde van 1319 is er voor het eerst sprake van “het Beijmoer” zowel als korenland als voor de “derrie” uitdelven ten behoeve van de zoutnering. In 1445 kreeg Nieuw Beijmoer een eigen dijkgraaf en vijf schepenen met dezelfde rechten en plichten als die van Oud Beijmoer.

Rond 1460 zijn zowel de Glymes polder (439 gemeten groot waarvan 105 gemeten onland (drassig en alleen te gebruiken als weiland)) en de Onze Lieve Vrouweland (249,5 gemeten groot met 110 gemeten onland) bedijkt uit de gorzen van Rubere. Zij vormden tezamen één schepenbank. In 1583 gingen ze verloren en werden onder de naam Oud Glymes in 1688 herdijkt. In 1693 gingen ze deel uitmaken van de Auvergnepolder.

Noordland de polder ten noorden van de haven van Bergen op Zoom wordt voor het eerst in 1286 genoemd in een acte ten behoeve van de heer van Bergen. In 1298 blijkt uit een oorkonde een ruiling van goederen tegen een deel van het moer genaamd “Zuetpoldere of Suijtlandt” bij Bergen op Zoom. Het gebied van deze polder had als “moer” in 1284 al een eigen schepenbank.

Onder Borgvliet behoorde het Neerland of Borgvlieter dijkland dat tezamen met Heveland één waterstaatkundige eenheid vormde, ter grootte van 292 gemeten (circa 119 ha.). In 1571 werd het gebied gedeeltelijk herbedijkt waarbij ook de Oostmoer werd betrokken. In 1573 ging deze inpoldering weer verloren. Na een herdijking in 1787 werd het gebied de Augusta polder.

Het gors, langs de buitendijk van Hildernisse en Woensdrecht is omstreeks 1480 aan Andries Pieterszoon Ruijchrock uitgegeven ter bedijking. Omstreeks 1495 is dat geschied waarna het Nijeuwenland op Roeversberch werd genoemd. De naam Beyershil komt voor het eerst voor in de bescheiden van het “gemeyne land” (waterschap) van Hildernisse. In 1554 werd het gebied Beyershil opnieuw ter bedijking uitgegeven. In de watersnood van 2 november 1570 ging het gebied wederom verloren.

De juiste data van de eerste inpolderingen van Noordland en het Zuidland nabij Woensdrecht zijn niet herleidbaar gebleken. Tussen 1425 en 1436 vinden er herdijkingen plaats. Zo blijkt uit rentmeesterrekeningen van Oud en Nieuw Wissendijk en deel van het gebied behoorde toe aan Lijsbet van Glymes dochter van Jan I heer van Bergen. Zij was gehuwd met Adriaan, heer van Kruiningen en burggraaf van Zeeland. In 1427 werd het gebied voor herdijking uitgegeven.

De gorzen/aanwassen nabij Ossendrecht werden bedijkt onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de heren van Ossendrecht en de markies. In 1429 vond er een uitgifte door Klaas van Kets, heer van Borcht en Zwijndrecht, Machteld van der Maalstede en haar echtgenoot Jan Beyerszoon van Voxdaal als heerschappen in Ossendrecht alsmede Wouter en Willem van Cats en Jan bastaard van Wolfaard van Cats als erfgenamen in de heerlijkheid. De heer en vrouwe van Bergen op Zoom bezegelden mede de uitgiftebrief. In 1570 ging het gebied verloren.

Eerder met de Sint Felixvloed op “quade saterdach” gingen bij de stormvloed van 5 november 1530 rampspoed, ellende en bitterheid alle polders tussen Bergen op Zoom en Antwerpen verloren net als veel polders op de Zeeuwse-Zuid-Hollandse eilanden en het noorden van Vlaanderen.

il partigiano

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *