Waterschap Oudste overheid? Deel drie.


Het overlijden van stadhouder Willem III begin 1702 leidde in veel steden in de Republiek, na een begin in Nijmegen, tot onrusten (de plooierijen) en een strijd om de politieke macht tussen twee groepen regenten (stadsbestuurders): de Oude en de Nieuwe Plooi.

Dit mede gericht op het intrekken van het stadhouderlijk regeringsreglement uit 1674. Door die maatregel werden bestuurders vooral gekozen op basis van hun eventuele financiële inbreng (in de vorm van geldleningen aan de door hen bestuurde instellingen). Als voorbeeld de jaarrekening Veen en Veldendijk (Bunschoter Heemraadschap) waaruit blijkt dat de inleg van bestuurders opliep tot 46 % van de schuld van het Heemraadschap. Dit leidde ook dat bestuurders vanwege hun financiële verbondenheid langer in hun ambt bleven.

Vanaf 1620 vond er een protestantisering plaats (de consolidatie van de contraremonstranten) in het lokale en gewestelijke bestuur waarbij vooral Remonstranten en Katholieken werden uitgesloten van het bestuur van lokale en gewestelijke overheden.

Wat in die periode opvalt is dat vooral katholieke families wel bestuursfuncties verkregen in waterschap kringen. In het Bunschoter Heemraadschap overheerste de familie Van Camerbeeck en aanverwanten zoals de familie de Wijs. Van 1666 tot 1760 vindt de familie Van Camerbeeck haar plek de bestuurlijke en ambtelijke rangen. De familie de Wijs zelfs tot 1828. Beide families waren verzwagerd en katholiek.

Veel leden van beide families vervulden tegelijkertijd meerdere waterschapfuncties, vaak bij meerder waterschapen, vaak ook gecombineerd met functies in de burgermaatschappij als notaris.

Katholieken waren na de Synode van Dordt (1618-1619) niet meer welkom in de stedelijke en gewestelijke besturen maar wel bij in de waterschaporganisaties als heemraadschappen en polderbesturen, kennelijk werden deze niet gezien als een openbaarbestuursorgaan!!!!

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties zijn gesloten.