il partigiano 49 (bestuur in verval)

Gouden bijl-broche met runen-opschrift en een kleine gele vogel-pin op een grijs jasje.
De pen als wapen — il partigiano houdt zijn puntenslijper bij de hand.

Z’n dertig jaar draai ik mee in waterschapsbesturen. Toen ik in 1993 in het bestuur kwam van het waterschap Zoomvliet leek het als of het stadsjongetje verdwaald was in een wereld van boeren. Maar dat was slechts gedeeltelijk waar. Met mijn collega-bestuurders had ik meer gemeen dat het oppervlakkig leek. In tegenstelling tot hen woonde ik in een stad. Maar ik had wel vijf jaar in de landbouw gewerkt op een proefbedrijf in de Frederikapolder. In Zeeland tussen Rilland en Waarde. En net als zij had ik een technische achtergrond.

In 1995 kwam ik in het Hoogheemraadschap Westelijk Noord-Brabant en in 1996 in het Waterschap Scheldekwartier. Deze gingen in 2004 op in het Waterschap Brabantse Delta. 30 jaar onafgebroken diende ik in West Brabantse waterschapsbesturen. In die tijd zat ik ook een aantal bestuursperiodes in waterschappen in Zeeland en Gelderland. En diende ik bij meer dan twintig gemeenten in rekenkamercommissies. Ik kan dus met enige recht zeggen: ik weet wat waterschappen doen en ik heb enige kennis van onderzoek naar cijfers en beleidsuitvoering. Je zou dan zeggen dat als ik of mijn fractiegenoten indringende vragen stellen over cijfers je snel serieus genomen zou worden. In het huidige politieke krachtenveld is dat helaas niet altijd het geval. Nu was er een brief aan de dijkgraaf, als hoeder namens de Kroon, nodig om wel de gepaste aandacht te krijgen voor een evidente fout inzake inwoneraantallen. Notabene een cijfer wat van groot belang is voor een correcte belastingheffing/verdeling van de kosten over de belanghebbenden.

Tot 2008 kenden de waterschappen bij verkiezingen een personenstelsel. De kiezer stemde niet op een partij maar op een persoon. De bestuurders werden dus gekozen op de eigen kwaliteiten. Niet op de kwaliteiten of standpunten van een partij of lijsttrekker. Gevolg: de gekozenen waren relatief deskundig op het terrein van water. Met als gevolg veel technici en landbouwers in de besturen. Als je in Wageningen of in Delft gestudeerd had, dan werd je per definitie gekozen. Zo kwam ik als technisch fysicus in waterschapsbesturen terecht.

Het waterschap was en is formeel nog de enige monistische overheid. Kenmerk van het monisme is dat leden van het dagelijks bestuur ook deel uitmaken van het algemeen bestuur. Een situatie die tot 2002 ook het geval was bij gemeenten. De wet dualisering gemeentebestuur, ingevoerd op 7 maart 2002, maakte daar een einde aan. Sluipenderwijs zijn ook de waterschappen in de praktijk “gedualiseerd”.

Toen de Haagse banenmachines (partijen) besloten ook voor waterschappen een lijstenstelstel in te voeren, gingen steeds meer landelijke partijen meedoen met de waterschapsverkiezingen. Vaak onder eigen partijnaam soms verstopt. Bijvoorbeeld Water Natuurlijk (GroenLinks, D66, Volt).

Met als gevolg dat hun partijgenoten vaak (oud-)gemeenteraadsleden steeds meer in de waterschapbesturen zijn gekomen. Opgegroeid in het duale gemeentestelsel namen ze langzaam de – in mijn ogen slechte – duale gewoonten mee.

Tot de laatste verkiezingen zag ik het bestuurlijk landschap van het waterschap langzaam veranderen. Er werd nog steeds goed onderling en met respect voor elkaars inbreng en standpunten samengewerkt. In 2019 kwam er na de verkiezingen een breed ondersteund bestuursakkoord. Alle partijen steunden het. In de loop van de bestuursperiode (2019-2023) haakte alleen de Partij voor de Dieren af omdat zij zich niet langer voldoende herkende in de uitvoering die het dagelijks bestuur eraan gaf.

Nu, na de verkiezingen van maart 2023 is alles anders. Plotseling is zijn er coalitiepartijen. Is er een verzameling van partijen die niet tot de coalitie behoren die zich oppositie noemen. Samenwerken is uit. Samenspreken niet echt in. Antwoorden op vragen zijn in vaagheid toegenomen zelfs als de vragen superconcreet zijn (inwoner aantallen/oppervlakten).

Er is nu steeds meer ‘politiek’ terwijl een waterschap een uitvoeringsorganisatie is. Een waterschap maakt vrijwel geen beleid. Zij voert beleid van anderen (landelijk, provinciaal en Europees) binnen wettelijke kaders uit!

Ons Water was in de uitslag de derde partij. Met ons is door niemand gepraat. De zogenoemde verkenner liet met mij een afspraak maken terwijl degene die die afspraken vastlegde in mijn agenda had kunnen zien dat ik op dat moment een vergadering had op landelijk (Unie) niveau en direct daarna met een wethouder. Goede gewoontes zijn met de uitslag en de komst van veel nieuwelingen en duaal-gevormden, bij het oud vuil gezet.

Bij de vorming van dagelijks besturen werd vroeger ernaar gestreefd alle geledingen in het DB te vertegenwoordigen (links/rechts, stad/dorp/buitengebied). Nu kan het dat alle DB leden woonachtig zijn in het buitengebied. Uit 1 a 2 % van de bevolking komt nu 100 % van de DB-leden (niet zijnde de dijkgraaf).

Afgelopen week maakte ik mee dat er bij de aanvang van de vergadering een ‘politiek gevoelig’ onderwerp op voorstel van de “coalitiepartijen” van de agenda werd gehaald. Dat van de agenda halen is op zich niets bijzonders. Maar middels een ordevoorstel kan dat zonder debat. Terwijl voorafgaand aan de vergadering die middag ook een fractievoorzittersoverleg is geweest. Daar werd er met geen woord over gerept. Daar had er onderling overgesproken kunnen worden en gekeken kunnen worden naar alternatieven of over de vraag: hoe nu verder? Niets van dat al. Dat heet machtspolitiek! Geen samenwerking, geen respectabel overleg.

De waterschappen waren op basis van kennis werkende organen. Waar bestuur en ambtenaren samenwerkten. Waar politiek eigenlijk alleen aan de orde kwam als het ging over ‘kwijtscheldingsregelingen’ dan zag je de verschillen tussen traditioneel links en rechts. Verder werkte men bestuurlijk feitelijk op basis van consensus.

Een voorstel over de agenda was zonder meer aanvaard, ook door mij, maar niet zonder overleg. En dat had ook nu gekund. In het fractievoorzittersoverleg. Vroeger zou de dijkgraaf tegen de indiener van het ordevoorstel gezegd hebben: dat zijn wij hier zo niet gewend, daar had u vanmiddag bij het overleg met uw collega’s alle mogelijkheden voor gehad.

Maar de tijd van samenwerking is voorbij. Voor de vorm gaat men wel, op kosten van het waterschap, op de ‘hei zitten’. Terwijl samenwerking begint met je inleven in de belangen en gedachten van de collega’s. Dan voegt samenwerking iets toe. Namelijk een beter gebruik van de aanwezige kennis in het totale bestuur. Maar dat monistische gepraat zijn oude gewoontes, het gaat nu immers enkel en alleen om het electorale resultaat.

Il partigiano is wel oud maar kent alle vormen van strijd en zal openstaan voor samenwerking voor hen de zelf openstaan voor samenwerking. Maar il partigiano is een geboren Feyenoorder. Geen woorden maar daden! Dus voorlopig gaat hij niet de hei op. Laat eerst maar zien dat het bestuurlijk anders kan. Zodat het monisme die formeel nog de bestuursvorm is van de waterschappen naar eer en geweten en gedrag wordt ingevuld. En anders wacht de guerrilla. il partigiano kent het terrein en heeft een puntenslijper om zijn beste wapen, de pen, scherp te houden.

il partigiano

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *