
Ik draai al lang mee in de besturen van overheden. Sinds 1986 in de gemeente en sinds 1993 in de waterschappen. Bij meer dan twintig gemeenten ben ik betrokken geweest bij rekenkamercommissies en deed ik beleidsonderzoeken, of was ik daarbij betrokken. Wat mij steeds meer op is gaan opvallen is het toenemende gebrek aan normen, waarden en bestuurs-ethiek bij bestuurders en in toenemende mate ook bij ambtenaren.
Ik zie steeds vaker détournement de pouvoir (het misbruik van een bevoegdheid). Geregeld in art. 3:3 Algemene wet bestuursrecht. “Het bestuursorgaan gebruikt de bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend”.
Bij gemeenten zie/vermoed ik steeds vaker dat RO-bevoegdheden (RO= ruimtelijke ordening) gebruikt worden om het eigen grondbedrijf te bevoordelen. Als je er iets van zegt, krijg je te horen: “ik dien het belang van de gemeente, dat is mijn taak als raadslid.” En “als het grondbedrijf geld verdient of niet verliest, kunnen we de belastingen laag houden”. Dat is allemaal waar maar daarom heeft de gemeente niet de RO- bevoegdheden die zij heeft. Die zijn er om goed RO-beleid tot stand te brengen!
Waterschappen gaan helaas dezelfde kant op. Mogelijk komt dat omdat steeds mee (oud-)raadsleden door de politisering de waterschapbestuurszetels zijn gaan vullen.
Recent was ik aanwezig bij een presentatie in mijn eigen waterschap Brabantse Delta waar een ambtenaar inging op de casus “Plas Caron”. Bij de werksessie werkte de geluidapparatuur niet en de bijeenkomst kreeg daarmee een besloten karakter. De presentatie is echter wel op de site van WBD te vinden.
Waar het in – mijn ogen – echt fout ging was bij ‘plaatje’ 14 in de presentatie bij de “nadelen bij niet vaststellen” van de nota Bodembeheer. Daar werd een aantal argumenten genoemd die naar mijn inzicht volstrekt in strijd zijn met het verbod op – détournement de pouvoir.
“WBD krijgt grotere financiële uitdaging bij licht verontreinigde baggeropgave”; “licht verontreinigde bagger WBD gaat naar vergelijkbare initiatieven bij andere waterschappen”. En “Risico op schadeclaim”.
De bevoegdheden van een overheid zijn haar gegeven om haar wettelijke taken uit te voeren. Zoals vergunningverlening of handhaving. Niet om het eigen financiële belang te dienen!
Bij de beoordeling of het waterschap, inzake de Plas Caron, een nota Bodembeheer moet vaststellen zijn de beschermende taken van het waterschap het leidende principe. Zoals:
Bescherming waterkwaliteit
Bescherming bodemkwaliteit en
Bescherming van levensvormen in relatie tot de diepwater biotoop (KRW), zoals kranswieren die zorgen voor een goede waterkwaliteit en een rijke biodiversiteit.
Dit zijn de drie leidende principes/doelstellingen waarom het waterschap de bevoegdheid heeft regels te stellen.
Het eigen ‘baggerbelang’ mag geen enkele rol spelen bij de afwegingen die het waterschap in dezen te maken heeft. Ook financiële belangen kunnen en mogen niet aan de orde zijn bij de afwegingen. Wat wel kan en mag is de afweging in hoeverre een besluit juridisch houdbaar is bij de Raad van State. Dat is een graadmeter of het waterschap wel een juiste afweging maakt bij de toepassing van de bevoegdheden. Nu troost ik mij met de gedachte dat eventuele bezwaarmakers tegen een besluit kunnen verwijzen naar de ‘zonden’ van het waterschap bij haar overwegingen zijnde détournement de pouvoir!
Na afloop van die bijeenkomst die ik zwijgend bijwoonde, want ik maak er geen gewoonte van om staande een vergadering in het openbaar een ambtenaar of DB lid te betuttelen, wees ik een DB lid op de, – tijdens de presentatie, – begane zonden. Een tweede DB lid bevond zich binnen gehoorsafstand.
Ik had de hoop dat mijn woorden enig effect zouden kunnen hebben bij de totstandkoming van de officiële besluitvormende stukken. Deels bleek dat het geval. Maar zoals wel vaker halfslachtig.
Dat bleek uit de beantwoording van vraag 7 van Partij voor de Dieren: “Is het hierbinnen mogelijk dat het waterschap financieel niet in de vingers snijdt? Of heeft het feit dat zij zelf handelt in bagger hierin eigenlijk een te groot belangenconflict?”
Het antwoord was: “Dit speelt geen rol bij de technisch, inhoudelijke besluitvorming”. Deze beantwoording wekt de indruk dat het financiële belang alleen bij de technische en inhoudelijke beoordeling geen rol speelt. Bij een andere beoordeling mogelijk wel. Een helder antwoord was geweest: Dit mag geen rol spelen bij de besluitvorming.
Wat mij ook stoorde, was het gemak waarmee met de tijdelijke (circa tien jaar) schadelijk effecten werd omgegaan. Alsof tien jaar verstoring geen verstoring en schade aan het bodemleven en waterleven toebrengt. Ik vraag mij dan af: zouden ze tegen een mondige burger ook zeggen: het is maar tijdelijk, als hij of zij 10 jaar een schadelijke stoffen of geluid uitbrakende installatie naast hun huis zouden moeten dulden.
Besturen van gemeenten en waterschappen moeten bij besluiten hun bevoegdheden niet voor een ander doel gebruiken dan waarvoor die bevoegdheden zijn verleend.
il partigiano